In de Afrikaanse winkel staat naast de kassa een grote glazen pot, zoals je ze soms ook ziet voor snoep. In de pot zitten grote noten van verschillende kleur. Ernaast nog een kleinere pot, met kleinere noten. Het zijn kolanoten.

De kolabomen groeien in West- en Centraal-Afrika. Ze groeien vaak meer dan twintig meter hoog en spelen een belangrijke rol in het sociale weefsel van de plaatselijke bevolking.

Opwekkende pitten
De bomen behoren tot de familie van de Sterculiaceae of Malvaceae (stokroos, hibiscus ...), naargelang de gebruikte classificatie. Tropische bomen zijn vaak moeilijk te plaatsen en er bestaan tientallen soorten Kola. De belangrijkste heten voor de wetenschap Cola nitida en Cola acuminata. Dat zijn respectievelijk de grote en de kleine noten die ik in de winkel vond. De vruchten die aan de takken rijpen, lijken een beetje op cacaovruchten, lederachtige peulen waarin een zoet vruchtvlees zit met daarin een aantal pitten. Het zijn die pitten die wij kolanoten noemen, ze zitten met twee of meer bij elkaar en kleuren groen, wit of rood.

Nu mag je zoon met mijn dochter trouwen
Dit is de kola van de Cola! Toen oorlogsveteraan John Pemberton in de Verenigde Staten de Coca-Cola op de markt bracht (1886) werd die gemaakt van kolanoten uit Afrika en cocabladeren uit de Andes. Kolanoten staan bekend om hun opwekkende eigenschappen (cocabladeren ook). De pit bevat 2 tot 4 procent cafeïne, naast 2 tot 3 procent theobromine (zoals in cacao), polyphenolen, looistoffen, saponiden en nog van dat opwekkends en moois.

Pepmiddel
Ik kocht voor 2 euro noten en kreeg daarvoor vijf stuks. Daarmee ging ik naar mijn Afrikaanse gids, Martine, en ik gaf er haar één. Ze splitste de pit in twee lobben en gaf me daarvan één terug. ‘Nu mag je zoon met mijn dochter trouwen,’ zei ze, en ze proestte het uit van het lachen.

Nick Trachet
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Kolanoten hebben een sterk rituele functie in West-Afrika. Met kolanoten worden de banden gesmeed en aangehaald. Voor een huwelijksaanzoek gaat de familie van de jongen bij die van het meisje op bezoek en spelen ze daar het ritueel af dat Martine mij toonde. Als de vader van het meisje in de (halve) pit bijt, dan gaan ze in principe akkoord. Hij kan de noot natuurlijk ook niet aannemen of zeggen: ‘Dat moet ik eerst aan mijn dochter vragen.’ Meestal gaat er ook al een heel verhaal aan vooraf. Daarna pas wordt er gepraat over bruidsschat en zo. Ook bij andere belangrijke gebeurtenissen en palavers duikt de kolanoot op. Wanneer er een geschil is tussen dorpsgenoten gaat men bij de chef aankloppen en daar wordt het uitgeklaard. Ter bezegeling van het akkoord deelt men een kolanoot. Kolanoten worden ook gebruikt bij voorspellingen en voodoorituelen.

Studenten kauwen ze tijdens het blokken, boeren tijdens het werk op de akker
Maar de noot wordt ook gewoon als pepmiddel gebruikt. Studenten kauwen ze tijdens het blokken, boeren tijdens het werk op de akker. Naargelang de taal en het land heeft de kola een andere naam. ‘Goro’ is ook een woord voor kola, denk aan het nummer Goro City van Manu Dibango uit 1980.

Geen snoepje
Ik beet op mijn stuk noot. Het kraakte zoals een rauwe kastanje en ik merkte vooral bitterheid. ‘De rode zijn zoeter,’ zei Martine, maar veel zoetigheid merkte ik niet. De ‘kleine’ kolanoot schijnt nog bitterder te zijn. Niets weerzinwekkends, maar toch niet echt ‘een snoepje’. Ik heb nergens gelezen dat er gewaarschuwd wordt tegen het kauwen van kolanoten, maar ik vermoed dat de effecten vergelijkbaar zijn met het slurpen van koffie.

Het witte vlees van de noot kleurt rood wanneer je het even laat liggen, dat komt van de kleurstof flobafeen. Niet dat zoiets belangrijk is, maar het is zo’n mooi woord. ‘Een flobafenen hemd, iemand?’ Smakelijk.
Dit artikel afdrukken