Steevast neem ik ze mee van een familiebezoekje in Engeland. Uit de supermarkt of gauw nog even gekocht op de luchthaven. Sinds Marks & Spencer is overgegaan op een instore concept bij zes BP benzinestations ben ik dolgelukkig dat ze in een vestiging bij mij in de buurt zijn geland. Geen ingewikkelde toestanden meer, crumpets koop ik voortaan bij mij om de hoek!

Nu ik op zoek ga naar de Engelse keuken, kan ik ze ook eens zelf maken, dacht ik. Beslagje slaan, bakken, besmeren met boter en jam en het ontbijt staat klaar. Het vinden van het juiste recept verliep alleen iets minder soepel dan ik dacht. Het beslag van crumpets is vergelijkbaar met dat van de gerezen pannenkoeken uit Wannée's kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool. Alleen moet je er voor crumpets na de eerste keer rijzen nog bicarbonate soda, water en zout aan toevoegen.

Mijn startpunt was een oud Engels ‘colour cookery cookboek’. Geen enkel probleem om dat te lezen als je eenmaal weet dat je ‘1 pint milk and water’ moet lezen als ½ pint melk mét ½ pint water. Twee testrondes verder, snapte ik dat. Slapende gist en verouderde bicarbonate of soda verspilden het eerste beslag. In ronde twee verknoeide ik het beslag door het maar liefst twee keer te laten rijzen, zonder extra water toe te voegen. Hierdoor krijg je overigens heerlijke Engelse muffinachtige pannenkoekjes, maar geen crumpets.

Toen ik op een vrijdagavond voor de derde keer in de bloem stond te roeren, wist ik dat ik de juiste chemie te pakken had. In een glazen kom op de piano gaf ik het beslag de tijd en zag ik het omhoog komen. Na tweeëneenhalf uur voegde ik de laatste ingrediënten toe, liet het nog een uurtje staan en bakte daarna de rest van de avond portie voor portie tot ik alleen nog maar crumpets had. Mét bubbelgaatjes!

Het is een groot recept voor veel crumpets, maar de tijdsinvestering betaalt zich dubbel en dwars terug als je er na het afkoelen een stel in de vriezer opslaat. Lekker voor later. Bij een zondags ontbijt, of als late middagsnack bij de thee. Uit de vriezer even ontdooien in je broodrooster en daarna nog een keer extra roosteren voor het lekkerste resultaat.

Hazel Hardijzer
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


CRUMPETS (Recept voor ongeveer 22 stuks)
Ingrediënten
• 500 gram bloem
• 250 ml rijstmelk + 250 ml water
• 1 el instant gist (of 10 gram)
• 1 tl bicarbonate soda
• 1/2 tl zout
• 100 ml warm water
• Zonnebloemolie om in te bakken
• Enkele bakringen met 10 cm doorsnede en een hoogte van ong. 2 cm.

Bereiding
1. Doe de bloem in een grote ruime kom waarin het beslag genoeg ruimte heeft om te rijzen en roer het gist door de bloem.
2. Verwarm de melk met het water en klop het daarna met een garde door de bloem. Klopt het beslag daarna nog zeker 4-5 minuten tot je er dubbele lamme armen van krijgt.
3. Bedek de kom met huishoudfolie en zet het minimaal een uur op een warme plek. Het kan zonder problemen 2 tot 3 uur blijven staan.
4. Los het zout en de bicarbonate soda op in het warme water en klopt het door het beslag.
5. Doe de folie terug over de kom en laat het nog eens 45 minuten tot 1 uur rijzen.
6. Verwarm de pan op middelmatig vuur, vet de bakringen in met de olie en verwarm even mee in de pan. Schep of spuit het beslag in de ringen tot ze tot een randje van ongeveer 1 cm hoog gevuld zijn.
7. Bak de crumpets op middelhoog vuur totdat het beslag bovenop droog is geworden (zoals bij pannenkoeken voordat je ze omdraait). De crumpets hoeven maar aan één kant gebakken te worden. Let er goed op dat het vuur niet te heet staat anders verbrandt de onderkant voordat de bovenkant gaar is.
8. Serveer de iets afgekoelde maar nog steeds warme crumpets met een klontje boter en jam.

Meer recepten van Hazel Hardijzer zijn te vinden op haar site Cookie Cottage. Ze heeft een Engelse (home baking) moeder en een half Duitse vader. Haar jeugd werd gekenmerkt door een grote variatie aan Europese gerechten en zoete lekkernijen. De échte Hollandse pot, kwam slechts zelden op tafel. Vanaf nu schrijft ze regelmatig op Foodlog.

Fotocredits: Hazel Hardijzer
Dit artikel afdrukken