In alle opzichten is De Groote Voort, de thuisbasis van de Remeker-kaas, eigenzinnig te noemen. Waar groei in de melkveehouderij het credo is, besloten Jan Dirk en Irene van de Voort en hun zoon Peter hun veestapel juist met 20% te verkleinen. De koeien dragen hoornen, zij krijgen geen mais of brok en ook geen antibiotica. “De gisten, schimmels en bacteriën in de bodem zijn heel belangrijk en werken het beste op onze eigen mest”, zegt Jan Dirk Van de Voort.

Gemeengoed
Wat voor Van de Voort de normaalste zaak van de wereld is, zal in 2030 voor elke boer gemeengoed zijn, wanneer zij in een kringloop moeten werken. Dit is tevens de kern van de landbouwvisie die landbouwminister Schouten presenteerde. De Nederlandse land- en tuinbouw heeft volgens de minister een geweldige staat van dienst als het gaat om hoe efficiënt voedsel kan worden geproduceerd. "Maar hoe mooi onze resultaten ook zijn, de manier waarop we nu ons voedsel produceren, raakt steeds verder uit balans. Het gaat verder dan wat de aarde kan geven. En is niet houdbaar," aldus de minister.

Martin Scholten, directeur Animal Sciences van Wageningen UR, beaamt dit. “De grootste uitdaging waar we momenteel voor staan, is hoe we straks aan grondstoffen kunnen komen om voedsel te produceren. We moeten dus van een voortdurende verlaging van de kostprijs van producten naar een voortdurende vermindering van het verbruik van grondstoffen door een efficiëntere benutting in kringlopen.”

Reststromen
Om de groeiende wereld te kunnen voeden, moet het oude systeem van lineaire ketens worden vervangen. Door de ketens te verknopen, dient de reststroom van de ene als grondstof voor de andere keten. “Centraal bij kringlooplandbouw staat de bodem, de plek bij uitstek om de nutriëntenkringloop in de landbouw te sluiten”, legt Scholten uit. “Boeren moeten meer reststromen terugbrengen in de bodem om daarmee de organische stof en bodemvruchtbaarheid te verbeteren."

Vaak doet de agrarische sector al nuttige dingen met reststromen, maar het kan nog veel beter volgens de forumdeelnemers. “Het denken rond mest is altijd geweest om het milieuprobleem van de afvalstroom mest op te lossen,” verklaart Scholten. “Maar als je van mest een hoogwaardiger product wil maken die gebruikt kan worden als grondstof voor andere producties, dan kom je ook op andere technologieën voor mestverwerking. Jan Dirk beschouwt bijvoorbeeld mest als een van zijn producten en besteedt daar aandacht aan."

Jessica Scheffer
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


“Het denken rond mest is altijd geweest om het milieuprobleem van de afvalstroom mest op te lossen. Maar als je van mest een hoogwaardiger product wil maken die gebruikt kan worden als grondstof voor andere producties, dan kom je ook op andere technologieën voor mestverwerking"
“De kalverensector is een enorme voorloper binnen de kringloopsector, dit was de eerste sector waar men anders naar mest ging kijken”, vertelt Jos Eringfeld, directeur Bedrijven bij Rabobank Gelderse Vallei. “Dit is al begonnen met de melkpoeder dat gemaakt is van een restproduct van kaas. Daarnaast is men ook anders gaan anders gaan kijken naar mest in de mogelijkheden die het kan opleveren. Ik ken bedrijven die daar al een tijdje mee bezig zijn, waarbij de stallen zo zijn ingericht dat als er mest inkomt, het meteen wordt afgevoerd zodat het verwerkt en vergist kan worden.”

Verdienmodel
Kringlooplandbouw gaat uit van zo efficiënt mogelijk gebruik van grondstoffen, en niet van zo efficiënt mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Dat is volgens Evert Hein Schuiteman, directeur van Schuiteman Corporate Finance, een omslag in het denken. “Het is terug naar de basis. Deze transitie vraagt veel van boeren en tuinders. Een essentieel onderdeel voor het succes van kringlooplandbouw is een goed verdienmodel.”

“De boeren moeten een eerlijke prijs verdienen als ze duurzaam werken”, vult Steven van Westreenen, directeur van VanWestreenen aan. “Zonder goed verdienmodel is de sector immers niet in staat de gewenste omslag te maken.”

Inspireren
Als het voor boeren en tuinders mogelijk is om samen op te trekken in de keten, staan ze sterker en kunnen ze een betere prijs afdwingen. “Als je iets in het buitengebied voor elkaar wilt krijgen, moet je het met elkaar doen”, meent Gerard van Santen, directeur van O-Gen.

Volgens Scholten biedt de Gelderse Vallei de perfecte locatie om samen stappen richting een circulaire landbouw te zetten. “De Gelderse Vallei is een plek die omsloten is door de natuur en waar collectieven zijn. Bovendien is het een plek waarin de regering wil mee investeren in een transitie van de landbouw. En voor WUR en Aeres is het de achtertuin, dus een prachtig proefgebied voor studenten en onderzoekers. We moeten echter wel durven concrete stappen te zetten, van elkaar leren en elkaar inspireren.”

Eringfeld beaamt dit: “Als het ergens kan, dan is het hier. Je hebt in deze regio onder andere pluimvee, melkveehouderij, de kalversector en akkerbouw. Je vindt hier meer diversiteit dan in welke andere regio dan ook. Bovendien zit hier innovatiekracht en ondernemerschap. Je zou veel meer bijeenkomsten moeten organiseren om kennis over te dragen en elkaar te inspireren. Om die reden heeft de Rabobank de Circular Economy Challenge opgezet. Circulair ondernemen vraagt van ondernemers om anders te denken, over de grenzen van het eigen bedrijf heen te kijken en samen te werken. Zo ontstaan nieuwe ideeën en businessmodellen. Met de Circular Economy Challenge zetten we regionaal in om ondernemers te helpen bij de ontwikkeling naar circulair ondernemerschap.” “Ergens mis ik de gezamenlijke ambitie”, vult Van Santen aan. “We moeten met z’n allen zeggen: ‘We nemen geen genoegen met de elfde plek, alleen een gouden medaille is goed genoeg.’ Binnen dit gebied met onze gebiedscoöperatie hebben we wel een platform om dit mogelijk te maken.”

"Boeren moeten zelf het nut zien van het verbruiken van minder energie en resten, zoals voedsel en mest, beter benutten. Een meer dwangmatige vorm door middel van allerlei regelgeving is niet de oplossing”
Regelgeving
Het huidige landbouwsysteem van lineaire productie is volgens Scholten aan zijn einde. Het kan geen oplossingen meer bieden voor de uitdagingen rond grondstoffen, milieu, natuur en klimaat. Daarnaast mist de landbouw differentiatie en variatie, waardoor de economische opbrengst niet verder valt te verbeteren. “We moeten veel meer kansen creëren. Het feit dat er een transitie komt, is allang geen discussie meer. Ik mis de collectiviteit waarbij iedereen zegt ‘we gaan het doen in dit gebied’. Om alles voor elkaar te krijgen is een richting aangeven niet voldoende.”

“Het moet vanuit de sectoren zelf komen”, vindt ook Eringfeld. “Boeren moeten zelf het nut zien van het verbruiken van minder energie en resten, zoals voedsel en mest, beter benutten. Een meer dwangmatige vorm door middel van allerlei regelgeving is niet de oplossing.”

Kippenboeren
Wanneer het over kringlooplandbouw gaat, wordt er veelal over koeienboeren gesproken. Toch kunnen de kippenboeren ook met de kringlooplandbouw aan de slag, menen de forumdeelnemers. “Ook deze boeren beseffen dat het recht toe recht aan, oftewel het grootschalige, een keer ophoudt. Het is bovendien niet langer meer concurrerend”, zegt Van de Voort. 

“Het Oerei is een mooi voorbeeld van hoe het ook kan”, reageert Scholten. “Deze kip krijgt voer met insecten die op plantenresten zijn gekweekt. Dankzij de eiwitrijke insecten die gevoed zijn met groente- en fruitresten is er geen soja of mais van de andere kant van de wereld meer nodig.”

Van Westreenen noemt Kipster als voorbeeld. “De kippen in dit concept worden gevoerd met resten van bakkerijen. Ook kippenboeren kunnen proberen aan de slag te gaan met natuurinclusief of duurzaam boeren. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar het type stal, het voer of zonnecollectoren laten plaatsen. Deze sector kan zo proberen nog beter kippen te gaan houden.”

Levensstandaard
Consumenten hebben veel ideeën over hoe voedsel moet worden geproduceerd. Ze stellen hoge eisen volgens Scholten. “Mensen zijn bereid om iets waar ze de waarde van inzien ook te kopen”, verklaart hij. Een mooi product uit een prachtig boerenlandschap met een goed verhaal, daar komen mensen beslist op af.”

Ook bij Remeker zien zij dit. “De manier waarop wij werken spreekt veel mensen aan”, concludeert Van de Voort. “Toch is het vooral de smaak waar mensen voor betalen. Hoe wij produceren, zien wij terug in de kaas en dat betaalt zich dubbel en dwars uit.”

Dit artikel verscheen recent in Vallei Business, een uitgave van Van Munster Media.

gesprekspartners kringlooplandbouw de groote voort
Fotocredits: Joost Franken voor Vallei Business


Deelnemers forum
Voorzitter: Arnoud Leerling
Martin Scholten, algemeen directeur Animal Sciences, Wageningen UR. Hij is alumnus van de Vrije Universiteit Amsterdam waar hij is opgeleid tot ecoloog. Na een loopbaan bij TNO is Scholten bij WUR terecht gekomen als directeur visserijonderzoek. Inmiddels is hij al weer tien jaar eindverantwoordelijk voor de Animal Sciences, met een eigen kijk op de toekomst van de veehouderij. Hij heeft zich ontpopt als pleitbezorger voor de kringlooplandbouw.
Jan Dirk Van de Voort, Boerderij De Groote Voort / Remeker kaas. De Groote Voort is een toonaangevend bedrijf met een eigen kaas, Remeker. Alles op het biologisch bedrijf met Jerseykoeien is geënt op smaak, van het grondgebruik, huisvesting, voeding tot kaaskorst. Jan Dirk, Irene en Peter van de Voort hebben met hun kaas een sterke positie in de markt veroverd.
Steven van Westreenen, directeur VanWestreenen adviseurs voor het buitengebied. Van Westreenen adviseurs is sinds 1995 als onafhankelijk adviesbureau gespecialiseerd in de agrarische milieu-, bouw- en ruimtelijke ordeningswetgeving. Vanuit de kantoren in Barneveld en Lichtenvoorde helpt het bedrijf ondernemers in het buitengebied door de wirwar van wetten en regels.
Evert Hein Schuiteman, directeur Schuiteman Corporate Finance. Schuiteman Accountants adviseert agrarische ondernemers op financieel gebied. Met vestigingen in Ede, Veenendaal, Barneveld, Nijkerk, Harderwijk en Huizen heeft het bedrijf veel ondernemers in de Valleiregio binnen bereik.
Gerard van Santen, directeur O-Gen. Gebiedscoöperatie O-gen is een organisatie waarbinnen overheden, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen, bedrijven, ondernemers en particulieren samenwerken aan de ontwikkeling van het landelijk gebied in de Vallei, Heuvelrug en Kromme Rijnstreek. O-gen is met haar leden volop bezig met uitvoering van projecten voor kringlooplandbouw.
Jos Eringfeld, directeur Bedrijven Rabobank Gelderse Vallei. Rabobank Gelderse Vallei richt zich dit jaar samen met Rabobank Vallei en Rijn op circulair ondernemen, onder meer door de organisatie van de Circular Economy Challenge.

Dit artikel afdrukken