Veel van het voedsel dat wij eten, is exotisch van oorsprong. Aardappelen, tomaten en paprika’s zijn Amerikaans. Kersen, appels en fazanten komen uit Azië. Uit Australië kwam er haast niets, op nu en dan een verloren gelopen blik met kangoeroevlees na, meer als grap dan als voeding.

De hardste noot ter wereld
De macadamianoot is de uitzondering die de regel bevestigt. Ook dit is een ‘nieuw’ voedsel, 120 jaar geleden had nog niemand ervan gehoord tenzij in Queensland. En dan nog. De noten groeien aan bomen. Het lijkt erop dat de macadamiaboom oorspronkelijk werd uitgevoerd als sierplant, nog voor er een Westerling op het idee kwam om de zaden te proeven. De noten zijn dan ook keihard om te kraken. De hardste noot ter wereld! De Australische aboriginals wisten uiteraard wel dat de noten lekker waren, maar wie luisterde er naar hen?

De Australische aboriginals wisten uiteraard wel dat de noten lekker waren, maar wie luisterde er naar hen?
De macadamia behoort tot de familie van de Proteaceae. Protea, zegt het u nog iets? In de nadagen van de Apartheid in Zuid-Afrika was dat ook de naam van een Vlaamse fanclub van ‘voorname luiden’ die de verdediging van het racistisch regime op zich namen. Protea cynaroides is de wetenschappelijke naam van de suikerbossie, de nationale bloem van Zuid-Afrika. Vandaar. Aan de Australische kant kennen we ook de Banksia, sierstruiken met zeekleurige, pluimvormige bloemen.

Charles Darwin
Planten uit die familie leven vooral in Zuidelijk Afrika, maar ook in Australië en een beetje in Zuid-Amerika. In het Noordelijk halfrond zijn er van nature geen. En dat vonden de Europeanen altijd al vreemd, want de bomen en struiken uit die familie zijn best opvallend. Toen Charles Darwin zijn evolutieleer voorstelde, kwam dan ook al vroeg de kritiek vanuit de verspreiding van (onder andere) deze plantensoorten: hoe kan het dat een verscheidenheid van protea’s over verschillende continenten voorkomen, duizenden kilometers van elkaar verwijderd? Als ze allemaal geëvolueerd zijn uit dezelfde voorouders, hoe zijn ze dan de oceanen overgestoken zonder via het Noorden te passeren, want daar komen ze niet voor?

Goede oude Darwin stond met zijn mond vol tanden. Jarenlang heeft hij proberen aan te tonen dat plantenzaden succesvol over de zeeën kunnen drijven. Zo vroeg hij aan correspondenten in Noorwegen om tropische zaden van het strand te rapen die daar waren achtergelaten door de Golfstroom. Dat gebeurt. Thuis probeerde hij die zaden dan te laten kiemen. Maar die uitleg bracht niet echt voldoening. De arme man is gestorven zonder het antwoord te kennen. Dat kwam uit Oostenrijk, van professor Eduard Suess (neen, niet de Dr. Seuss van The cat in the Hat). Suess stelde dat er ooit een supercontinent had bestaan dat de drie zuidelijke continenten met elkaar verbond. Hij noemde het Gondwanaland. Gek trouwens dat de belangrijkste ondersteunende mechanismen voor Darwins evolutieleer net uit Oostenrijk kwamen. Ook de erfelijkheidsleer van Gregor Mendel kwam uit die buurt, meer bepaald uit Brno (Tsjechië). Angelsaksers waren nooit erg goed in Duits.

Nick Trachet
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Oercontinent en platentektoniek
Suess had het niet helemaal bij het rechte eind. Hij dacht dat de oceanen het oercontinent hadden overspoeld. Het is een Duits officier in de Eerste Wereldoorlog die met de continentendrift kwam aandraven. Alfred Wegener was een weerkundige en poolreiziger die tijdens de oorlog aan de Duitse meteorologische dienst was verbonden. Hij vond daar blijkbaar tijd om ook een boek te schrijven over de verschuiving van de continenten. Dat verscheen in 1915, dus net honderd jaar geleden! Na veel discussie werden de finale bewijzen voor zijn hypothese gevonden in het magnetisme van rotsen en vandaag spreken we van platentektoniek. Of hoe mooie plantjes de mensen op een veel grotere schaal aan het denken kunnen zetten.

Men beschouwt de macadamia als de chicste borrelnoot ter wereld. De vraag is vele malen groter dan het aanbod, en het breken van de noten is een hondse bezigheid.
Macadamia integrifolia en M. tetraphylla zijn de twee boomsoorten die ons de macadamianoten geven. De eerste hebben een gladde schelp, de tweede een ruwe. Vanuit Australië werden ze al vlug aangeplant in Hawaï en aan de kust van Californië. Commerciële export van de noten begon pas in de jaren 1950. Australië blijft de grootste producent. De noten vallen af wanneer ze rijp zijn en worden in de zon gedroogd. Daarna worden ze gebroken. Notenkrakers ontwikkelen voor macadamia’s schijnt een hele uitdaging te zijn. Ten slotte worden ze geroosterd en verpakt.

Vet en zoet
Men beschouwt de macadamia als de chicste borrelnoot ter wereld. De vraag is vele malen groter dan het aanbod, en het breken van de noten is een hondse bezigheid. Dus de prijs is bijna dubbel zo hoog als die van de tweede chicste, de caju (cashew) uit Brazilië.

Macadamianoten zijn echt wel héél lekker, en blijkbaar moddervet. Ze kunnen wel 80 procent olie bevatten en tot 8 procent suiker. Aan die oliën worden allerhande wonderlijke gezondheidsvoordelen toegeschreven. De olie kan gebruikt worden in sla en om te bakken (het is voornamelijk oleïnezuur, zoals in olijven) maar gezien de prijs wordt de olie eerder gebruikt in toiletproducten en cosmetica.

Ik vind de noten in ieder geval echt lekker. Iets voor grotere gelegenheden misschien? De eindejaarsfeesten zijn niet meer veraf. Smakelijk.

Fotocredits: Forest and Kim Starr
Dit artikel afdrukken