Joris Aertsens en Jelle Goossens van Rikolto laten ons weten:

Als antwoord op de problematiek van onleefbare prijzen in de landbouw, stelt Annick Lambrecht (sp.a) voor om minimumprijzen per voedingsproduct te laten vastleggen door de overheidsdienst Economie. Met Rikolto (vroeger Vredeseilanden) moedigen we denkpistes aan die een betere inkomensvorming voor onze boeren ondersteunen. Tegelijkertijd vragen we aandacht voor de rol van de markt en voor ongewenste neveneffecten. We willen hierbij graag wijzen op enkele oplossingen die hetzelfde doel kunnen bereiken, zonder de markt te verstoren.

Een minimumprijs die gelinkt is aan de werkelijke productiekostprijs, lijkt op het eerste zicht een logisch idee. In de praktijk loop je vast op een aantal obstakels.

Ongewenste neveneffecten
Ten eerste is de diversiteit in landbouwbedrijven zo groot dat de gemiddelde productiekostprijs zo variabel is dat hij niets zegt. We hebben die oefening bijvoorbeeld voor melk gemaakt en het bleek een schier onmogelijke opdracht. Prof. Jeroen Buysse (Ugent) kwam eveneens tot deze bevinding in een studie in opdracht van de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV).



Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Ten tweede loeren ongewenste neveneffecten altijd om de hoek. Voor je het weet ben je overproductie aan het stimuleren, zoals in het verleden het geval was met de Europese minimumprijzen. Je dreigt ook onrendabele en slecht beheerde bedrijven te subsidiëren, wat dan weer niet fair is ten aanzien van goed beheerde landbouwbedrijven.

Voor je het weet ben je overproductie aan het stimuleren, zoals in het verleden het geval was met de Europese minimumprijzen. Je dreigt ook onrendabele en slecht beheerde bedrijven te subsidiëren, wat dan weer niet fair is ten aanzien van goed beheerde landbouwbedrijven
Op zich is het probleem van prijsvorming zo oud als de landbouw zelf. Landbouwproducten zijn inherent volatiel. Een inflexibele vraag (mensen eten niet plots meer appelen als de prijs daalt) en een inflexibel aanbod (bomen geven niet minder vruchten omdat er vandaag minder vraag is) resulteren in een sterke prijsschommelingen bij onvoorzien overaanbod of tekort. Tel daarbij het machtsonevenwicht tussen veel kleine landbouwbedrijven en een handvol grote supermarkten en je krijgt een gebrekkig functionerende markt.

Niet één, maar verschillende oplossingen

Moeten we dan maar berusten? Nee, want de problematiek van onleefbare prijzen vormt een reële bedreiging voor de toekomst van onze landbouw en voedselvoorziening. We moeten dus op zoek naar oplossingen die de volatiliteit in de prijsvorming beheersen, over een langere periode een lonende prijs tot stand brengen, zonder daarbij structurele markttendensen uit te schakelen. Dat zal niet één systeem zijn voor alle sectoren. Voor melk of varkensvlees zal dat er anders uitzien dan voor groenten en fruit. Hoe aanlokkelijk ook, één wet lost het probleem niet op.

Voor producten als melk, rundsvlees of varkensvlees, waar je meer stabiele aanvoervolumes hebt, kan het zinvol zijn dat afnemers minimumprijzen afspreken met de producenten, gekoppeld aan bepaalde volumes die ze zeker nodig hebben. Essentieel is dat er afgesproken wordt voor welk volume de minimumprijs van toepassing is om overproductie te vermijden (bijvoorbeeld 80% van de vraag van het voorbije jaar).

De minimumprijs kan, volgens ons, beter gekoppeld worden aan de gemiddelde marktprijs van de voorbije jaren, eerder dan aan de kostprijs. Op die manier geef je een marktsignaal mee aan de producenten, maar neem je wel het prijsrisico weg. Om het marktsignaal door te geven, pas je de minimumprijs best elke 3 tot 6 maanden aan - bijvoorbeeld op basis van de gemiddelde marktprijs van de voorbije 2 à 3 jaar.

Er zijn dus praktische oplossingen, maar ze vergen allemaal samenwerking tussen de verschillende spelers in de keten
Er kan daarbij ook gewerkt worden met gecompenseerde minimumprijzen. In een situatie waarbij de marktprijs onder de minimumprijs daalt, steunt de supermarkt dan een tijdje de producenten door toch de minimumprijs aan te houden. Wanneer de marktprijs terug boven de minimumprijs gaat, houdt de supermarkt de minimumprijs nog even aan, tot ze de eerder gegeven steun terug heeft verdiend. Zo neem je het prijsrisico voor boeren grotendeels weg, zonder dat dit leidt tot een extra kost voor de supermarkt en dus een meerprijs voor de consument.

Voor groenten en fruit kan het werken met minimumprijzen daarentegen erg marktverstorend werken. Op bepaalde momenten heb je door weersomstandigheden grotere productievolumes dan normaal. Als je dan de prijzen niet laat zakken, ga je met overschotten zitten. Toch zijn ook hier oplossingen te bedenken waarbij je met landbouwers, voedingsbedrijven en afnemers zoekt naar manieren om die overschotten te verwerken.

Overheid als partner in ketenoverleg
Er zijn dus praktische oplossingen, maar ze vergen allemaal samenwerking tussen de verschillende spelers in de keten. Dergelijke samenwerking, bijvoorbeeld via het ketenoverleg, kende in het verleden zijn ups en downs. Het is een leerproces waar we door moeten en dat versterkt moet worden.

De overheid heeft daar mee haar rol in te spelen. Al was het maar als toezichthouder om te vermijden dat er onrechtmatige prijsafspraken worden gemaakt. Bovendien kan de overheid een ombudsman aanstellen die onafhankelijk klachten kan onderzoeken over gevallen van machtsmisbruik in de handelsrelaties tussen boeren en grote voedingsbedrijven of supermarkten. Importheffingen op producten die niet aan onze sociale en ecologische normen voldoen, zijn billijk om oneerlijke buitenlandse concurrentie te vermijden, maar die verantwoordelijkheid moet vooral op Europees niveau genomen worden.

Laat het voorstel van Annick Lambrecht dus een begin zijn om nieuwe ideeën rond rechtvaardige prijsvorming in de praktijk te brengen. In een Europese markt is de bewegingsvrijheid om zulke initiatieven als land te nemen niet onbeperkt, maar laat het geen reden zijn om te doen wat we al kunnen doen… en zo andere landen te inspireren.
Dit artikel afdrukken