Het staat keurig vermeld onderaan het artikel: ‘Conflict of interest/ Philip Prinz is working for the German Sugar Association.’ De neiging om door de voedingsmiddelenindustrie bekostigde onderzoeksverslagen over te slaan, of in ieder geval met een korreltje zout te nemen, is in het algemeen een verstandige. Om de woorden van de kritische Amerikaanse voedingsdeskundige Marion Nestle aan te halen: ’Ik heb nog nooit een onderzoek gezien dat uitkomsten had die voor de opdrachtgever ongunstig waren.’

Dat is in het geval van Prinz’ artikel ‘The role of dietary sugars in health: molecular composition or just calories?’, dat in de European Journal of Clinical Nutrition verscheen, niet anders. Maar met de bevooroordeelde insteek van de auteur in het achterhoofd is het toch de moeite waard te lezen wat zijn bevindingen zijn. Want de vraag die hij stelt, is een van de prangendste in het onderzoek naar suiker. Bovendien is het EJCN geen kappersblaadje.

Suikermolecuul
De kwestie komt hierop neer: is suiker alleen (mogelijk) slecht voor de gezondheid omdat het bijdraagt aan overgewicht, hetgeen de eigenlijke oorzaak van een aantal kwalen is? Of heeft de suikermolecuul (bio)chemische eigenschappen die die kwalen veroorzaken?

In het eerste geval is er sprake van een tweetrapsraket. Door de overmaat aan calorieën (die ook uit andere voeding komt) word je dik en verhoogt je risico op tal van zogeheten niet-overdraagbare ziekten, ook wel westerse of welvaartsziekten genoemd: hart- en vaatziekten, diabetes type 2, hypertensie, leververvetting, gewrichtsproblemen, darmstoornissen en een reeks kankers. Suiker is in dat geval niet slechter of ongezonder dan welk ander voedingsmiddel ook dat bijdraagt aan overgewicht.

In het tweede geval heeft het suikermolecuul bepaalde eigenschappen, die processen in de stofwisseling dusdanig beïnvloeden dat op den duur ziekten ontstaan. Dan gaat het ook om een hoog suikergebruik, want elke stof kan giftig zijn als de dosis maar groot genoeg is.

Huib Stam
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Insulineaanmaak
Prinz gaat de bestaande suikerliteratuur langs voor antwoorden op beide vragen. Zijn conclusie hoeft ons niet te verbazen: “Alles bij elkaar genomen ondersteunt het huidige wetenschappelijke bewijs niet de conclusie dat suikers in de voeding op zich nadelig zijn voor de menselijke gezondheid.”

Om een antwoord te geven op de vraag of het misschien alleen de calorieën zijn waardoor we dik worden, doet Prinz erg zijn best suiker gelijk te stellen met andere voedingsstoffen. Suiker komt er zelfs nog beter vanaf dan vet en geraffineerde koolhydraten. Want vet heeft meer calorieën per gram en meelproducten hebben een hogere glycemische waarde dan suiker.

Omgekeerde causaliteit
Frisdrank met suiker wordt inmiddels algemeen als een grote plaag gezien, een grote bron van overbodige suiker en calorieën. Maar Prinz is niet overtuigd door de bestaande wetenschap, dat vooral observationeel van aard is en daardoor geen causaal verband kan leggen tussen frisdrankgebruik, overgewicht en diabetes. Sterker nog, er is een groot gevaar van omgekeerde causaliteit: wie dik is heeft een ongezonde leefstijl en zal veel frisdrank drinken.

Een verschijnsel dat bij dit soort vooringenomen studies vaak te zien is, is het selectief putten uit de wetenschappelijke literatuur. Cherry picking, heet dat. Er zijn goed gecontroleerde onderzoeken gedaan die hebben aangetoond dat kinderen die frisdrank met suiker kregen dikker werden dan kinderen die frisdrank zonder suiker kregen. Een daarvan is de Nederlandse DRINK-studie van De Ruyter, Olthof, Seidell en Katan uit 2015. In Prinz’ rijtje referenties komt die studie echter niet voor.

Wie aanneemt wat Prinz beweert, kan denken dat al het onderzoek inderdaad niet bewijst dat suiker slecht is
Prinz wijst geregeld op de tegenstrijdigheden in uitkomsten van onderzoek, op de grote verschillen in soorten onderzoek, op het onbetrouwbare observationele karakter van veel onderzoek en op de onmogelijkheid een invloed (dat van suiker) te isoleren van al die andere invloeden op de gezondheid. Dat is bekende retoriek in dit soort apologetische artikelen. Erop wijzen dat er verwarring, onduidelijkheid en onenigheid bestaan wordt dan eigenlijk hetzelfde als beweren dat er geen bewijs is.

Drogredeneren
Ook een listige manier van drogredeneren is het vergelijken van 100% fruitsap met gewone frisdrank. Uit veel onderzoek komt dat beide evenveel suiker bevatten. Maar fruit is toch zo gezond? Dan kan frisdrank niet slechter zijn dan sap. Frisdrank en sap zijn beide slecht als ze bovenop een normaal eetpatroon komen en extra calorieën leveren, maar anders kunnen beide geen kwaad, beweert Prinz.

Prinz maakt het helemaal bont in zijn behandeling van de tweede kwestie, de biochemische werking van suikermoleculen in de stofwisseling. Het gaat dan vooral om fructose, dat samen met glucose sucros, tafelsuiker, vormt.

Leververvetting
Uit alledaagse waarneming door iedere kinderarts en maag- en darmspecialist komt naar voren dat kinderen die veel frisdrank met fructose drinken leververvetting krijgen, non-alcoholic fatty liver disease, NAFLD. Dat is een fors probleem aan het worden. Het kan verergeren tot levercirrose en -kanker. Maar uit veel en goed onderzoek blijkt dat fructose nauwelijks wordt omgezet in (lever)vet. Tenminste niet in gezonde personen en bij normaal gebruik. Die omzetting in vet treedt pas op bij zieke, dikke personen die veel frisdrank drinken.

Dat is ook wat Prinz aanhaalt. Bij normaal gebruik is er niets aan de hand, dus is de fructose uit suiker niet schadelijk. Extreem gebruik is een uitzonderingstoestand en dat geeft geen goed beeld. Punt is alleen wel dat tegenwoordig veel kinderen en ouderen excessief veel frisdrank drinken. Maar aantonen dat het de fructose uit de frisdrank is die de problemen veroorzaakt, is nog niet zo eenvoudig. Prinz weerlegt de bestaande meta-analyses van het fructose-onderzoek met de hierboven genoemde strategieën: het bewijs is niet zo sterk als de aannames.

Vooringenomen
Weer is hij selectief in de keuzes van de literatuur. Er is zoveel meer dan hij in zijn rijtje van 52 referenties opsomt. Een Franse studie uit 2017 bijvoorbeeld, ‘Fructose and NAFLD: The Multifaceted Aspects of Fructose Metabolism’ zet op een rijtje wat fructose allemaal aanricht in de lever. Een van de conclusies daarvan is dat fructose schadelijker is als het samen met glucose wordt ingenomen en verteerd. Als suiker dus! Prinz noemt ook deze studie niet. Wie aanneemt wat Prinz beweert, kan denken dat al het onderzoek niet bewijst dat suiker slecht is.

Bewijskracht
Gevoegd bij de heersende scepsis over de bewijskracht van voedingskundig onderzoek in het algemeen zou je geneigd zijn Prinz nog het voordeel van de twijfel te geven ook. Want voorzichtigheid is op zijn plaats en vooringenomenheid kan twee kanten uit gaan. En voor een gezond, actief persoon is een portie dagelijkse suiker geen probleem.

Maar zo langzamerhand is de hobbel wel genomen. De zaak tegen suiker wint aan bewijskracht; het net sluit zich. En iedereen weet het. Philip Prinz vast ook wel.
Dit artikel afdrukken