Midden deze maand komt op het ministerie van LNV het zogenaamde Consumentenplatform bijeen om daar te praten over de toekomst van eiwitten.

Hans Schepers van Wageningen Universiteit en Research Center suggereerde de redactie om voorafgaand aan die discussie op foodlog.nl een gesloten debat onder enkele zgn. kennisdragers en meer dan gemiddeld geinformeerde mensen te organiseren rond de vraag hoe we in de toekomst in onze eiwitbehoefte – die we nu voor een belangrijk deel uit dieren halen – kunnen voorzien.

Als gevolg van de economische groei in het Verre Oosten en Zuid-Amerika zal de vraag naar vlees waarschijnlijk zo explosief stijgen dat de aarde niet zonder meer aan de productie ervan kan voldoen. In dat geval zullen alternatieven moeten worden gezocht in plantaardige eiwitbronnen en dierlijke bronnen die een kilo plant in meer vlees weten om te zetten dan de huidige. Onderstaand twee teksten. Hans Schepers lanceert enkele stellingen om het debat te openen.

Professor Lucas Reijnders (Universiteit van Amsterdam) geeft op basis van enkele milieufeiten aan dat minder vlees het milieu spaart.

NB: in dit debat kunnen alleen genodigden reageren. Het loopt t/m 14 september.


Eiwittransitie of eiwitstagnatie?
– Hans Schepers

Voedsel levert energie en bouwstoffen voor het lichaam. Koolhydraten en vetten leveren vooral de energie. Eiwitten en een aantal zgn. essentiële vetten fungeren als bouwstof. In ons dagelijkse Westerse modeldieet zit ca 100 gram eiwit. In volgorde van belangrijkheid halen we daarvan ca. 35% uit vlees en de rest uit graanproducten, zuivel en groente. (Amerikaanse) vegetariërs halen 70% van hun eiwitbehoefte uit brood en zuivel. Bij een gelijke inname van energie als mensen die wel vlees op het menu zetten, blijken zij met 20% minder eiwit toe te kunnen.

Vlees levert eiwit in geconcentreerde vorm en doet dat in een nagenoeg volledige aminozuursamenstelling. Het geniet in bijna alle culturen een voorkeursstatus in het dieet. Daarom is te verwachten dat de vleesconsumptie bij stijgende welvaart toenemen. Volgens een niet al te zwart scenario zal die gemiddelde welvaart per persoon over 50 jaar ongeveer vier keer zo hoog zijn als nu, terwijl er dan 3 miljard meer mensen zullen zijn. Verwacht mag worden dat de vraag naar vlees enorm zal toenemen. Om aan die vraag te kunnen voldoen zullen enorme hoeveelheden land (voor het veevoer), water en energie nodig zijn. De intensiteit van de dierhouderij zal hoog moeten zijn (mogelijk iets lager dan nu in het Westen gebruikelijk, maar toch). Vanuit de perspectieven van zowel milieu als dierenwelzijn moeten we ons afvragen of deze ontwikkelingen geen (volstrekt) nieuwe productie- en consumptie-breuken

vereisen die wij als mensen, met ons grote pro-actieve redeneervermogen, nu moeten benoemen en nastreven. Kunnen we het op z'n beloop laten en straks wel zien of moeten we daar nu op gaan sturen?

Stellingen

1. Een grote verschuiving in voedselpatronen in de wereld (minder vlees/zuivel) is wenselijk, maar onwaarschijnlijk. Prijzen voor dierlijke (en daarmee wellicht alle) voedselproducten zullen dus sterk stijgen.

2. Acceptatie van ofwel nieuwe consumptiepatronen, ofwel nieuwe (en intensieve) productievormen, of beide is een essentiële factor. De technologische bijdragen aan consumptieverschuivingen (smaak- en textuurverbeteringen van "vleesvervangers" en ontwikkeling van wellicht weefselkweekproducten, insectenproducten, planten- en algen etende kweekvis) of aan de productieverbeteringen (dierhouderijsystemen, genetische optimalisatie) blijven vandaag de dag echter nog beperkt door culturele traagheid van consumenten en burgers.

3. Publieke debatten zijn onontbeerlijk voor mobilisatie van culturele progressiviteit, waaraan naast "de consument, burger, journalist en onderzoeker types", juist ook de mensen uit de agro- en voedselsector participanten moeten meedoen: werknemers, managers, investeerders, beleidsambtenaren en politici.


Een meer vegetarische voeding spaart het milieu - Lucas Reijnders

Er is thans wereldwijd een sterke toename in de consumptie van dierlijke producten. Deze hangt deels samen met de vergroting van de wereldbevolking en deels met een verschuiving binnen het dieet. De vergrote consumptie van dierlijke producten leidt op zijn beurt tot een vergrote milieubelasting. In de onderstaande tabel wordt de milieubelasting van doorsnee soja-eiwit en een gelijkwaardige hoeveelheid doorsnee vleeseiwit met elkaar vergeleken. Voor het gemak is de milieubelasting van soja-eiwit steeds op 1 gesteld

Door de relatief grote milieubelasting draagt de groei in de consumptie van dierlijke voedingsmiddelen stevig bij aan het verlies van natuur, toenemende krapte in de watervoorziening en klimaatverandering.
De relatieve milieubelasting verschilt overigens per soort vlees. Voor kip is deze als regel gunstiger dan voor rundvlees. Ook is de milieubelasting van vlees verschillend van die van andere dierlijke producten. Zo is de milieubelasting van koeienmelk naar schatting dubbel zo groot als die van soja melk.
Duidelijk is wel dat de milieubelasting van dierlijke producten in doorsnee relatief groot is vergeleken met die van plantaardige tegenhangers. Een meer vegetarische voeding spaart dan ook het milieu.

image
Dit artikel afdrukken