Volgens Neal Gutterson raken Europese landbouwbedrijven achter bij de rest van de wereld. Gutterson is chief tech officer van het Amerikaanse bedrijf Corteva Agriscience, de agropoot van de chemiereus DowDupont die als een aparte divisie werd opgezet na de fusie tussen Dow Chemical en Dupont.

Gutterson deed zijn uitspraken tegenover het Financieele Dagblad. Hij reageert op het besluit van de EU om gene-editing wettelijk te bestempelen als genetische modificatie. Juridisch wordt de toepassing om te knippen en plakken binnen de soorteigen eigenschappen van een gewas daarmee vrijwel onmogelijk in de Unie. De krant tekende onder meer deze uitspraak op uit de mond van Gutterson: 'Van Europese boeren wordt verlangd dat ze steeds minder bestrijdingsmiddelen gebruiken', zegt hij. 'Tegelijk mogen ze niet de modernste veredelingsmethodes gebruiken. Terwijl die betere weerstand tegen ziektes opleveren. Boeren moeten wel de gereedschappen kunnen krijgen om productief en winstgevend te blijven.'

Niet alleen op het gebied van ziekte- en plaagbeheersing, maar ook op dat van de ontwikkeling van nieuwe gewassen loopt de Europese landbouw het gevaar ver achterop te raken. Het FD noteert verder: In verschillende landen, waaronder de VS, worden gewassen ontwikkeld met behulp van 'gene editing', een relatief simpele techniek om een ongewenst stukje DNA uit te schakelen of een bruikbaar stukje in te brengen. De sojaolie van Calyxt, een jong biotechbedrijf dat twee jaar geleden naar de beurs ging, is het eerste commerciële product in de VS dat hieruit voortkomt. Het bevat minder verzadigd vetzuur dan gewone sojaolie. Het ontwikkelen van dergelijke gewassen zonder gene-editing is zeer tijdrovend en zal in vele gevallen minder goed lukken.

Pas waar je echt niet meer verder kunt, moet je beslissen wat je wilt: meer techniek of je beperken?
Omdat Koppert Biological Systems zich tijdens het congres Landbouw zonder chemie - hoe dan? tot verbazing van een aantal mensen in de zaal niet zonder meer uitsprak tegen Crispr-cas9, de bekendste gene-editing techniek van dit moment, legde ik de uitspraken van Gutterson voor aan landbouwkundig ingenieur en directeur Corporate Marketing Peter Maes van Koppert Biological.

Koppert is wereldwijd bekend om zijn antagonisten, 'tegenbeestjes'. Dat kunnen sluipwespen en andere insecten zijn, maar ook bacteriën en schimmels die planten en vruchten helpen zich zoveel mogelijk preventief te verdedigen tegen plagen en ziekten. Het arsenaal van leven dat Koppert in stelling brengt moet goed kunnen samenwerken met de gewassen die veredelaars op de markt brengen.

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Eindeloos waterbedeffect
Hoe gaat Koppert Biological, dat nadrukkelijk mét in plaats van tegen de natuur wil werken, om met gene-editing? Maes vertelt me dat het potentieel van natuur wat Koppert betreft nog maar nauwelijks ontsloten is. Omdat er nog zoveel te ontdekken is, heeft daarom een systeembenadering van teelten en gewasbescherming de voorkeur. Wie al te snel ingrijpt op één aspect van een genenpakket dat opereert in een veel groter geheel kiest voor een te gemakkelijk en mogelijk zelfs riskant pad. "Je kunt het één oplossen, maar de natuur past zich aan en voor je het weet, blijf je achter de problemen aan rennen die je oplossingen creëren", zegt Maes. "Ingrijpen werkt net als drukken op een waterbed, de druk verspreidt zich en duikt ergens anders op als nieuw probleem. Dat kunnen eindeloze processen worden en dat moet je vermijden."

Toch blijkt Koppert in zijn laboratoria te onderzoeken wat het Crispr-cas is. "Maar", onderstreept Maes, "we zijn niet bezig met productontwikkeling. We willen er kennis over hebben en weten wat het inhoudt. Onze R&D afdeling verdiept zich in de technologie om de ontwikkelingen te kunnen volgen en de technologie te begrijpen."

Maes: "Wij geloven in onze missie 'partners with nature'. Dat betekent dat we alles doen wat in ons vermogen ligt om met de gegeven natuur te werken. Die biedt in al haar complexiteit een nog heel groot onbenut potentieel dat we moeten leren gebruiken. Het is te makkelijk om met brute technieken in te grijpen en via een waterbed aan nieuwe problemen afhankelijk te worden van techniek die altijd minder fijnzinnig is dan de natuur zelf om problemen op te lossen. Daarom vinden wij het van belang om te blijven partneren met de natuur en te zien wat we van haar kunnen leren. Tegelijk zien we net als Gutterson dat de wereld buiten Europa snel verandert. Daarom willen wij ook volledig op de hoogte zijn van wat gene-editing is. We zijn het aan onze stand als internationaal bedrijf verplicht om te weten en aan te tonen waar we met de kracht van kennis van de natuur betere oplossingen kunnen brengen dan met interventies die afhankelijkheid van méér techniek creëren."

Als we vanuit Europa kunnen laten zien dat we met natuur net zover kunnen komen als met techniek, bouwen als Europa aan een eigen positie
Is dat geen tweeslachtige houding? Maes: "Zo zien wij dat niet, al begrijp ik dat ik die indruk gemakkelijk kan wekken. Wij gaan uit van de kracht van de natuur en de opdracht om daar kennis van op te doen. Pas waar je echt niet meer verder kunt, moet je beslissen wat je wilt: meer techniek of je beperken? Wij kiezen voor zoveel mogelijk met de natuur doen. In dat opzicht deel ik de angst van Gutterson niet. De EU kan daar zijn sterke punt van maken. We hoeven niet het museum van de wereld te worden, maar kunnen de plek zijn waar we maximaal inzetten op werken met de natuur. Tegelijk houdt de concurrentie vanuit andere gebieden in de wereld ons scherp en kunnen we ons niet permitteren om een potje zelfgenoegzaam biologisch te gaan zitten doen. Wij hebben namelijk flinke markten te verliezen buiten Europa. Ik zie ons dus liever als het natuurlijke Evoluon van de wereld, de plek waar we nieuwe kennis van de natuur ontwikkelen, toepassen en laten zien dat het werkt. Als we vanuit Europa kunnen laten zien dat we met natuur net zover kunnen komen als met techniek, bouwen als Europa aan een eigen positie."

Te weinig experimenteerruimte
Maes houdt Crispr-cas liever af en legt de nadruk op het belang van een andere denkroute. Wie de nadruk legt op beter begrip van de natuur, kan zonder de waterbedeffecten van technische interventies mogelijk een eind verder komen. Dat vergt niet alleen een omslag in denken (zoals nu ook minister Schouten uitdrukt in haar visie op gewasbescherming) maar ook een andere manier van doen en reguleren. Aan zijn woorden over Europa als natuurlijk Evoluon voegt Maes toe: "Helaas moeten we vooral constateren dat de ruimte voor experimenteren met natuurlijke middelen in de EU voorlopig te beperkt wordt gelaten door de wetgever. Die constatering tijdens Landbouw zonder Chemie - hoe dan? onderschrijven we, hoewel we weten dat die niet door iedereen wordt onderschreven. Natuurlijk begrijpen wij ook dat er gevaarlijke natuurlijke middelen zijn, maar middelen met een laag-risico kun je als categorie herkennen en uitzonderen van zware restricties. Wij hebben in de praktijk last van de te strenge Nederlandse en Europese wettelijke kaders. Dat kan er in de toekomst - gek genoeg, want het is de wereld van Gutterson op zijn kop - toe leiden dat we onze kennis alleen elders in de wereld verder kunnen ontwikkelen. Juist op plekken dus waar de wetgever wat ons betreft te veel ruimte laat voor genetische interventietechnieken. Dat zou toch gek zijn, want we vertegenwoordigen juist een nadrukkelijk Europese houding."
Daarmee zegt Maes met zoveel woorden dat de EU toch een museaal karakter krijgt als de Unie of landen daarbinnen geen opener houding aannemen ten aanzien van kennisontwikkeling. Dat zal in de praktijk moeten gebeuren en gaat nu eenmaal altijd met een zeker risico gepaard.
Dit artikel afdrukken