Onderzoek van de laatste paar jaar op het spannende terrein van personalized nutrition heeft laten zien dat er grote individuele verschillen bestaan in de verwerking van voedsel. Voeding van gelijke samenstelling kan per persoon heel andere reacties in de stofwisseling geven. Dat zette de heersende opvattingen over algemene voedingsadviezen op losse schroeven.

Genonderzoek was de inspiratie voor de zogenoemde 'nutrigenomics', dat ervan uitgaat dat ons DNA bepaalt wat de beste voeding voor ons is. Het volgen van voedingsadvies op basis van je DNA leek de beste manier te zijn om gezond te blijven en niet dik te worden. Maar, zo verwoordt The New York Times het: "Onderzoek wist niet aan te tonen dat er enig significant verschil was in gewichtsverlies tussen dikke mensen die 'eten volgens hun genen' en degenen die dat niet doen."

Verrassende uitkomst
Heel wat onderzoekers hebben geprobeerd te achterhalen in welke mate je genen bepalen of je obees wordt. De schattingen liepen uiteen van 35% tot 85%, een nietszeggend groot gat. Hoe kan je zoiets beter testen dan met identieke tweelingen, die (bijna) geheel gelijk aan elkaar zijn wat hun genen betreft? Die zouden dan toch qua stofwisseling ook sterke gelijkenis moeten vertonen.

Maar nee. De verrassende uitkomst van een nieuwe internationale studie, Predict, is dat identieke tweelingen zelfs aanzienlijke metabole verschillen kunnen vertonen. Ze kunnen heel anders reageren op hetzelfde voedsel.

De Predict-studie is een initiatief van de genetisch-epidemiologen Tim Spector en Sarah Berry van het King's College in Londen en hoogleraar geneeskunde Andrew Chan van de Harvard Medical School. Het komt voort uit de TwinsUK Study van Spector, die al jaren loopt. Tientallen onderzoekers van over de hele wereld hebben een bijdrage geleverd en de data werden verwerkt door het onderzoeksbureau ZOE, dat mede is opgericht door Spector en dat ook de volgende Predict-onderzoeken financiert.

Huib Stam
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Individuele verschillen in de stofwisseling, die bepaald worden door het darmmicrobioom, het tijdstip van eten en de mate van lichaamsbeweging, zijn even belangrijk als de samenstelling van maaltijden
“Fascinerend”
Predict noemt zichzelf op de website 'Het meest ambitieuze voedingsonderzoek in zijn soort dat ooit is uitgevoerd met de bedoeling onze individuele reacties op voedsel te begrijpen'.

De opwinding onder wetenschappers en pers is groot, terwijl er nog geen officiële publicatie is. De resultaten werden gepresenteerd op twee recente congressen. Eran Segal, als onderzoeker verbonden aan het Israëlische Weizmann Institute en een pionier op het gebied van personalized nutrition, noemt het onderzoek in The Daily Mail “fascinerend”. Vooral de gegevens over tweelingen “geven een nieuwe draai aan het onderzoek omdat ze benadrukken wat de rol is van de niet-genetische factoren”.

Verpakking
De verschillende metabole reacties op hetzelfde voedsel kunnen volgens de studie zo groot zijn dat er in de praktijk niets zinnigs te zeggen zou zijn over hoe iemand dat voedingsmiddel verwerkt. De informatie over de voedingswaarde en de macronutriënten (koolhydraten, vetten en eiwitten) op de verpakking verklaart maar voor 30% hoe de reactie zal zijn op het eten van een voedingsmiddel.

Spector zegt zelfs: “Onze bevindingen laten zien dat calorie-inname een hogelijk overschatte maat voor gewichtstoename is. Het is onbruikbaar, omdat personen verschillend reageren op voeding met dezelfde hoeveelheid calorieën.”

Spectors opmerking gaat in tegen een belangrijke aanname in de voedingskunde, te weten dat elke (extra) calorie even dikmakend is, ongeacht de herkomst. In officiële adviezen wordt uitgegaan van advieshoeveelheden van de verschillende voedingsmiddelen, die voor iedereen zouden moeten gelden. Maar er bestaat geen ‘iedereen’. Geen twee mensen zijn gelijk in wat ze het beste kunnen eten.

Tweelingen
Zelfs tweelingen niet. De ruim duizend deelnemers aan het onderzoek waren overwegend identieke tweelingen uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. De onderzoekers maten onder klinische omstandigheden hoe de niveaus in het bloed van glucose, insuline en vet veranderden in reactie op bepaalde maaltijden. Ze keken ook naar gegevens over lichaamsbeweging, slaap, honger, inflammatie en de diversiteit van het darmmicrobioom.

Sommige deelnemers vertoonden na dezelfde maaltijden langdurige pieken van glucose en insuline in het bloed. Anderen die precies hetzelfde aten, hadden hoge niveau’s van vetten in hun bloed, die maar langzaam weggewerkt werden. Cijferwerk had als uitkomst dat genetische factoren die verschillen maar deels verklaren, minder dan 50% voor glucose, minder dan 30% voor insuline en minder dan 20% voor vet.

Kinga en Kata
The Daily Mail voert een Londense eeneiige tweeling op, Kinga en Kata Varnai, die meewerkten aan het onderzoek. Ze eten gezond, sporten geregeld en ontbijten met havermout met noten en fruit. Maar uit de metingen van de onderzoekers bleek dat Kata rustig witbrood als ontbijt kan eten en geen glucosepiek krijgt, maar Kinga wel. Andersom reageerde Kinga op volkoren roggebrood met een piek, maar Kata niet.

Beiden bleken een laag gemiddelde diversiteit van bacteriesoorten in de darmen te hebben. Dat is een indicatie van hoe goed je verschillende soorten voedsel kan verwerken. Hoe groter het aantal bacteriesoorten in het microbioom, hoe beter je allerlei soorten voeding aankan.

'Genen zijn niet je lot'
De hoeveelheden vet, eiwitten en koolhydraten verklaarden minder dan 40% van de verschillen tussen de individuele reacties op maaltijden bij een gelijke hoeveelheid calorieën. Wel maakt het een groot verschil op welk moment van de dag er gegeten werd. Om kort te gaan, de individuele verschillen in de stofwisseling, die bepaald worden door het darmmicrobioom, het tijdstip van eten en de mate van lichaamsbeweging, zijn even belangrijk als de samenstelling van de maaltijden, aldus de onderzoekers.

Frappant is dat identieke tweelingen maar voor 37% dezelfde bacteriën in de darmen hebben. Dat is voor willekeurige personen die niet eens familie zijn 35%. Daaruit blijkt dat de genetische invloed van het gastlichaam op de samenstelling van het darmmicrobioom beperkt is. “Genen zijn niet je lot,” zegt Tim Spector in een TEDx-lezing. “Genen bepalen maar voor een deel hoe het lichaam op voedsel reageert, wat erop duidt dat de stofwisseling niet onveranderlijk is,” zegt medeonderzoeker Andrew Chan. Voedingsadvies op maat, gebaseerd op individuele data (meer dan alleen een DNA-analyse) kan daarom veel invloed hebben.
Dit artikel afdrukken