Mijn visie: ik zie een wereld voor me waarin steeds meer boeren en tuinders duurzaam samenwerken met een of meer (zakelijke) afnemers. Dat heeft vooral voordelen: waar duurzaam wordt samengewerkt, ontstaat meer wederzijds begrip en respect. Daarnaast kan er een gezonde voedingsbodem ontstaan voor een veelheid aan verse innovaties, die stuk voor stuk op maat zijn of worden gemaakt dóór de producent en vóór de consumenten van de afnemer.

Horizontaal
Om deze visie werkelijkheid te laten worden, hebben we versdenkers nodig. Mensen met een frisse blik op versketens, die verticale samenwerkingsverbanden (zoals producentenorganisaties) plaats laten maken voor horizontale samenwerkingsverbanden. Versketens waarin het streven naar meer volume en meer marge ondergeschikt is aan het streven naar duurzame meerwaarde voor de gehele keten. Versketens waarin die meerwaarde bovendien eerlijk wordt verdeeld over de ondernemers die daaraan bijdragen. Versdenkers gaan er voor zorgen dat zowel de vraag naar als het aanbod van verse producten heel veel gevarieerder gaat worden.

'Gaat het wel goed met je?'
De realiteit: vrijwel alle Nederlandse boeren en tuinders produceren bulkproducten voor de wereldmarkt. Het denken van deze ondernemers wordt gedomineerd door het streven naar volume en marge. De meeste ondernemers zitten gevangen in die denkwijze omdat het ecosysteem waarin ze actief juist hiervoor is ingericht. De varkensboer die zijn veestapel niet gaat vergroten maar juist gaat verkleinen, wordt op verjaardagsfeestjes meewarig aangekeken: ‘Gaat het wel goed met je?’ Ook de gesprekken met zijn bedrijfsadviseurs en bankiers verlopen moeizamer dan voorheen. Wie, net als deze varkensboer, kiest voor een wezenlijk andere strategie, verlangt naar een wezenlijk ander advies en een andere financiering.

Het dominante denken in volume en marge heeft dit twee gevolgen: boeren en tuinders doen – al dan niet bewust – mee aan de race to the bottom en ze zijn grotendeels uitwisselbaar (geworden). De race to the bottom stopt nooit en wordt na elke ronde feller, de vraag is dus: kunnen deze boeren en tuinders de meer-voor-minderstrategie op bedrijfseconomisch én maatschappelijk duurzaam gebied vol kunnen houden?

Voor wie niet op het antwoord wil wachten, zijn er alternatieve handelswijzen: meerwaardestrategieën. In dat verband kun je denken aan het introduceren van innovatieve producten, of het creëren van meerwaarde door het intensiveren van de samenwerking met ketenpartners. Kansen volop dus.

Ron Mulders
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Het is daarom belangrijk om consumenten te betrekken bij het ontwikkelen van een meerwaardestrategie
De producent kan van alles doen om de waarde van zijn product of dienst te vergroten, maar uiteindelijk is het de consument die de waarde van dat product of die dienst bepaalt. Het is daarom belangrijk om consumenten te betrekken bij het ontwikkelen van een meerwaardestrategie. Hun inbreng moet serieus worden genomen, maar we moeten er ook voor waken deze niet te overschatten. Welke consumenten hebben Jan Broenink voorgesteld om vlees van wroetvarkens te gaan verkopen? Welke topkoks hebben Henk Kerkers uit Deurne gevraagd om toverboontjes te gaan telen? Waarom is de Historische Groentehof in Beesel ontstaan? Als reactie op expliciete vragen van consumenten?

Ik zie hier met name een uitdaging voor de ketenpartners van de betreffende boeren en tuinders
Wisselwerking
Nee. De zojuist genoemde producten, die alle uniek en bijzonder zijn, zijn zonder uitzondering het resultaat van de passie en het doorzettingsvermogen van individuele ondernemers, van gedreven boeren en tuinders. Het heeft zeven jaar geduurd voordat Livar, heerlijk mals varkensvlees uit Limburg, een commercieel succes werd. Topkoks zetten Livar op de kaart en op het moment dat consumenten het vlees konden proeven, was er ruimte voor de meerwaarde van het product. Uiteindelijk is dat the proof of the pudding: niemand anders dan de consument besluit of een product daadwerkelijk méér waard is. Cruciaal in een dergelijke situatie is de volgende wisselwerking: boeren en tuinders creëren, consumenten waarderen. Ter illustratie: voordat de consument ervaart dat de bloemkool van de Flevoboeren ‘smaakt zoals bloemkool hóórt te smaken’, moet de tuinder die bloemkool vanzelfsprekend eerst geteeld hebben.

Bij de visie die ik aan het begin van dit stukje schetste, hoort een duidelijke opdracht: laten we boeren en tuinders die durven (!) te kiezen voor een meerwaardestrategie actief ondersteunen bij het creëren van nieuwe producten en concepten. Ik zie hier met name een uitdaging voor de ketenpartners van de betreffende boeren en tuinders: zij moeten actief gaan bijdragen aan het realiseren van de beoogde meerwaarde. Een gedachte die geworteld is in het concept Kip van Oranje.

Vandaag de dag geldt voor versketens: one size fits all. Als ik naar de toekomst kijk, stel ik vast dat dit principe niet langer voldoet. Ik verwacht dat een bonte verzameling versketens met evenzovele ketenpartners gaat ontstaan: de tuinder die superfoods wil leveren aan hippe smoothiebars in de Randstad kiest voor andere ketenpartners dan de varkensboer die zijn Beter Leven vlees wil leveren aan de PLUS-supermarkten in zijn regio.

Ik preek even voor eigen parochie: het platform pommerom.com waaraan ik al enkele jaren werk, maakt maatwerk in versketens haalbaar én betaalbaar voor alle boeren en tuinders. Het concept is gebaseerd op de volgende overtuiging: ‘Waar boeren en tuinders direct samenwerken met hun zakelijke afnemer, boert iedereen beter.’ Zo zijn boeren en tuinders niet langer onderling uitwisselbaar. Wel zo prettig. Ik hoop de nodige concurrenten te krijgen. Dat helpt het verder vooruit.
Dit artikel afdrukken