Er zijn drie basistypen griepvirussen: A, B en C. Over B en C hoor je maar weinig, omdat die redelijk onschuldig zijn. Maar het influenza A-virus is een ander geval. Om te beginnen tuigt het zich op met 'accessoires', de oppervlakte-eiwitten hemaggluttinine (H) en neuraminidase (N). Die eiwitten helpen het griepvirus bij het binnendringen van een cel. En nu komt het belangrijkste: er zijn 16 varianten hemaggluttinine en 9 neuraminidase.

Griepvirussen kunnen dus kiezen uit verschillende 'stijlen' H'tjes en N'tjes. De sinds 2013 in China rondwarende vogelgriep tooit zich met de code H7N9; die variant maakte vorig jaar ook nog eens honderden menselijke slachtoffers. De vogelgriep die in 2015 miljoenen kippen en kalkoenen het leven kostte in de VS heet H5N2. De Franse eendensector kampte twee jaar op rij met H5N8. En in Nederland is sinds december een ophokplicht van kracht omdat H5N6 werd aangetroffen.

144 varianten
Het leidt tot een eenvoudig optelsommetje: van H1N1 tot H9N16 zijn er 144 soorten vogelgriep. En ze komen wereldwijd ook allemaal voor bij wilde vogels in de natuur. Het zijn dus allemaal vogelgriepvarianten. Soms mild, dat noemen we laag-pathogeen, en soms dodelijk, hoog-pathogeen. In sommige gevallen springen ze over naar andere diersoorten, of naar de mens. Wij zijn per slot van rekening ook een zo'n andere diersoort. H1N1 is weinig kieskeurig en kan vogels, mensen, varkens en paarden besmetten. H2N2 houdt het bij mensen en vogels.

Maar er is nog een complicatie. Griepvirussen muteren gemakkelijk en kunnen zich daarbij van een milde variant die alleen vogels ziek maakt tot een voor mensen dodelijke variant ontwikkelen. Stel het je maar voor: een vogel raakt besmet met zowel H1N1 en H2N2. De virussen kunnen hun H's en N's dan uitwisselen, zodat er een nieuwe variant ontstaat. Die ziet eruit als H2N2, maar kan wel ineens mensen infecteren omdat H1N1 dat nu eenmaal kan. Genetici noemen dit 'reassortment', en het principe ligt aan de basis van de grote influenza-uitbraken die miljoenen slachtoffers eisten, zoals bijvoorbeeld de Spaanse Griep van 1918. Ook de Mexicaanse griep-epidemie ('varkensgriep') van 2009 was het resultaat van een dergelijke uitwisseling.

"De 2009-griep was een puinhoop", vertelt de Britse bioloog Richard Goldstein op NPR. "Het virus had sommige segmenten van H3N2 die sinds de Hong Konggriep van 1968 in mensen circuleren. Het had genen van vogels, een H1 van varkens en een N1 van een heel ander virus. En dat mengde zich allemaal in varkens."

Cécile Janssen
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Hoe het precies met het Chinese H7N9-virus zit en hoe dat van pluimvee op mensen overgespringt, zoeken wetenschappers nog uit. Hun puzzel is met het nieuwe H7N4-virus weer net een beetje gecompliceerder geworden.
Dit artikel afdrukken