Afgelopen week werd in Tallinn, Estland, een informele EU landbouwtop gehouden. Daar werd gesproken over lage prijzencrises die boeren de kop kunnen kosten en beter risicomanagement om extra kosten te vermijden. Het actuele voorbeeld van een affaire die door beter risicomanagement wellicht geheel of gedeeltelijk voorkomen had kunnen worden is de fipronilcrisis in de eiersector. Eurocommissaris voor landbouw Phil Hogan en zijn collega Vytis Andriukaytis klonken er niet vrolijk over: de EU en haar boeren staan voor een flinke uitdaging. "Er zijn geen eenvoudige oplossingen" en er zijn dus extra kosten te verwachten. Tot overmaat van ramp vertrekt ook Engeland nog eens uit de EU, zodat er jaarlijks een hap van €13 miljard niet meer de EU-pot instroomt. Britse boeren kregen maar een deel van dat geld omdat de landbouwsector in Engeland relatief klein is en het land veel voedsel van het vasteland importeert. Voor de prijs van die import moest ook betaald worden

Bij al die zorgen komt ook nog eens dat het nieuwe landbouwbeleid van Europa boeren wil laten vergroenen. Er moet ecologischer en diervriendelijker gewerkt worden. Dat kost extra geld, maar levert doorgaans onvoldoende meerprijs op om de investeringen die het vergt uit de markt te halen. De oplossing wat Nederland betreft? Onze regering wil geen subsidies meer voor iedere boer domweg omdat hij boer is, maar alleen voor de beste boeren. Voor hen moet geld uit de subsidiepotten van de EU komen. Andere landen zijn daar minder voor te porren. Zij willen een brede boerenstand in leven houden en weten dat die gelden nodig zijn om daar voor te zorgen; Nederland wil geld voor de overlevers die anderen eruit willen fietsen met 'beter zijn'. Waarom wordt duidelijk als je verder leest.

Zonder dezelfde taal geen betere betaling
In Nederland stelde SGP-kamerlid Elbert Dijkgraaf onlangs Kamervragen over de melkprijs. De boer zou meer voor zijn melk moeten krijgen dan hij nu krijgt. Dan verdient hij weer wat en kan hij investeren in de vergroening van zijn bedrijf, redeneert de christelijke politicus. Diezelfde redenering volgt Milieudefensie. De actieorganisatie startte onlangs een petitie voor een eerlijke melkprijs. Op BNR-radio zei Kees Romijn, voormalig voorzitter van LTO Melkveehouderij, sympathie te hebben voor het initiatief van Milieudefensie. "De melkprijs van de boer is over de jaren heen een vlakke lijn. Maar de kosten gaan omhoog. Dat vind ik goed aan deze actie. Dat er meer aandacht komt voor schoon, duurzaam en veilig produceren. Want dat heeft gewoon een prijs."

Lekkere Franse worst van Franse varkens, smakelijke camembert van Franse melk en koekjes met echte Franse boter met een oorsprongsgarantie brengen nu eenmaal meer op dan anonieme melkpoeder en varkenskarkassen
Maar hoe realiseer je een betere prijs als je als Nederlandse boer van vrijwel alles wat je maakt - van melk, eieren en varkens tot tomaten en paprika's - het leeuwendeel over de grens brengt? Een petitie van Nederlandse consumenten haalt buitenlandse supers niet over de streep. Die hebben zelf boeren met dezelfde wensen als Nederlandse, ze hoeven alleen kleiner percentage van hun productie over de grens kwijt te raken. Daarom werken in zulke landen nationale petities stukken beter voor boeren; op iedere honderd kunnen er aanzienlijk meer door geholpen worden. De Nederlandse boer zal daarentegen meer en meer geconfronteerd worden met het feit dat hij op een nogal dure plek voedsel maakt voor consumenten in andere landen die meer op hebben met hun eigen boeren in problemen. De betere betaling waar Dijkgraaf, Romijn en Milieudefensie voor pleiten, krijgt de boer alleen van consumenten die dezelfde taal spreken. Onze zuivel gaat voor 80% naar mensen die een andere taal spreken.

Frans voedselbeleid is een boerenbeleid
In Frankrijk zijn afgelopen juli de zogeheten Staten Generaal van de Voeding (de Etats généraux de l'alimentation) van start gegaan. Eind augustus lanceerde minister Stéphane Travert van landbouw de eerste workshops waarin de hele keten én voedingskundigen én ecologen praten over een gezonder, schoner en eerlijker geprijsd voedselsysteem. Dat land kan het regelen als het dat echt wil. Frankrijk wil in eigen huis grondstoffen kunnen maken die het verwerkt en van sterke Franse merken voorzien wil verkopen, zowel op de thuismarkt als internationaal. Dat zou best eens kunnen lukken met nog wat landbouwsubsidie voor vergroening erbij voor weer een echt helemaal Frans product - dus zonder Nederlandse melk, eieren of vlees daarin, zoals tot de dag van vandaag nog steeds gebeurt - dat wel kans heeft op exportmarkten. Lekkere Franse worst van Franse varkens, smakelijke camembert van Franse melk en koekjes met echte Franse boter met een oorsprongsgarantie brengen nu eenmaal meer op dan producten die gemaakt zijn van anonieme melkpoeder, eieren en varkenskarkassen.

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Dit wordt dan ook de Franse oplossing: maak als land je eigen grondstoffen, verwerk ze en verdien met z'n allen zo goed mogelijk aan het te exporteren eindproduct, dat ook nog eens gezonder en duurzamer mag heten. Dat moet internationaal prima meekunnen want Frankrijk kan een basisvolume maken voor 67 miljoen eigen consumenten en heeft een naam die synoniem is met lekker. Met zo'n volume kan het land de basiskosten van zijn productieapparaat dekken als het de boel goed weet aan te pakken.

Hoe het met Nederland moet in dat vergroenende systeem van landbouwsubsidies en strengere eisen is onduidelijk; wij maken veel anoniem spul zonder bijzondere waarde voor consumenten in andere landen; ook wij Nederlanders hechten niet bijzonder aan eigen product omdat het zo anoniem is. Daar komt bij dat naast Frankrijk ook de Duitsers mogelijk meer en meer zullen kiezen voor producten 'von bei uns'. Dat maakt ook hun landbouw minder kwetsbaar bij een EU-spoeling die dunner wordt en milieu- en welzijnseisen die omhoog gaan. Nederland wordt er extra kwetsbaar door. We staan bovendien extra op achterstand door de fipronilcrisis die de consument alweer vergeten is, maar die bij inkopers van voedselverwerkende en winkelbedrijven nog nadreunt omdat ze met schade, veel reuring en recalls zijn geconfronteerd. Vooral Duitsers houden van betrouwbare kwaliteit; binnen Europa verkopen we het leeuwendeel van onze productie aan Duitse bedrijven die samen 83 miljoen mensen bedienen. Als we in beide landen bijvoorbeeld 20% van hun bestaande import niet meer kwijt kunnen, zitten onze boeren flink in de penarie. Toch zijn de eerste stappen in het proces dat daartoe kan leiden deze zomer gezet. Nederland praat veel over voedselbeleid, maar heeft nog geen idee wat het voor zijn boeren betekent. Frankrijk heeft de koe bij de horens gevat en heeft het allang door; voedselbeleid is in Frankrijk vooral boerenbeleid.

De 'gifeierenaffaire' tast aan wat we nog wél dachten te hebben: een betrouwbaar en veilig imago
Nederland drukt slechts kosten
Nederlandse boeren zijn nog steeds bezig hun kostprijs zoveel mogelijk te drukken met extra hulp van zoveel mogelijk vergroeningssubsidies die in handen moeten komen van een beperkt aantal overlevende boerenbedrijven. Ze denken dat ze daarmee het gat tussen hun kostprijs en internationale markten voor anonieme producten kunnen dichten. Dat is een hachelijke strategie. De echte integrale kostprijs van bijvoorbeeld een Nederlandse melkveehouder ligt rond de 44 cent per liter. De laagste kostprijzen bepalen de wereldmarkt; ze liggen op circa 20 cent. Wie dat gat denkt te kunnen overbruggen en zo wil winnen van een strategie zoals de Fransen die ontwikkelen, heeft een harde dobber. Toch zetten niet alleen de beste boeren maar ook onze overheid daar op in. Dat is niet zo irrationeel als het lijkt. We hebben weinig tot geen alternatief. Onze landbouw is te groot voor zijn kostprijs. We hebben onvoldoende sterke merktroeven en onvoldoende basisvolume maar kunnen het teveel aan volume niet met warme hand saneren omdat dat een vorm van staatssteun zou zijn die niet is toegestaan binnen de EU. Daarom is het extra kwalijk dat die fipronil-affaire Nederland op de kaart zette als een land waarin fraudeurs lang en breed ongemerkt hun gang kunnen gaan. De 'gifeierenaffaire' tast aan wat we nog wél dachten te hebben: een betrouwbaar en veilig imago.
Dit artikel afdrukken