Naar aanleiding van een artikel van de CDA'ers Jan Jacob van Dijk en Jaco Geurts in de regionale pers zei boer Eric Holleman zaterdag op twitter:




Met Geurts en het CDA vindt boer Holleman dat er iets gecorrigeerd moet worden. Wat precies wordt niet duidelijk. Geurts weet dat niet duidelijk te maken. Hij gaat uit van het recht van boeren op een andere dan de marktprijs. Waarom hij dat doet, kan hij wel uitleggen. Hij zegt dat er sprake is van een oneerlijke prijs omdat boeren hun bedrijven niet meer kunnen runnen en hun zonen en dochters de boerderij niet meer willen overnemen. Ze verdienen te weinig en voelen zich daarom de risée van de samenleving. Dat zegt alleen nog steeds niets over de oneerlijkheid van de prijs die ze krijgen.
Daarom stel ik voor dat we hier op zoek gaan naar wat 'eerlijk' is.

Kamermeerderheid
Dat is niet onbelangrijk, want er lijkt zich inmiddels een Kamermeerderheid van CDA, SP, PvdA, ChristenUnie en D66 af te tekenen voor een voorstel dat vooralsnog onduidelijk is. Zelfs Sharon Dijksma, de PvdA-staatssecretaris van EZ, wier partij doorgaans de tegenvoeter is van het boeren-CDA, neigt ernaar te denken dat boeren 'oneerlijke' prijzen krijgen. Het is dus niet ondenkbaar dat er beleid tegen 'oneerlijke prijzen' geformuleerd gaat worden.

Markt
Dat zal niet gemakkelijk zijn, want de economie kent het begrip 'eerlijke prijs' niet. Over de 'juiste prijs' wordt beslist door de markt. Als er aanbod voor 120 mensen is, maar er slechts vraag voor 100 is, dan daalt de prijs. Dat is niet oneerlijk, maar een economisch feit in de vrije markt. Als het aanbod voor die 100 mensen gemaakt wordt door 5 producenten, waarvan er 4 zo'n 10 man kunnen bedienen en 1 ca. 60, dan verdient degene die er 60 kan bedienen het meest. Dat lukt hem al helemaal als er net te weinig wordt gemaakt en er sprake is van licht onderaanbod. Door zijn volume heeft hij immers een kostenvoordeel boven zijn concurrenten, terwijl zijn klanten graag volop betalen voor zijn handelswaar. Krijgen die concurrenten een 'oneerlijke' prijs omdat hij - de man die 60% van de markt kan bedienen - meer overhoudt?

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Bij een op de vraag afgestemd aanbod zullen de producenten die met z'n vieren 40% van de markt bedienen in de praktijk genoeg verdienen om hun bedrijf te kunnen runnen. Er is immers sprake van evenwicht tussen aanbod en vraag. Bij een licht onderaanbod is er zelfs sprake van een zogenaamde vragersmarkt waarin een hoge marktprijs tot stand komt. Je zult in zo'n markt niemand horen klagen over 'oneerlijke prijzen'. De 60% man is gewoon slimmer en handiger geweest en verdient dus meer. Dat vinden we doorgaans terecht en begrijpelijk.

Macht
We vinden het nog steeds prima als de 60% man twee van zijn concurrenten koopt met de reserves die hij door zijn jarenlange betere prijs heeft kunnen oppotten. We houden pas op het goed te vinden als hij vervolgens met zijn nóg hogere verdiensten een trucje gaat uithalen. Als hij de prijs gaat verlagen tot een niveau waarop hij nog net prima kan draaien door zijn kostenvoordeel maar zijn overgebleven conculega's niet meer, gaat hij over de schreef. Dan duwt hij zijn twee laatste concurrenten de markt uit. Daarmee verdwijnen ze en 'koopt' hij ze als het ware voor niets. Hij kan de laatste 20% van de markt dan zo inpikken en beheerst die vanaf dat moment. Nieuwe toetreders hebben geen schijn van kans meer, want ze kunnen nooit snel genoeg volume opbouwen om tegen zijn kostprijs op te kunnen.

Van zulke machtsposities moeten we niets hebben. Daarom grijpt zelfs in liberale economieën de overheid in als zoiets gebeurt. We spreken dan van 'marktimperfecties' en - daar heb je het woord - oneerlijke concurrentie. De overheid eigent zich dan in het algemeen belang het recht toe om in te grijpen. De laatst overblijvende producent kan ons nl. dwingen te eten wat hij maakt tegen prijzen die hij ons oplegt. Dat vinden we niet kunnen. Vanuit ons publieke belang is de rechtsstaat er immers om de creativiteit van het geheel voorrang te geven en individuen die niet in hun stricte eigenbelang te laten gebruiken. Die gedachte van de rechtsstaat staat boven de wetten van de wilde economische jungle waar alleen het 'recht' - de brute macht dus - van de sterkste geldt. Kunnen boeren aanspraak maken op het recht om tegen die brute machtsuitoefening beschermd te worden?

Teveel boeren en te weinig inkopers?
Boeren zijn er nog altijd heel veel. Niet één kan zelfs maar dromen van de oneigenlijke macht van de 60%'s man uit mijn voorbeeld. Supermarkten en verwerkers die boerenproducten inkopen zijn er veel minder. Volgens Geurts zijn er zoveel minder dat zij bepalen wat boeren verdienen. Zijn gram geldt dan ook met name de oneigenlijke macht die supermarkten daarmee kunnen uitoefenen. Letterlijk een handvol inkopers zou de prijzen voor boeren laag houden. Boeren kunnen nergens heen en moeten via die inkopers die hen geen goede prijs zouden gunnen, zegt Geurts.

Intuïtief lijkt dat te kloppen. Tienduizenden boeren moeten allemaal tegelijk langs hetzelfde loket om ons - omdat we naar winkels en niet naar boerderijen gaan - iets te kunnen verkopen. Daarom kunnen de supermarktinkopers achter die loketten zeggen: 'voor een beetje minder dan je buurman, mag jij door'.
Toch klopt dat beeld niet. Boeren verkopen hun varkens bijvoorbeeld aan Vion en tuinders hun groenten aan The Greenery. Die verkopen ze pas aan de supers. Zo zijn een heleboel losse boeren opeens toch met z'n allen sterk en staan ze als grote jongens tegenover de supermarkten. Vion en The Greenery zijn er nou juist om een gelijkwaardige onderhandelingspartner te zijn. Waarom gaat het dan toch fout?

Zijn supers oneerlijk of boeren een beetje dom?
Die vraag wordt nog relevanter als je bedenkt dat bijvoorbeeld tuinders zo'n 80% van hun producten in het buitenland verkopen. Alleen al in Rusland zetten ze zo'n 20% af van wat ze in Nederland afzetten. Dat doen ze verder in Engeland, Duitsland, België en Frankrijk en zelfs tot in Oostenrijk, Italië en nog verder aan toe. Ze hebben dus gemakkelijk tien maal zoveel klanten als er Nederlandse supers zijn. Ze hebben méér in plaats van minder handelscontacten dan de supers in hun thuisland en ze kunnen de hele productie vanuit één hand verkopen. En nog weten ze als ondernemers kennelijk geen prijs klaar te maken waar ze van kunnen bestaan. Een dan zou een handjevol Hollandse supers zou daar de oorzaak van zijn? In die redenering klopt iets niet.

Je gaat je iets afvragen: zijn supers oneerlijk of boeren een beetje dom?
Na de Ruslandcrisis werd er veel gegoocheld met cijfers. Het LEI zei al meteen dat we ons daar niet zulke zorgen om moesten maken. Je moet kijken naar wat er verdiend wordt, zei Krijn Poppe van het LEI op Foodlog. De toegevoegde waarde in de Nederlandse landbouw noemde hij prima. Toen het CBS er nog even aan ging zitten berekende ons enige echte officiële Bureau voor de Statistiek dat de export naar Rusland 300 miljoen aan toegevoegde waarde oplevert op 200 miljoen kosten. Dat is niet allemaal vrij besteedbare winst, maar wel geld waar bijvoorbeeld uitstekende salarissen, hypotheken, auto's en belasting van betaald kunnen worden. De Nederlandse landbouw blijkt dus een uitstekend boterham-en-meer genererend vermogen te hebben. Boer en tuinder grijpen daar klaarblijkelijk naast, terwijl hun product wel degelijk geld oplevert.

Zouden ze zich misschien een beetje onhandig organiseren? Eén ding is namelijk vreselijk duidelijk: aan die 300 miljoen kwam geen super te pas, terwijl tuinders net zoveel voor hun tomaten en paprika's kregen als ze wanneer ze hun waar wél aan supers hadden verkocht. Als je die toegevoegde waarde vanuit je boeren- en tuindersbelang had weten te organiseren, dan was je spekkoper. Alleen lukt het boeren en hun Greenery's en Vion's niet. Hoe komt dat?

Organisatievormen
Misschien moet de discussie over het plan Geurts in de Tweede Kamer daar straks over gaan. Het is namelijk niet ondenkbaar dat ze de eerlijke en creatieve kans om de juiste prijs te verdienen die hun kosten, een fatsoenlijk salaris en winst om te ontwikkelen moet dekken, aan zich voorbij hebben laten gaan. Daar heb je immers organisatievormen voor nodig die boeren als beroepsgroep in de samenleving niet hebben ontwikkeld, terwijl ze daar decennialang subsidies en fiscale regelingen voor hebben gekregen. Daar komt ook nog eens een krachtige lobby in Den Haag bij. Het is dan ook niet ondenkbaar dat geconstateerd moet worden dat ze geen te corrigeren oneerlijke macht tegenover zich vinden, maar vooral getuigen van hun onmacht om hun eigen kracht te ontwikkelen.

Zoals kenners van de retailmarkt nu al zeggen: supermarkten zijn een bedreigde diersoort, want hun vak houdt op te bestaan. Amazon.com en totaal nieuwe besteldiensten nemen het straks over. Zijn dat dan straks de boeven, terwijl ze nog niet eens bestaan? Nog directer gezegd: is die zielige uitstervende diersoort supermarkt dan nu de grote boef? Of hebben boeren zich niet ontwikkeld tot ondernemers in een markt die voortdurend aanpassing vergt?

Misschien moet geconstateerd worden dat de rechtsstaat prima heeft gefunctioneerd en boeren alle creativiteit heeft gegund. Ze hebben er alleen weinig van gebakken om zich zo te organiseren dat ze bedrijfseconomisch een haalbare marktprijs wisten te realiseren. Wie zulke lieden een 'eerlijke prijs' gaat bieden, komt bedrogen uit, als het geen ondernemers blijken. Boer Holleman en het CDA vinden dat de overheid moet ingrijpen met een toezichthouder die iets moet corrigeren. Als waar is wat ik zojuist zei, dan hebben boeren hun eigen business verkloot. Wie dat beschermt, raakt van de regen in de drup.

Te veel 'eerlijk'
Koude grondstuinder Jopie Duijnhouwer schreef hier dit weekend dat hij zich verbaasde over zoveel nadruk op 'eerlijk' in het stuk van Geurts. Volgens hem duidde het op een teloorgang van kennis over landbouw bij het CDA. Daarmee drukte hij uit dat er maar één prijs is: de juiste die door de markt wordt bepaald. Als boeren daar niet aan kunnen voldoen, moet je de boel anders organiseren, maar niet vragen om de realisatie van oneconomische begrippen als 'eerlijke' prijzen.

Maar wie weet, vergissen Jopie en bovenstaande analyse zich. Vandaar - tegen de achtergrond van wat overdenkingen en kanttekeningen bij Geurts - die 'simpele' vraag waar Jaco Geurts en inmiddels 5 partijen in ons parlement een antwoord op menen te hebben: wat is een eerlijke prijs en hoe kan een waakhond die handhaven?

Fotocredits: Jaco Geurts
Dit artikel afdrukken