Het Kabinet heeft op 9 oktober 2009 besloten om de Hedwigepolder in Zeeland onder water te zetten, dit ter compensatie van de natuurschade door het op diepte brengen van de Westerschelde. Dat is een uitvloeisel van de Westerscheldeverdragen, zoals afgesproken met Vlaanderen in 2005. En die komen uiteindelijk voort uit het Verdrag van Londen uit 1839 dat de erkenning van de Belgische onafhankelijkheid regelt. Nederland verplicht zich daarin onder andere tot vrije doorgang voor de scheepvaart over de rivier.
Simpel en helder, zo lijkt het. In werkelijkheid is het niet zo éénduidig en is er sprake van een stevige machtsstrijd tussen talrijke belanghebbenden. Het gaat om ganzen, schorren, slikken, containers, baggeraars, achterkamers, politiek wisselgeld en kustverdediging.

Ieder van de betrokken partijen rond de uitdieping van de Westerschelde weet zijn of haar mening wel gestaafd door verdragen, onderzoeken, principes en politieke achtergronden. En aangezien de rapportages inmiddels zo omvangrijk en divers zijn, is het onmogelijk geworden om een alomvattend compromis te bedenken
'Gordiaanse knoop'
Ieder van de betrokken partijen rond de uitdieping van de Westerschelde weet zijn of haar mening wel gestaafd door verdragen, onderzoeken, principes en politieke achtergronden. En aangezien de rapportages inmiddels zo omvangrijk en divers zijn, is het onmogelijk geworden om een alomvattend compromis te bedenken waarin alle partijen zich min of meer kunnen vinden. “Er is een spreekwoordelijke gordiaanse knoop ontstaan die niet meer simpel valt te ontrafelen”, zo verwoordt Johan Robesin het. Hij is voorzitter van de Statenfractie van de Partij voor Zeeland, en vanaf het eerste moment mordicus tegen iedere ontpoldering.

“In Zeeland wordt al jarenlang op een onfatsoenlijke schaal landbouwgrond onttrokken. Alleen al in West Zeeuws-Vlaanderen gaat het om 1.500 hectare en het is volstrekt abnormaal om vanwege het zogeheten natuurherstel van de Westerschelde er nog eens 3.000 bij te voegen”, aldus Robesin. Zijn partij kwam bij de laatste Statenverkiezingen net 15 stemmen tekort voor 3 zetels. Slechts een kleine speler dus, maar wel één die zich stevig in de materie heeft vastgebeten.

Robesin schetst een beeld rond de discussie waaruit al snel blijkt dat het niet simpelweg om een poldertje van 300 hectare landbouwgrond gaat. De kosten van de ontpoldering bedragen volgens hem meer dan uitsluitend het verlies aan landbouwkundige waarde. De huidige eigenaar van de polder, de Brusselaar Gery De Cloedt weigert zijn landerijen prijs te geven en gaat procederen tot het uiterste. Waarschijnlijk zal het uiteindelijk uitdraaien op een onteigeningsprocedure en daarmee een kostenpost van naar schatting 50 miljoen euro [zaterdag jl. werd duidelijk dat De Cloedt de waarde van zijn polder taxeert op €800 miljoen, red] , op basis van recente vergelijkbare zaken in de regio. Daarmee zijn we er nog niet. Zo liggen er 3 verdronken dorpen, en dat vereist zorgvuldig onderzoek voordat het gebied volledig aan slik en modder wordt prijsgegeven. Bij eerdere infrastructurele werken in Zeeland heeft dat ook al tot aanzienlijke vertragingen geleid. Dus waarom zou dat nu anders kunnen. De kosten zullen nog steeds beperkt blijven, echter wel afhankelijk zijn van de vondsten.

Van heel andere orde zijn de kosten voor uitgraven, omleiden en verleggen van diverse kabels en pijpleidingen. Ingewikkelder worden de werkzaamheden die ervoor moeten zorgen dat het gebied aan de wettelijk vereiste kustverdedigingsrichtlijnen gaat voldoen. Terwijl in de Deltawet is bepaald dat de verdedigbare kustlijn zo kort mogelijk moet zijn, zal door de ontpoldering van de Hedwigepolder de lengte (iets) toenemen en zal de bestaande ringdijk als het ware landinwaarts verplaatst moeten worden. Maar goed, blijkbaar noodzakelijk voor het ontwikkelen van nieuwe natuur.

Lourens Gengler
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Noodzakelijke natuurcompensatie: geen noodzaak
Professor dr.dr. Marcel Donze, bioloog, biofysicus en emeritus hoogleraar milieutechniek aan de Technische Universiteit Delft, geldt als expert op het gebied van biologie en mariene ecologie, zoals het estuarium van de Westerschelde. Hij kijkt, zacht gezegd, met enige ironie naar de hele discussie: “Meningen en argumenten zijn volledig door elkaar verweven, en het is allemaal totaal op een emotioneel vlak beland. Dat kan heel gemakkelijk in dit geval omdat het zo´n groot complex van juridische, mileutechnische en economische aspecten beslaat. Natuurmensen wijzen daarbij naar de zielige gansjes en boeren roepen kommer en kwel over het verdwijnen van een beetje graan.”

“De keuze hangt nu helemaal af van iemands voorkeur. Mensen die extra ganzen willen, zullen natuurlijk voor ontpoldering zijn. Maar we hebben in Nederland al een ganzenplaag, dus dat heeft dus weinig nut. Naast de Hedwige ligt een klein poldertje waarvan de dijk ooit is doorgebroken. Dat is nu een gewoon scharretje geworden en met de Hedwigepolder zal hetzelfde gebeuren. We krijgen dan misschien wat extra ganzen en brakwaterdieren. Maar wie zit daarop te wachten?”, aldus de droge analyse van Donze. “Als je hier de natuur z'n gang laat gaan, dan krijg je soms iets wat je helemaal niet wilt. De natuur streeft simpelweg naar evenwicht. Kijk bijvoorbeeld naar Het land van Saeftinghe. Dat slibt langzamerhand helemaal dicht.”

Puntzak
De wens van de natuurorganisaties om steeds meer van hetzelfde te willen vergelijkt Donze met alcoholgebruik: “'De eerste borrel is lekker, de tweede te veel, en de derde is veel te weinig'. Ik heb me overigens niet verdiept in de wettelijke eisen rond noodzaak tot compensatie van natuur. Het is echter moeilijk te zeggen of we natuurwaarde verliezen als de Westerschelde hier en daar dieper wordt gemaakt. Ja, er bestaat de kans dat zand vanaf de zijkant naar binnen zakt. Daarover zijn superdikke rapporten gemaakt waar uiteindelijk niemand meer een zinnige beslissing mee kan nemen”, meent Donze. Overigens zijn er, wat hem betreft, ook bepaald geen vóórdelen voor de natuur te verwachten vanwege uitdieping.

Als grootste probleem ziet hij de toename van risico's van ongevallen vanwege grotere schepen. “De Westerschelde is een riskant water met verraderlijke bochten en stromen. Wat dat betreft, zijn de Belgen ook een beetje dom en kiezen ze niet voor de beste oplossing. Door de verdieping en de ontpoldering zal de opstuwing van water in Antwerpen toenemen. Dat is nogal logisch, want de Westerschelde is een puntzak en zo'n watermassa wordt niet zomaar afgeremd als de polder is volgelopen”, is de overtuiging van Donze.

Vijf centimeter waterstijging, is dat alles?
De mening van Donze wordt vrijwel volledig onderschreven door ir. Kees Boorsma, eigenaar van het gelijknamige ingenieursbureau met hoofdzetel in Drachten. Boorsma geeft leiding aan 70 medewerkers die werkzaam zijn op het gebied van bouw, civiele techniek, milieu en geologie.

“Vanuit passie voor mijn vakgebied en vanwege persoonlijke interesse houd ik me veelvuldig bezig met de waterhuishouding in Nederland en de veranderingen langs de kust. De ontwikkelingen omtrent de Westerschelde volg ik dan ook op de voet. Een ontpoldering heeft onmiskenbare gevolgen voor de getijbewegingen in de Westerschelde, en dus voor de veiligheid van het omliggende land. In ieder geval bestaat er geen enkele twijfel dat de waterstand in Antwerpen 5 centimeter hoger zal worden als gevolg van de ontpoldering van de Hedwige polder”, berekent Boorsma.

“De Belgen steken, wat dat betreft, hun kop behoorlijk in het zand. Hun dijken zijn niet op orde, en toch willen de Antwerpse havenbaronnen expanderen”
Voor een buitenstaander klinkt dat niet verontrustend; dat zal toch niet zomaar leiden tot enige overstroming. Volgens Boorsma is dit een duidelijke misvatting. “Vijf centimeter is relatief zeer veel, want we hebben het hier over gemiddelden. Juist de extreme situaties zijn echter van belang voor de veiligheid. We hebben voor de Nederlandse kustverdediging niet voor niets de eis van een overschrijdingsfrequentie van 1:10.000. Nu al wordt die niet overal gehaald; in Noord-Nederland, bijvoorbeeld, is er een overschrijdingskans van 1:4.000. Maar bij een verhoging in de Westerschelde met 5 cm zal die daar toenemen tot 1:2.500. En de kustverdediging van de Zeeschelde, aan Belgische kans, heeft zelfs een overschrijdingsfrequentie van 1:70, en blijft dus ver onder de Nederlandse norm. Bedenk daarbij dat in een geval van een overstroming in België, het water via de achterdeur zo het Nederlandse Zeeuws-Vlaanderen binnenstroomt.
“De Belgen steken, wat dat betreft, hun kop behoorlijk in het zand. Hun dijken zijn niet op orde, en toch willen de Antwerpse havenbaronnen expanderen”, zo analyseert Boorsma de situatie van de kustverdediging.

“Iedere rivier heeft z'n eigen natuurlijke evenwichtsdiepte en bij de Westerschelde is die 8 meter. Hoe we dat weten? Dat was de diepte die tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond, toen er jarenlang niet werd gebaggerd"
Kostbare schijnoplossing voor Antwerpen
In de discussie gaat het natuurlijk om de belangen van overslag van zeecontainers. Volgens Boorsma zal Antwerpen uiteindelijk altijd de strijd verliezen. “De uitdieping moet nu tot 13,10 meter, bij ongebonden tij, zeg maar laag water. In België praten ze nu al over een vierde verdieping tot 15 meter. Maar feitelijk blijven ze natuurlijk altijd achter bij de concurrerende havens in de regio. Rotterdam biedt al toegang tot 23 meter, en in de Eemshaven is het 17 meter. Dus Antwerpen blijft achter de feiten aanlopen. Ze hebben daar nooit een goede filosofie rond de haven ontwikkeld. In het oude verdrag van 1839 wordt gesproken over gegarandeerde vrije doorgang. Maar wat betekent dat? Toen ging het om zeilschepen die niet door legers gehinderd mochten worden. Dat is iets anders dan onbeperkt uitdiepen.”

“Iedere rivier heeft z'n eigen natuurlijke evenwichtsdiepte en bij de Westerschelde is die 8 meter. Hoe we dat weten? Dat was de diepte die tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond, toen er jarenlang niet werd gebaggerd. Koppel dat aan het gegeven dat er in het zuidelijk deel van de Noordzee onbeperkt sediment aanwezig is, dan weet je dat je tot in lengte van dagen moet blijven baggeren. Dat is natuurlijk mooi voor de twee Belgische bedrijven die daarvoor het monopolie hebben; Jan De Nul en De Meyer”, aldus Boorsma. De Jan De Nul Group is één van de grootste baggermaatschappijen ter wereld, met een omzet van ruim 2 miljard euro per jaar.

Natuurlijk zijn er alternatieven en Kees Boorsma zet ze graag op een rij. “Eigenlijk zijn er voor Antwerpen drie technische opties. In de eerste plaats het graven van een nieuw kanaal dat kan aansluiten op het bestaande tracé Gent-Terneuzen. Ook zou het mogelijk zijn om een kanaal aan te leggen naar de haven van Zeebrugge. Maar dat is al bij voorbaat politiek onhaalbaar. De derde optie is het aanleggen van een grote containerterminal aan de monding van de Westerschelde. Met kleinere schepen, per spoor, of via de weg kunnen de containers dan naar Antwerpen, of elders, worden getransporteerd”, zo legt Boorsma uit.
Het ontpolderen van de Hedwigepolder is volgens hem niet alleen zinloos, maar vooral een extra verzwakking van de kustverdediging. In zijn eerder in Spil gepresenteerde Deltaplan zou Boorsma zelfs liever de Westerschelde afsluiten met een stormvloedkering.

Voortgezet verzet tegen onnodige ‘natuurcompensatie’
Op zichzelf staat het uitdiepen van de Westerschelde los van overige activiteiten. Ongeacht of die het onder water zetten van een polder betreffen, of dat het gaat om het verplaatsen van een deel van de Antwerpse havenactiviteiten. Een feit is wel dat de verschillende belanghebbenden de zaken steeds verder met elkaar verknopen. Steeds wanneer een partij op een deelaspect moet toegeven, worden er op een ander vlak compromissen geëist. Zo maakt de Partij van Zeeland zich nog nauwelijks illusies dat de ontpoldering van de Hedwigepolder kan worden tegengehouden. Dat ligt immers al op rijksniveau. Maar door nu, achteraf, nog met bewijzen te komen dat de natuurcompensatie niet is gestoeld op harde noodzaak, noch op een door de EU opgelegde verplichting, kan in de Provinciale Staten van Zeeland druk worden uitgeoefend om te stoppen met het prijsgeven van nog meer hoogwaardige landbouwgrond.

Fractievoorzitter Robesin van de Partij van Zeeland is daarin heel stellig. Hij heeft inmiddels bovendien bewijs boven tafel gehaald dat er geen wettige reden bestaat voor zogenaamde natuurcompensatie. “In 1998 heeft Nederland in het kader van Natura 2000 het hele gebied bij de EU aangemeld met de kwalificatie: ‘in goede staat van instandhouding’. Vervolgens stelt de Zeeuwse Milieu Federatie dat de staat van de natuur in de regio niet goed is. En ook vanuit LNV komen voortdurend rapporten waarin ambtenaren toeschrijven naar een lage natuurkwaliteit. Dat staat niet in lijn met de positieve kwalificatie in 1998. Compensatie hoeft dus helemaal niet zo nodig volgens de EU”, zo stelt Robesin vast.

Niet alleen in Zeeland kijkt de meerderheid van de bevolking met argusogen naar de voortgaande ontpoldering en het verhoogde risico van overstroming dat eraan is verbonden. Aan de Belgische zijde van de grens is het niet veel anders. De burgemeester van de gemeente Kruibeke pleit om die reden voor een stormvloedkering voor de Zandvlietsluis.

Politiek gezien zijn de gebeurtenissen rond de Westerschelde en de ontpoldering zeer boeiend. Op de achtergrond speelt blijkbaar nog altijd de bijna 200 jaar oude 'strijd' tussen België en Nederland
Politieke verwikkelingen
Politiek gezien zijn de gebeurtenissen rond de Westerschelde en de ontpoldering zeer boeiend. Op de achtergrond speelt blijkbaar nog altijd de bijna 200 jaar oude 'strijd' tussen België en Nederland. Officieel bestaat dat natuurlijk niet, maar ondertussen moet blijkbaar toch steeds worden teruggevallen op het oude Verdrag van Londen uit 1839. Het laatste Westerschelde-verdrag is getekend in 2005. Eigenlijk is het een cluster van vier verdragen, onderverdeeld in: beloodsing/navigatie, natuurlijkheid, toegankelijkheid en veiligheid.

Merkwaardig is trouwens dat het Westerschelde-verdrag is gesloten tussen Nederland en Vlaanderen, terwijl (in de EU) bilaterale afspraken alleen tussen landen worden gemaakt.
Binnen de Nederlandse politiek lopen de meningsverschillen (rond ontpoldering) dwars door diverse partijen heen. In Zeeland zijn de PvdA en Groenlinks vóór, en de SGP, VVD en PvZ tegen. ChristenUnie en CDA zijn verdeeld. De SP is tegen ontpoldering, maar eveneens tegen verdieping en wil ook maar eens een fundamentele discussie over de betekenis van dat oude verdrag uit 1839.

In de landelijke politiek speelt iets soortgelijks, waarbij vooral binnen het CDA en de PvdA de meningen uiteenlopen. De Kamerleden met een sterke binding met Zeeland zitten in een spagaat: ofwel het Kabinet steunen, ofwel luisteren naar de Zeeuwse achterban. Deze tweespalt speelt vast en zeker een rol in het zwalkende beslissingsbeleid rond al dan niet ontpolderen. In 2008 concludeerde een commissie onder leiding van Ed Nijpels dat het onder water zetten van de polder de goedkoopste en effectiefste manier van natuurcompensatie zou zijn, vooral omdat Vlaanderen, volgens het Westerschelde-verdrag, de kosten draagt. Minister Verburg negeerde echter het advies van Nijpels, en koos voor het alternatieve plan van de Zeeuwse waterschappen: buitendijkse natuurgebieden aan de oevers van de Westerschelde. In de Ministerraad van 17 april 2009 werd dat besloten. Vanwege een merkwaardige ommezwaai in een rapport van de Grontmij veranderde het Kabinet van mening en besloot het op 9 oktober toch maar te ontpolderen.

Havenstrijd
Dan speelt er natuurlijk ook nog de concurrentiestrijd tussen de verschillende havens in de regio, met name Rotterdam, Antwerpen, Zeebrugge en Gent. Die is er onmiskenbaar, maar tegelijkertijd zijn de havens en de ontelbare bedrijven die daar zijn gevestigd, ook afhankelijk van elkaar. De directeur van het Rotterdamse havenbedrijf riep de afgelopen maand zelfs nog op tot meer samenwerking met Antwerpen. Hij bestrijdt dat het havenbedrijf zich op één of andere manier met de uitdieping van de Westerschelde heeft bemoeid.

De Zeeuwse Milieu Federatie(ZMF) constateert in haar rapport over de Westerschelde eveneens dat het gevaar bestaat dat de Vlaamse regering alles in het werk zal stellen om er een verdere verdieping in Nederland door te drukken. Elke kans wordt volgens de ZMF door Vlaanderen benut om op het hoogste niveau te laten merken dat verdieping absoluut noodzakelijk is. Hierbij worden steevast dossiers aan elkaar gekoppeld om Vlaamse verlangens uit te wisselen tegen Nederlandse wensen richting Vlaanderen. In 1995 is dat volgens de ZMF al gebeurd door het HSL-tracé te ruilen tegen verdere verdieping van de Westerschelde. Ook de kwestie van de IJzeren Rijn komt steeds terug op de agenda. Een dergelijke gang van zaken vinden de milieuorganisaties onacceptabel omdat die in strijd is met eerdere afspraken rond een integraal 'streefbeeld'.

Antwerpen duldt geen concessies
Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen reageerde afgelopen zomer geïrriteerd op de hernieuwde vertraging in Nederland. Men had verwacht dat met de ondertekening van de Scheldeverdragen op 20 december 2005 een einde was gekomen aan de lange weg van vertraging. Aan Vlaamse kant werd voortvarend begonnen met de baggerwerkzaamheden, maar niet in Nederland. Vervolgens ontstond hernieuwde discussie over natuurherstel, en vroeg de Raad van State om meer onderzoek.

De Antwerps havenschepen Marc Van Peel liet toen weten via de nieuwe Belgische regering druk te willen uitoefenen op Nederland. “Goed nabuurschap en wederzijds vertrouwen hebben er duidelijk niet voor kunnen zorgen dat in Nederland de eerste spade in de grond is gegaan. Gezien de economische belangen die zowel voor Antwerpen als voor Vlaanderen op het spel staan, kunnen we niet langer geduldig toekijken en afwachten. De doorkomst van grotere schepen is voor ons van cruciaal belang”, aldus Van Peel eind juli. In het najaar dreigde Antwerpen vervolgens met schadeclaims als niet voor eind 2009 zou worden begonnen met verdieping.

In verhouding gaat het ook om niks. Slechts driehonderd hectare groot. En de 50 miljoen die de ontpoldering kost, stelt niets voor in relatie tot eeuwige baggerkosten of de omzet van de Antwerpse haven
Hedwigepolder
Uit het voorgaande blijkt al dat de Hedwigepolder eigenlijk slechts een minuscuul onderdeel uitmaakt van de gehele discussie. In verhouding gaat het ook om niks. Slechts driehonderd hectare groot. En de 50 miljoen die de ontpoldering kost, stelt niets voor in relatie tot eeuwige baggerkosten of de omzet van de Antwerpse haven. Zo af en toe probeert iemand nog als argument aan te voeren dat we de grond nodig hebben voor de groeiende vraag naar voedsel in de wereld. Men verwijst onder andere naar een oproep van de FAO om terughoudend te zijn met omzetten van goede landbouwgrond in natuur. Voorlopig is dit in ieder geval bij ons een onzinnig argument, gezien de dumpprijzen in Europa voor graan en melk, als gevolg van overvoerde markten.

Voor direct betrokkenen ligt dat natuurlijk heel anders. Boeren voelen vrijwel altijd een letterlijk en figuurlijk sterke binding met hun grond, en kunnen niet begrijpen dat zoiets wordt verspild. Vandaar ook dat de Belgische eigenaar van de Hedwigepolder zich fel verzet en tot aan de Raad van State door procedeert. Volgens plan wordt daar de zaak op 18 december inhoudelijk behandeld en volgt de uitspraak eind januari 2010. Op 1 februari zal dan direct worden begonnen met baggeren, zo is de verwachting. Verder beroep is niet mogelijk. Indien de Raad van State toch beperkingen oplegt aan uitdiepen of ontpolderen, dan zal reparatiewetgeving volgen waardoor hooguit geringe vertraging ontstaat.
Bovendien zijn de Westerschelde-werken, naar het schijnt, opgenomen in de Crisis- en Herstelwet, en dat betekent dat procedures met voorrang door de bureaucratie worden behandeld. “En we hadden nou net gehoopt dat vanwege de economische crisis men minder aan kapitaalvernietiging zou doen, en dat de ontpoldering daarom zou worden voorkomen”, zegt Johan Robesin van de Partij voor Zeeland met goed gevoel voor ironie.

Hertogin Hedwigepolder; Op historische gronden
De Hertogin Hedwigepolder is een ingepolderd deel van het Verdronken Land van Saeftinghe, een natuurgebied in Zeeuws-Vlaanderen, Nederland. De naam verwijst naar Hedwige de Ligne (1877-1938), Hertogin van Arenberg, echtgenote van Engelbert IX, Hertog van Arenberg (1872-1949), een kleinzoon van Prosper Lodewijk van Arenberg. De oppervlakte bedraagt 2,99 km2. De straten in de polder dragen de namen van de hertog, de hertogin en hun drie kinderen (Engelbert, Erik en Lydia).
Het gebied was al voor de Tachtigjarige Oorlog bedijkt. Tijdens deze oorlog staken Nederlandse soldaten in 1584 om strategische redenen (inundatie) de laatste intact gebleven dijken door en verdween Saeftinghe onder water. In de zeventiende eeuw werd opnieuw begonnen met het bedijken, en in 1904 was de Hertogin Hedwigepolder het laatste op de zee veroverde gebied. De polder ligt naast de Vlaamse Prosperpolder.
(Bron: Wikipedia, de vrije encyclopedie)

Dit artikel afdrukken