Er hangt een drone boven de proefvelden van Bayer’s proefboerderij nabij Monheim in Duitsland. De drone is bedoeld om journalisten een warm welkom te heten op de jaarlijkse persconferentie van de landbouwtak van het bedrijf. Maar, drones spelen ook een steeds grotere rol op het proefbedrijf zelf. Met het apparaat kan bijvoorbeeld gemeten worden hoeveel onkruid er op een perceel groeit. En waar precies. De data daarover wordt vervolgens naar de tractor met gps gestuurd, waardoor de boer de hoeveelheden van zijn onkruidbestrijdingsmiddel per vierkante meter kan afstemmen. Het resultaat: een hogere opbrengst en minder middelgebruik en dus minder kosten en minder milieuvervuiling.

Miljardeninvestering
Iets verderop presenteert het bedrijf een nieuwe versie van haar app WeedScout. Maak je met deze app een foto van een onkruid of gewasziekte, dan herkent de app in veel gevallen onmiddellijk wat het is. De software geeft daarnaast advies over de bestrijding ervan. Bayer slaat de data meteen op, zodat boeren in de buurt via hun app gewaarschuwd kunnen worden als een besmettelijke ziekte uitbreekt. Al deze producten komen binnen niet al te lange tijd onder de merknaam xarvio op de markt.

Compleet nieuw zijn deze ontwikkelingen niet. Het potentieel van digitalisering en precisielandbouw lonkt al langer. Nee, hier wordt vooral duidelijk hoe de producten er precies uit gaan zien. En dat Bayer het serieus meent met digital farming. Het bedrijf presenteert zich hier als technologiebedrijf. De bestrijdingsmiddelen - veruit de belangrijkste inkomstenbron - worden slechts ergens in een hoekje gepresenteerd.

Wie de tool van Bayer gebruikt om bestrijdingsmiddelen preciezer te gebruiken, is daardoor niet gebonden aan de producten die Bayer zelf produceert. Ook met middelen van de concurrentie werkt het
Ook financieel zet het bedrijf zwaar in op digitalisering. Bayer deed verschillende grote investeringen en tot 2020 komt daar voor tenminste €200 miljoen aan nieuwe investeringen bij. Daarnaast kocht het bedrijf Monsanto, dat zelf ook al miljarden investeerde in de digitale landbouw. En zij zijn lang niet de enigen. Tractorfabrikant John Deere, de concurrenten BASF en Dupont, Bosch, allemaal investeren ze fors in de digitalisering van de landbouw. Zo kocht Dupont deze zomer Granular, een managementapplicatie voor boerderijen, voor 300 miljoen dollar. Al dit soort bedragen bij elkaar opgeteld gaat het om vele miljarden euro’s.

Nog geen duidelijk verdienmodel
De voordelen voor de boer en het milieu zijn helder. Door data te gebruiken en op een zo klein mogelijke schaal te bepalen wat er moet gebeuren en in welke hoeveelheid, kan de efficiency van de landbouw verder toenemen. Dat betekent: minder kunstmest, minder bestrijdingsmiddelen, minder milieuschade, maar wel een grotere oogst. De schattingen over hoeveel winst hiermee geboekt kan worden, lopen uiteen, maar dat er winst geboekt kan worden is duidelijk.

Stijn van Gils
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Het voordeel voor investeerders als Bayer zelf is een stuk minder evident. De nieuwe software zorgt er eerder voor dat boeren kunnen besparen op hun middelgebruik. Wie de tool van Bayer gebruikt om bestrijdingsmiddelen preciezer te gebruiken, is daardoor niet gebonden aan de producten die Bayer zelf produceert. Ook met middelen van de concurrentie werkt het. De software - Field Manager genaamd - kan daarnaast ook gebruikt worden voor kunstmest, iets wat Bayer niet eens zelf produceert. “Wij geloven meer in een open platform, waarin de boer de keuze heeft welk product hij kiest”, vertelt Mathias Cremer, directeur portfoliomanagement bij Bayer CropScience.

Voor sommige adviezen zal in de toekomst betaald moeten worden, maar hoeveel is nog onduidelijk. “Dat weten we nog niet precies. Het zou goed kunnen dat een boer over een aantal jaren geen herbicide meer bij ons koopt, maar een onkruidvrij perceel. Wij leveren daar dan de kennis en middelen voor en de boer betaalt maandelijks een bedrag”, legt Mathias Cremer uit.

“Zoiets zouden wij nooit doen”
Zeker weten doet hij dat niet. Zijn bedrijf wil, net als vele anderen, vooral niet achterlopen in de digitaliseringsstrijd en daardoor uiteindelijk de boot missen. Dit soort bedrijven willen een leidende positie in de markt voor digital agriculture, voordat een echte technologiereus als Alphabet (Google) of Amazon er serieus in stapt. Het grote geld verdienen, dat komt daarna wel, is de tendens.
Dat brengt een risico met zich mee, want: wat zou er met die data kunnen gebeuren? Cremer benadrukt dat boeren zich geen zorgen hoeven te maken om hun persoonlijk data. “Wij geloven in open platforms. Daarom bieden we ook middelen van onze concurrenten aan. En boeren blijven de baas over hun eigen persoonlijke data”, benadrukt hij.

Een hypothetisch voorbeeld: Bayer zou bijvoorbeeld data over gebieden met een hogere ziektedruk kunnen doorverkopen aan afnemers van die gewassen. De boeren in dat gebied zouden daardoor een lagere prijs kunnen krijgen
Hij heeft echter geen duidelijk antwoord over wat er exact met de data kan gebeuren. Ja, op persoonlijk niveau wordt de data niet verkocht, maar wat gebeurt er op geaggregeerd niveau? TomTom verkocht bijvoorbeeld data over plaatsen waar veel mensen te hard rijden aan de politie. Cramer maakt er een grapje over en benadrukt dat zijn bedrijf nooit persoonlijke data zou doorverkopen.

Toch dat kan voor een boer nog steeds vervelend zijn. Een hypothetisch voorbeeld: Bayer zou bijvoorbeeld data over gebieden met een hogere ziektedruk kunnen doorverkopen aan afnemers van die gewassen. De boeren in dat gebied zouden daardoor een lagere prijs kunnen krijgen. Zo ver komt het interview niet. De sfeer van het interview wordt wat ongemakkelijk. “Het spijt me heel erg, maar de tijd is om, tot ziens”, Cramer schudt vriendelijk een hand.

Boer is kritisch
Dataconsultant Anne Bruinsma, van FarmHack, begrijpt prima dat een bedrijf als Bayer zoveel geld in data stoppen, zonder dat ze precies weten wat eruit komt. “Individueel is de data van een bedrijf niets waard, maar met een grote dataset kun je veel doen. Je kunt daarmee heel gericht voorspellingen doen. Om een voorbeeld te noemen: als je van een groot aantal boeren weet wat hun oogst gaat worden, kun je daarmee speculeren op de prijs van een product. Ook weet je precies wat een boer in de toekomst nodig gaat hebben.”

De boer wacht rustig af tot de hype voorbij is en echt duidelijk wordt hoe datagedreven landbouw er echt uit komt te zien. Maar dan is hun zakelijke kans verkeken
Vanuit haar woonkamer vertelt ze bijna onafgebroken over de waarde van data. Voor boeren biedt het volgens haar kansen, maar ze vindt het ook terecht dat boeren huiverig zijn. “Wat je vaak ziet is a vendor lock in. Je gebruikt dan een aantal keer het product en vervolgens kun je er niet meer uit. Bijvoorbeeld omdat je hun systeem voor een bepaald deel van de administratie gaat gebruiken en die informatie vervolgens niet meer naar een ander systeem geëxporteerd kan worden. Een boer is dan als het ware verplicht om dat systeem te gebruiken. Je ziet dat nu al bij varkenshouders. Elke leverancier gebruikt daar een eigen infrastructuur. Dat zorgt ervoor dat als boeren een luchtwasser van het ene bedrijf aanschaffen, ze vervolgens moeilijk een ventilatorcomputer van een ander bedrijf kunnen gebruiken omdat die twee niet met elkaar communiceren.”

Liever had ze gehad dat boeren en andere partijen veel meer initiatief namen. Volgens haar staan we nu op een kruispunt. Het kan nog zo zijn dat de boeren het winnen en dat zij bijvoorbeeld data-coöperaties oprichten. “Met een groot aantal boeren samen kunnen ze dan zelf de voorwaarden bepalen. Nu wordt er afgewacht en dan komt uiteindelijk een of ander bedrijf met voorwaarden waar je al of niet mee akkoord kunt gaan. Terwijl, als je collectief je data probeert op de markt te zetten dan kun je daar echt geld aan verdienen. In Amerika is er een plek waar dat gebeurt: Farmobile. Daar verkoopt een collectief de oogst- en andere data aan verschillende partijen. Dat heeft afgelopen jaar iets van €1500 per boer opgeleverd.”

Anderen zouden meer initiatief moeten nemen
Anne Bruinsma is bang dat het niet die kant op gaat. “Nu zijn het eigenlijk alleen de grote bedrijven die investeren. Daarmee krijg je toch een bepaalde visie op het landschap: die van grotere arealen die zo efficiënt mogelijk worden bewerkt. Het kan ook heel anders. Je kunt de technologie ook gebruiken om natuurvriendelijker werken, bijvoorbeeld door in een heel kleinschalig landschap toch efficiënt te werken. Of door de grondwaterstand gerichter te beheren en alleen lager te zetten als dat ook echt nodig is. Ik zie de digitalisering van de landbouw als iets heel moois, waar je potentieel allemaal goede dingen mee kunt doen.” Maar het kan ook de andere kant op gaan: een toekomst waarbij boeren a là Uber-taxichaffeur in dienst staan van een app.

Aan de vooravond van een vorksplitsing in de digitale snelweg is het vreemd dat alleen grote multinationals zich echt op digitale landbouw storten. Boeren, milieubewegingen, kleinere partijen: allemaal hebben ze ook belang bij de ontwikkeling van de landbouw en digitalisering kan hen helpen die ontwikkeling een bepaalde richting op te sturen. Het blijkt echter dat alleen multinationals visionair genoeg zijn om er nu al serieus werk van te maken. En daarmee boeren en anderen voor voldongen feiten te stellen.

Dit artikel verscheen in de vijftiende printeditie van Vork. Via Foodlog kun je met korting een abonnement op Vork nemen.
Dit artikel afdrukken