Van 10-13 december wordt in Buenos Aires de elfde WTO-top gehouden. Landbouw staat opnieuw centraal in deze vrijhandelsonderhandelingen. Afspraken binnen de WTO hebben al sinds 1995 grote gevolgen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU. Dit leidt al decennialang tot averechts en ineffectief beleid. Het netwerk Voedsel Anders (actief in Nederland en Vlaanderen) doet een oproep tot een trendbreuk. In de eerste aflevering van een serie artikelen waarin tien mythes over landbouw en voedsel worden weerlegd, wordt daarom betoogd dat vrijhandel eerder een probleem dan een oplossing is voor wereldwijde voedselzekerheid. Genoemde artikel is hier te downloaden.

Actualiteit
Heikel punt tijdens de WTO-onderhandelingen is onder meer de inperking van handelsverstorende landbouwsubsidies in de Europese Unie en de Verenigde Staten. Zij hebben er echter voor gezorgd dat de meeste subsidies buiten schot blijven. Zelfs bij een akkoord zal de dumping van landbouwproducten in ontwikkelingslanden dus voortduren.
Tevens willen ontwikkelingslanden zoals India - terecht - boeren een minimumprijs bieden en tegelijkertijd voedsel betaalbaar houden voor de armsten. Dit soort programma’s liggen echter onder vuur van de WTO, die al decennia lang wordt gedomineerd door de belangen van de multinationale agribusiness. Vorige week heeft Argentinië besloten dat internationale maatschappelijke organisaties - ondanks eerdere accreditaties - geen toegang krijgen tot de conferentie. Multinationals krijgen zo nog meer vrij spel hun belangen door te drukken. Helaas heeft dit bericht de Nederlandse media nauwelijks bereikt.

Bilaterale – en regionale handelsverdragen
Mede omdat de WTO de afgelopen jaren – gelukkig – niet in staat is gebleken om verdergaande afspraken te maken, heeft de EU zijn pijlen gericht op bilaterale- en vrijhandelsverdragen. De afgelopen jaren is dit in een stroomversnelling terecht gekomen. TTIP (met de VS) leidde tot zoveel maatschappelijk protest dat er blijkbaar een tandje bij moest. Met wat zoethoudertjes werd eind 2016 Wallonië gepaaid om toch in te stemmen met het verdrag met Canada (CETA) dat op 21 september voorlopig in werking is getreden. Verder zijn vers van de pers de onderhandelingen met Japan afgerond. (EU-Japan Economic Partnership Agreement (EPA). En momenteel wordt er alles aan gedaan om de onderhandelingen met de vier Mercosur-landen in Latijns Amerika af te ronden. Het doel is een akkoord te presenteren tijdens de komende WTO-top. Lopend zijn verder onderhandelingen met o.a. Australië, Nieuw-Zeeland, Mexico en Indonesië. Behalve over de Mercosur-onderhandelingen heeft dit vrijwel niet tot publieke ophef geleid. Op gebied van Japan heeft de landbouwsector dan ook weinig te duchten. Hogan jubelt daarentegen over de exportmogelijkheden (voor met name rundvlees): "It will provide huge growth opportunities for our agri-food exporters in a very large, mature and sophisticated market."

Een dreigend vrijhandelsverdrag met de Mercosur-landen
Een verdrag met de Mercosur zal juist leiden tot een enorme rundvleesimport. Frankrijk en Ierland liggen dwars, omdat ze hun rundveesector willen beschermen. Dit ook al omdat de standaarden en registratieplichten waaronder dit vlees geproduceerd wordt niet vergelijkbaar zijn met eisen aan Europese boeren. Ook pluimvee- en varkenshouders zullen te maken krijgen met toenemende oneerlijke concurrentie. Dit alles is vergelijkbaar met de oneerlijke concurrentie die CETA en TTIP veroorzaken voor de Europese landbouw- en veehouderij. Een brede coalitie van boeren-, milieu- en consumentenorganisaties en FNV Agrarisch Groen waarschuwden hier in 2016 dan ook tegen via een manifest en gedocumenteerde analyse.

Opmerkelijk genoeg dienden de CDA en de VVD in 2011 om vergelijkbare redenen een motie in tegen dit verdrag met de Mercosur. Maar van deze bezwaren is nu weinig meer over bij deze regeringspartijen.

Guus Geurts
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Voor een duurzame landbouw en veehouderij is een stabiele en kostendekkende prijs nodig. Dit werd steeds verder onmogelijk gemaakt door genoemde vrijhandelsbeleid
Op de import van soja zal dit verdrag weinig invloed hebben, die komt al voor 90% uit deze landen, sinds de importheffingen sinds de jaren 60 zijn afgeschaft. Maar door de verwachte extra vraag naar vlees voor de Europese markt, zal het areaal soja enorm toenemen om dit vee te voeren. Greenpeace waarschuwde onlangs dat de verwachte extra productie van soja, rundvlees en ethanol in verband met deze deal, direct zal leiden tot natuurvernietiging in de Amazone en Cerrado in Brazilië en de Gran Chaco in Argentinië. Wederom wordt de Latijns-Amerikaanse natuur, de lokale kleine boeren en inheemse bevolking, én de Europese veehouder opgeofferd om offensieve industrie- en dienstenbelangen te dienen, met name de Europese auto-industrie lijkt te profiteren. Japanse boeren krijgen door het afgesloten verdrag, dan weer te maken met extra concurrentie van Europees vlees op hun markt, terwijl Japan meer auto’s naar de EU kan uitvoeren.

Weerlegging van de mythe ‘Vrijhandel bevordert de mondiale voedselzekerheid’
De analyse van genoemde gevolgen van vrijhandelsverdragen komt terug in de weerlegging van genoemde mythe door Voedsel Anders. Deze wordt weerlegd op vier punten:
1. Landbouw is om een aantal redenen geen normale economische sector, waardoor vrijhandel tot marktfalen leidt. Overheidsingrijpen is daarom gerechtvaardigd. Precies dat deed de Europese Unie. In haar beginjaren werd het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid opgericht.

2. Voor een duurzame landbouw en veehouderij is een stabiele en kostendekkende prijs nodig. Dit werd steeds verder onmogelijk gemaakt door genoemde vrijhandelsbeleid, met name sinds het Landbouw-akkoord binnen de WTO in 1995. Vanwege de concurrentie met geïmporteerde producten moeten boeren, zowel in het Noorden als in het Zuiden, onder de kostprijs produceren, wat leidt tot een kaalslag onder familiebedrijven in de landbouw. Een deel van de gestopte Afrikaanse boeren vertrekt vervolgens als migrant naar Europa. (Zie de informatieve serie van MO*-Magazine over dit verband (najaar 2017). Daarnaast zijn veel landen in ‘the Global South’ door decennia van liberalisering netto-voedselimporteur geworden. (Vind hier meer informatie over de desastreuze gevolgen van zestig jaar Europese handelsbeleid voor Afrika. Lees voor een zeer informatieve analyse van de WTO en andere handelsverdragen: Unpacking Trade and Investment van de Rosa Luxemburg Stiftung.)

3. De westerse landbouw is in hoge mate afhankelijk van subsidies. De WTO staat deze in grote mate toe, wat dus leidt tot een gelegaliseerde dumping op markten in the Global South.

4. Op een vrije wereldmarkt worden schaarse hulpbronnen ingezet voor luxeproducten in plaats van voor voedsel voor de lokale bevolking. Grootgrondbezitters, (westerse) multinationals en investeerders kopen of leasen het steeds schaarser wordende land (én zoet water) in ‘the Global South’ voor de teelt in monocultuur van exportproducten zoals soja, palmolie en biobrandstoffen. Deze productie gaat veelal ten koste van de landrechten van boeren en inheemse volkeren, die daardoor niet meer in hun eigen behoeften kunnen voorzien. De natuurvernietiging die hiermee gepaard gaat leidt tot een grote uitstoot van broeikasgassen en klimaatverandering.

Alternatieven
Voedsel Anders geeft in de weerlegging van deze mythe ook een aanzet voor een alternatief landbouw- en handelsbeleid. Het is belangrijk om deze discussie nu te voeren, aangezien de Europese Commissie vorige week de plannen presenteerde voor een nieuw Gemeenschappelijke Landbouwbeleid vanaf 2021.
De komende jaren kan gewerkt worden aan een alternatief dat onder meer zal leiden tot een veel effectievere inzet van landbouwsubsidies binnen een meer agro-ecologische regionale voedselvoorziening.

Overheidsbeleid zou moeten leiden tot kostendekkende prijzen aan boeren, meer zelfvoorziening en voedselzekerheid binnen landen en regio’s zoals de EU, en consumentenprijzen waarin sociale-, milieu- en dierenwelzijnskosten zijn geïnternaliseerd. De volgende maatregelen kunnen hiertoe bijdragen (zie ook het Europa-breed ondersteunde Alternative Trade Mandate):

- Landen of regio’s zoals de EU mogen importheffingen handhaven en verhogen om hun voedselproductie te beschermen, en zoveel mogelijk zelfvoorzienend te worden. Dat betekent dat boeren in Noord en Zuid een kostendekkende prijs kunnen behalen op hun markt, en dat natuurlijke hulpbronnen in ‘the Global South’ zo min mogelijk in beslag wordt genomen voor exportgewassen zoals veevoer en biobrandstoffen.
- Omdat oneerlijke concurrentie van importproducten dan wordt voorkomen, kunnen de maatschappelijke eisen aan de landbouw en veeteelt omhoog.
- Ecotaksen op fossiele brandstoffen, transport en andere vervuilende stoffen dienen te worden verhoogd. Die zorgen er ook voor dat productie en consumptie binnen Europa zo dicht mogelijk bij elkaar komen te liggen.
- Door hogere maatschappelijke eisen en ecotaksen gaan alle boeren duurzamer produceren, waardoor het prijsverschil tussen gangbare en biologische landbouwproducten kleiner wordt. Dat zal leiden tot een groei van de biologische sector.
- Productiebeheersing binnen akkerbouw en veehouderij bevordert de stabiliteit tussen vraag en aanbod, wat zorgt voor kostendekkende en stabiele prijzen en voorkomt dumping in ‘the Global South’.
- Op internationale schaal zorgen hernieuwde grondstoffenovereenkomsten voor tropische producten zoals koffie en cacao voor een balans tussen aanbod en vraag, en dus stabiele prijzen. Tevens worden de hogere Europese importtarieven op bewerkte tropische producten (tariefescalatie) verlaagd, zodat de bewerking hiervan vooral in the Global South plaats vindt.
- Als bovenstaande maatregelen worden ingevoerd, kunnen de huidige Europese landbouwsubsidies worden afgeschaft. Dit landbouwbudget kan veel gerichter worden ingezet voor het bevorderen van een meer agro-ecologische voedselvoorziening én het verlenen van groene diensten aan de samenleving. Alleen boeren die specifieke diensten verlenen op het gebied van natuur- en landschapsbeheer, of die hun organische stof-gehalte in de bodem verhogen, krijgen hiervoor een kostendekkende vergoeding. Het verhogen van organische stof is ook een zeer goede klimaatmaatregel, omdat zo broeikasgassen worden vastgelegd. Boeren die deze groene diensten niet verlenen krijgen dan geen subsidies meer, maar natuurlijk wel een kostendekkende en stabiele prijs voor een duurzamer product.
Ook maatregelen ter bevordering van lokale zelfvoorziening (op gemeenschappelijk) land, zoals Community Supported Agriculture en voedselbossen, zouden gestimuleerd kunnen worden door middel van Europese landbouwfondsen.
Onze collega’s binnen Voedsel Anders Vlaanderen deden verregaande voorstellen voor dit nieuwe GLB.
- De overheersende marktmacht van verwerkende bedrijven, tussenhandel en supermarkten binnen de voedselketen kan worden aangepakt met verbeterd mededingingsbeleid. Dit leidt tot een zo klein mogelijk verschil tussen prijzen aan de boer en de consument.

In alle rapporten wordt onder andere het verhogen van importheffingen genoemd als effectieve maatregel, iets wat de WTO min of meer uitsluit
Argumenten voor deze trendbreuk zijn er voldoende, maar deze vereist vooral moed van de beleidsmakers. De uitgangspunten en afspraken binnen de huidige WTO maken genoemde alternatief namelijk nagenoeg onmogelijk. Al blijven maatschappelijke organisaties pleiten voor hervormingen binnen de WTO. In dit kader vraag ik graag aandacht voor:
- de voorstellen van de internationale vakbond ITUC, CS IGB richting de WTO-top in Buenos Aires
- ‘De Handelsagenda voor een eerlijke en duurzame economie’ van Milieudefensie (2017)
- De voorstellen van de Amerikaanse Sierra Club: A new, climate-friendly approach to trade.

In alle rapporten wordt onder andere het verhogen van importheffingen genoemd als effectieve maatregel, iets wat de WTO min of meer uitsluit. Een alternatief voor hervorming van de WTO is dan ook het oprichten van een internationale VN-organisatie voor eerlijke handel, waarbij het universele recht op voedsel, de bestaanszekerheid van familiebedrijven in de landbouw en internationale milieuverdragen, wél prioriteit krijgen boven het ‘WTO-recht’ van multinationals om markten te mogen binnen dringen en toegang te krijgen tot steeds schaarsere natuurlijke hulpbronnen.

In 2018 organiseert Voedsel Anders de Voedselkaravaan op diverse plaatsen in het land. Ook dan zal aandacht worden besteed aan een rechtvaardig handels- en landbouwbeleid, en het toekomstige GLB.'


Dit artikel afdrukken