Tönnies slachtte vorig jaar 21 miljoen varkens en runderen en zette daarmee €6,9 miljard om. Het bedrijf maakte ook vegetarische worst en vleeswaren maar daarmee gaat het stoppen. Volgens topman Clemens Tönnies is er in Duitsland geen markt voor nepvlees, en is het bovendien niet lekker. "Ik geloof niet in deze markt", zegt hij in Welt. Daarin krijgt Tönnies gelijk van marktonderzoeksbureau GfK, dat eind vorig jaar meldde dat de omzet in vleesvervangers in Duitsland sterk terugliep. "Veel consumenten hebben de producten geprobeerd, maar het merendeel heeft het bij één keer gelaten", klonk het.

Wel groei, maar dan in vlees
Tönnies groeit gewoon door, met vlees, in Duitsland én in de export. Volgens het Duitse Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung (BLE) groeit de markt voor rundvlees de komende jaren. In 2017 gingen de Duitsers al 13% meer rundvlees eten; de rundvleesconsumptie per hoofd van de bevolking steeg naar 10 kilo gemiddeld. Reden voor Tönnies om zijn runderslachtcapaciteit te verdubbelen naar 5.000 runderen per dag. Aan varkensvlees aten de Duitsers in 2017 gemiddeld 35,8 kilo, dat is 5 kilo minder dan 10 jaar geleden. Niet getreurd, er zijn volop mogelijkheden om te groeien in bijzonder varkensvlees. Zo neemt Tönnies de modewoorden "buiten houden", "kruidenvarkens" en "Fair+Gut" in de mond, waarmee supermarktketens en boeren zich willen onderscheiden en waarvoor de consument bereid is te betalen. En uiteraard lonkt de export, naar andere Europese landen én naar Azië.

Geen vleesvervangers dus voor Tönnies. Kweekvlees dan? Nee, ook daar moet de topman niets van weten. "Ik geloof niet in laboratoriumvlees," zegt hij in Die Welt het. Zolang Clemens Tönnies de baas is, verkoopt zijn bedrijf alleen "echt en goed vlees".

'Snelgroeiende nichemarkt'
Dat klinkt wel even anders dan hier bij ons. Juist deze week kwam ABN AMRO met een rapport dat stelt dat de nichemarkt voor vleesvervangers snel groeit. De bank voorziet een groei van 6% in 2018 en van 8% in 2019. "Steeds meer consumenten zijn op zoek naar een alternatief voor vlees, vanwege gezondheids-, klimaat- of dierenwelzijnsredenen. Daarnaast neemt het aanbod toe en kunnen de nieuwe vleesvervangers op smaak en structuur beter concurreren met vlees," schrijft de bank. Het is niet meer alle dagen vlees op het bord, maar nog maar 4,8 dagen per week. Toch geven we aan vleesvervangers nog maar een schijntje uit, gemiddeld €10 per huishouden per jaar. Dat steekt schriel af tegen de €640 aan vlees en €140 aan vis, moet de bank erkennen. Alles bij elkaar is de retailwaarde van vleesvervangers nu zo'n €80 miljoen. Genoeg potentie voor groei dus, meent de bank. Tönnies laat zich niet meer verleiden tot investeringen.



Cécile Janssen
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Dit artikel afdrukken