De moderne landbouw zoals we die op dit moment in het Westen kennen, is het toppunt van efficiëntie als we Louise Fresco en Tiny van Boekel mogen geloven. De productie per hectare is voor de meeste gewassen hoger dan ooit en de prijzen van voedsel zijn, zeker in Nederland, historisch laag. Eieren kostten, als we voor inflatie corrigeren, altijd meer dan wat we er nu voor betalen. Het minieme rimpeltje aan het eind van de grafiek in de doorklik is de huidige voedselcrisis.

Oogklepefficiëntie
Terwijl de productie en efficiëntie per hectare en per arbeidskracht indrukwekkend zijn, valt het aantal mensen dat van een hectare landbouwgrond gevoed kan worden tegen. Redefining Agricultural Yields analyseert hoeveel er in belangrijke productielanden (VS, Brazilië, India en China) geproduceerd wordt en koppelt dat aan het gebruik van de landbouwopbrengsten in die landen. Welk deel van de opbrengst wordt door mensen opgegeten, aan dieren gevoerd of gebruikt voor biobrandstof.
De resultaten zijn verrassend. De VS heeft grootste productie per hectare (bijna 2,5 x zo hoog als India), maar voedt met die opbrengst minder mensen (5,6) dan India (5,9) en China (8,4). Dat komt omdat de VS een groot deel van zijn landbouwproductie gebruikt voor biobrandstof of opvoert aan vee, die heel inefficiënt met voer omspringen. Een varken zet maar 10 % van de opgenomen plantaardige calorieën en eiwitten om in de dierlijke tegenhangers. Waarmee de winst die geboekt is door de efficiëntie van de westerse productie volledig teniet gedaan wordt door de Westerse leefstijl.

Efficiëntie wordt beoordeeld met oogkleppen op. Aspecten als uitputting van schaarse grondstoffen, biodiversiteit en klimaatverandering worden gemakshalve buiten beschouwing gelaten, omdat ze niet in geld uit te drukken zijn en daarmee waardeloos binnen het huidige economische model. Met een modern woord noemen we dat het externaliseren van kosten, cq. van waarde die we buiten beschouwing laten omdat we andere keuzen maken. Maar zelfs als we de geëxternaliseerde kosten buiten beschouwing laten, doen we het bepaald niet geweldig.

Verslaafd aan fossiele brandstoffen
Het grootste probleem voor de toekomst van de moderne landbouw schuilt in de verslaving aan fossiele brandstoffen. In de energiewereld wordt de afkorting EROEI (Energy Return on Energy Invested) gebruikt, die de relatie aangeeft tussen de opbrengst aan energie en de energiekosten om de opbrengst te realiseren. De EROEI was 200 in de pioniersfase van de oliewinning, toen de olie de grond uitspoot en is gedaald naar 30 anno 2014. Nu de het laaghangende fruit geplukt is, wordt overstap gemaakt naar technieken als schalieolie en teerzanden, met een EROEI van 3 tot 5. Een weldenkend mens stopt uiteraard met energiewinning als hij meer energie in het winningsproces moet stoppen dan het oplevert.

De EROEI van ons eten: negatief
Met de EROEI van ons eten gaat de moderne landbouw vreemd om. Antropologen zijn met dit idee gaan stoeien en ontdekten dat jagers/verzamelaars voor elke Joule aan lichamelijke inspanning een opbrengst hadden van 5 Joule aan voedsel (EROEI=5). Zelfvoorzienende landbouwgemeenschappen halen een EROEI van 1: de opbrengst van de arbeid is genoeg om van te leven, er zijn meestal geen grote overschotten of tekorten. Eric Garza laat op de website Aisthetica zien dat de energiebeloning van de menselijke arbeid steeds verder is toegenomen door mechanisatie. Met als keerzijde dat de hoeveelheid fossiele brandstof die nodig is voor het produktieproces is geëxplodeerd. Volgens Garza* zelfs zo erg dat er tegenwoordig 15-20 Joules fossiel nodig zijn om één Joule op ons bord te krijgen, een EROEI van minder dan 0,07.

Jopie Duijnhouwer
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


jopie_EROEI


Wetenschappers van de universiteit van Michigan zijn iets minder pessimistisch en komen tot 7 Joule fossiele brandstof voor één Joule geconsumeerd voedsel. Zij analyseren het hele voedselsysteem van zaaien tot en met het moment van consumptie, en geven daarbij aan waar het meeste energieverbruik plaats vindt (zie bovenstaande afbeelding die te vinden is op pagina 41 van het gelinkte rapport). Verrassend genoeg is dat bij de consument, die goed is voor een derde van het energieverbruik. Transport, verwerking, winkel nemen de helft voor hun rekening.

Een halve kuub gas voor een kilo tomaat
De boer doet het heel aardig. Hij heeft net iets meer fossiele energie nodig dan er geoogst wordt, al zijn de verschillen groot. De G(l)astuinbouw is een negatieve uitzondering: per Joule tomaat wordt daar 40 Joule aardgas in gestopt, of 20 Joule voor de energiezuinige kas. Let wel, het gaat dan alleen om de teelt van de tomaat, die dan nog eens verpakt, gekoeld, getransporteerd en verkocht moet worden. Het nieuwste dieptepunt is de teelt van groente met LED verlichting zoals dat door Philips gepropageerd wordt en die in het verleden ook op Foodlog bejubeld werd. Dat is een systeem waarbij de gebruiker op voorhand tekent voor een EROEI van 0,05 alleen voor de verlichting van een gewas. Want hoe de efficiënt LED en Philips ook zijn, het rendement van fotosynthese van een plant is heel laag, van elke 100 Joule aan lichtenergie die je op de plant laat vallen wordt maximaal 5% omgezet in chemische energie.

Snapvermogen
Elke wietteler kan uitleggen dat een klimaatkas enorm energie-intensief is (en ook zij gebruiken de meest geavanceerde en energiezuinige technieken) en dat het de voorkeur verdient de stroom vóór de meter af te tappen. Foodlog had daar indertijd een andere mening over: wie, zoals ik, weigert te begrijpen dat dit de techniek van de toekomst is, mankeert iets aan zijn “snapvermogen”.
Erger nog, ik denk dat productieverhoging door nog meer fossiele energie in het systeem te stoppen fundamenteel fout is en ik hoop dat er nagedacht gaat worden over een voedselvoorziening die minder afhankelijk wordt van fossiele brandstof. Moeten we landen in Zuid en Zuidoost Azië en Afrika nog verder aanmoedigen om ons model te volgen? Ik zou Louise Fresco en Tiny van Boekel dan ook uit willen dagen om inderdaad verder te denken over het opvoeren van de efficiëntie. Maar dan zonder oogkleppen.

* Voor ik als Ot en Sien boer eindeloos op de vingers getikt ga worden over lokaal, bio en schaal: volgens Garza doen die het zeker niet automatisch beter. Vaak veel slechter, soms beter.

Fotocredits: Return to manure, Noordlaren, Rogiro
Dit artikel afdrukken