Dit is een fijn recept voor een sinaasappeltaart van cakebeslag, die ik graag serveer als licht en fris nagerecht. De luchtige cake is doordrenkt met ingekookt sinaasappelsap dat op het laatst nog een exotische ‘touch’ krijgt die de smaak versterkt. Deze taart is niet zwaar op de maag omdat er geen boter in het cakebeslag wordt verwerkt. Ideaal als nagerecht voor herfst en winter wanneer er meestal vrij zware gerechten op tafel komen.

Tot slot krijgt de taart een fris laagje sinaasappelgelatine en wordt het oppervlak versierd met een schijf sinaasappel in het midden waaromheen kant-en-klare suikerbloempjes worden gelegd. Zonder al die versierselen is deze sinaasappeltaart natuurlijk nog steeds erg lekker, maar soms wil het oog iets meer gestreeld worden.

Benodigheden
Voor een ronde taartvorm van 24 cm doorsnede:
- 120 gram patentbloem
- 1 zakje bakpoeder (Baukje)
- 240 gram fijne suiker
- 3 eieren (M)
- 7 biologische perssinaasappels
- 2 dessertlepels sinaasappelbloesemwater
- 1 blaadje (1,6 gram) transparante gelatine (Baukje)
- suikerbloempjes voor decoratie (facultatief)

Bereiding:
Vermeng in een beslagkom patentbloem, bakpoeder en 120 gram van de suiker met elkaar. Rasp boven de beslagkom de schil af van 2 van de perssinaasappels. Klop met een handmixer een voor een de eieren door het bloemmengsel tot een soepel beslag is verkregen en de suiker is gesmolten.

Giet het beslag in een dun met olie bestreken bakvorm van siliconen (of een goed ingevette metalen bakvorm) en bak de cake in het midden van een voorverwarmde oven (180 °C) gedurende 35 minuten, of tot hij gerezen en gaar is. Een metalen spies moet er schoon in en uit gaan.

Florine Boucher
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Pers tijdens het bakken van de cake 5 van de sinaasappels uit en giet het sap via een fijnmazige zeef in een pannetje. Voeg de resterende 120 gram suiker toe en breng dit al roerend aan de kook tot de suiker is opgelost.
Kook het sap dan op halfhoog vuur in gedurende 7 minuten. Voeg vlak voor het einde van de kooktijd het sinaasappelbloesemwater toe. Giet het sap over in een litermaat en laat iets bekoelen.

Neem zodra de cake gaar is, de vorm uit de oven maar laat de cake in de vorm. Prik het oppervlak van de gloeiend hete cake rijkelijk in met een metalen of houten spies tot vrijwel onderaan zodat de cake goed en diep wordt geperforeerd maar niet tot op de bodem wordt doorboord; hoe meer gaatjes hoe beter het ingekookte sap straks in de cake kan trekken.

Lepel vervolgens het ingekookte sinaasappelsap bij kleine beetjes tegelijk over het gehele oppervlak van de cake. Gun de cake daarbij wel de tijd om het sap te absorberen. Ga zo voort tot er ongeveer een halve deciliter ingekookt sinaasappelsap resteert in de litermaat. Laat de cake hierna in de vorm afkoelen. Een deel van het sap zal zich op den duur onderin de vorm
verzamelen maar na enige tijd wordt het door de capillaire werking van de cake weer opgezogen zodat er geen sinaasappelsap meer te bespeuren is onderin de vorm.

Snijd de rand van de cake rondom met een mes los. Leg dan een bord op de de bakvorm en keer beide tezamen om. Verwijder de bakvorm. Leg vervolgens een taartschaal op de cake en keer beide nogmaals tezamen om zodat de bovenkant van de cake weer bovenkomt.

Pers de voorlaatste sinaasappel uit, zeef het sap en giet dit bij de halve deciliter resterend ingekookt sap in de litermaat. Er moet nu een hoeveelheid van 1 dl sap zijn verkregen. Week het blaadje gelatine even in koud water en knijp het uit als het soepel is geworden. Giet het sinaasappelvocht over in een pannetje en breng dit aan de kook. Laat hierin al roerend de geweekte gelatine oplossen. Zet het pannetje vervolgens in een bak met ijskoud water en laat de vloeistof onder nu en dan roeren afkoelen tot hij nét begint te geleren.

Strijk de soepele sinaasappelgelei met de achterkant van een lepel (of gebruik een kwastje) gelijkmatig uit over het oppervlak van de cake en de zijkant. Schil met een vlijmscherp mes de laatste sinaasappel en snijd in het midden dwars op de draad een dunne plak af; snijd voorzichtig het witte randje weg en leg de plak middenop de taart. Strijk er nog wat sinaasappelgelei over uit. Garneer de taart met de suikerbloempjes. Laat hem in een koele ruimte tot gebruik rusten. Een restant van de taart kan heel goed onder plasticfolie tot 3 dagen worden bewaard.

taart van florine boucher

Dit artikel afdrukken