China wilde de intensieve, grootschalige varkenshouderij zich laten ontwikkelen in het noorden van het grote land. Daar zou de productie moeten worden geconcentreerd die over vele kleine boeren was verspreid. Dat wilde de overheid omdat een dergelijk kleinschalig systeem te kwetsbaar is voor dierenziekten, zoals de Afrikaanse varkenspest die sinds 2018 de Chinese varkensstapel via ruimingen nagenoeg heeft laten halveren. China is daarom aangewezen op importen uit de rest van de wereld en veroorzaakte daarmee uitstekende prijzen voor boeren in het buitenland.

Jarenlang wilde de Chinese regering geen grootschalige stallen aan de rand van steden. De milieukosten zijn te hoog én het brengt volksgezondheidsrisico's met zich mee. Daarom moest de grootschaligheid naar het noorden van het land. De wegen zijn echter slecht en lang. Om die reden dachten Westerse landen dat ze via de zeehavens in het zuiden van China altijd wel varkensvlees zouden kunnen blijven leveren aan de grote steden die in het zuiden liggen. Inmiddels is het tij gekeerd, schrijft Boerenbusiness, omdat de regering heeft besloten voedselzekerheid voor alles te zetten. Om aan de vraag naar het in China zeer geliefde varkensvlees te kunnen voldoen, wil het land niet meer afhankelijk zijn van het buitenland of de grote afstanden vanuit het noorden. Niets lijkt de wederopbouw van de varkensstapel nog in de weg te staan. Zelfs de tot voor kort negatieve houding van de regering tegenover grootschalige bedrijven aan de rand van de miljoenensteden zou geen rol meer spelen. Dit jaar nog zou de productie weer op het oude niveau terug moeten komen. Nieuwe stallen moeten ruimte bieden voor 200 miljoen varkens. Alleen al rond de hoofdstad Bejing worden 11 nieuwe stallen geplaatst.
Boerenbusiness - China zet alle zeilen bij voor hogere vleesproductie - Nieuws Wederopbouw
Reageer
  • Deel
Druk af