Wie het nieuws over de Nederlandse melkveehouderij probeert te volgen, concludeert vermoedelijk dat zich een soap ontrolt. Een onontwarbare kluwen van onderling verdeelde boeren, politiek, wettelijke kaders, juristen geven om beurten en soms allemaal tegelijk een steeds verbazingwekkender draai aan het lot van de boer. Op Foodlog is inmiddels veel discussie langsgekomen over oorzaak en gevolg, het proces, gebrek aan regie, gebrek aan visie en de vraag wie verantwoordelijk is voor de ontstane situatie. Veel van wat gezegd is, klopt. Het voortschrijdend inzicht hobbelt voortdurend achter de werkelijkheid aan. Dit voortslepende dossier nadert nu de apotheose in de strijd om de zogeheten ‘derogatie'. Die kan goed maar ook helemaal verkeerd aflopen.
Waar gaat het nou eigenlijk over? Waarom is het een dubbeltje op zijn kant en hoe kun je die situatie veranderen?

Wat is ‘derogatie’?
De derogatie geeft Nederlandse melkveehouders met minimaal 80% grasland op het bedrijf het recht om méér dierlijke mest (‘derogatie’ betekent ‘uitzondering’) gebruiken dan de Europese richtlijn (uit 1991) toestaat. Een middelvoorschrift (de hoeveelheid dierlijke mest die maximaal gebruikt mag worden, uitgedrukt in 170 kg stikstof/ha) om aan een doel (max 50 mg nitraat in het grondwater) te voldoen. Als randvoorwaarde voor deze uitzondering is opgenomen dat alle dierlijke poep in Nederland bij elkaar opgeteld de 172,9 miljoen kg fosfaat niet mag overschrijden. Dat heet het fosfaatplafond, dat als een soort aanhangsel aan de stikstofrichtlijn is gehangen. Officieel dient het om het mestoverschot te beperken en een rem te zetten om de verleiding om met mest te frauderen. De regelgever heeft nu immers twee boekhoudkundige maten om boeren te controleren, zodat het voor hen moeilijker wordt om een paar karrevrachten mest van het erf te laten verdwijnen. Fosfaat komt immers via het voer in de koe, wordt geadministreerd en kan niet zomaar in het niets van een mooie maandagmiddag oplossen. Volgens complotdenkers is het plafond ingesteld om het onstuimig producerende Nederland als belangrijke exporteur en concurrent van agrarische producten binnen de EU in toom te houden.

Verspilling van jewelste
Nederlandse boeren hebben de richtlijn altijd betwist. In eerste instantie vanwege de simpele reden dat de meeste boerenbedrijven meer mest op het bedrijf produceren dan binnen die richtlijn op eigen land gebruikt kan worden. Afvoeren van mest kost geld omdat we nu eenmaal niet alleen dichtbevolkt zijn met mensen maar ook met dieren. Daarnaast is het raar dat boeren organische - het technische woord voor dierlijke - mest moeten afvoeren maar tegelijkertijd wel kunstmest mogen gebruiken. Dat is immers heel onduurzaam. Kunstmest komt uit eindige fosfor- en kalimijnen, terwijl stikstof met heel veel fossiele energiekosten uit de lucht wordt gewonnen. Een verspilling dus van jewelste. Dat is het gevolg van het uitgangspunt van de Europese nitraatrichtlijn. Die gaat uit van de gedachte dat de stikstof uit kunstmest nagenoeg volledig benut kan worden en die uit organische mest maar ten dele. Het onbenutte gedeelte zou dan vervolgens in het grondwater terechtkomen en dat willen we voorkomen.

Derogatie wordt nog steeds gezien als een ontheffing voor regio's waar op bedrijfsniveau een overschot aan mest wordt geproduceerd. Ondertussen heeft vanuit duurzaam bodemgebruik geredeneerd een kanteling plaatsgevonden. Die zorgt er de facto voor dat de derogatie fundamenteel moet worden heruitgevonden. Van een (overigens tijdelijk) mestgericht beleid (om overschotten en gesleep te voorkomen) moet de derogatie naar een bodemgericht beleid dat het gebruik van kunstmest terugdringt
Van mest- naar bodemgericht beleid
Ondertussen maken we in Nederland sinds 2006 gebruik van derogatie en is het vergezicht gericht op behoud vanuit dr vanzelfsprekendheid dat wij daar goed onderbouwd recht op hebben. Maar het is een gunst. Op gangbare landbouwbedrijven die gebruik maken van derogatie voldoet de grondwaterkwaliteit aan de Europese doelstelling. Op bedrijven met minder dan 80% grasland, die geen derogatie hebben, zie je zelfs in buitenlandse regio’s die weinig dierlijke mest hebben dat het een hele opgave is om de doelstelling te behalen. Dat is het gevolg van een tekort aan dierlijke mest en dus het gebruik van kunstmest. Daarom hebben landen als Frankrijk en Duitsland hun derogatie ingeleverd. Daar is de verhouding dierlijke mest en beschikbaar land doorgaans omgekeerd aan de Nederlandse. Zij hebben een tekort aan mest, maar het lukt hen prima om de mest regionaal te verdelen om toch een zo goed mogelijk bodembeheer te creëren.

Na 30 jaren Nederlands mestbeleid waarin telkens volgens de kaasschaafmethode het mestgebruik naar beneden is bijgesteld zien we dat de methodiek is uitgewerkt zonder het gewenste resultaat. Ik denk dan ook dat het huidige mestbeleid geen perspectief meer biedt voor de lange termijn. Bodems verschralen en verliezen hun productieve vermogen, terwijl bovendien de nitraatdoelstelling op zand- en löss gronden niet wordt gehaald door het gebruik van kunstmest. Daarom is het de hoogste tijd voor een nieuw gebruik van de derogatie.

Jos Verstraten
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Derogatie wordt nog steeds gezien als een ontheffing voor regio's waar op bedrijfsniveau een overschot aan mest wordt geproduceerd. Ondertussen heeft vanuit duurzaam bodemgebruik geredeneerd een kanteling plaatsgevonden. Die zorgt er de facto voor dat de derogatie fundamenteel moet worden heruitgevonden. Van een (overigens tijdelijk) mestgericht beleid (om overschotten en gesleep te voorkomen) moet de derogatie naar een bodemgericht beleid dat het gebruik van kunstmest terugdringt

Circulaire productie
Wie meer organische mest gebruikt, bespaart niet alleen kosten door te besparen op de afvoer van mest en de aankoop van kunstmest maar voedt ook de bodem én houdt die tegelijkertijd productiever en gezonder. Gras en organische mest zorgen voor opbouw en aanvoer van organische stof, de basis voor een gezonde bodem. Met op het eigen bedrijf of in nabijheid aanwezige bronnen houdt de boer zijn kringloop kort. Daarom pleit ik voor circulaire productie, minder transport van dierlijke mest en zoveel mogelijk vermijden van kunstmest. Koeiendrijfmest is goed voor het land, stromest nog veel beter. Daarentegen is kunstmest net als suiker: in beperkte hoeveelheden past het als aanjager maar het voegt niets voedends toe.

Stop met uitmergelen
Kunstmest voedt de bodem niet, maar gaat direct naar de plant. Het werkt verslavend en daardoor verschralend. Het mergelt de grond uit. Een goed gevoede bodem is daarentegen weerbaar, kan wat CO2 vastleggen. Planten op een organisch bemeste bodem zijn minder ziektegevoelig en hebben minder pesticiden nodig. Bovendien verbetert de waterhuishouding en neemt de soortenrijkdom van levende organismen - de biodiversiteit dus - neemt toe. Dat zijn tal van voordelen, die passen in een betere samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers. Een nieuw fundament onder derogatie zal in Nederland de akkerbouw minder afhankelijk maken van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.

Voer de juiste discussie met Brussel
Zo'n fundamentele herijking van de derogatie draagt daarom bij aan een maatschappelijk opgave: zuinig omgaan met onze energie en natuurlijke hulpbronnen. De verduurzaming van onze voedselproductie zou dan ook de inzet moeten zijn van de discussie met Brussel over het belang van de derogatie voor Nederland. De discussie gaat nu echter over ‘behoud tot elke prijs’ en wordt gevoerd vanuit juridische en politieke haarkloverij die een groot risico met zich meebrengen: Brussel blijft Nederland zien als een land dat graag zoveel mogelijk mest wil kunnen blijven produceren. Bijzaken zijn tot hoofdzaak geworden en zorgen voor dat imago. Dat levert een slagveld op met alleen maar verliezers.

Focus op een duurzame, bodemgerichte derogatie. Een kundig staatsman moet dat kunnen
In de Nederlandse context kan een volledig heringerichte derogatie een bij uitstek geschikt wettelijk én politiek instrument zijn om boerengedrag te sturen op duurzaamheid en draagvlak voor impopulaire maatregelen te krijgen. Wij boeren zullen moeten krimpen, maar willen dat niet. Nog steeds zetten we onze stallen voller, terwijl er juist koeien uit moeten. Omdat ze dolgraag hun derogatie willen houden zijn boeren echter voor krimp te winnen als ze hun derogatie mogen behouden. Dat was woensdagavond te merken in de IJsselhallen toen de boeren Martijn van Dam in hun armen sloten als hij maar die derogatie in Brussel zou regelen. Brussel zou de derogatie alleen mogen toekennen als we overtuigend laten zien dat het ons echt om duurzaamheid gaat . Wie die twee weet te combineren, is een behendig politicus die ook nog eens het goede doet voor de duurzaamheid van de landbouw. Stop het geklets over neutels en 'ingrepen', pak het vraagstuk vanuit de essentie aan en win daarmee iedereen voor je. Die uitdaging leg ik dan ook graag aan staatssecretaris Martijn van Dam voor. Het is geen geringe uitdaging, want het vergt een gepassioneerd betoog dat formele regeltjes weer terugbrengt tot de essentie: waar gaat het eigenlijk over? Focus op een duurzame, bodemgerichte derogatie. Een kundig staatsman moet dat kunnen.
Dit artikel afdrukken