Personal Nutrition en DNA-voeding zijn hot. Of ze hun voedingskundige beloften ooit zullen kunnen waarmaken, moeten we nog afwachten. De complexiteit van daadwerkelijk op het individu en zijn hoogstpersoonlijke leven toegesneden eten vergt nogal wat data. Die moeten allemaal verzameld en geïntegreerd worden. Bovendien moet de klant ze willen delen met degene die hem adviseert en dan echt alles van hem weet.

In Israël werkt het Weizmann Instituut aan de ontwikkelingen van algoritmen; de onderzoekers Elinav en Segal beweren daarmee individuele klanten aantoonbaar gezonder te kunnen laten eten. In Nederland werkt TNO aan soortgelijke benaderingen. De Stichting Mijn Data Onze Gezondheid stimuleert mensen hun experimenten met voeding en manieren van leven met elkaar te delen; daar komen patronen uit die voor het algemeen nut te gebruiken zijn. De gedreven gezondheidstuinder Rob Baan organiseerde onlangs het eerste DNA-diner.

Het gebeurt al echt in de markt. In België is Colruyt-dochter BioPlanet met Personal Nutrition gestart. In Nederland werken Jumbo en Albert Heijn hard aan net zulke proposities. De nieuwe dokter of diëtist is een supermarkt, multinational of grote diepvriesverkoper.

Waar de supermarkt of multinational consumenten ooit zoveel mogelijk probeerden te verkopen, veranderen ze van strategie. ‘Te veel’ kan niet meer. Minder maar beter, levert straks geld op in de vorm een afgesproken gewicht en mooie bloedwaarden. Via abonnementen krijgt de consument precies wat hij nodig heeft. Uiteraard zoveel mogelijk van één aanbieder. Daar zit de financiële crux. Maar maakt dat uit? Als het een beetje wil lukken, dalen de zorgkosten, blijft de super geld verdienen en hebben de klant en ziektekostenverzekeraar een prima deal.

Een vraagje niettemin.

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Net nu leef- en eetstijl ons preventieve medicijn worden, neemt commercie de rol van de dokter en voedingsdeskundige wel heel vergaand over. De voedingsleer weet zich geen raad. Die weet zelfs nog niet of we koolhydraten nou wel of niet de duivel moeten noemen. Onderwijl nemen big data de markt over zonder zich daar zelfs maar een seconde druk over te maken. Data analisten vinden dat ze beter met gezondheid kunnen omgaan dan voedingsprofessoren. Geen Gezondheidsraad die weet wat hij terug moet zeggen.

Als voeding geen supermarktkarretje vol meer is maar m’n medicijn, wie houdt dan in de gaten of de supermarkt of multinational die ik vertrouw met mijn data wel ethisch en wetenschappelijk verantwoord bezig is?

In Utrecht wordt morgen, 6 december, het SDU/FL-congres Voedselveiligheid gehouden; daar zal bovenstaande vraagstelling aan de orde komen tijdens de onderdelen over gezondheidsclaims. Er zijn nog kaarten beschikbaar; schrijf je nu in. Deze column verscheen deze week in de printeditie van de Levensmiddelenkrant.
Dit artikel afdrukken