André Wikkerink is varkenshouder ergens nog voorbij Doetinchem. Hij heeft een zichtstal. Dat betekent dat hij op strategische plaatsen ramen heeft geplaatst die het mogelijk maken de varkens goed te bekijken, zonder dat je de stal in hoeft. Hij ontvangt 6000-8000 bezoekers per jaar. Hij moet er dus aardig wat voor over hebben, want het kost niks om zijn zichtstal te bezoeken. André krijgt er verder niets voor. Hoewel er informatieborden staan vindt hij het ook leuk en belangrijk om de gasten te voorzien van tekst en uitleg. Maar zegt André: "Ik doe het graag, het is belangrijk voor de sector om te laten zien hoe we werken en open te zijn." Samen met zijn vrouw Helga houdt hij 200 zeugen, en op 2 km afstand de bijbehorende vleesvarkens. Bij het zeugenbedrijf gaat het om vermeerdering, het product is een vleesbig van 25 kg, de zeugen blijven, om door te gaan voor de volgende ronde van dracht en zogen. Bij de vleesvarkens worden deze 25 kg biggen (mannetjes en vrouwtjes, zg.beren en gelten in aparte groepen) verder verzorgd tot het eindproduct; vleesvarkens van meer dan honderd kilo.

We kijken door het raam naar de zeug met biggen. Met de varkenshouders verplaatsen we ons in de criticus: wat voor beeld ziet die? De zeug ligt in een soort kooi, ze kan staan en liggen, eten en drinken, maar ze kan zich niet omdraaien. Is dit 'geen leven'? 30 jaar geleden was het heel gewoon om je koe een winterlang aangebonden te laten staan. Een koe kon letterlijk geen stap verzetten. Nu we vrijloopstallen hebben vinden we achteraf bezien ook wel dat de koeien toen wat weinig bewegingsruimte hadden. Hoe kijken we over 20 jaar naar dit systeem voor de zeug? Is het dieronwaardig? Dat weet ik niet, zegt André. Dat is mogelijk. Ik verdedig niet zozeer dit systeem, wie een beter systeem weet mag het zeggen. Maar op dit moment begrijp ik heel erg goed waarom het zo is. Geef je de zeug meer bewegingsvrijheid, dan gaat dat onmiddellijk ten koste van de biggen, die dan veel meer risico lopen onder de zeug terecht te komen. Het doodliggen door de moeder is verreweg de grootste reden voor biggensterfte. Dat beperk je op deze manier. En voor mezelf is het ook veiliger, want een zogende moeder kan best vinnig uit de hoek komen. Dan vind ik het een prettig idee dat ze vaststaat, als ik in het hok moet zijn om de dieren te verzorgen.

Maar waaróm ligt die moeder haar eigen biggen dood? Is dat niet omdat ze teveel biggen heeft, of overfokt is, of een te klein hok heeft? Nee, zo ligt dat niet, vertelt André. In de biologische houderij is het aantal biggen per worp zelfs iets hoger. Daar heeft de zeug meer vrijheid om te bewegen, maar dat zorgt dan ook voor een veel groter aantal dode biggetjes. Kies je voor het welzijn van de moeder of voor het overleven van de biggen?

We gaan we naar de skybox, dat is een kijkruimte boven de stal waar de dragende zeugen gehouden worden. Hier zien we ongeveer 120 zeugen in een groepsruimte op beton. Ze rusten en kunnen rondlopen. Als ze willen eten gaan ze naar de voerautomaat, die aan de chip die ze dragen afleest of ze hun portie al op hebben. Wat er allemaal door het voer gaat is tentoongesteld in de kijkruimte: wel 20 of 30 verschillende ingrediënten. Heel vaak zijn het bijproducten, die overblijven van de humane voedselketen, of graan wat niet geschikt is voor ons brood. Een groot deel komt uit de streek, een deel zoals palmpit of soja komt van overzees.Iedere zeug heeft zo ongeveer haar eigen plek, vertelt Andre. Het is jammer dat we geen andere Beeldbusters bij ons hebben. Ik zie niets dieronwaardigs, hoewel de dragende zeugen op stro die ik ooit zag er nog een heel stuk gezelliger bijstonden. Ik zie dieren die niet bepaald luxe leven, maar goed verzorgd zijn.

Mijn interesse gaat uit naar het ondernemersverhaal. André vertelt erover, zonder enig spoor van misnoegen. Nadat de uitbreidingsplannen goedgekeurd waren verkocht de familie een aangelegen woonhuis om die plannen te kunnen financieren; de kopers van het huis werden dus de nieuwe buren. Vanzelfsprekend werd bij de verkoop melding gemaakt van de geplande uitbreiding. Toch werd later bezwaar gemaakt tegen de uitbreiding. Toen moesten de vleesvarkens onverwacht wijken. Een oplossing werd gevonden door die tak van het bedrijf te huisvesten op een andere lokatie 2 km verderop.

De ventilatoren van de stal maakten teveel lawaai volgens omwonenden. Daar zijn regels voor: na 6 keer geluidmeten werd inderdaad een 2 decibel overschrijding aangetoond. Nu is geïnvesteerd in ventilatoren die dubbele capaciteit hebben zodat ze op lagere toeren kunnen werken. Het gezoem van de ventilatoren is zo zacht, dat het overstemd wordt door het geruis van struikgewas of van het wateroverlaatje in de peilsloot verderop. Zélfs op een zwoele windstille zomeravond als de varkens veel ventilatie nodig hebben.
De volgende investering staat al op stapel. Voor 2013 moet er op de stallen een luchtwasinstallatie komen. Totale investering voor André: 200.000 euro. Wie niet de nodige aanpassingen doet, kan niet langer doorboeren. Men schat dat 25 tot 30 % van de boeren stopt. De varkensrechten worden overgenomen door collega's die de benodigde investering over meer afgeleverde dieren willen spreiden.
Bij mij buitelen de vragen over elkaar heen: Twee ton investeren zonder dat je het kan terug verdienen, kan Bruin dat trekken? Varkenshouders teerden in 2009 voor het derde jaar op rij in op hun vermogen. Overleef je 2013? En dan, hoe ga je verder? Wat zal het volgende zijn? Hoe ga je om met die onzekerheid? Worden je kinderen straks nog boer in zo'n ondernemersklimaat? Uit het antwoord van André blijkt dat hij het nuchter bekijkt:
“Nou ja, dat weet ik nog niet. Als de varkensprijs een beetje goed blijft.”

image

image
Dit artikel afdrukken