Zelfvoorziening is niet voor elk land nodig. Groeit de productiviteit in de landbouw sneller dan de bevolking, dan kan ze, ook volgens de Wereldbank, een uitstekende startmotor zijn van economische ontwikkelingZelfvoorziening is niet voor elk land nodig, want landen kunnen er ook voor kiezen, hetzij uit noodzaak of uit vrije wil, om meer voedsel te importeren. Import uit andere Afrikaanse landen wordt gemakkelijker door de recente inwerkingtreding van de African Continental Free Trade Area (ACFTA). En landen die energie, mineralen of veel cash crops exporteren kunnen ook gemakkelijk voedsel van de wereldmarkt inkopen. Maar dat maakt zo’n land wel kwetsbaar voor geopolitieke of andere disrupties.
Groeit de productiviteit in de landbouw sneller dan de bevolking, dan kan ze, ook volgens de Wereldbank, een uitstekende startmotor zijn van economische ontwikkeling.1 Landen hoeven dan minder voedsel te importeren, er komt meer geld en arbeid beschikbaar voor andere sectoren, en voedsel wordt goedkoper, waardoor lonen kunnen worden gematigd. Die loonmatiging schept betere kansen voor de ontwikkeling van industrieën. Vooral industrieën die zijn gericht op de Afrikaanse markt. Voor een exportgerichte industrie zijn de kansen vooralsnog gering, want wat nog weinig bekend is: de lonen zijn in de meeste SSA-landen aanzienlijk hoger dan bijvoorbeeld in Vietnam. Bredere sociaaleconomische ontwikkeling zal waarschijnlijk ook helpen om de nu nog hoge geboortecijfers te verlagen, wat op zijn beurt kan bijdragen aan de welvaart en de voedselzekerheid op wat langere termijn. Wel leidt een hogere levensstandaard vaak tot een stijging van de vraag naar vlees en zuivel, en daarmee ook van veevoer en land.
Goedkoop voedsel kan zoals gezegd ook worden ingekocht op de wereldmarkt en kan dan evenzeer bijdragen aan de voedselzekerheid, matiging van de lonen en daarmee aan de kansen voor ontwikkeling van industrieën en de dienstensector. Maar zulke import belemmert de ontwikkelingskansen van de binnenlandse landbouw en van agro-industrie in rurale gebieden. Daar komt bij: een klein, maar snelgroeiend percentage van het geïmporteerde voedsel is ultrabewerkt en ongezond, waaronder suiker, frisdrank en zoute snacks. Dat leidt tot combinaties van ondervoeding en overgewicht, soms ook bij dezelfde personen.2
SSA-landen en de Afrikaanse Unie zouden de huidige voedselcrisis kunnen aangrijpen als een uitdaging om hun landbouwproductiviteit versneld te verhogenNaast de akkerbouw verdient ook de veehouderij veel aandacht. Enerzijds vanwege de belangrijke functie van de veehouderij voor de landbouwontwikkeling, want productieverhoging is het gemakkelijkst via gemengde bedrijven. Anderzijds gezien de toenemende conflicten rond de veehouderij, met name in overgangszones tussen regio’s waar de (nomadische) veehouderij resp. de akkerbouw domineren, zoals in de Sahel. Daar worden steeds meer weiden ontgonnen voor akkerbouw in plaats van de productiviteit van de bestaande akkers te verhogen. De pastorale bevolking verdient een net zo hoge politieke prioriteit als de akkerbouwers.
SSA-landen en de Afrikaanse Unie zouden de huidige voedselcrisis kunnen aangrijpen als een uitdaging om hun landbouwproductiviteit versneld te verhogen. De African Development Bank heeft al een belangrijke stap gezet met de oprichting van een African Emergency Food Production Facility die gericht is op verhoging van de landbouwproductiviteit.3
Urbanisatie
Tenslotte noemen we de rol van urbanisatie. Die verloopt in SSA sneller dan in andere continenten. In een kwart van de landen woont al meer dan 50% van de bevolking in de stad. Kampioen is Gabon, met een stedelijke bevolking van bijna 90%.
De oorzaken van urbanisatie zijn deels positief (urbane werkgelegenheid), deels negatief (armoede op het platteland). Ook de gevolgen zijn ambivalent. Ongezond zijn de slechte hygiëne en hoge infectiedruk in slums, 4 maar ook de hoge consumptie van ultrabewerkt voedsel (zowel binnenlands als geïmporteerd). Pluspunten zijn: het inkomen is in steden gemiddeld hoger dan op het platteland, de positie van de vrouw is er sterker en de fertiliteit is er lager.
Ook biedt het geclusterde arbeidsaanbod in de steden kansen voor ontwikkeling van industrie en de dienstensector. Goedkoop, geïmporteerd voedsel kan de lonen drukken en daarmee de kansen voor industrieën verbeteren, in elk geval industrieën gericht op de binnenlandse markt. Volgens de Wageningse hoogleraar Ewout Frankema zou urbanisatie zelfs, net als de landbouw, een startmotor van ontwikkeling kunnen worden. Dat staat overigens haaks op het primaat dat aan de landbouw werd toegekend door onder meer de Wereldbank5 en ontwikkelingseconomen als Marcel Timmer, John Mellor en Michael Lipton. De laatste schreef in 1977 zelfs: if you wish for industrialisation, prepare to develop agriculture.6 Inderdaad begon het succes van de Aziatische tijgers in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw met een verhoging van de productiviteit van de landbouw.7 Beide visies bevatten een kern van waarheid, maar zijn niet overal in SSA van toepassing en ze vergen nog veel discussie.
Samenvattend
- Versnelde verhoging van de productiviteit van de landbouw heeft een breed scala van voordelen: meer voedselzekerheid, meer welvaart, minder noodzaak van voedselimport, meer arbeid en geld beschikbaar voor andere sectoren, matiging van lonen en daardoor beter kansen voor industriële ontwikkeling (met name voor de Afrikaanse markt), minder ontginning van bossen en savannen en daardoor ook minder aantasting van biodiversiteit en klimaat.
- Niet elk land hoeft zelfvoorzienend in voedsel te zijn. Import van voedsel uit de regio biedt vaak een goed alternatief. Ook goedkoop voedsel van de wereldmarkt heeft voordelen, maar gaat ten koste van de binnenlandse landbouw en maakt een land extra kwetsbaar voor disrupties op de wereldmarkt, zoals we die dit jaar meemaken als gevolg van de Russische inval in Oekraïne.
- De landbouw kan voor veel landen een goede startmotor van economische ontwikkeling zijn. Dat geldt wellicht ook voor de urbanisatie.
Resteert de vraag: wat kunnen wij vanuit Nederland en Europa bijdragen aan de gewenste ontwikkelingen? Daarover gaat het volgende artikel, waarin we ook bouwstenen aandragen voor de nieuwe Afrika-strategie die het kabinet heeft aangekondigd. Ook verkennen we wat marktpartijen kunnen bijdragen.
1. World Bank, World Development Report 2008: Agriculture for Development.
2. T. Reardon et al. (2021). The processed food revolution in African food systems and the double burden of malnutrition. Global Food Security 28, 100466. https://doi.org/10.1016/j.gfs.2020.100466
3. https://www.afdb.org/sites/default/files/news_documents/african_development_bank_ group_africa_food_emergency_production_plan_summary_copy-v2.pdf. Focus: 1) Delivering certified seeds, fertilizer and extension services to 20 million farmers, using innovation as well as internet and communications technology platforms. Supporting post-harvest management and market development. 2) Providing financing and credit guarantees for the large-scale supply of fertilizer to wholesalers and aggregators. 3) Supporting policy reform facilitating modern inputs getting to farmers, including strengthening national institutions overseeing input markets.
4. SSA heeft veruit het hoogste percentage stadsbewoners die in slums leven. https://ourworldindata.org/urbanization.
5. World Bank (2008). Agriculture for Development.
6. Michael Lipton (1977). Why Poor People Stay Poor: Urban Bias in World Development.
7. David Henley (2015), Asia-Africa Development Divergence - A Question of Intent. Zed Books. London en Niek Koning, Food Security, Agricultural Policies and Economic Growth - Long Term Dynamic in the Past, present and Future, Routledge, Oxon/New York.
Op 6 december krijg je nieuwe kado-artikelen.
Als betalend lid lees je zoveel artikelen als je wilt, én je steunt Foodlog
#12 In het overheidsbeleid, onder meer vanuit de inzet van landbouwraden, zie je al wel pogingen om beide stromen te verenigen en te combineren met doelstellingen om migratie tegen te gaan. Valkuil lijkt me inderdaad om voldoende gefocust en voldoende concreet te blijven om effectief te kunnen zijn. Ik vind dit overigens een heel boeiende serie en kijk uit naar deel vier en de dialoog over Europesche en Nederlandse bijdragen
In verband met het verschil tussen het ontwikkelingsproces in Azië en Afrika zijn de volgende twee boeken van Roel van der Veen wellicht interessant:
Van der Veen, R. , 2002, Afrika. Van de Koude Oorlog naar de 21e eeuw. KIT Publishers, Amsterdam.
Van der Veen, R. , 2010, Waarom Azië rijk en machtig wordt. KIT Publishers, Amsterdam.
Voor de geïnteresseerde lezer: deze boeken worden (gedeeltelijk) besproken in:
Van Eijk, T. (2011), Achtergrond Aziatisch proces van modernisering. Civis Mundi digitaal # 3, april 2011. http://www.civismundi.nl/?p=artikel&aid=1644
Wouter v.d. Weijden en Henk Breman
ik ben nog even in de bodemdegradatieproblemen van SSA bodems gedoken en me wat verder verdiept in een manier om bodemdegradatie tegen te gaan en tegelijkertijd de bodemvruchtbaarheid op te krikken zodat er duurzamere gewas resultaten mogelijk worden.
Een zeer belangrijke manier om de bodemvruchtbaarheid te verhogen is Biochar toe te voegen aan een bodem. Zeker op zuurdere gronden werkt dat zeer goed. Die Biochar is lokaal te maken als er goede grondstoffen voor gebruikt worden. Wat meer studie daar naar zou kunnen helpen. In deze studie staan een aantal interessante verklaringen en resultaten.
#16, Joris Tielens, je kunt hier nu al in gesprek met Afrikanen, zowel met Babatunde Olarewaju (klik op zijn naam voor zijn artikelen en reacties) die hier wekelijks zijn gedachten deelt als met de bijdragen vanuit de Nigeriaanse krant Business Day, de Financial Times van Engelstalig Afrika.
Zeer interessante studie van WUR en NMI, Ton!
Er leek in 2017 al een business case te liggen. Ik denk nu nog meer, omdat fosfaat flink duurder is geworden en struviet door de EU niet meer als afvalstof wordt beschouwd.
Wel houdt het rapport rekening met culturele barrières omdat de struviet afkomstig is uit humaan rioolslib. Terecht pleit het rapport voor experimenten op kleine schaal.