Op www.voedingscentrum.nl geeft de knop ‘Pers’ onder meer toegang tot de ‘standpunten’ van het Voedingscentrum. Eén daarvan gaat over het slikken van extra vitamines. De eerste zin vat het standpunt van het Voedingscentrum compact samen: ‘Veruit de meeste mensen hebben geen extra vitamines en mineralen nodig en krijgen voldoende binnen door gezond te eten’. Voor een instituut dat ‘wetenschappelijke en onafhankelijke informatie’ zegt te bieden, verwacht je onderaan zo’n standpunt een bronvermelding of literatuurreferentie. Maar die ontbreekt.

De echo van dit standpunt klinkt op diverse plekken op de site, zoals in de Encyclopedie: ‘De meeste mensen hebben geen vitaminepillen nodig, want ze krijgen al voldoende vitamines binnen door gevarieerd te eten’. Ook hier weer: geen bron of referentie.

Het geluid herhaalt zich bij de mineralen: ‘De meeste mensen hebben echter geen mineralenpillen nodig, want ze krijgen al voldoende mineralen binnen door gevarieerd te eten’. Dit item sluit wel af met een aantal (relatief oude) bronnen. De jongste bron die wordt vermeld, is het rapport ‘Naar een voldoende inname van vitamines en mineralen’ dat de Gezondheidsraad in 2009 publiceerde.

Misverstand
Je kunt je afvragen of het standpunt over suppletie, en de echo’s ervan, op gespannen voet staan met de slogan ‘eerlijk over eten’ die het Voedingscentrum al jaren hanteert. En wel om verschillende redenen. Zo neemt het Voedingscentrum met de geciteerde formuleringen de binnenbocht. Veel mensen zullen het standpunt namelijk als volgt opvatten: ‘Veruit de meeste mensen hebben geen extra vitamines en mineralen nodig, want ze krijgen voldoende binnen omdat ze gezond eten’. Terwijl dit een onjuiste conclusie is.

Dit misverstand is eenvoudig te voorkomen, door het standpunt als volgt te herformuleren: ‘Veruit de meeste mensen hebben geen extra vitamines en mineralen nodig als ze voldoende binnenkrijgen door gezond te eten’. Door het woordje ‘als’ wordt duidelijker dat gezond eten een voorwaarde is voor een voldoende inname van microvoedingsstoffen.

Gert Schuitemaker
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Bij het Voedingscentrum weet men dit ook. Onder de knop ‘Vraag en antwoord’ lezen we bijvoorbeeld over extra vitamines: ‘De meeste mensen krijgen genoeg vitamines binnen als ze gevarieerd eten volgens de Schijf van Vijf’. Ook het factsheet ‘Suppletieadviezen vitamines, mineralen en spoorelementen’ bevat de nuance, maar met een andere formulering: ‘Gevarieerd eten volgens de Richtlijnen Goede Voeding levert voor vrijwel iedereen voldoende vitamines, mineralen en spoorelementen’1. Hierbij wordt overigens verwezen naar één bron: het al genoemde rapport uit 2009.

Voedselconsumptiepeiling (VCP)
Eten volgens de richtlijnen (‘Schijf van Vijf’) is voorwaarde voor een voldoende inname van voedingsstoffen. Dit roept de vraag op: hoeveel mensen doen dit daadwerkelijk? Voor het antwoord moeten we te rade gaan bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat verzamelt, in opdracht van het ministerie van VWS, sinds 1987 periodiek gegevens over de consumptie van voedsel en dranken door de Nederlandse bevolking: de zogenaamde ‘voedselconsumptiepeilingen’ (VCP’s).

Momenteel onderzoekt het RIVM de consumptie in Nederland van 1- tot 79-jarigen in de periode 2012-2016. De volledige resultaten worden eind 2018 verwacht. De tussenresultaten van de periode 2012-2014 zijn inmiddels bekend en gebaseerd op gegevens van ruim tweeduizend kinderen en volwassenen. Het RIVM heeft deze tussenresultaten uitgewerkt in rapporten, memo’s en factsheets, die in 2016 en dit jaar zijn verschenen.

Verontrustende tussenresultaten
Op de website van het Voedingscentrum zult u niet veel lezen over deze publicaties. Behalve één juichend nieuwsbericht, dat dateert van 11 oktober 2016. De inleiding: ‘Kinderen zijn 20% meer fruit gaan eten ten opzichte van 5 jaar geleden. Dat blijkt uit cijfers van de Voedselconsumptiepeiling 2012-2014. Een stijging van de fruitconsumptie is goed nieuws, want fruit levert weinig calorieën en veel voedingsstoffen.’

Echter: geen woord over verontrustende tussenresultaten, want die zijn er ook. Ook als het gaat om de consumptie van fruit. Een citaat uit een factsheet van het RIVM: ‘Slechts 15% van de volwassenen eet de aanbevolen hoeveelheid van dagelijks 200 gram groente. Eenzelfde percentage haalt de richtlijn voor fruit (200 gram fruit). Verder eet circa een op de vijftien volwassenen de aanbevolen hoeveelheid ongezouten noten van 15 gram of meer per dag. Peulvruchten staan eens in de drie weken op het menu, in plaats van wekelijks'2.

Volwassenen consumeren gemiddeld slechts 139 gram groente en 113 gram fruit per dag. Vooral volwassenen tussen 19 en 50 jaar scoren belabberd: van hen voldoet slechts zo’n 10% aan de norm voor groente en fruit. Vergeleken met de VCP van 2007-2010 zijn de mannen in deze leeftijdscategorie zelfs minder fruit gaan eten3. Een zorgelijke trend, die haaks staat op het juichbericht over de kinderen. Dit gejuich is sowieso overdreven, want ook een ruime meerderheid van de kinderen haalt nog steeds niet de fruitnorm4.

Waarom geen nieuw standpunt?
Fruit, groente, peulvruchten en noten zijn belangrijke leveranciers van microvoedingsstoffen, net als bijvoorbeeld (vette) vis. Maar veruit de meeste volwassenen krijgen er veel te weinig van binnen.
Waarom communiceert het Voedingscentrum deze ‘wetenschappelijke en onafhankelijke informatie’ niet naar haar doelgroepen: consumenten en professionals? Waarom ziet men het wetenschappelijke feit niet onder ogen: er zijn relatief weinig Nederlanders die zich optimaal voeden en alle voedingsstoffen dagelijks binnenkrijgen in de juiste verhouding.

Wij zouden het standpunt over suppletie anders formuleren, meer conform de realiteit: ‘Veruit de meeste mensen hebben extra vitamines en mineralen in de vorm van voedingssupplementen nodig, want ze krijgen niet voldoende binnen door hun eten’. Als bronnen verwijzen we naar de genoemde VCP’s, die boekdelen spreken. Maar bijvoorbeeld ook naar een wetenschappelijke publicatie uit 2012, die laat zien dat bij een groot deel van de bevolking in vier Westerse landen (inclusief Nederland) de inname van vitamines onvoldoende is om te voorzien in de dagelijkse behoefte5.

‘Vrijwel iedereen’
Het standpunt dat het Voedingscentrum uitdraagt over suppletie is ook nog op een ándere manier misleidend. Zo zouden ‘veruit de meeste mensen’ (of ‘vrijwel iedereen’, zoals het factsheet over suppletie meldt1) kunnen volstaan met gevarieerd eten volgens de Schijf van Vijf. Hieruit volgt dat slechts een kleine minderheid onvoldoende microvoedingsstoffen binnenkrijgt als ze keurig eet volgens de Schijf van Vijf.
Maar hoe groot is die minderheid precies? Daarover geeft het Voedingscentrum geen informatie. Wel wordt bij herhaling de indruk gewekt dat het om weinig mensen gaat. Op de website worden verschillende risicogroepen benoemd die tot deze minderheid behoren, en dus moeten bijslikken. We citeren uit de Encyclopedie:
- ‘Baby’s tot 3 maanden: vitamine K
- Kinderen tot 4 jaar: vitamine D
- Vrouwen die zwanger willen worden: foliumzuur
- Zwangere vrouwen: foliumzuur en D
- Ouderen: vrouwen boven de 50 jaar en mannen boven de 70 jaar: vitamine D
- Mensen met een donkere huid: vitamine D
- Mensen die weinig buiten komen: vitamine D
- Veganisten: vitamine B12’

Ruim een derde
De belangrijkste risicogroepen uit dit overzicht hebben we geprobeerd te vangen in getallen met behulp van StatLine, de elektronische databank van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Welnu: op 1 januari 2017 telde ons land 694.018 kinderen tot 4 jaar, 3.481.408 vrouwen vanaf 50 jaar en 942.719 mannen vanaf 70 jaar. Opgeteld zijn dit al 5.118.145 mensen. Er zit geen overlap tussen deze groepen.

Sommige risicogroepen zijn lastig te tellen, zoals mensen die weinig buiten komen. Bovendien overlapt deze groep (deels) met de 50- en 70-plussers. Dit geldt ook voor mensen met een donkere huid. We hebben wel een indicatie van de omvang van deze laatste groep. Zo telde ons land begin 2017 ruim twee miljoen niet-westerse allochtonen (2.173.723). Een aanzienlijk deel hiervan heeft een donkere huid.

Belangrijk is uiteraard hoe je een ‘donkere huid’ definieert. De Gezondheidsraad gebruikt de indeling van Fitzpatrick, waarbij het de huidtypen IV, V en VI beschouwt als ‘donker’. Dit betekent dat ook de getinte huid meetelt. Niet alleen landgenoten die afkomstig zijn uit Suriname (349.978) of de Nederlandse Antillen en Aruba (153.469) vallen daarmee binnen de definitie, maar ook (een groot deel van de) mensen uit Marokko (391.088) en Turkije (400.367).

Kortom: ruim vijf miljoen mensen hebben sowieso suppletie nodig, volgens het Voedingscentrum. Dat is bijna een derde van de totale bevolking (17.081.507). Tellen we bijvoorbeeld de helft van de niet-westerse allochtonen mee, dan gaat het om ruim een derde van de bevolking.

Medicijngebruikers
Daarnaast onderscheidt het Voedingscentrum ‘groepen waarvoor aanvulling met een multivitamine- of mineralensupplement wenselijk kan zijn, maar waarvoor geen officieel advies bestaat’. Genoemd worden ouderen die weinig eten, mensen die eenzijdig eten (zoals alcoholisten) en mensen die een extreem afvaldieet volgen. Om hoeveel mensen het gaat? Niemand die het weet. En ook hier is er weer een zekere overlap met eerder genoemde risicogroepen.

Dit geldt ook voor een groep die potentieel zeer omvangrijk is: mensen die bepaalde medicijnen langdurig gebruiken. Volgens het Voedingscentrum dienen zij extra vitamines of mineralen te slikken. Ze krijgen het advies hun arts te vragen welke suppletie nodig is. Volgens StatLine gebruikte in 2015 ruim de helft van de Nederlanders (66%) receptgeneesmiddelen. Eén medicijngroep springt eruit: de maagzuurremmers. In 2016 stonden er in de top-10 van meest gebruikte medicijnen twee: omeprazol (1.160.000 gebruikers) en pantoprazol (850.000 gebruikers)6. Maagzuurremmers worden veelal chronisch gebruikt, wat gepaard kan gaan met tekorten aan magnesium, vitamine B12 en ijzer7.

Al met al is het aannemelijk dat ruim een derde tot bijna de helft van de Nederlandse bevolking deel uitmaakt van één van de risicogroepen die volgens het Voedingscentrum suppletie nodig hebben
Veel meer medicijnen rechtvaardigen bij chronisch gebruik suppletie, zoals metformine dat na de diagnose diabetes type-2 vaak levenslang wordt geslikt. Het is al vanaf 1971 bekend dat dit middel bij langdurig gebruik een vitamine B12-tekort kan veroorzaken8. In 2016 slikten in ons land 685.000 mensen metformine6. Het Voedingscentrum noemt zelf de veelgebruikte bloeddrukverlagers of diuretica, die volgens de Encyclopedie kunnen leiden tot tekorten aan natrium, kalium, magnesium en zink.

Bijna de helft
Al met al is het aannemelijk dat ruim een derde tot bijna de helft van de Nederlandse bevolking deel uitmaakt van één van de risicogroepen die volgens het Voedingscentrum suppletie nodig hebben. Sommige risicogroepen die het Voedingscentrum benoemt, hebben we niet eens meegeteld: mensen die weinig buiten komen, vrouwen die zwanger zijn (of dat willen worden) en veganisten. Het is namelijk lastig hiervoor betrouwbare cijfers te vinden.

Intussen beweert het Voedingscentrum doodleuk dat ‘vrijwel iedereen’ kan volstaan met gevarieerd eten volgens de Schijf van Vijf1. Voortdurend wordt gesuggereerd dat slechts een kleine minderheid suppletie nodig heeft. Dat is niet verrassend voor een instantie die een hekel heeft aan voedingssupplementen. Maar met het bieden van ‘wetenschappelijke en onafhankelijke informatie’ heeft dat weinig meer te maken. De slogan ‘eerlijk over eten’ wordt op die manier een lachertje.

Referenties
1. Factsheet 'Suppletieadviezen vitamines, mineralen en spoorelementen', Voedingscentrum
2. Factsheet, 'Voedselconsumptie 2012-2014. Vergeleken met de Richtlijnen goede voeding 2015', RIVM, mei 2017
3. Factsheet 'Voedselconsumptie in Nederland. Wat, waar en wanneer?', RIVM, oktober 2016
4. Factsheet 'Memo Voedselconsumptie in 2012-2014. Vergeleken met de Schijf van Vijf 2016', RIVM, 18 juli 2017
5. Artikel, Br J Nutr 2012; 108(4):692-698
6. Data en feiten 2017. Het jaar 2016 in cijfers, Stichting Farmaceutische Kengetallen, augustus 2017
7. Artikel, Fit met Voeding 2015; 7:26-28
8. Artikel, Br Med J. 1971; 2(5763):685-737
Dit artikel afdrukken