Lupine is een peulvrucht die prima kan gedijen op de Nederlandse (en Europese) bodem. Veel beter dan soja, een gewas waarvan de teelt bij ons duurder is dan in de VS of Zuid-Amerika.

De peultjes knapten voordat we konden oogsten en daardoor lagen de bonen dus al op het land
Telen in Nederland
Lupine heeft een hoog eiwit- (36%) en vezelgehalte (40%). De bonen bevatten alle essentiële aminozuren en zouden een cholesterol- en bloeddrukverlagende werking hebben. De meest geteelde soort in Nederland is blauwe lupine. Die kan verwerkt worden in zowel vleesvervangers als in veevoer. Witte lupine kan zonder tussenstap in de verwerking direct worden gegeten door mens en dier. Toch staan de Nederlandse akkers bepaald niet vol met lupine. De peulvrucht blijkt lastig te telen en de productie is laag. In 2017 telde in Nederland, volgens de cijfers van het CBS, een luttele 51 ha lupine.

Lupine in de praktijk
De Groningse varkensboer en akkerbouwer Annechien ten Have teelt al 6 jaar lupine op 20 hectares. Daarmee is ze verantwoordelijk voor een groot deel van de lupineteelt in Nederland. “Het is een laag opbrengend gewas in relatie tot andere gewassen. Vooral 2018 was een slechte oogst door de droogte. De peultjes knapten voordat we konden oogsten en daardoor lagen de bonen dus al op de grond voor we ze konden oogsten,"
Hommels bestuiven de lupine door met hun volle gewicht op de bloem te landen en daarbij het zogenaamde klapsysteem te activeren
vertelt Ten Have. Ze teelt blauwe lupine als eiwitrijk voer voor haar Hamletz varkens.

Onderzoek
Thijs Fijen is promovendus aan de Universiteit van Wageningen. Zijn promotie-onderzoek richt zich op het belang van bestuivers in de teelt van lupine. Fijen vermoedt dat de lage en wisselvallige opbrengst samenhangt met de bestuiving van het gewas. “Bijna twee derde van de voedselgewassen heeft bestuivers nodig voor hun vruchtaanzet,” vertelt Fijen. “Ook bemesting, gewasbescherming en bewatering zijn bepalend voor de aanmaak van vruchten.”

Zware hommels versus lichte honingbijen
Fijen onderzoekt specifiek de wilde hommels. Die blijken beter in het bestuiven van lupine dan bijvoorbeeld honingbijen. “Honingbijen zijn niet voor elk gewas even effectief. Terwijl honingbijkasten vaak in een akker met landbouwgewassen staan, gaan de bijen toch liever naar een nabijgelegen bloemstrook. Ze dragen dan niet bij aan de bestuiving van het gewas,” legt hij uit.

Lin Batten
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Bij lupine leggen hommels letterlijk meer gewicht in de schaal. Hommels bestuiven de lupine door met hun volle gewicht op de bloem te landen en activeren dan het zogenaamde klapsysteem. De landingsplaats, ofwel de kiel, klapt om als de hommel erop gaat zitten en de bloem onthult dan de stampers. De hommel krijgt het stuifmeel op zijn buik en bestuift daarmee vervolgens de buurbloem.

Daar komt nog bij dat de honingbijen de wilde hommels kunnen wegdrukken uit het landschap
Hommels kan je in de landbouw huren, maar dat zijn “relatief lage aantallen, voor een relatief hoge prijs,” vindt Fijen. Lupineboeren zijn daarom in de praktijk vooral afhankelijk van wilde hommels, en hebben daarom geen grip op de bestuiving in hun velden. Daar komt nog bij dat de honingbijen de wilde hommels kunnen 'wegdrukken' uit het landschap. Wilde hommels hebben het aan alle kanten moeilijk. Met zijn promotieonderzoek wil Fijen de relatie tussen de hommel en de lupine duidelijk krijgen en daarmee én de wilde hommel van de ondergang redden én de lupine-oogst opkrikken.

Een nobel streven, maar helaas is Fijens bestuivingsonderzoek naar lupine nog niet gerealiseerd.

Crowdfunding
Om zijn onderzoek te financieren, is Fijen met steun van de WUR een crowdfunding gestart.
“Onderzoeksprojecten vragen steeds meer om een grote aanpak,” vertelt hij. Financiering voor het soort projecten dat hij voor ogen heeft is daarom lastig. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiert bij voorkeur onderzoek met een maatschappelijke relevantie en in samenwerking met zo groot mogelijke bedrijven. “Het nadeel is dat je bedrijven moet overtuigen dat jouw onderzoek lucratief is. Ze willen immers positief resultaat zien.” Dat ligt voor Fijen, gezien zijn onderwerp en beoogde doelgroep wat moeilijk. Financiering komt nu alleen nog van de crowfundingsactie. “Alle beetjes helpen!” roept Fijen optimistisch. Sterker nog, alle beetjes helpen dubbel, aangezien een recente sponsor, die graag anoniem wil blijven, alle donaties verdubbelt. Indien Fijen het geld in de komende drie maanden niet bij elkaar krijgt, zal hij zijn promotieonderzoek uit eigen zak moeten betalen.

In onderstaand filmpje legt Thijs Fijen uit wat hij precies gaat onderzoeken:
Dit artikel afdrukken