Dikke moeders krijgen dikke baby’s. Het overgewicht van de moeder tijdens de conceptie en zwangerschap bepaalt de kans dat het kind ook overgewicht zal hebben en houden in de loop van het leven, ook als andere factoren gaan meespelen.

Onderzoekers van de universiteit van Newcastle, Groot-Brittannië, durven het aan dit verband in percentages uit te drukken.

Als moeders voor de conceptie obees zijn, is de kans dat hun kinderen ook obees worden 264% groter dan voor kinderen van moeders met een normaal gewicht. Als de moeders overgewicht hebben, is die kans 89%. Er is sprake van overgewicht bij een BMI van 25 tot een BMI van 30, daarboven van obesitas.

Als moeders voor de conceptie obees zijn, is de kans dat hun kinderen ook obees worden 264% groter dan voor kinderen van moeders met een normaal gewicht
Significant verband
De Britse review (een papieren exercitie die onderzoeksresultaten systematisch op een rij zet) The association between maternal body mass index and child obesity: A systematic review and meta-analysis bekeek 79 internationale (Engelstalige) studies die keken naar het gewicht van de moeder voor de zwangerschap en het gewicht van het kind. Conclusie: er valt een significant verband tussen beide vast te stellen.

Hoewel de onderzoekers zelf geen nieuw experimenteel onderzoek deden, wagen ze zich toch aan uitspraken over de oorzaken van dit verband en aanbevelingen voor een aanpak. “De ontwikkeling van obesitas impliceert een complex samenspel van fysiologie, omgevingsfactoren, psychologie, sociale omstandigheden en gedrag. Er is bijvoorbeeld bewijs van epigenetische processen in utero (in de baarmoeder) die bijdragen aan obesitas van de nakomeling, waaronder veranderingen in de DNA-methylering en het darmmicrobioom”.

Huib Stam
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Orkest
Wat we eten, doen en meemaken, beïnvloedt de werking van de genen zonder dat die genen (in het DNA) zelf veranderen. De wetenschap die zich daarmee bezighoudt, heet epigenetica. DNA-methylering is simpel gezegd het activeren of deactiveren van bepaalde genen, zonder dat het DNA zelf verandert. In een eerder onderzoek werd deze vergelijking gemaakt: “De ontwikkeling in de baarmoeder kan vergeleken worden met een orkest, waarin de genen de instrumenten zijn en de externe factoren de musici die bepalen welk geluid er klinkt, of hoe de baby vorm krijgt”. Het overgewicht van de moeder blaast in deze vergelijking een belangrijk partijtje mee.

Volgens de onderzoekers is het niet voldoende alleen naar de eerste 1000 dagen van het kind te kijken als periode waarin veel bepaald wordt. Veel wordt al bepaald vóor de conceptie en veel daarna. De kans is uiteraard groot dat een kind na de geboorte opgroeit onder vergelijkbare omstandigheden als die van de moeder.

Volgens een recent Noors onderzoek bleek de voedselomgeving een veel sterkere factor dan genetische aanleg
Aanleg
De sociale, economische, gedrags- en omgevingsfactoren waarmee het kind opgroeit bepalen leefstijl en eetgewoonten en die hebben niets (of op een andere manier) met genen of epigenetica te maken. Volgens een recent Noors onderzoek met proefpersonen, die wel of niet een genetisch bepaalde aanleg om dik te worden hebben, bleek de voedselomgeving een veel sterkere factor dan die aanleg.

Het Britse onderzoek bevat aanbevelingen voor een vroege, preventieve aanpak van het obesitasprobleem bij kinderen. Dat moet al beginnen voordat de moeder zwanger wordt, vinden de onderzoekers. Vrouwen met overgewicht die zwanger willen worden moeten begeleiding krijgen bij het beheersen van hun gewicht, want dat kan bijdragen aan het voorkomen van gewichtsproblemen van het kind.

Spermatogenese
Ook de vader kan van tevoren door goed gedrag zijn steentje bijdragen aan de gezondheid van zijn toekomstige kind. En dat verloopt ook via epigenetische mechanismen.

Niet alleen het DNA in zijn sperma maar ook zijn leefstijl en BMI, zijn van invloed op de ontwikkeling van het kind in de baarmoeder beweren onderzoekers van het Duke University Medical Center in Durham, North Carolina. Onderzoek aan het bloed in de navelstreng van baby’s brengt hen tot de hypothese dat de gezondheid van de vader invloed heeft, via epigenetische veranderingen, op hoe het DNA van het kind zich ontwikkelt en gaat werken. Dat vindt zijn oorsprong al tijdens de fase van de spermatogenese, de ontwikkeling van het zaad bij de vader.

In 2013 werd al gewaarschuwd tegen onderzoek dat vaders zaad de schuld geeft van de gezondheidsproblemen van hun kroost. In een kind zijn de genetische en andere biologische invloeden van vader en moeder gelijk verdeeld. Beide ouders kunnen daarmee zowel voor de conceptie als daarna bijdragen aan een gezonde start en gezond vervolg van het leven van hun kind. Niettemin zijn de sociale, economische, gedrags- en omgevingsfactoren waarin het kind opgroeit bepalender.

De Nederlandse volkgezondheidsdeskundige Jaap Seidell signaleerde eerder deze week een soortgelijke opinie van onderzoekers.
Dit artikel afdrukken