De uitscheiding van stikstof in dierlijke mest bedroeg 474 miljoen kilogram in 2021, bijna 16 miljoen kilogram minder dan een jaar eerder en ruim 6 procent onder het stikstofplafond dat de Europese Unie heeft vastgesteld voor de Nederlandse veestapel. De fosfaatuitscheiding bedroeg 149 miljoen kilogram in 2021. Dat is 1,8 miljoen kilogram minder dan in 2020 en 14% onder het fosfaatplafond.

Dat maakte het CBS woensdag bekend op basis van voorlopige cijfers. Gisteren kwam tevens naar buiten dat het kabinet zou hebben besloten om de veestapel met 30% te verkleinen. Eerder deze week zei Hein Schumacher, CEO van FrieslandCampina, dat hij er al denkt te zijn met 10%.

Nederland lijkt het dus goed te doen, maar tevens niet goed genoeg.

Wat het kabinet echt wil, is onduidelijk. Hoewel landbouwminister Henk Staghouwer zegt dat boeren er van zullen maar niet moeten schrikken, werd het -30% scenario afgelopen zomer als een mogelijke wenselijkheid berekend door het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarmee is het nog geen politieke realiteit. Volgens LTO Nederland is het geen onderdeel van het regeerakkoord en moet de discussie gaan over het halen van milieudoelen in plaats van aantallen dieren.

De natuurbeweging wil een reductie van 50% stikstofemissies in ons land. Die leken voornamelijk via de landbouw te moeten worden behaald. Sinds de processen tegen industriële bedrijven zoals Tata is duidelijk dat ook de industrie fors moet inleveren. De NRC en Volkskrant wezen recent op de sjoemelarij van provincies die de stikstofrechten van stilliggende boerderijen weer actief laten vervuilen om wegenbouw en industriële activiteit toch toe te staan. In Trouw gisteren een gesprek met het vertrekkende Brabantse statenlid Hermen Vreugdenhil die al jaren vecht tegen dergelijke praktijken met als leidraad dat de overheid sjoemelt omdat niet-alles-kan-maar-toch-moet en als conclusie dat dat spel over is omdat de rechter niet meer pikt wat de overheid flikt.

Wat vooral duidelijk wordt, is dat stikstofbeleid in Nederland nog steeds een zeer verward terrein is. Dat leidt ertoe dat bouwprojecten moeten worden stilgelegd en het land de facto rekening moet houden met een stilstand die via de rechter door de milieubeweging op ieder moment kan worden afgedwongen zolang er geen duidelijke politieke antwoorden op de crisis worden geformuleerd.

Volgens Kamerlid Derk Boswijk (CDA) was het 'weer zo'n dag'.

Reageer
  • Deel
Druk af