Geachte minister Schouten,

‘Help!’ Hoe kan ik de situatie waarin wij, een groep melkveehouders die in hun bedrijf hebben geïnvesteerd om een lange en duurzame bedrijfsvoering mogelijk te maken, zitten beter formuleren dan met dit ene woord? Sinds de afschaffing van het melkquotum is er heel veel veranderd in de Nederlandse melkveehouderij, maar de situatie is nu eenmaal zoals die nu is en daar moeten we mee dealen. Dat geldt ook voor u: u heeft het lef om de komende jaren de uitdaging met de sector aan te gaan.

Minister, uit het diepst van mijn hart vraag ik u om het gesprek met mij en met een aantal collega's van mij die in dezelfde situatie zitten, aan te gaan! Velen van ons zijn (jonge) gezinsbedrijven, de drijvende kracht van de Nederlandse agrarische sector! Het kan toch niet zo zijn dat u de jonge startende ondernemer keihard in de kou laat staan, net zoals uw voorganger heeft gedaan? In mijn ogen is het niet meer dan billijk dat er voor de jonge boeren die net een bedrijfsovername achter de rug hebben en voor 2 juli 2015 onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan een passende knelgevallen regeling komt. De voorzieningenrechter heeft in eerste instantie ook duidelijk gesteld dat zij een onevenredige last krijgen opgelegd, omdat zij op 2 juli 2015 al investeringen hadden gedaan voor de uitbreiding van hun bedrijf en deze regeling geen enkele compensatie biedt. Hopelijk wilt u die wel gaan bieden voor ons?

Hoopvolle prognoses naar vraag voor zuivel was de doorslag om door te gaan als boerin.
Ik zal me even kort voorstellen: Ik ben Agnes Lensing-van de Ven (37), getrouwd met Albert (37) en samen hebben we een dochtertje (3) en een zoontje (1). Wij hebben een melkveebedrijf in het Drentse Gasselternijveen. Voor de beeldvorming, ik heb in 2007 als eerste boerin meegedaan met het tv-programma Boer zoekt Vrouw. Sinds die tijd is er veel gebeurd. Een aantal jaren heb ik er flink over getwijfeld wat te doen in de toekomst; boer worden of niet? Uiteindelijk ben ik eind 2011 Albert tegengekomen, ook boerenzoon, die graag verder wilde in de melkveehouderij. Met de prognoses die er lagen (vanuit de zuivelsector, de overheid en de financiële dienstverlening), dat er een gigantische vraag naar melk zou komen in de toekomst, heb ik besloten om het ouderlijk bedrijf over te gaan nemen en er samen met Albert voor te gaan! Ook mijn vader, die inmiddels 76 jaar is, komt nog iedere dag met plezier naar het bedrijf.

Vanaf 2012 zijn we begonnen met de plannen voor de bouw van een nieuwe stal, aangezien de oude stal gebouwd in 1977 totaal afgeschreven was qua maatvoeringen en slijtage, en vol zat. We molken 110 koeien waar maar 92 ligboxen in zaten. Aangezien we 75 ha grond hebben en er in de toekomst door stoppende akkerbouwers in de buurt nog grond vrij zal komen, dachten we een stukje te kunnen groeien in vee-aantallen
Onze investering in een toekomst, met support van gemeente en bank, wordt in het jaar van oplevering van de nieuwe stal met terugwerkende kracht ons onmogelijk gemaakt.
Vanaf 2012 zijn we begonnen met de plannen voor de bouw van een nieuwe stal, aangezien de oude stal gebouwd in 1977 totaal afgeschreven was qua maatvoeringen en slijtage, en vol zat. We molken 110 koeien waar maar 92 ligboxen in zaten. Aangezien we 75 ha grond hebben en er in de toekomst door stoppende akkerbouwers in de buurt nog grond vrij zal komen, dachten we een stukje te kunnen groeien in vee-aantallen. Met agrarische adviesbureaus als DLV en Agriplaza zijn we ons vanaf september 2012 gaan oriënteren over de mate van automatisering binnen de melkveehouderij. We wilden graag met melkrobots aan de slag. Onze visie was uiteindelijk door de weidegang die we toepassen 50 koeien per robot te gaan melken, daardoor te groeien naar 150 koeien constant aan de melk en maximaal 30 droge koeien ernaast, met jongvee in de oude huisvesting. De eerste reactie die we van het Klant Contact Centrum van de gemeente Aa en Hunze kregen was: ‘Zolang je voor niet meer dan 200 koeien bouwt, kun je gewoon aan de slag, dus wat mij betreft kun je gewoon beginnen.’ Dat leek ons wat kort door de bocht, dus zijn we eerst eens naar de mogelijkheden binnen het bouwblok gaan kijken. Daar liepen we al meteen de eerste vertraging op bij diezelfde gemeente: afmetingen van het bouwblok. Uiteindelijk kregen we daarin gelijk, maar waren we wel ruim 8 maanden verder. Vervolgens bij de aanvraag van de Natuurbeschermingswet (NB) vergunning liepen we vertraging op door de provincie, omdat die geen overzicht had in vergunningen die waren afgegeven. Weer een jaar verder. In de winter van 2014-2015 hebben we gesprekken gehad met banken over de financiering van onze droom. Daar werd wel de opmerking gemaakt dat we op moesten letten dat er waarschijnlijk voor het wegvallen van de quotering iets anders in de plaats zou komen, naar alle waarschijnlijkheid in de vorm van de AMvB verantwoorde groei melkveehouderij. Individuele bedrijven zouden ook in de toekomst kunnen blijven groeien in aantal stuks vee, wanneer zij dan ook extra grond voor hun bedrijf ter beschikking krijgen. Aangezien wij dermate veel grond bij het bedrijf hebben, zou de kans dat wij in de problemen zouden kunnen komen, minimaal zijn. We hebben op 30 januari 2015 de financiering voor bedrijfsovername en nieuwbouw stal getekend. Op 27 februari 2015 is het contract met de aannemer getekend en op 2 maart 2015 is gestart met de bouw van de nieuwe stal. Vervolgens hebben mijn zus en ik na een intensief bedrijfsovername traject van twee jaar, begeleidt door ABAB Accountancy, op 13 maart 2015 samen het bedrijf van onze ouders overgenomen. De datum 2 juli 2015 kwam als donderslag bij heldere hemel bij ons binnen. We waren volop aan het bouwen en konden niet meer terug. Als we niet meer dan de 108 melkkoeien mogen houden die we op 2 juli hadden, betekent dat dat we de inkomsten van 70 melkkoeien gaan missen en dat ik de aflossingen richting de bank niet kan blijven waarmaken. De stal was op 11 september klaar en we hadden een geweldig mooi bedrijfsplan als uitgangsbasis, dus we zagen de toekomst toch positief in.

Agnes Lensing - van de Ven
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


We hebben ook een mooi bedrag aan IDS-subsidie ontvangen van de overheid. We zijn een jong gezinsbedrijf, alle en voldoende grond om de boerderij, de koeien blijven naar buiten gaan, we hebben zoveel zonnepanelen op het dak dat we qua energie zelfvoorzienend zijn, door de luchtwasser zijn we al voorgesorteerd op de eventuele fijnstof-problematiek, aansluitend na de nieuwbouw hebben we al het asbest van de daken verwijderd, dus wat zou de belemmering in de toekomst kunnen zijn?
We hebben ons melkveebedrijf en onze stal volgens erkende duurzaamheids- en dierenwelzijnsrichtlijnen ontwikkeld en gebouwd.
We hebben geïnvesteerd in een nieuwe stal die zowel aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij voldoet en het certificaat Integraal Duurzame Stallen (IDS) heeft mogen ontvangen. We hebben ook een mooi bedrag aan IDS-subsidie ontvangen van de overheid. We zijn een jong gezinsbedrijf, alle en voldoende grond om de boerderij, de koeien blijven naar buiten gaan, we hebben zoveel zonnepanelen op het dak dat we qua energie zelfvoorzienend zijn, door de luchtwasser zijn we al voorgesorteerd op de eventuele fijnstof-problematiek, aansluitend na de nieuwbouw hebben we al het asbest van de daken verwijderd, dus wat zou de belemmering in de toekomst kunnen zijn?
Helaas hadden wij de pech dat na een jaar bleek dat de voervijzels van de melkrobot door de leverancier verkeerd waren aangesloten en hebben we qua gezondheid van het vee een heel zwaar jaar achter de rug en zijn helaas ook de nodige dieren overleden. We wilden per se groeien door eigen aanwas, aangezien we van alle dierziekten gecertificeerd ‘Vrij’ zijn. Door deze situatie waren we genoodzaakt om toch vee aan te kopen. Doordat we niet op de gezondheid-statussen van het vee wilden toegeven, duurde het tot oktober 2016 dat wij de nodige melkkoeien hadden gevonden.

Het huidige fosfaatreductieplan is onredelijk en treft onevenredig hard de bedrijven die in de periode rondom 2015 hebben geïnvesteerd in bedrijfsontwikkeling. Daarom hebben wij een rechtszaak tegen de staat aangespannen.
Vanaf februari 2017 loopt het met de koeien eindelijk weer lekker en ondanks de dreiging van fosfaatrechten, waren wij nog steeds positief over onze toekomst. Met de invoering van het fosfaatreductieplan waren wij niet gelukkig, maar hebben ons wel zo goed we konden gehouden aan de reducering. Wij hebben op 3 augustus meegedaan met de rechtszaak om het fosfaatreductieplan buiten werking te laten stellen. De koeien waren al geruimd, maar hopelijk zou dit een signaal naar de politiek kunnen zijn dat er in onze ogen niet op deze wijze met de boerengezinnen die financiële verplichtingen zijn aangegaan en op 2 juli nog niet op volledige capaciteit waren, omgesprongen zou mogen worden door de overheid als werd gedaan. RVO heeft door middel van de lichte toets gecontroleerd of wij tot dezelfde groep behoorden als de groep boeren die in mei de eerste rechtszaak tegen de Staat hebben aangespannen. De uitslag was positief en daardoor behoorden wij voor de overheid nu ook tot de groep boeren voor wie het fosfaatreductieplan buiten werking werd gesteld. Helaas kregen we eind oktober te horen dat het hoger beroep van de groep boeren die in mei de zaak hadden aangespannen tegen dit beleid van de overheid, een negatief vonnis had gekregen van de rechter. Daaruit hebben wij de conclusie getrokken dat ook onze zaak het zeer waarschijnlijk niet zal gaat halen. Dat was slikken, schakelen, plannen aanpassen en vooruit proberen te kijken.

Overheid, zuivelsector en financiële instellingen draaien 180 graden in hun beleid, nadat, mede door hun support, wij onze langetermijninvesteringen in onze boerderij al hebben gedaan op basis van alle geldende regels en extra inzet op duurzaamheid!
Begin deze week heb ik de Rabobank, waarbij wij gefinancierd zijn, op gesprek gehad. Deze gaf bikkelhard de mededeling: ‘wij financieren geen fosfaatrechten voor jullie bedrijf. Doen wij dat wel, dan kijken we naar de historie van het bedrijf en moet deze financiering worden afgelost binnen 5 jaar, met behoud van aflossing van de huidige financiering.’ Aangezien 2016 een zeer slecht jaar voor ons was, worden we daar nu op afgerekend, ondanks het feit dat we dit jaar wel goed hebben gepresteerd. Indien de huidige aflossing wel tijdelijk stopgezet zou kunnen worden, dan bewijst het bedrijfsplan dat onze boekhouder heeft opgesteld dat wij met aanschaf van de nodige fosfaatrechten goed aan de betalingseisen kunnen voldoen! Ondanks dit inzicht bleef het oordeel van de bank bikkelhard: wij financieren niet!

Als ik in 2018 niet meer mag melken, dan kom ik melkgeld en dus inkomsten te kort om aan al mijn betalingsverplichtingen te blijven voldoen. Mijn ouders hebben al hun spaargeld in 2016 al in ons bedrijf gestoken en ik weet nu niet meer wat te doen
Nu kregen we afgelopen week echter ook nog een brief van Friesland Campina, waarin zij schrijft te voorzien dat de melkproductie na 1 januari 2018 dermate hard zal gaan stijgen en dat zij voor deze te verwachten melkhoeveelheid niet over voldoende verwerkingscapaciteit beschikt. Als dit uit de praktijk gaat blijken, kan er een zogenoemde leveringsstop afgeroepen worden in het eerste half jaar van 2018. De individuele bedrijven mogen dan niet meer melk produceren dan dat zij hebben gedaan in een bepaalde periode in 2016-2017. Als ik in 2018 niet meer mag melken, dan kom ik melkgeld en dus inkomsten te kort om aan al mijn betalingsverplichtingen te blijven voldoen. Mijn ouders hebben al hun spaargeld in 2016 al in ons bedrijf gestoken en ik weet nu niet meer wat te doen. Als ik al deze invloeden voor mijn bedrijf van buitenaf op een rijtje zet, hoop ik dat u ook inziet dat dat deze situatie redelijkerwijs niet meer onder het ‘eigen bedrijfsrisico’ kan vallen. De toekomst van ons bedrijf staat serieus op losse schroeven!

Uit het vonnis van de rechter in het hoger beroep, maak ik op dat de overheid in gesprek moet gaan met de sector.
Ik nodig u van harte uit om eens te komen kijken op mijn bedrijf! Ik snap ook dat Drenthe qua reistijd de nodige uitdagingen biedt in uw agenda. Ik zou u meer dan dankbaar zijn als u in ieder geval wel tijd zou willen maken voor een gesprek op een voor u wellicht meer passende locatie.

De situatie is zoals die is, maar hoe kunnen we ervoor zorgen dat ik en vele boeren met mij, over 30 jaar nog steeds boer ben en zijn en dat onze kinderen het bedrijf ook weer voort kunnen zetten? En dat we als Nederlandse overheid nog steeds de agrarische sector als één van onze Topsectoren kunnen rekenen? Als we hier geen oplossing voor vinden, vrees ik niet alleen voor de toekomst van mijn bedrijf, maar ook voor de toekomst van de gehele Nederlandse melkveehouderij. Dan gaat wellicht niet alleen het pareltje van Drenthe verloren, maar van heel de Nederlandse economie en dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest van de afschaffing van de melkquotering? Een goede toekomst voor ons allen, daar is mij alles aan gelegen en u hopelijk ook!

Heel graag zie ik een reactie van uw kant tegemoet.

Met hartelijke groet,

Agnes Lensing-van de Ven
Dit artikel afdrukken