De Partij van de Dieren stelde Kamervragen over onlangs gepubliceerd bewijs dat Britten ziek worden van Nederlands en Duits varkensvlees zoals dat vooral in worst is verwerkt. Dat zou wetenschappelijk vastgesteld zijn omdat alle besmette klanten van een supermarkt met een virotype van het Hepatitis-E virus (HEV) zijn besmet dat dominant voorkomt onder Duitse en Nederlandse varkens.

Overtuigend, maar te kleinschalig
Boris Hogema van Sanquin, de bloedbank van Nederland, noemt het Engelse onderzoek "overtuigend". Zijn oordeel volgt uit het feit dat het virotype waarmee de Britten zijn besmet genetisch direct te relateren valt aan het virus zoals dat onder varkens aan onze kant van de Noordzee voorkomt. “Toch zegt het niet alles”, nuanceert hij, “want het onderzoek is te kleinschalig om vast te kunnen stellen of er mogelijk ook Engelsen zijn die door Engelse varkens zijn besmet.”

Hogema werkt samen met hoogleraar Hans Zaaijer, die virale besmetting met Hepatitis-E al jaren geleden op de kaart heeft gezet als een probleem voor de bloedbanken. Hij vindt dat die met het virus besmet bloed niet aan patiënten mogen leveren en vermoedt dat varkensvlees de oorzaak is van het feit dat te veel donorbloed besmet is. Daarom laat Sanquin tegenwoordig het bloed van iedere donor testen voordat het voor medisch gebruik mag worden gebruikt. Dat kost flink wat miljoenen extra - hoeveel precies kan Hogema niet zeggen - maar de organisatie voelt zich ethisch verplicht om haar klanten gegarandeerd HEV-vrij bloed te kunnen leveren.

Professor Wim van der Poel van Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad vindt het Britse onderzoek minder overtuigend “omdat nou juist uit eerder onderzoek al gebleken is dat er ook besmettingen zijn met andere virotypen, waaronder Engelse.” Niettemin moet hij toegegeven dat Britten opvallend vaak met een virotype uit onze contreien besmet blijken. Hogema en Van der Poel blijken het eens over de feiten. "Ongeveer een kwart van de besmettingen is nog steeds door de Britse variant", reageert Hogema, "maar dat verklaart de overige driekwart niet. Om meer zekerheid te krijgen zouden vooral meer Britse varkens onderzocht moeten worden."

Van der Poel trekt het kader wat breder en legt uit dat Hepatitis-E nu eenmaal intiem met de varkenshouderij verbonden is. Het virus verspreidt zich gemakkelijk in stallen, maar komt ook voor bij wilde varkens, herten en in water. Is het dan zo gewoon, dat er niets aan de hand is?

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


“Dat wil ik zeker niet zeggen”, reageert Van der Poel. Hij verwijst naar een recent EFSA-onderzoek waarvan hij medeauteur is. Dat vermeldt 21.000 acute besmettingscases over de afgelopen 10 jaar in de EU; 28 daarvan liepen fataal af terwijl er sprake is van een vertienvoudiging van het aantal bekende HEV-gevallen. Vooral Frankrijk, Duitsland en Engeland worden getroffen. Hoewel wat minder uitgesproken dan Zaaijer en Hogema, denkt ook de EFSA dat varkensvlees een belangrijke rol speelt.

Oppassen met droge worst
Wie het virus wil vermijden moet geen rauw, halfgaar (nog roze van binnen) of onvoldoende verhit varkensvlees (70 graden, dus ook geen slow cooking) eten. Van der Poel is beslist: “als je ergens rauw of ongaar varkensvlees geserveerd krijgt, dan moet je de NVWA waarschuwen”. Ook leverworst en de populaire gedroogde varkensworsten (die gemaakt zijn van rauw en niet of onvoldoende verhit vlees) kun je beter laten staan als je tot de risicogroepen voor Hepatitis E behoort, zegt Van der Poel.
Hij pleit voor duidelijke etikettering met een waarschuwing voor risicogroepen op rauw en gedroogd aangeboden varkensproducten. Dat zijn mensen die een verminderde weerstand hebben of immuunonderdrukkers gebruiken als gevolg van een transplantatie of een overactief immuunsysteem. Een Corsicaanse worst van rauw gedroogde lever, de figatellu, blijkt zelfs zo berucht als dodelijke bron van HEV dat in Frankrijk zo’n vermelding al verplicht is voor de algehele bevolking.

Het 'onder controle' van het COV vindt Van der Poel geen gepaste uitdrukking om met de problematiek om te gaan. Om dat te bereiken zou het beter zijn als mensen die gevoelig zijn voor de gevolgen van HEV-besmetting door duidelijke etikettering op rauwe varkensvleesproducten (verwerkte producten dus, zoals bijvoorbeeld droge worst) worden gewaarschuwd. Niet eten van rauw varkensvlees is een al bestaande waarschuwing in verband met zoönosen als salmonella en streptococcus suis.


Boris Hogema (Sanquin) reageert nader op het persbericht van het COV
Het COV schrijft: “Eerder onderzoek (NVWA, Sanquin bloedbank) heeft bevestigd, dat goede verhitting van de lever als grondstof leidt tot producten, die net zo veilig zijn als andere varkensvleesproducten.” Noch de NVWA noch Sanquin hebben dit onderzocht. De NVWA en wijzelf hebben aangetoond dat HEV RNA aanwezig is in een schrikbarend percentage van de leverworst en ‘grondstoffen’ voor productie van vleesproducten. Het is wel zo dat verhitting het virus inactiveert (eerder onderzoek van anderen), maar de NVWA heeft productieprocessen opgevraagd en constateert dat de verhitting in de praktijk onvoldoende kan zijn, en dat deze producten mogelijk infectieus zijn.

Dit artikel afdrukken