Youp van ‘t Hek begon ermee. Hij noemde varkenshouders dierenHitlers. Vervolgens vergeleek Roos Vonk de bio-industrie met de holocaust. De reacties, vooral op (a)sociale media, waren niet mis. Het regende valse verwensingen, en Vonk corrigeerde zichzelf. Desondanks fulmineerde Frits Barend: 'Mijn grootouders zijn geen varkens’. En het College van Bestuur (CvB) van de Radboud Universiteit, waar Vonk hoogleraar is, vond de vergelijking onnodig en kwetsend. Vonk gaf het CvB gelijk en legitimeerde daarmee intolerantie en inperking van onze vrijheid van meningsuiting. Maar is daar eigenlijk wel een valide onderbouwing voor?

Niet kwetsend bedoeld
Kijk, een zieke patiënt ga je niet zomaar voorhouden dat er ergere dingen zijn in de wereld. En het leed van oorlogsslachtoffers bagatelliseer je niet door te zeggen dat dieren ook ongerief ervaren. Dat is kwetsend. Maar daaruit volgt geen categorisch verbod om het met elkaar te vergelijken.

Mensen passen hun meningen en opvattingen vaak aan hun belangen aan. In een recente column noemt Elma Drayer vegetariërs een 'kaste'. Zij wil Roos Vonk veroordelen, en Vonk is vegetariër, dus lijkt het woord ‘kaste’ op z’n plaats. Maar vormen alle vegetariërs nu samen een ongewenste ‘kaste’? Niet voor zover ik weet. Integendeel. Er zijn steeds meer mensen die duurzamer willen consumeren, en dat verdient aanmoediging, geen stigmatisering.

Voor de nabestaanden van de oorlog is de vergelijking kwetsend. Maar is het dat nog steeds als je bedenkt dat het helemaal niet kwetsend bedoeld is?
Net zoals Drayer 'draait' vanwege haar belang (Vonk zwart maken), zo zijn producenten en consumenten geneigd om maatschappelijke nadelen te ontkennen of te bagatelliseren. Dierenwelzijnsproblemen/dierenleed bijvoorbeeld, maar ook natuur, klimaatsverandering, volksgezondheid en het milieu zijn lange tijd ontkend/gebagatelliseerd. Dat mensen, aan beide zijden van het spectrum, hun opvattingen aanpassen aan hun belangen is misschien begrijpelijk, maar tegelijkertijd ook een groot probleem. Het debat polariseert erdoor en het maakt veel problemen hardnekkig. Om de veehouderij desondanks duurzamer te krijgen, moeten we opboksen tegen gevestigde belangen en ingesleten gewoontes. Een veehouder kan niet zomaar kantoorklerk worden en een liefhebber van vlees wordt niet zomaar veganist.

Gelukkig zien steeds meer mensen en bedrijven nu in dat het anders moet. Niet iedere wereldburger kan straks zoveel vlees eten als ie graag zou willen. Dat trekt de aarde niet. Steeds meer jongeren breken met de gewoontes van de vorige generaties. Dat is soms lastig. In dat kader wordt dierenleed in de veehouderij soms voorgesteld als holocaust. Wanneer iemand dat werkelijk van mening is, dan moet dat natuurlijk ook gezegd kunnen worden. Je wil toch niet dat mensen liegen, of zich anders voordoen dan ze zijn, alleen maar omdat ze willen verduurzamen en jij hun tempo (nog) niet kunt bijbenen? Ga er eens mee in gesprek.

m.b.m.bracke@gmail.com
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Voor de nabestaanden van de oorlog is de vergelijking kwetsend. Maar is het dat nog steeds als je bedenkt dat het helemaal niet kwetsend bedoeld is?

Drogreden
Dat weerlegt ook Rosa van Gool die beweert dat een holocaustvergelijking meer kwaad dan goed doet. Behalve vanwege de groeiende noodzaak tot verduurzaming drukt de vergelijking ons ook met de neus op de feiten: we lijken ons gezond verstand soms te verliezen vanwege onze belangen en emoties.
De Joodse gemeenschap heeft een begrijpelijk belang bij het idee dat de holocaust het ergste onrecht is uit de menselijke geschiedenis. Dat wil echter niet zeggen dat iedereen dat dan maar klakkeloos moet accepteren zonder onderbouwing.

Vergelijk dit eens met de boer die beweert dat een ingreep (d.w.z. het weghalen van een lichaamsdeel zonder verdoving) pijnloos is. Ook hierbij speelt een belang. Maar dat belang legitimeert de claim zelf niet. Integendeel. De meeste ingrepen doen vrijwel zeker behoorlijk pijn, en dit soort zaken ontkennen kan al gauw leiden tot een vertrouwensbreuk.
Het gegeven dat dieren pijn kunnen lijden maakt het irrationeel om elke vergelijking van dierenleed en mensenleed categorisch af te wijzen. Toch gebeurde dat veelvuldig. En deze drogreden heeft geleid tot merkwaardige beweringen.

Boer geen Hitler
Volgens de NVV mogen mensen wel denken dat boeren dierenHitlers zijn, als ze het maar niet zeggen. Boeren voelden zich gekwetst, maar zo hoeft het niet bedoeld te zijn. Van 't Hek gebruikte de term wellicht primair als argument om het eten van varkensvlees te ontmoedigen. Niet om boeren te beschuldigen. En een minder grote varkenssector is voor boeren wellicht onwenselijk, maar voor duurzaamheid vermoedelijk noodzakelijk. Belangrijker echter, is de inperking van vrije meningsuiting. Wat mij betreft vereist dat bereidheid je mening toe te lichten. Van ’t Hek gaf daar geen blijk van. Bovendien klopt de term dierenHitler niet. Veehouders zijn namelijk, anders dan Hitler, slechts zeer ten dele in staat om hun dieren een (nog) beter leven te geven. De consument en de politiek zijn hiervoor zonder meer mede verantwoordelijk.

Veehouders zijn namelijk, anders dan Hitler, slechts zeer ten dele in staat om hun dieren een (nog) beter leven te geven. De consument en de politiek zijn hiervoor zonder meer mede verantwoordelijk
In lijn met de neiging van boeren om dierenleed te bagatelliseren, schreef NVV boerin Alice van Drie (NRC Opinie, 24 aug.): ‘[dieren] hebben een goed leven gehad en worden op een nette manier geslacht’ (zie ook hier): ze zei niets over ingrepen, stress, ziekte, verveling, abnormaal gedrag, stalbranden, of het dierenleed op transport en in slachthuizen. Zo goed als Van Drie suggereert hebben de dieren het dus niet altijd. En wie polariseert, roept vaak polarisatie op.

Iets dergelijks speelt bij microbioloog Rosanne Hertzberger. Zij onderschat de problematiek wanneer ze suggereert dat je ook gewoon kunt zeggen dat je megastallen verwerpelijk vindt. En dat zegt ze, nota bene, nadat ze zelf kort daarvoor heeft aangegeven dat megastallen de dierenwelzijnsproblemen wel kunnen oplossen.

Volgens Frits Barend mag je de concentratiekampen wel met varkens vergelijken, maar varkens niet met concentratiekampen. Sic! Wetenschappelijk gezien is het leed van een varken niet minder dan het leed van bijv. een huishond. Een wond bij een varken is ook (stress-)fysiologisch vergelijkbaar met eenzelfde wond van een mens. Biologisch gezien zijn wij mensen gewoon dieren. Mensapen om precies te zijn. Of we dat nu (al) leuk vinden, cq ons door dat idee gekwetst voelen, of (nog) niet.

Net als Barend verwerpt Ormeling elke leed- en holocaustvergelijking omdat Hitler het Joodse volk wilde uitroeien terwijl de veehouderij juist dieren produceert. Maar ook dat is een drogreden. De holocaust zou niet plots veel minder erg zijn geweest wanneer Hitler had besloten de Joden te ‘produceren’ en te ‘consumeren’ in plaats van ze te vernietigen.

Naast 'fysiek leed' (pijn, honger, stress, verveling, etc.) is er ook leed dat niet of in veel mindere mate bij dieren voorkomt. Een verontwaardiging over onrecht bijvoorbeeld. Voor zover dergelijk leed bij dieren ontbreekt, kan het daar ook niet worden 'bijgeteld'. Maar dat betekent niet dat we dieren geen verwijtbaar onrecht kunnen aandoen. Dat hebben we m.i. wel degelijk, met name omdat we zo lang hebben weggekeken terwijl we beter konden weten.

Bovendien moeten we ook de aantallen individuen meenemen. Het aantal dieren in de intensieve veehouderij is gigantisch (miljarden), en daarmee vele malen groter dan zelfs de miljoenen oorlogsslachtoffers.

Een spreekverbod zal ook averechts werken: vaak raken mensen extra gemotiveerd om te doen wat verboden is. Daarom heb ik dit stukje ook geschreven. Ik tolereer niet nog een spreekverbod
Op basis van het bovenstaande concludeer ik dat er op de redenatie van bijna alle commentatoren wel wat aan te merken valt en dat het in principe mogelijk is om een vergelijking te maken tussen de veehouderij en de holocaust. Het is een feitelijke vraag waarbij onze wens niet de vader van de gedachte mag zijn. Om het zo objectief mogelijk af te wegen moeten we zo scherp mogelijk definiëren wat we precies vergelijken en moeten we zo zorgvuldig mogelijk redeneren (en dus drogredenen vermijden). Daarmee laat ik me overigens nadrukkelijk hier nog NIET uit over de vraag of ik zelf denk dat de twee van vergelijkbare omvang zijn. Een dergelijke vergelijking kan nodig en functioneel zijn, bijv. om duurzaamheid te stimuleren. Anderen daarbij kwetsen is onwenselijk en hopelijk tot een minimum te beperken door te benadrukken dat het niet als zodanig bedoeld is.

Spreekverbod niet wenselijk
Het opleggen van een generiek spreekverbod is onwenselijk. Het is een overtreding van de Grondwet. Het is ook niet logisch. Juist mensen die zelf geleden hebben onder intolerantie, en dat onrechtvaardig vinden (zoals ikzelf ook), zouden zichzelf niet onnodig intolerant moeten opstellen. Je wilt anderen ook niet dwingen zich anders voor te doen dan ze zijn. Een zekere integriteit is daarvoor wel een belangrijke voorwaarde: open en eerlijk zijn, en bereid om naar argumenten te luisteren. Een spreekverbod zal ook averechts werken: vaak raken mensen extra gemotiveerd om te doen wat verboden is. Daarom heb ik dit stukje ook geschreven. Ik tolereer niet nog een spreekverbod.

Spreekverboden zijn nooit duurzaam. We zouden mensen juist veel meer moeten aanmoedigen om open en eerlijk te zijn. Want integriteit is heel hard nodig voor wederzijds begrip, en voor onze verdere morele en intellectuele ontwikkeling. Voor een betere wereld dus, of misschien moet ik zeggen: voor een wereld waarin we tenminste eindelijk mens kunnen zijn.

Dierenarts en ethicus Marc Bracke is werkzaam aan een Nederlandse universiteit. Hij schreef bovenstaande tekst stuk op persoonlijke titel. Een nog uitgebreidere versie is te vinden op zijn persoonlijke website.

NASCHRIFT redactie, 5 oktober: deze draad vond zijn oorsprong in een verwijt van Marc Bracke op twitter. Foodlog zou geen gelegenheid geven tot open gesprek over de vergelijking tussen dierhouderij en de holocaust. Omdat we ons daar niet in kunnen herkennen, gaven we hem de gelegenheid deze tekst op Foodlog te plaatsen en te bespreken. Bracke volhardt in de gedachte dat hem het zwijgen wordt opgelegd, probeert andere media te bewegen daar aandacht aan te besteden en spreekt personen individueel aan om dat te doen. Wij vinden dan ook dat we die ruimte meer dan voldoende hebben geboden en vragen u hieronder niet meer te willen reageren.
Dit artikel afdrukken