Rode Hoed III: het is maar hoe je kijkt
We begonnen gisteren in een vrije vorm over Rode Hoed III. Nu het 'officiële verslag'.
'Straks houdt de boer het nog voor gezien'. Die titel gaf de Volkskrant aan mijn stukje waarmee de debatserie over eten in de Rode Hoed werd aangekondigd. Of het voorzienigheid was, weet ik niet. Wel dat het een samenvatting en interpretatie was van de presentaties van Jan Douwe van der Ploeg, professor en promotor van de boerenlandbouw, en Jan Willem Grievink, kenner van de distributie- en verkoopcijfers van de Nederlandse eetmarkt. Uiteraard, die 'samenvatting' vooraf is bepaald door mijn kijk. Daarom hier een impressie van de sfeer die de 2 sprekers opriepen.
Boerenlandbouw en ondernemerslandbouw
Van der Ploeg maakt een onderscheid tussen boerenlandbouw en ondernemerslandbouw. Boerenlandbouw is kleinschalig, 'grondgebonden', baas in eigen huis, klein en zorgt voor z'n eigen lokale kringlopen. Goeie mest leidt tot uitstekend gras en lekkere melk en kaas. Kippenstront tot andijvie en aardappelen, terwijl de kippen genieten van de vliegenlarven in de koeienvlaaien. Andijvie en aardappelen die over zijn gaan naar het varken. Dat zorgt voor aanvaardbare kostprijzen. Van der Ploeg laat zien dat kleinere boeren die gemengd werken meer kunnen verdienen dan grote. Hoe dat kan, is een paradox, die Van der Ploeg verklaart door de hoge kosten van ondernemende landbouwer als gevolg van de inkoop van voer en (kunst-)mest. Die kun je als boer tenslotte ook gratis en voor niets zelf maken, al kost het arbeid. De kleinere boer moet er wel in zien te slagen zijn producten te verkopen in kleinschaliger winkels, cq. buiten de gebaande grote paden van de supermarkten om.
Ondernemerslandbouw is grootschalig, niet grondgebonden en - gek genoeg - geen baas in eigen huis, zonder eigen kringlopen en - al even gek genoeg - met een hoge mate van afhankelijkheid van enkele grote afnemers. Grote boeren kunnen hun spullen alleen kwijt aan een handjevol supers en megagrote verwerkers als Unilever, slachterij Vion en Campina. Die partijen ('imperia' noemt Van der Ploeg ze) managen de waardetoevoeging, die - wat Van der Ploeg betreft - het product wel ingewikkelder, maar niet beter of smaakvoller maken. Deze vorm van landbouw zorgde er, volgens Van der Ploeg, voor dat het boerenbedrijf de afgelopen 5 jaar 25% meer ging lenen. Het inkomen bleef echter achter en bedraagt inmiddels een tiende van de boerenschuld aan banken van ruim 38 miljard. Dat gaat tegen iedere intuïtie in, en toch is het zo. Hoe dat komt? We hebben boeren geleerd dat groot beter is en leidt tot lagere kosten per eenheid product. We hebben ze niet geleerd dat er rampen ontstaan als ze allemaal veel gaan produceren zonder hun totale aanbod te reguleren. In dat geval daalt nl. hun opbrengstprijs wegens overaanbod zelfs ver onder die lage kostprijs en leidt hun strategie tot een soort 'operatie geslaagd, patiënt overleden'.
The winner takes it all, maar dat kost wat
De banken die het financieren moeten, maken zich geen zorgen, want de ene buurman neemt de faillerende en uitgeputte andere over voor een prikkie en zorgt ervoor dat de kostprijzen alweer lager uitkomen. The winner takes it all, behalve dan dat die winnaar nog heel wat slagen moet winnen om de eindwinnaar te worden. Wat de banken vergeten is dat boeren daar wel eens moe van kunnen worden. Het is weinigen gegeven om hard te werken voor weinig en te leven met een steeds toenemend risico dat je bij het minste of geringste het volgende slachtoffer bent om gevild en geveild te worden.
Hij noemt die manier van werken waarin het leeuwendeel van de agrarische economie is gevangen 'fragiel'. Dat is ieder systeem, ook de retail en de grote verwerkers zoals het door hem geciteerde Parmalat, dat steeds net voor de financieringslasten van overnames en hoge organisatiekosten uit moest zwemmen om de concurrentie de baas te blijven en - net als Ahold onder zijn groeivoorzitter Cees van der Hoeven - in zwaar weer kwam door tijdelijke tegenslag. De grote sommen geleend geld die ervoor nodig zijn, wat Van der Ploeg betreft, zo kwetsbaar voor relatief kleine tegenslagen en marktdips, dat het voor hem duidelijk is: we moeten terug naar een boereneconomie. Hij toont cijfers waaruit blijkt dat in Italië over 5 jaar al, 51% van de boeren in een boereneconomie hoopt te werken.
Overproductie kan gigagrote boeren aan de bedelstand brengen. Het drama is dat ze zelf niet begrijpen dat het denken in termen van steeds meer rendement per dier, gewas en hectare irrelevant geworden is. Er moet aan winst- en niet aan kostenstrategieën worden gewerkt. Die winst valt alleen te behalen als ze evengrote macht kunnen uitoefenen als de 'imperia' en dus zelf een imperium gaan vormen maar een boerenhart houden. Die keuze maakt de ideoloog in Van der Ploeg niet. Hij kiest voor een boereneconomie met vele kleine aanbieders. Dat 70% van wat we in Nederland eten via supers loopt en dat de andere kanalen - speciaalzaken - in marktaandeel achteruit lopen, blijft grotendeels onbesproken. Niettemin is dat een cruciaal vraagstuk als de helft van de boeren uit de grote ratrace wil stappen en dus op een andere manier naar het publiek moet.
Zou verkoopkanalenkenner Grievink er een antwoord op hebben?
'Consumenten willen gemak'
Grievink vertelt wat wij eten, hoe we het willen en waar we het kopen. Tweederde van wat we thuis eten, kopen we in supermarkten. Die ene derde die we bij speciaalzaken kopen, neemt steeds verder af omdat de bakkers, slagers en groentenboeren failleren. Ze kunnen niet op tegen de supers, cq. weten zich onvoldoende te onderscheiden als kleine ondernemers tegen de veel professionelere supers die ook nog eens onder hun prijzen door kunnen gaan omdat ze grotere volumina kunnen leveren. Vervolgens vertelt Grievink dat we steeds meer toegevoegde waarde willen. Aardappelen in een stoomzakje, gesneden sla die 10 keer zo duur is als de ingrediënten. Zelf koken en snijden vinden we teveel moeite en tijd kosten. Bovendien eten we steeds meer onderweg en steeds minder thuis. Ook daarvoor is kant-en-klaar bereid eten nodig. Dat heeft 'toegevoegde waarde' en is dus duurder dan zelf een zakje boterhammen meenemen.
Dat is maar goed ook zegt Grievink, want de markt - die nu eenmaal moet groeien - kan dan groeien in geldwaarde en hoeft dat niet in hoeveelheid product. Waar Van der Ploeg negatief is over dergelijke 'toegevoegde waarde', is Grievink er positief over. Van der Ploeg stelt zich de vraag wat die waarde voor welke mensen toevoegt behalve kosten en winstmarge waar de boer gedurende de recente geschiedenis steeds minder heeft gekregen. Grievink stelt zich die vraag niet en constateert dat hij gelukkig geldswaarde vertegenwoordigd in plaats van nog meer kCal en buikomvang. Zo kunnen in Van der Ploeg's termen de imperia groeien en hun macht over de productie van primaire grondstof en de verwerking steeds verder uitbouwen. Hun streven is gericht op voortdurende groei om met een zo groot mogelijk aantal eenheden product de markt te kunnen beheersen. Grievink neemt de consument als uitgangspunt. Die wil wat hij nou eenmaal wil en vormt het uitgangspunt van verkoopstrategieën die maar een doel hebben: door groei de concurrent voorblijven. Tegenwoordig willen Jan en Jans 'gemak'. Daarom maken aanbieders nu vooral Kant-en-Klaar vers. Jan en Jans denken immers dat dat gezond en gemakkelijk is. Daarom zijn ze bereid er een veelvoud van 5 tot 10 de kosten van de ingrediënten voor te betalen. In die waardetoevoeging zitten niet alleen kosten maar ook de kans op extra winstmarge en dus gaan slimme aanbieders daarvoor. Die hebben het onderling nl. helemaal niet makkelijk en zijn dus naarstig op zoek naar margemakers om hun marginale winsten en verliezen in andere delen van hun assortiment te compenseren. Ze concurreren met elkaar op het scherpst om de gunst van de consument. Ook aan de kant van de supers die in de analyse van Van der Ploeg tot de imperia behoren is het geen rozegeur en maneschijn. Grievink schat dat er in Nederland een overcapaciteit aan vierkante meters winkelvloeroppervlakte is van 20%. Die moeten productief worden gemaakt. Ze opgeven betekent nl. ruimte maken voor een ander die die ruimte zal opvullen. Niet voor niets staat SuperdeBoer te koop. Ook machtige imperia zijn net als die teveel producerende boeren. Ze moeten de buurman eruit concurreren en als het niet lukt dan dan laten ze zich overnemen. Die zal dat doen, want anders doet de andere buurman dat en verliest de wijffelaar zeker zijn positie in het spel.
Op de vraag wat Grievink vond van het feit dat boeren onder hun kostprijs moeten werken en dus moeten bijbetalen voor hun werk, was hij stellig: gewoon hun overproductie reguleren. Er is teveel.
Iedereen zielig
Zowel de boer als de supermarkt, en zelfs de Unilevers, Campina's en Nestle's die er ook als imperia tussen zitten, zijn dus zielig. Het is maar hoe je kijkt. Uit de zaal kwam een vraag van een Ahold-man. Hij was gepikeerd omdat Van der Ploeg had verteld dat de boer 2 cent voor zijn uien krijgt, terwijl ze met een netje eromheen - de enige 'waardetoevoeging' - in de super liggen voor 89 cent. Hij verdiende immers maar 4 cent op zijn totale marge. Hij vond het niet nodig uit te leggen dat zijn directe productmarge op die uien vele malen groter is of waar al die andere kosten die immers niet zijn winst zijn blijven. Ook Grievink hield zich stil. Het is bijna niet uit te leggen dat SuperdeBoer niet voor niets te koop staat, maar diezelfde uien ook voor de hoofdprijs heeft liggen.
Er is maar een feitelijke vraag: kost toegevoegde waarde veel of levert het ons veel op?
Een van de mogelijke antwoorden is, dat we een economie hebben gecreëerd die ons laat werken en wat wij willen al heel lang niet meer serieus neemt. Hij gaat zijn eigen gang en laat ons denken dat we er nog wat over te zeggen hebben. Maar groei wil alleen zichzelf. Zijn we in staat haar onze wil weer op te leggen, willen we dat wel? Van der Ploeg wel. Hij maakt daarmee een politieke keuze. Grievink maakt geen keuze en redeneert slechts vanuit de economie. Ook dat is een politieke keuze, zij het een impliciete.
Reacties (78)
Mooi verslag (zelf ben ik mijn aantekeningen ergens in de trein verloren, als iemand in de trein tussen Haarlem en den Bosch een Barbapappaschrift heeft gevonden: ik ben de eigenaar!).
Ik raak een beetje gefrustreerd van de debatten. Het drukt me met de neus op de feiten hoe ongelooflijk weinig ik weet. En wat een vieze machtspelletjes er worden gespeeld. Knoeien met vieze melk en het weken later als dagvers verkopen. Uitknijp-asperges invliegen. Schulden op schulden stapelen en de marges verkleinen.
Ik word er ook boos van. Boos op die 50 mannen die de voedselketen beheersen (en die - zoals iemand tijdens het debat twitterde - nooit de afwas doen). Maar vooral boos op mezelf en alle andere consumenten. Want wij zijn diegenen die kiezen voor gemak en voor goedkoop en zo dit circus in stand houden.
Verder ben ik best vrolijk hoor :)
Karine Hoenderdos (commercieel correspondent)
Zielig, en labbekakkerig .... die woorden blijven bij mij hangen. “Ook ik ben labbekakkerig” zei Rottenberg “en loop de supermarkt binnen in plaats van dat winkeltje iets verderop dat buiten het imperium staat” .... net zoals bijna iedereen die in de zaal zit, dacht ik meteen. Iedereen zielig en labbekakkerig, en dat moeten we oplossen?? Niet iets om vrolijk van te worden. Maar boosheid komt bij mij niet op. Het is vrees ik gewoon waar.
Maar gelukkig zijn we geen van allen consequent ook niet in onze zielig- of labbekakkerigheid. Dat zes-pits fornuis wordt wel gebruikt in het weekend. Dan ineens zoek ik wel de beste winkeltjes op en ga voor het beste producten. Niet elke boer blijft gevangen in zijn zelf gevormde mega-cooperatie, hij worstelt en komt met wat nieuws. Rechtstreeks voor mij als hedonistisch eter. En het gaat met ups en downs, maar het meer bewuste, meer echte eten neemt toe. Lang niet bij iedereen, lang niet altijd, maar ook Grievink benoemt het als echte trend.
Basis blijft dat we allemaal lui (b)lijken te zijn. Lui, met steeds minder tijd, en steeds meer gericht op het korte termijn consumeren, nu kopen, direct eten. Dus moet het makkelijk worden gemaakt.
Ik wil nog wel wat horen over de rol van internet en virtual-social-networks in dat makkelijker maken. We kunnen steeds makkelijker verbindingen leggen met die producent of consument die bij ons past. Al wat we nodig hebben is een fysieke logistiek die die verbinding ook makkelijk omzet in echte producten stroom.
en Dick inderdaad stukje bij beetje wordt een grote olifant zichtbaar. Of is het toch een mammoet?
Uit Dick’s verslag:
‘De banken die het financieren moeten, maken zich geen zorgen, want de ene buurman neemt de faillerende en uitgeputte andere over voor een prikkie en zorgt ervoor dat de kostprijzen alweer lager uitkomen.’
Is dit zo? Maken banken zich geen zorgen? Lezen er hier bankmensen mee, die hun mening hierover willen geven? Uiteindelijk zakt de waarde van alle landbouwbedrijven en ziet de bank het geleende kapitaal in rook opgaan, evenals het onderpand.
Volgens mij gaat het niet om ‘labberekakkigheid’ maar over verregaand onbewust gedrag. Voor mij is het inmiddels zo’n 12 jaar geleden dat ik voor het eerst een natuurvoedingswinkel betrad en ervaar het inmiddels als een enorme verrijking dat ik investeer in goed voedsel en daar ook een goed gevoel aan overhoud. Dat is een langzaam proces van bewustwording geweest. Langzaam maar zeker gaan meer mensen begrijpen dat het vreemd is dat je extra goede benzine tankt voor je auto voor de instandhouding van je motor en dan bij hetzelfde tankstation een wit broodje kroket bestelt en het belangrijkste wat je hebt - je eigen gezondheid -verwaarloosd .Goed voedsel is helemaal niet duur, zeker als je met verse basisingredienten werkt - zonder die vreemde ‘toegevoegde waarde’ -uit het seizoen. Het is ons allemaal aangepraat. De slimste jongetjes uit de marketingklas, verleiden de sociaal zwakkeren emt non-voedsel voor een veel te hoge prijs. De verandering is er NU als je het zelf wilt en laat je geen red voor de ogen draaien dat het niet kan, je zoekt zelf excuses als je denkt dat ‘de ander’ moet veranderen. Alles prima, ieder zijn eigen verantwoordelijkheid, maar denk af en toe aan de balk en de splinter.......En dat gaat vooral over mensen die ‘het kunnen weten’.
Volgens mij gaat het noch om labberdekakkerigheid, noch om verregaand onbewust gedrag.
Voedsel is low interest en low involvement geworden. Het is op elke hoek van de straat beschikbaar tegen een behoorlijke kwaliteit. En het belast nog maar een klein gedeelte van ons huishoudbudget. Vroeger lag dat anders, toen behoorde voedsel tot de primaire levensbehoeften en maakte ook een groter deel van dat budget uit. Ik zei het al eerder, in het penthouse van Maslow maken we ons er niet meer zo druk over. Daar maken we ons druk over mooi wonen, prettige vakanties, geweldig rijden, erbij horen of juist er niet bijhoren en er fantastisch uitzien (“omdat je het waard bent” volgens l’Oreal). Eten wordt even high involvement op moment dat we ons er mee kunnen onderscheiden. Inderdaad die ene keer per maand dat we het 6 pits gasstel teisteren. Voor low involvement zaken maak je je niet druk, dat moet gemakkelijk gaan. Er is zoveel interessants te doen, eten kopen en maken moet convenience zijn.
Dus waar vroeger voedsel een belangrijk onderdeel van het bestaansrecht en het leven was, zijn dat nu volstrekt andere dingen geworden. Dingen die veel bevredigender zijn in het zoeken naar identiteit, om het debat een psychologische dimensie te geven. De reden dat ik in deze debatten geïnteresseerd ben, is dat ik me met identiteitsvraagstukken bezig houd. En ik vraag me af of en op welke manier voedsel weer een rol kan spelen als identiteitsgevende component. In de zoektocht naar authenticiteit (waarachtig, echt, waardevol, goed voor jezelf en goed voor de omgeving) lijkt me daar een interessante rol voor voedsel weggelegd. Tenminste als de branche in staat is de toegevoegde waarde iets daarnaar toe om te buigen. Maar dan moet ie wel echt zijn en geen loze belofte. Een ombuiging die zelfs, wellicht niet in alle gevallen de behoefte aan gemak kan overstijgen. Je moet bij Herman de Blijker niet aankomen met een voorgesneden ui. Daar is alle smaak uit. En als je dan de consument ook nog eens een keer voorrekend wat gemak kost, wie weet wat er dan gebeurt.
Bert, Jan Peter, voedsel moet dus weer op waarde geschat worden en niet gebruikt als stuntartikel om mensen in de super te krijgen. Eerder waren er voor een bepaald aantal producten vaste prijzen.
Moeten we daar naar terug??
De verticale prijsbinding was ter bescherming van de kleine winkelier. Het loslaten daarvan heeft o.a. de macht van de super gecreeerd.
Stunten is bedoeld, als concurrentie-wapen, om mensen naar één super te krijgen. Dus zelfs als voedsel de waarde krijgt die het verdient, blijven supermarkten ermee stunten. En hebben ze een kilo uien voor 2 cent nodig om 24 rollen Edet wc papier (deze week van 8,46 voor 4,99) te financieren. De marge mix heet dat.
De oplossing zit in mijn gevoel niet in het bestrijden of beperken van de supermarkten, maar in het bedenken van nieuwe concepten die voor de consument interessanter en waardevoller zijn.
Dus voedsel is (te) goedkoop en een comodity geworden en we zitten liever in de penthouse van Maslow. Prima, het is zoals het is.
Iemand maakte gisteren de vergelijking met andere basis voorzieningen : energie, wegen, water, wonen, etc. Ook dat zijn commodities. En toch hebben we daar als maatschappij besloten een paar dingen niet via de vrije markt te willen regelen. Riolering is een overheidstaak, energieproductie en energietransport zijn bewust gescheiden. NS maakt gebruik van het spoor van prorail. etc etc. Dus waarom zouden we niet sommige aspecten in food meer reguleren? Eerder op foodlog is er een item geweest “voedsel als maatschappelijke dienst”. Neen, ik heb er geen moeite mee als we weer wat meer gaan reguleren. De foodmarkt is niet perfect genoeg, een zekere vorm van overheidsingrijpen kan wat mij betreft.
@ Onno, op termijn gaan A-merken op grote schaal via internet worden gekocht. Waarom? Kwaliteit is altijd goed, prijs is dus de enige discriminerende factor. Via social media (bv twitter) worden we dan getipt waarde Coca Cola het goedkoopste is. Alleen voor verse producten -de kwaliteit veranderd immers dagelijks- zal dit niet gaan. Daar is de oplossing de boerensuper (think dell). Trek je deze lijn door, dan is de macht van AH ook eindig.
http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//E P//TEXT+TA+P6-TA-2009-0191+0+DOC+XML+V0//NL
Hier een bericht uit Brussel.
Ze weten daar ook wel waar de schoen wringt, nu de uitvoering nog.
Wouter de Heij, zullen supers toestaan dat postorderbedrijven als boodschappendienst voor levensmiddelen gaan operen? Als je als grootafnemer gaat fungeren kun je ook bij bedrijven als Makro terecht.
http://74.125.77.132/search?q=cache:fQyhV_g_bdUJ:www.logisti ek.nl/archief/id10426-Hoge_operationele_kosten_nekken_MakroOnline .html+makro+bezorgdienst&cd=1&hl=nl&ct=clnk&gl=nl &client=firefox-a
Dat ging ook niet lukken.
Denk je dat een boerensuper het uitsluitend op vers wel kan?
Dank Karine, toch pleegde ik zojuist (was vandaag lang offline) nog flink wat redactie om het beter leesbaar te krijgen.
De boerensuper bestaat in mijn ogen uit twee gedeeltes. (1) een winkel met vers producten, (2) een virtuele (internet) winkel waar je a-merken kunt bestellen. De A-merken worden of opgehaald in de boerensuper (die hoeft dan geen voorraad meer te hebben, alleen de producten die besteld zijn) of worden thuis bezorgd. Of supers zetten het zelf op, of een postorder bedrijf doet het. Ik gok erop dat een outsider met dit plan komt ;-)
Wat is er nodig:
- 20 tot 30 miljoen investeringskapitaal. Lenen bij de Rabobank? Een bank gaat dit bedrag niet uitlenen. :-(
- leiderschap. (wie gaat de kar trekken). Ik ben beschikbaar voor dit project, wie nog meer?
- m2 (maar niet zo groot als een gemiddelde AH). Dit gaat het werkelijk probleem zijn.
- draagvlak bij locale boeren en producenten (en een A-merk groothandel). Kost heel veel tijd.
- een organisatie waar toeleveranciers (bv boeren) ook eigenaar zijn. Ach, is zo bij de notaris geregeld.
Dit is een Retail 2.0 model waar ik graag mijn eigen geld in zou willen stoppen. Dus wie doet er mee? Ik zal eens met LTO, Rabo en/of triodos gaan praten. Een volwaardige business plan is zo in elkaar gezet.
Over 20 jaar hebben alle huizen een koelkast-brievenbus waar de PTT bestelde producten overdag in kan deponeren. Heerlijk toch, nooit meer boodschappen bij een supermarkt hoeven doen? De Boerensuper wordt ook een plek waar we over eten praten, mensen ontmoeten en recepten uitdelen (kortom een ontmoetingspunt). De boerensuper vraagt ook een vergoeding voor de gemaakte dienst en vraagt niet een vast % op de omzet.
De belangrijkste les in het google tijdperk : durf je eigen kannibaal te zijn (geen van de huidige retailers zal dit lef hebben, vandaar mijn gok dat een outsider het gaat doen). http://wdeheij.blogspot.com/2009/08/what-would-google-do-par t-1.html
Ik werd heel vrolijk van het verhaal van Jan Douwe van der Ploeg, de boerenlandbouw heeft de toekomst. De megastallen kunnen worden gesloopt. Gentechlandbouw verliest internationaal terrein, de overduidelijke nadelen van het patentrecht op genetisch materiaal kan bij lange na niet opwegen tegen de voorgespiegelde voordelen voor de toekomst (er wordt nog steeds geclaimd dat gentech de oplossing is voor de honger in de wereld). De voordelen blijken louter en alleen voor het machtige Monsanto en laboratoria en wetenschappelijk medewerkers die met het geld van gelukzoekende (misleidde) investeerders proberen te overleven.
Toen Jan Willem Grevink gaat uit van de mens als een machine, die vooral geleid wordt door impulsen vanuit de buik en chemische stofjes in het bloed. Alsof we ons daarvan niet bewust kunnen worden en er mee kunnen leren omgaan. En al doende de chemie in ons lichaam zelf kunnen beïnvloeden.
Dat kan gelukkig wel, er lopen heel wat bewijzen rond van mensen die goed met eten kunnen omgaan. Die wel weten wat echt lekker eten is, willen weten waar het vandaan komt, hoe het gemaakt wordt en er op letten wat het met je doet.
De gangbare opvatting over voedingsvoorlichting is dat dat heel weinig zin heeft. Gedragsverandering wordt als een onmogelijk opgave gezien als het door middel van voorlichting bewerkstelligd moet worden. Het aanbod moet veranderen is de vaste overtuiging vandaag de dag. Maar hoe doe je dat in een vrije markt economie?
Een ander probleem is dat het de politiek kennelijk niet lukt om paal er perk te stellen aan misleidende voorlichting ofwel reclame, zelfs niet als die speciaal op kinderen wordt gericht.
We hebben sinds de Ster zijn intrede deed te maken met een stortvloed van reclame en daarmee eenzijdige voedingsvoorlichting die rechtstreeks het onderbewuste aanspreekt. Dat is een vorm van geestvervuiling, maar wordt zo niet ervaren, het zijn de mooiste (en duurste) feel good filmpjes en we weten heus wel dat het reclame is. Há, flauwekul is dat, kijk even naar de merkendiscussie elders op dit foodlog.
Als er nu evenwicht was, maar dat is er niet. Slechts mondjesmaat zijn er kritische programma’s over voeding te ontdekken. Wouter Klootwijk is één van de weinige journalisten die kan en mag schrijven en maken wat hij wil. Hij graaft zich al meer dan 25 jaar als een worm gangetjes door de vette hollandse klei, fileert etiketten en bezoekt bedrijven op zoek naar de waarheid achter het produktieproces van het eten.
Wordt Nederland nu echt wakker van dit prachtige Foodlog? Gaan we direct inkopen bij boeren, ontstaan er weer echte boerencoöperaties, boerensupermarkten met echt eten? Komen er meer leuke lekkere streekeigen producten? Gaat het verse spul met de kortst mogelijke route naar de markt, naar consumentengroepen, verzorgingshuizen, scholen, kantines? Gaan we echt fruitbomen planten in de straten, bessenstruiken in de plantsoenen?
Of blijven we voor de t.v. hangen met een zak chips met een muffe nagemaakte smaak van bacon of kaas? Het wordt voor mensen als ik een stuk gezelliger als we gaan nadenken over het eten en tijd maken om meer met minder eten te doen.
Kan Wouter Klootwijk een keertje uitnodigd worden om een column voor te lezen van 25 jaar geleden? Noemen we die extra avond Déjà vu!
Wouter, wat is het verschil tussen een jouw boerensuper en een groentewinkel? De eigendomsstructuur en de loyaliteit?
Eigendomsstructuur en loyaliteit zijn zeker niet onbelangrijk. Maar de boerensuper is een echt landelijke keten met tientallen vestigingen. Een keten waar je ook gesneden producten en kant en klaarmaaltijden kan kopen. Vlees en vis hoort ook in de boerensuper, net zoals brood. Kortom gewoon basisvoedsel. Kratjes Heineken, Coca-cola en ander lang houdbaar spul hoeft niet verkocht te worden in de boerensuper (eventueel wel via de website). Dit zijn maar wat houtskool schetsen hoor!
Judith, hier vind je de basis van de boerensuper zoals die steeds opduikt in deze discussies.
Het is de bedoeling om de basisgedachte daarvan ‘open source’ te ontwikkelen. Er is niets te verbergen. Het eigendom ligt bij boeren en verwerkers (die 2 partijen zouden moeten samenwerken; beide lopen in de zandloper van de 5 inkopers vast en hebben elkaar nodig om een eigentijds aanbod te kunnen doen - een groentehal zal nl. niet lukken) en wellicht zelfs burgers. In het denken over de boerensuper opperde zelfs al iemand dat het misschien maar ‘burgersuper’ moet heten.
De super heeft een compleet assortiment op het gebied van vers en vers verwerkt en zit niet op het platteland, maar in de stad. In de binnenstad zelfs. Althans, dat is de bedoeling als’ie er ooit zou komen. Hij maakt volume. Is het een imperium? - dat vroeg me 2 weken geleden (in andere woorden) al eens Maurits Steverink, een van de ketenmanagers uit de biologische sector. Misschien een aardige vraag om hier ook eens over na te denken.
‘En ik vraag me af of en op welke manier voedsel weer een rol kan spelen als identiteitsgevende component.’
Deze vraag van Jan Peter van Doorn prikkelt. Als we nu alle toegevoegde waarde van Grievink laten vallen. Het bedrag dat dan over blijft moet gigantisch zijn. Daar kun je een aantal dingen mee doen:
- andere logistieke netwerken opzetten;
- investeren in de identiteitsgevende component.
Die identiteitsgevende component zou bijvoorbeeld een ‘gezonde community’ zijn, waar je bij wilt horen. Ik heb het wel vaker gezegd. Zorg voor een keuken in de boerensupermarkt. Maar daar gerechten, die variëren naar het seizoen. Leer jonge mensen koken met pure producten. Laat proeven dat karnemelk met verse vruchten veel lekkerder is dan Optimel. Breng voedingsleer op een manier waar mensen van smullen. Kijk naar andere sectoren. Kijk bijvoorbeeld hoe de sportschool mensen aan zich bindt. Of een wellness center.
Grievink vertelde tussen neus en lippen door hoe hij gruwde van de custardvla met vel die zijn moeder altijd kookte van verse melk. Hij gaf als kind voorkeur aan vla van de fabriek.
Hoe anders gaat het hier bij mij in huis. Mijn kinderen kunnen altijd vla in de koelkast vinden, maar gaan helemaal uit hun dak van custardpudding met bitterkoekjes. Als die op tafel komt worden de koekjes nageteld en ontstaat een spontaan gevecht om het vel.
Hoe kan dat? Is het een kwestie van schaarste? Ik kook het maar af en toe. Of hebben kinderen toch door wat het verschil is tussen echt en bewerkt?
Als ik een aantal gedachten uit de lezingen combineer met allerlei ideeën die hier op Foodlog rondzingen dan kom ik bij het volgende.
Er zijn voedselketen systeemfouten op een aantal niveau’s:
A Van de consument naar de leveranciers, mn de supermarkten
B Van de supermarkten naar hun leveranciers, te weten telers en hun afnemers waaronder de coöperaties
C Tussen boeren onderling
D Systeemfouten op wereldschaal
A. Hierboven werd de vraag gesteld of consumenten labbekakkerig zijn. Hoewel ik niet denk dat de grote fout daar zit denk ik wel dat bewuste consumenten wat kunnen bereiken. Sterker nog: supermarkten geven kapitalen uit aan marktonderzoek en nog zullen ze zich in vertwijfeling afvragen hoe ze het die consumenten naar de zin kunnen maken. Als consumenten wat willen bereiken kunnen ze het beste samenwerken (coöpereren). Daar zijn overigens al organisaties voor. Als consumenten vinden dat supermarkten groentes te duur verkopen, dan moeten ze contact opnemen met consumentenbond, etc met het verzoek om onderzoek te doen en lijsten te publiceren met supermarkten met de hoogste prijzen voor groente, zuivel, etc.
B. Het beeld van coöperaties van FrieslandCampina, Rabobank tot aan veiling The Greenery is niet positief. Ook onder boeren niet. “Die bestuurders zitten er alleen om zelf allerlei leuke dingen met het ledengeld te doen en het belang van de boeren interesseert ze geen bal”.
Boeren nemen het hun coöperatie kwalijk dat deze bijv. hun melk beneden de kostprijs verkopen aan de supermarkten. Flauwekul in de huidige situatie van overschotproductie. Dat is tenzij boeren het accepteren dat hun coöperatie een deel van hun productie niet afneemt. Want momenteel is er te weinig afzet.
In de vorige lijn werd betwijfeld of er wel sprake was van vraaguitval. Een aantal jaren geleden gingen zo’n 800 miljoen mensen dagelijks met honger naar bed. Nu is dat bijna een miljard. Bovendien is voor velen het menu vooral vegetarisch (gedwongen). Doordat de voedselketen inmiddels één wereldwijd geheel is werkt dit door naar alle sectoren (zelfs naar snijbloemen).
De verwachtingen van coöperaties als instituut zijn naïef. Doel van een coöperatie moet volgens mij paradoxaal genoeg zijn dat ze zichzelf overbodig maken.
In de landbouw komt vaak de situatie voor van een coöperatie naast een particuliere handel. Het effect is dat beiden convergeren. In de suiker was coöperatie Suiker Unie (Cosun) prijszettend en volgde CSM de uitbetaalde prijs. Bij aardappels is de prijs die Agrico uitbetaalt over de jaren gelijk aan particuliere bedrijven. Dat kan ook niet anders want ze zitten allen in dezelfde marktsituatie. Het gaat allemaal om bedrijven die het zich niet kunnen veroorloven inefficiënt te zijn. Uitbetalingsprijzen van zuivel zijn gelijkwaardig of ze nu wel of niet in het bezit zijn van boeren. De Rabo tenslotte heeft vergelijkbare tarieven als de concurrenten.
Dit wil niet zeggen dat coöperaties geen functie hebben. Ze zijn opgericht ooit om systeemfouten op te lossen. Honderd jaar geleden konden geldverstrekkers rentetarieven vragen die ze maar wilden.
De boerensuper als coöperatie kan een dergelijke functie hebben. Het probleem dat zo aangepakt kan worden is de hoge marge op agf, zuivel en vlees. In eerste instantie kan een boerensuper het zich veroorloven om de boeren een hogere prijs uit te betalen. Als het concept aanslaat zullen andere supers ook hun marge op agf, etc verlagen (en die op toiletpapier verhogen).
C. Hoofdprobleem van te lage landbouwprijzen zit er in dat boeren onderling niet coöpereren. Dick zei ergens dat boeren eigenlijk wel iets minder zouden willen produceren om zo voldoende vraag en prijs te behouden. Zelfs werd er gesteld dat boeren niet in de gaten zouden hebben dat het huidige systeem er toe leidt dat prijzen steeds dalen. Boeren weten dit echter al te goed. Punt is dat ze bang zijn voor hun collega’s. “Wij kunnen het ons niet veroorloven onze productie te minderen want dan springt iemand anders in dat gat”. Zie http://hetkippenhok.blogeiland.nl in het archief Het mannetje met de goudstukken (ik ben jaloers op diegenen die zo’n hyperlink naar voren toveren). Gevolg is maatregelen tegen de collegaboeren en daarmee in het voordeel van hun afnemers.
D. Er is ook sprake van een systeemfout op grotere schaal, namelijk in de manier waarop wij onze beschaving ingericht hebben. Wij zouden genoeg kunnen produceren om 10 miljard mensen te kunnen voeden. Onze beschaving werkt echter zo dat een miljard mensen honger lijdt. Onze arbeid is zo effectief dat we het rustig aan zouden kunnen doen. Maar velen hebben geen zinvollere arbeid dan op een vuilnisbelt verkoopbare dingen op te zoeken terwijl anderen in de ratrace alles op alles zetten en ipv tot hun 65e twee jaar langer door gaan werken.
Dat wordt de uitdaging van de komende eeuw, hoe we daar mee om gaan. Maar ja, coöpereren dat blijft iets moeilijks voor ons als tragische wezens die we zijn.
Margje, waarom die romantiek van een Klootwijk van 25 jaar geleden? Wouter bruist nog van de ideeën en maakt nou juist graag aan een einde aan al dat geromantiseer over eten. Laten zien hoe het zit - daar moet het om gaan. Mensen weten niets van eten, niet van hoe het gemaakt wordt maar vooral ook niet van hoe dat zou kunnen in onze vernuftige XXIe eeuw. Daarna kan iedereen zijn eigen keuzes maken.
Ideologisch debatten zijn veel minder belangrijk dan informeren over hoe het zit en hoe het ook zou kunnen.
Ik raak steeds meer onder de indruk van klein=het nieuwe groot.
De burgersuper heeft de toekomst. Maar duw het niet als een paternalistisch, vanuit boeren perspectief de markt in.
Kijk eens naar Duitsland waar foodcoops ontstaan. Kijk eens naar Community Supported Agriculture in USA en ook in NL. Geniet van kleinschalige tuinders die ‘zonder keurmerk/VWA’ de lekkerste producten maken: zoals Else Schimmel in http://www.elzenkamp.nl. Of zie wat klimaatstraatfeesten doen. Of de beweging van Transition Towns. De trend wordt gezet. Alleen welke golf pak je?
@Wouter de Heij. Coördinatie van die semi-actieve burgerinitiatieven is nodig. Daar moet je je op focussen. Er ligt al zoveel infrastructuur. Ik geniet bijvoorbeeld van alle Spar-ondernemers. Ondernemers die zelf in de winkel staan en toch sterk genoeg zijn om de groenteboer te overleven. Hun fair share in brood is het hoogst van NL. Ik geloof 141. En dat is niet voor niets.
Ik loop niet meteen warm voor de boerensuper. Om twee redenen.
Ten eerste omdat retailing een vak is. In veel gevallen waarin producenten in retailing zijn gegaan is het misgegaan. Ze houden teveel van hun product om de strenge eisen die aan retailing worden gesteld scherp te volgen. Alleen bij heel sterke merken wil het nog weleens lukken. En geloof me, op de hoofdkantoren van Unilever, Nestlé of Heineken zijn er genoeg gesprekken over geweest om met een eigen retailketen te proberen de macht van de gevestigde retailers te breken. Het is er nog niet van gekomen. En met reden denk ik zo. Wel wordt gekeken naar wat internetachtige vormen (Nespresso is wel een aardig voorbeeld). Maar die zijn zo kleinschalig dat ze qua volume, en daar gaat het om, de komende tien jaar geen deuk in een pak boter kunnen slaan. Uiteindelijk gaat ook Nespresso gewoon bij Albert Heijn verkocht worden.
Ten tweede ben ik bang dat de boerensuper in de Wheel of Retailing val terecht komt. Op moment dat de boerensuper een succes wordt zullen nieuwe concurrenten op de markt komen die op prijs met het bestaande aanbod zal gaan concurreren. Dat betekent margeverlies en wordt de inkoop onder druk gezet. Voor producenten een situatie waar ze nu ook al inzitten.
Ik denk aan een drie sporen beleid:
1. De bestaande distributie overtuigen beter en waardevoller met voedsel om te gaan en ze ook mogelijkheden door voor bieden. Willem en Drees is een heel goede poging. Er blijft altijd ruimte voor speciaalzaken of themawinkels als de groentenman of de natuurwinkel etc.
2. Bij de consument toch proberen de kennis van voedsel, herkomst, kwaliteit en bereiding, op een hoger plan te brengen. Voedselkennis in het onderwijs waar al over gesproken wordt, nog meer snelheid te geven.
3. De boer en boerenbedrijf dichterbij de consument te brengen. Open dagen, meewerken, je eigen moestuin op het land van de boer met advies van de boer, lezingen, workshops. In plaats van de sportschool kan je ook een paar uur op het land werken. In plaats van naar Mc Donalds voor het kinderfeestje naar de boer. En misschien krijg je daar dan ook wel een duurzame handburger en friet van zelf gerooide aardappels.
Jan Peter, en wat als er ervaren retailermensen zijn die het willen en je ontwikkelt de gedachte niet alleen in de openbaarheid maar laat hem daar zelfs door controleren? Blijvend. Doe je dat niet, dan gaat het
Dan heb je mogelijk een doorbraak in de traditionele tegenstellingen: groot/klein, producent/consument (wat Willem de burgersuper noemt) en besturen vanuit de macht om de macht vs. openbaar besturen en bijsturen (in, uiteraard, een vorm die niet moet leiden tot Poolse landdagen). Je creëert mogelijk een ‘empire’ om met van der Ploeg en Negri te spreken dat een maatschappelijk empire is. Daar kan ik niet meer kwaad in zien dan in iedere menselijke samenlevingsvorm. Je regelt het met een Westerse uitvinding uit de 18e eeuw: de driedeling der machten die je op dit openbare - en gek genoeg veel spannender - voedselvoortbrengingssysteem van toepassing laat zijn.
De openbaarheid kan voorkomen dat de macht die enkelen moeten hebben om Poolse bestuurslanddagen te voorkomen naar het hoofd stijgt. Is die openbaarheid concurrentieel gevaarlijk? Nee, je hebt niets te ‘verbergen’ en je concurrenten tot in lengte van jaren nog wel: hun vervelende kostenstructuur waarin die uien wel moeten, maar niet kunnen. Slagen ze erin je te verslaan, dan heb je als BBS (boeren & burger super) iets niet goed gedaan en wordt je overbodig.
Wouter de Hey: “De boerensuper bestaat in mijn ogen uit twee gedeeltes. (1) een winkel met vers producten, (2) een virtuele (internet) winkel waar je a-merken kunt bestellen. De A-merken worden of opgehaald in de boerensuper (die hoeft dan geen voorraad meer te hebben, alleen de producten die besteld zijn) of worden thuis bezorgd. Of supers zetten het zelf op, of een postorder bedrijf doet het. Ik gok erop dat een outsider met dit plan komt ;-)”
Bezig het wiel opnieuw uit te vinden?
Ik word vrolijk van bedrijfjes als http://www.puregraze.com die laten zien dat je zelfs groot economisch voordeel voor de boeren kunt realiseren, terwijl het vlees zeer milieu-,dier- en mensvriendelijk geproduceerd wordt. En omdat bovendien één van de principes local food is, wordt het ter plaatse geslacht en zelfs daar in een lokale C1000 verkocht! (Ik heb geen commerciële belangen in dat bedrijf, maar ik vind zoiets geweldig! Vele vegetariers die vanwege de bioindustrie geen vlees eten, kunnen hier met een gerust hart (ook vanwege het hoge omega 3 gehalte!) weer vlees gaan eten, want het is wel erg lekker).
@ Willem Treep: mee eens, coördinatie is nodig, maar dan wel op basis van een (gedeelde) visie. En die ontbreekt m.i. nog, al worden de bouwstenen wel steeds meer zichtbaar. Kunnen we hier op foodlog komen tot een zekere consensus?
George, ik sprak 2 weken geleden een boer die met Pure Graze werkt en stelt dat zijn kostprijs voor zijn biologisch-dynamische melk zelfs onder die van gangbaar boeren zit. Dat is inderdaad pas wat.
Geweldig nieuws dat de kostprijs van biologisch-dynamische boeren lager ligt dan bij gangbaar. Hoeven we hier dus nooit meer te pleiten voor een betere prijs voor biologische melk of btw vrijstelling of andere bevoorrechting van deze sector t.o.v. gangbaar.
Fien, wij zijn hier oerdom. Leer ons wat: waar staan die boerensupers met hun boereninternetwinkels die een deuk in een pak boter slaan zodat de melkboeren niet meer de straat opgaan, de Westlandse tuinders een toekomst zien en de varkenshouders erbij?
En na super de boer heeft Albert Heijn nog veel meer over te nemen:
http://www.adformatie.nl/nieuws/bericht/puur-nieuwe-biologis che-winkelformule/
Jan Peter, die biologische boeren krijgen het met de minuut gemakkelijker. Eerst produceren ze goedkoper en nu hoeven ze er ook nog eens niets voor te doen. Wat een mooie dag is t vandaag.
Het opzetten van een boerensuper zou m.i. heel simpel kunnen dmv een contract met een grote inkoopcombinatie, type Superunie. Een winkel waarin je alleen agf, vlees en brood kunt kopen zal geen lang leven beschoren zijn. We zijn verkeerd opgevoed. Een super is een zelfbedieningswinkel met een compleet assortiment. Zonder de gangbare koffie, thee en suiker (geen private labels, maar A merken), om maar even enkele banale voorbeelden te noemen, zal een dergelijk concept denk ik moeilijk van de grond komen.
Een dergelijk concept doet dus niets af aan de droom van Dick…
‘Waar of niet waar?’, vraagt Jan Peter. Waar natuurlijk. Het is alleen ‘big organic’. En wat is dat precies: het voldoet aan de SKAL-norm, maar voldoet het ook aan de geest van bio?
Wat is dat eigenlijk? Lijkt die op de geest van de ‘boerenlandbouw’? Ik denk het wel, zelfs als die laatste niet bio of ‘beyond organic’ is. Unilever steelt het ‘teken’ en tooit zich nu met dat wat die boerenlandbouwer kon onderscheiden. ‘Big organic’ is keizerlijk. Pardon, ‘empire’ dus.
Ik ben trouwens heel benieuwd wat Fien - die nog altijd zit met ongeheelde wonden rond mijn ontmaskering van bio als alleen-maar-margemaker zit en niet wil dat ik echte bio een leefstijl noem - daar nou van vindt.
Van der PLoeg liet prachtig zien hoe biobananen uit ‘big organic’ de achteloze consument in het Westen voor het lapje houden. Hij associeert met bio wat big organic in ieder geval niet is.
Ik heb begrepen dat Unilever-soepen van Nederlandse/Europese grondstoffen zijn. Dom natuurlijk, want het kan vast goedkoper. En dus juist dapper. En toch blijft het big organic dat net genoeg doet om zijn SKAL-sticker binnen te halen en met hoge investeringen zit om zijn kassen ‘groot’ te laten functioneren. Tot schrik van Will Allan die het voor een paar tienduizenden euro’s doet, investeerde Westlandse kassenteler BiJo tientallen miljoenen in een recycelaar. Dat vertelde Jan Willem Van der Schans in de vorige lezing. Ander risico, andere afhankelijkheid. En wat dus als die soep van Unilever nou niet gaat lopen?
Lastig he?
Flipse, ben je niet naïef? Dat doen de Superunies niet. Of alleen op hun termen en daar gaat het verschil tussen een boeren- en een ondernemerslandbouw nou net over: hoe wordt je weer baas over je eigen product van achteruit de keten?
Los van mijn droom: ik denk dat het alleen kan met zeer professionele mensen uit retail en dat het strakke regie nodig heeft. Ook denk ik dat de markt bol staat van de kansen voor formuleverniewuwing. Nederland is saai als het aankomt foodaanbod en de manier waarop het wordt aangeboden. Je kunt dus een nieuwe winkelcategorie maken.
Ja, dat kost tijd. En roept dus de vraag op hoe lang de voorfinancieringstermijn eruit ziet. Vandaar mijn voorstel om er A-merken te betrekken. Al haal je dan weer de ‘empire’-geest binnen en moet je dus eens goed kijken wat daar voor ‘attitude-innovatie’ haalbaar is. Hun nood is in ieder geval ook niet gering. Dat biedt op z’n minst een basis voor gesprek.
Dick, ik ben op een bepaalde manier zeker naïef, maar misschien niet op het gebied van de levensmiddelendistributie. De huidige consument wil zijn boodschappen in 1 keer doen, dus moet je daaraan kunnen beantwoorden. Ik denk dat je niet kunt overleven zonder een bepaald “ingeburgerd” basispakket. Dat hoeven natuurlijk niet alle soorten DE koffie te zijn of alle sauzen van Calvé. Maar een roodmerk en een mayo toch zeker. Als Superunie niet zou willen (wat ik me in alle redelijkheid afvraag), zijn er vast nog wel een paar anderen die graag willen.
Dick,
Wat bedoel je met de romantiek van een Klootwijk van 25 jaar geleden? Wouter was toen ook bezig met “Laten zien hoe het zit”. Ik ben het helemaal met je eens dat mensen niets weten van eten en dat ideologische debatten minder belangrijk zijn dan informeren over hoe het zit en hoe het ook zou kunnen, zoals je schrijft. Maar hoe doe je dat effectief? Een foodlog als dit kan misschien als een katalysator werken, dat zou mooi zijn.
Mijn focus is het gebrek aan kennis over eten bij de meeste mensen, zelfs de meeste voedingsdeskundigen en gezondheidsvoorlichters weten maar weinig over eten, hoe het gemaakt wordt en wat de maatschappelijke, ecologische en economische kosten zijn.
We zullen alle mogelijke oorzaken van de gebrekkige kennis over eten moeten benoemen en analyseren, dan pas kan er misschien iets verbeteren aan de situatie. Intussen doorgaan met het geven van echte informatie. Dat gebeurt al jaren en niet alleen door Wouter Klootwijk maar ook door organisaties als Biologica, Goede Waar, Natuur en Milieu, Wakker Dier, Milieu Centraal etc..
Al deze inspanningen konden niet voorkomen dat mensen steeds minder weten en steeds meer eten. Dat er nu smaaklessen en nationale schoolontbijtcampagnes georganiseerd moeten worden om kinderen nog iets bij te brengen over smakelijk en gezond eten. Helaas is het nationale schoolontbijt is een commerciële aangelegenheid. De groeiende invloed van de commercie is volgens mij een belangrijke oorzaak van de gebrekkige kennis over voeding. Halve waarheden zijn misschien nog erger dan helemaal niets weten.
De macht van de consument zou gemobiliseerd moeten worden. Ik denk dat macht zonder kennis gevaarlijk is. Het bewijs is geleverd, de Consumentenbond heeft jarenlang om de laagste prijs gevochten. De opvattingen over kwaliteit zijn zeer beperkt, zeker als het om voeding gaat. Niet voor niets is in 1982 deAlternatieve Konsumentenbond (nu Goede Waar) opgericht. Ik heb daar de eerste 10 jaar van mijn werkzame leven heel er g veel geleerd over voedselpolitiek. Nederland doet daar eigenlijk niet aan, alles staat in het teken van de economie ofwel het geld. In andere landen is er meer tegengas, zoals in Engeland de Food Commission van Tim Lang, 29 oktober in de Rode Hoed. Tim Lang heb ik in de jaren 80 enkele keren ontmoet, ik kijk uit naar zijn lezing en denk dat hij, net als Wouter Klootwijk, ook nog steeds voortgaat waar hij 25 jaar geleden al mee bezig was. En daar is niets romantisch aan hoor, het is ook geen stilstand, het betekent dat voedselpolitiek en het mobiliseren van consumentenmacht op basis van kennis, een zaak is van lange adem en uithoudingsvermogen. Eigenlijk is het topsport!
Zie ook de discussies over voeding op het onderwijsblog van het NRC: (http://weblogs.nrc.nl/onderwijsblog/2009/10/06/wat-is-belan grijker-bonifatius-of-calorieen/)
Marketing Tribune schrijft over het thema “food” van de Kinderboekenweek en moedigt het bedrijfsleven aan om in te springen op het thema. (http://www.marketingtribune.nl/nieuws/marketing-kinderboeke nweek-in-teken-food/)
VMT Nieuws: Commerciële belangen staan integrale aanpak overgewicht in de weg’ http://www.vmt.nl/index.php?page=nieuwsartikel&id=5891
Margje, de tijd lijkt rijper dan 25 jaar geleden. Consumenten hebben behoefte aan ‘anders’. Commercie volgt uiteindelijk deze behoeften. Dat de behoeften wat meer en sneller geactiveerd zouden moeten worden, lijkt helder. Er zijn al redelijk wat schapen over de dam. Maar grote delen van de branche zie ik nog wel in een verdedigende houding zitten.
Of lijd ik aan wishfull thinking?
Ik vind de boerensuper een intrigerend idee. Er zijn genoeg redenen voor twijfels te bedenken, waaronder een aantal fundamentele (organiseerbaar achterban, wheel of retail), maar ik zie ook een belangrijke aanjager. Veel retailers hebben grote moeite om onderscheid te realiseren. Ze lijken steeds meer op elkaar.
Ik kan mee voorstellen dat bestaande retailers, gebaseerd op de cooperatieve gedachte (Coop?) hiermee zouden kunnen experimenteren. Dat is voortbouwen op bestaande mogelijkheden.
De kracht van ‘open source’ op consumenten gedrag kan ik moeilijk inschatten. Zou ik er zelf voor vallen, vraag ik me af? Heb ik meer loyaliteit voor de Rabobank dan voor ABN AMRO? Marqt doet dit toch ook een beetje, maar ik heb niet het idee dat het beklijft bij haar consumenten.
Ik vind de boerensuper ook een intrigerend idee. Ik denk dat het risico’s oplevert - vooral in de aanloopfase en op het vlak van managementkeuzes - maar ook dat het goed zou kunnen aanslaan. Enkele ideeën die ik nog heb:
ik denk dat het zeer goed is om consumenten er als eigenaar bij te betrekken. Er zijn een aantal andere initiatieven die daar ook succes mee hebben. In de USA zijn een aantal biologische bedrijven die hun kapitaal hebben van consumenten die investeren en daar bij wekelijks een hoeveelheid voedsel ontvangen (veel omvangrijker dan alleen een groenteabonnement). In Nederland zijn ook initiatieven waarbij consumenten een appelboom of legkip kopen en de opbrengst hiervan verkrijgen.
Belangrijk punt is volgens mij de leveranciers, met name de landbouwers. Als de uitkomst is dat boeren een aanmerkelijk hogere prijs ontvangen dan van de reguliere handel dan zal het effect zijn dat (na de aanloopfase) telers in de rij staan om te leveren en zelfs de vraag stellen: “Waarom mag ik niet leveren? Ik wil wel voor een centje minder leveren.”
Vraag is dus wie er mag leveren - de boeren-aandeelhouders?
Ik ga uit van de volgende gedachte:
- ze krijgen een marktconforme prijs, anders kom je er nooit uit.
- ze delen mee in de eindmarge, waardoor de verdeling van kosten en winst in balans is
- als ze aandeelhouder zijn, delen ze mee in het dividend
Leveranciers? Dat zijn degenen die de beste producten maken.
In het kader van de boerensuper wordt een belangrijke denkfout gemaakt.
Er zijn drie voorbeelden te noemen waarin leveranciers zich in de distributie van hun producten hebben begeven: auto?s, mode, banken. In alle drie de gevallen is op dat distributiepunt exclusiviteit van het merk te vinden. Je koopt daar of Volkswagen of Hugo Boss of ING. Zij zijn voldoende groot om een distributiepunt te vullen.
Bij de boerensuper lijkt me dat niet op gaan. Daar heb je te maken met een verscheidenheid aan leveranciers. Wie ligt er in de winkel? Wie bepaalt dat? Wie krijgt een voorkeursbehandeling?
Ik denk toch dat je als branche de bestaande distributie zou moeten gebruiken. Alleen moet je daar hogere eisen aanstellen. Dat kan je als je over het hoofd van de distributie met de consument gaat communiceren. (pull strategie in vaktermen). Gisteren om 0.06 heb ik daar al wat over gezegd. Dat sluit niet uit dat je nieuwe winkelconcepten niet kan initiëren en ondersteunen, maar daar zelf in deelnemen is vragen om moeilijkheden. Ik zou me als leverancier eerder concentreren op mijn drie basisverantwoordelijkheden:
1. de productie van kwalitatief goede producten en innovatie.
2. stimuleren van de juiste en kwalitatief goede distributie naar de consument
3. het beeld dat de consument van de producten heeft onder handen nemen.
Tot begin dit jaar zat bij ons in de buurt een “burgersuper” met de naam Neigbourfood. Voor mij een bijna perfecte vorm van foodconnection. Een centrale plek in de wijk, een prachtig concept van mooie producten, die voor het grootste gedeelte als bijna klaar maaltijden werd verkocht. Even snel (ons gemak) een lekker (onze smaak) en verantwoorde (eerlijke producten) maaltijd scoren, en en passant een greep doen uit een keur aan bijzonder zuivel, oliën of wijnen. Het concept was prachtig en sloeg aan: goed gemakseten dat je in de buurt haalt, een food-ontmoetingsplaats voor wijkgenoten. Al snel werd het in de hele wijk de buurtwinkel genoemd.
Helaas, helaas organisatorisch kon de initiatiefnemer het niet bolwerken. Het was teveel en te complex. Zijn inkoop werd – als hij voor de beste producten koos- te divers en complex. En wanneer hij voor inkoop via één kanaal koos, deed hij concessies aan zijn kwaliteit. Lokale producten werd helemaal lastig. De band met lokale boeren was niet ontwikkeld. Begin dit jaar strandde neigbourfood dus. Deels om persoonlijke redenen, deels zakelijk. De winkel staat er nog goed geconserveerd bij. Elke keer als ik er langs rijdt kijk ik nog naar binnen met het idee: “zal ie al weer open gaan?”. Maar nee, de deur blijft dicht.
Meer dan een paar buurtgenoten hebben de eigenaar benaderd om deel te nemen in zijn winkel. Men voelt zich betrokken, mede aandeelhouder. De buurt maakt zich zorgen om goed etenl, ze missen de binding die het bracht. Anderen maken plannen om de opvolger van neigbourfood op te zetten, maar worstelen met het hoe en wat.
De wil is er breed, maar de stap naar doen ontbreekt nog.
En ook voor mij blijft het nog de vraag of en hoe je dit kunt rondzetten. Is bij ons in de wijk een neigbourfood mogelijk waar buurtgenoten in participeren, waarin verbindingen met lokale producenten worden gelegd, waar een kundige kok laat zien en proeven wat voor moois je met goede producten kunt maken, waar we weer eten uit onze omgeving en uit het seizoen. De discussies op foodlog helpen hier lijnen in te vinden. Mensen met goede suggesties, of plannen zijn welkom…. Ik wens elke buurt een neigbourfood.
DV: “Fien, wij zijn hier oerdom.”
O nee, zeker niet. Wel behoorlijk overtuigd van het eigen gelijk en lang niet zo goed van alles op de hoogte als velen pretenderen.
“Leer ons wat: waar staan die boerensupers met hun boereninternetwinkels die een deuk in een pak boter slaan zodat de melkboeren niet meer de straat opgaan, de Westlandse tuinders een toekomst zien en de varkenshouders erbij?”
Joh, ik durf het woord biologisch nauwelijks meer in de mond te nemen!
Fien, we kennen je narrigheid - je benoemde het ooit zelf zo - nu wel, weten dat je beledigd bent omdat je tomaatjes in het Parool belandden en weten ook dat je biologisch geen lifestyle wilt noemen.
Zullen we het weer over argumenten hebben? Daar zijn we nl. altijd naar op zoek. Nooit naar het eigen gelijk, wel naar de onzin die overal om ons heen wordt uitgekraamd vanwege intellectuele luiheid, vooringenomenheid of vanuit de loutere wil om mensen een rad voor ogen te draaien.
En dat zeg jij, de schoolmeester bij uitstek die alleen zijn eigen gelijk bevestigd wil zien, die iedereen woorden in de mond legt en het enigjes vindt om “lieve Fien” af te zeiken. Moet je eens kijken hoe graag je direct of indirect reageert op mij, ook als wat ik zeg niks met jou te maken heeft. Goeie genade, je hebt alles wat je van me gekregen hebt echt volledig verdiend.
Als je niet wil dat ik nog post, moet je me maar van foodlog verbannen, mijn beste brave Dick.
Fien, jij bent geinteresseerd in jouw waarheid. Foodlog is geïnteresseerd in perspectieven op de werkelijkheid. Vandaar mijn optreden.
Ook ik was een van de debat deelnemers, die nu met stijgende verbazing aanziet hoe velen zich druk maken over de marges in de keten en de greep op de consument. Ondertussen vergeten ze, naar mijn oordeel, dat dit wel een realiteit is die voortduurt nadat het eerst volumegroei en welvaart heeft gebracht. Waar het nu fout gaat in de primaire productie is de weinig onderscheidende rol die gespeeld wordt door de marktpartijen. Veelal wordt op prijs geconcurreerd en is de individuele boer niet meer zichtbaar in de keten. Hoe zou hij dan nog wel individueel, onderscheidend beloond kunnen worden? Niet dus. Graag zou ik wel wat expert reactie’s willen horen hoe een groter deel van de super € wel terug kan komen op het boerenerf. Ben benieuwd!
Ik ben geen expert, maar het klinkt me vrij simpel. Ga iets produceren met onderscheidend vermogen en waar klanten op zitten te wachten:
- Bijzondere Boerenkaas
- Coniferenteelt
- Begin een conferentie oord in je stal
- Beter Boerenbed
- Emigreren naar Oost Duitsland en ga in het groot boeren
- Open een prachtige streekwinkel (zoals in Duitsland)
Ga vooral niet zitten wachten voordat Agrico, Campina of iemand anders het oplost.
Arie, lees dit lijntje met discussie op AGD. Ik ben geen expert maar had wel een idee. http://www.agd.nl/1085820/Opinie/AGD.foodlog/Foodlog/De-klok -terug.htm
Maar ik blijf proberen om hier animo voor te krijgen.
Paul, nu is wel duidelijk waarom je hier de laatste dagen zo rustig bent:)
Wout, meestal bemoei ik me met onderwerpen waar ik perspectief in zie. Stadslandbouw dus niet en het boerensuperidee begint ook een beetje zweverig te worden. Maar wat vind jij van dat AGD lijntje??
Paul, kun je heel expliciet maken wat er - ik vermoed in deze draad - is gaan zweven aan de boerensuper?
arie: ja, ik vind de kritiek op het systeem waar we onze welvaart en voeding aan te danken hebben ook wel wat klakkeloos soms. toch vind ik de opmerking van “onderscheid je dan als boer” die ook judith eigenlijk maakt, ook wat makkelijk.
we HOUDEN gewoon van bulk (uniformiteit, bekendheid) en gemak (de supermarkt dus, niet de streekwinkel).
onderscheiden of de ideeen van judith: dat gebeurt dan ook. volop. maar het is duur en complex en bovendien: tot nu toe is dat echt slechts voor een minderheid succesvol gebleken. voor de meesten die het proberen komt het neer op langzaam potverteren of vroegpensioen.
Soms krijg ik een gevoel dat er iets verandert, dat het tij wat dat betreft kerende is, maar soms denk ik ook weer dat dat alleen zo lijkt als je veel op foodlog zit.
Dick, het idee van een boerensuper spreekt mij aan voor zover het een organisatie wordt die kan concureren met bestaande supers. Dus volledig assortiment en tegen scherpe prijzen. Hier op Foodlog heb ik af en toe het idee dat men de gemiddelde consument verward met de happy few die het zich kunnen veroorloven om extra geld uit te geven voor de boodschappen.
De winst in de boerensuper zal gehaald moeten worden uit kortere lijnen. Het omzeilen van de handel die tussen boer, verwerker en super zit.
Klanten aan zich binden door goede boerenproducten te leveren en met een “vast” vertrouwd personeelsbestand. Consumenten zoeken herkenning in een super en geen anonimiteit.
Bij jou persoonlijk lees ik in je comments dat je de grootschalige land en tuinbouw al afgeschreven hebt en een soort Tante Emma Laden of buurtsuper als boerensuper neer wilt zetten. Dit ga je niet redden in dit supermarktgeweld.
Dit is geen aanval op jouw persoon.
Paul, lastig want ik weet er te weinig van om de consequenties van mijn ideeen te kunnen overzien. Maar goed een poging. Ik ben niet echt een voorstander van quotering. Ik voel meer voor de vrije markt met eerlijke concurrentie. In lijn met de opmerkingen van Annechien uit een ander lijntje. Dus regels voor productie die in de EU gelden moeten ook gelden voor import producten. Of het nu gaat om milieu, GMO, dierwelzijn, voedselveiligheid, arbeidsomstandigheden of wat dan ook. In zo´n speelveld kunnen we heel veel concurrentie aan en blijven er voor veel bulkproducten goede kansen in Nederland en de EU. Ik, als producent van bulkmelk, zie het allemaal niet zo somber. Wij hebben 2 fantastische jaren achter de rug, dit jaar is ronduit slecht maar de markt trekt alweer aan en ik verwacht dat 2010 een mooi jaar wordt.
Om de markt te reguleren zie ik meer in het interventiesysteem. Voor melk hebben we naast de quotering ook interventie. Zakt de prijs te ver weg dan halen we melk uit de markt door te gaan verpoederen. Als je de interventieprijs goed kiest dan werkt het aan de ene kant als vangnet terwijl het aan de andere kant wel productieremmend werkt omdat niemand langdurig voor die prijs wil produceren. De interventieprijs moet dus ruim beneden de kostprijs liggen. Interventie hoeft ook niet veel te kosten omdat per definitie product wordt opgekocht voor een lage prijs. Gaat de markt weer omhoog dan breng je de producten weer op de markt en vang je een vergoeding voor je opslag. Nu de laatste 2 maanden de boterprijs hard stijgt zie je dat de EU-boterbergen weer snel wegsmelten en met leuke winst op de markt gebracht worden. Interventie wordt nu verzorgd door de overheid maar in mijn ogen zou de sector dit op zich moeten nemen.
Voor sommige producten, ik denk bv aan bloemen, zal interventie niet werken omdat je het product niet kunt conserveren. Hier ligt doordraaien voor de hand maar veel bulkproducten kun je wel in opslag doen al dan niet bewerkt. Interventie haalt de diepste dalen (maar ook de pieken) uit markt en zorgt voor meer stabiliteit bij de producent.
Paul, ik zie mogelijkheden over de tegenstelling groot/klein heen. In al het geschrijf hier en in boerenkrant AGD, schrijf ik op teveel schaakborden en in teveel tijdschalen. Vergeet al dat geschrijf even.
Om het weer simpel te maken: stel dat er morgen een boerensuper zou komen, hoe zou die eruit zien? Ik noemde het van de zomer een boeren-Aldi. Expres. En ja, het moet een herkenbare boer opleveren (korte ketens dus, dat geeft concurrentievoordeel boven supers - Nederlands onderzoek waar ik zelf bij betrokken ben en Engels onderzoek laten zien dat consumenten echte traceerbaarheid waarderen. Geen gezelli-buurtwinkel dus. Wel een winkel in de stad. Het is echt een nieuwe formule, maar geen Jip en Janneke winkel. Dat is voor grachtengordelnichten en Noordermarktbezoekers. Leuk voor een niche van 2% van de bevolking.
NB: alle aanvallen op ideeën zijn uiterst welkom; daar worden ze alleen maar sterker van of degene die inbrengt ontdekt dat ze niet zo goed waren als hij dacht.
Ik geloof na alles wat hier gezegd is, nog steeds in een boerensuper. Hij moet wel snel een minimaal volume in de markt kunnen bereiken van 5-10% kunnen bereiken. Retailmensen - zoals JP van Doorn zegt: een absolute voorwaarde - aan boord krijgen hoeft het probleem niet te zijn. Het grootste probleem zit ‘m in gemeenten die niet graag winkels vrijgeven voor winkels waar eten wordt verkocht.
Wout, ik was in mijn belevingswereld al het quotumtijdperk voorbij. Dus produceren in en tegen een wereldmarktprijs. Dan krijg je zeker in Europese landen met hogere kosten een moeilijke handel.
De verdringersmark zal tot ongeremde schaalvergroting leiden en dat is iets wat ik wilde voorkomen.
Dick, ik heb mijn geheugen wat betreft jouw comments gewist!!!! Ik lees ook Distrifood en zag in de overnamestrijd rond Super de Boer de claims die AH heeft liggen als een concurrent hierin slaagt. Dit geeft weinig kans op overname van die vestigingen.
Is er in de supermarktwereld geen keten die het boerensuperconcept mee wil nemen?
Willen die retailmensen zich ook bestuurlijk en financieel aan een boerensuper verbinden? Het wordt wel weer lekker laat zo.
Arie, het ‘systeem’ heeft welvaart gebracht. Zeker. Het is ook gebruikt om zich de rest van de economie te laten ontwikkelen. Inmiddels bezwijkt de landbouw onder de last van zijn succes. Onze succesvolle agronomen (meer, meer en nog meer rendement per hectare of dier) bleken nl. naïeve economen en zorgden voor teveel productie. Dat verlaagt niet alleen de kostprijs, maar ook de opbrengstprijs. Zozeer zelfs dat de laatste onder de eerste duikt. Ver zelfs, in tijden dat het even helemaal tegen zit; en dat bij door alle incidenten van de laatste 2 decennia al fors beleende bedrijven). Zonder een vorm van regulering gaat dat systeem de bietenbrug op: 5-10% teveel productie doet de prijzen gigantisch dalen. Ik begreep van Wout dat er in Europa als totaal maar 10% overcapaciteit in melk is.
Toch ben ik het met je eens. Vrijwel alles is verbulkt, economentaal voor ‘iedereen maakt hetzelfde’. In tulpenbollen of chrysanten kun je steeds nieuwe maken; dat vinden het tuincentrum, de bloemenzaak, de marktkoopman en de super leuk. In andijvie of tomaten gaat dat alleen wat lastiger: maak je betere dan wil de super ze niet. Kun jij uitleggen hoe dat komt?
In het antwoord op die vraag zit naar mijn bescheiden mening het antwoord op de vraag waarom telers - en de boerenbank erbij - afgestompt zijn geraakt (oeps, nu krijg ik vast veel haatmeel ...)
“Willen die retailmensen zich ook bestuurlijk en financieel aan een boerensuper verbinden?”
Professionals die snappen waar het heen gaat en hun hart op de goeie plek hebben zitten, willen zich verbinden. Ja, dat durf ik te zeggen. Komt het geld van bestaande supers. Nee, dat denk ik niet (hoewel bijv. partijen als Deen en Plus - nu met andere dingen bezig - een rol zouden kunnen spelen, maar vermoedelijk leidt het tot te grote cultuur- en organisatieproblemen). Het moet van verder achteruit de keten en idealiter van de boerenkoepels komen voorzover die snappen waar hun loyaliteit moet liggen.
Voorts ligt er een cruciale rol bij gemeentebesturen en hun winkelbeleid. Naar aanleiding van mijn verhaaltje in de Volkskrant en jou en mijn geschrijf op het AGD kwamen naar verluidt 2 stadsbestuurders tot nieuwe inzichten over moderne lokale economieën. Daarom moet je niet alles geloven wat er in Distrifood staat, maar ook een beetje dromen. Ook boerenbestuurder Annechien ten Have is positief geprikkeld.
Josien, Judith e.a., Het is niet één totaal solution waar we winst mee kunnen genereren en vervolgens delen. In ieder geval zal de boer marktwerking moeten accepteren als part of the deal. Waarom er de bereidheid is om steeds opnieuw de grenzen van de kostprijs op te zoeken is lastig. Met mijn kennis van de sector is: productie/kostprijs gericht denken, gebrek aan creativiteit, weinig vertrouwen in elkaar, en de traditionele ordening van teelt en afzet geen aanzet tot vernieuwing en integratei van teelt en afzet. Kleinere meer betrokken teelt- en afzetsystemen, die onderling competitie hebben kunnen mogelijk de betrokkenheid en identiteit vergroten. Of dat nu direct zal leiden tot meer euro’s blijft de vraag, maar wachten op wat de ander doet wordt hem ook niet.
Eigenlijk treft iedere inbreng op deze log wel doel, misschien is het wel de mix die het allemaal zo mooi kan maken…
Ik wil het enthousiasme voor de boerensuper niet in de kiem smoren, maar ik heb sterk het gevoel dat de focus erop voorbij gaat aan waar het wel om zou moeten gaan: het verhogen van de waarde van voedsel met het oogpunt dat de producent daar ook wat aan heeft. Ter vergelijk: het in bezit nemen van het dealernetwerk heeft geen betere Volkswagen gemaakt, noch heeft de consument daar voordeel van geproefd. Sterker nog, waar de auto een zeer sterke beleving heeft, is de dealer maar een noodzakelijk kwaad.
De boerensuper wordt voornamelijk gezien (correct me if I’m wrong) als antwoord op de macht van de supermarkten. Ik denk dan too little and too late, maar vooral waarom zo afzetten tegen een bewezen concept, waar 90% van de consumenten erg blij mee zijn, wat voortdurend in oorlog verkeerd en waar maar een luizige 4% rendement wordt gemaakt. Ik noem dat de schuld buiten jezelf leggen. En een suboplossing.
Waarom niet uitgaan van de eigen kracht (en als die is afgenomen moet daar aan gewerkt worden) en ervoor gaan zorgen dat de prijs/waarde verhouding hersteld wordt, dat de consument dat gaat zien en dat degene die het distribueert wel drie keer achter zijn oren zou krabben om daar tegen in te gaan.
Beste producenten, stop met dagdromen over retailing. Een gepasseerd station. Probeer niet dat kleine stukje toegevoegde waarde weg te pikken bij de retailers. Focus op productie, daar moet de toegevoegde waarde zitten. Hou je bezig met je kerntaken:
1. de productie van kwalitatief goede producten en innovatie.
2. stimuleren van de juiste en kwalitatief goede distributie naar de consument
3. het beeld en de kennis die de consument van de producten heeft onder handen nemen.
Stap in de wereld die consument heet. De wereld van gemak, prijs en (nog)weinig onderscheidend vermogen. Leer de consument proeven, voelen, het verschil zien, de juiste keuze maken. Het moment is daar, ze zijn steeds meer geïnteresseerd (authenticiteit: afkomst, herkomst, wie staat erachter, wat zit er in, klopt het wel).
Ik denk dat de branche ongelooflijk veel in huis heeft, maar liever achter de huisdeur blijft. Waarom toch?
Het klinkt misschien raar uit mijn mond, maar ik ben het eens met Jan Peter. Een boerensuper die niet is opgezet om een betere winkel te zijn dan de bestaande is kansloos. Er zijn wat mij betreft dan ook 2 uitdagingen:
- een beter product waar consumenten gek op zijn en waarvoor ze geen nep accepteren
- een betere winkel
Over de laatste verschillen Jan Peter en ik wellicht van mening: is er geen betere winkel denkbaar dan de huidige super? De huidige zit zo zwaar in z’n kosten dat je duur betaalt voor iets dat weinig voedzaams oplevert. Niet alleen de winkel, maar de hele productie- en verwerkingsstructuur erachter. ‘Toegevoegde waarde’ is vooral ‘toegevoegde kosten’ geworden.
Ik droom ook van zo’n boerenaldi. Ben er beroepsmatig en als vrijwilliger kwasi dag en nacht mee bezig, hier dingen rond in beweging te krijgen in Vlaams Limburg. Al tien jaar geleden hebben we een heel concrete poging gedaan in Hasselt, om met hulp van het stadsbestuur, een boerenwinkel in het centrum op te zetten. Het is nooit uit de startblokken geraakt. Ook vandaag blijkt dit in de praktijk zeer moeilijk te lukken.
Enkele belangrijke redenen: de boeren zijn onderling hopeloos verdeeld en gunnen vaak elkaar het licht niet in de ogen, hun belangenorganisties hebben zelf te grote belangen in bijv. veilingen en melkerijen om voor een eerlijke prijs te gaan.
Maar de consumenten zijn er klaar voor. En gisteren (nav de week van de fair trade) verhief VRT-sportjournalist Carl Vannieuwkerke nog zijn stem in een bijdrage in de Morgen.
Twee quotes uit het artikel:
“Vannieuwkerke is naar eigen zeggen verrast door de stelling van Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche dat een vaste melkprijs van veertig eurocent per liter een illusie is. “Als dit klopt, lijkt het begrip ‘partners in de keten’ synoniem te staan voor ‘dieven’.”
“Misschien moeten we de hoop op een Europese oplossing maar niet te fel koesteren en zelf de koe bij de horens vatten”, stelt Vannieuwkerke voor. “Als we als consument nu eens rechtstreeks bij de boer gaan inkopen. Eén liter verse volle melk voor de vastgeprikte prijs van 0,75 euro. Iedereen tevreden. De producent krijgt dubbel zoveel als nu en wij betalen minder dan de winkelprijs voor een nog verser product”.
FairTradeGemeenten bougeren het een en ander in Vlaanderen. In de campagne engageren steden en gemeenten zich om voor dergelijke intiatieven te gaan. Spijtig genoeg zijn we enkel in Vlaanderen binnen deze campagne bezig met bruggen te slaan tussen samenleving, NGO’s, Noord en Zuid, boer en consument etc inzake duurzame, eerlijke voedselstructuren. Bijv. in Nederland wilde men er absoluut niet van weten.
De meeste retailers zitten 24 uur per dag hun hoofd te breken hoe het beter kan. In al mijn jaren dat ik voor ze heb gewerkt, ben ik geen domme mensen tegengekomen. Ik heb tientallen concepten voor betere winkels gezien die het toch niet haalden omdat ze niet overeind bleven in de bandbreedte van de wurgende matrix van kwaliteit en prijs (voor wie er niet meebekend is: twee dimensies, eén kwaliteit hoog-laag en één prijs hoog-laag). Die verhoudingen daarin luisteren zo nauw dat er weinig ruimte in zit. Nee, ik denk niet dat je een betere winkel kan uitvinden die ook voldoet aan de gemakseis(de consument rijdt niet over een landweg als er een hoofdweg naast ligt, hooguit af en toe voor zijn plezier) en een scherpe, voor velen toegankelijk, prijspeil.
Met andere woorden ik zou het raadzaam vinden dat men zich beperkt tot je eerste uitdaging: - een beter product waar consumenten gek op zijn en waarvoor ze geen nep accepteren
Daar heeft de handen al vol genoeg aan.
Dick, dan zijn we er toch uit. Ga eerst onderscheidende producten maken waar de consument voor valt en probeer ze bij alle supermarkten in de schap te krijgen.
Kwaliteit op basis van voeding van dieren om vlees van een aantrekkelijke smaak te krijgen. Groente en fruit in betere processen en natuurlijk gerijpt.
Nu nog de mensen die er goede producten en recepten van maken.
Waarom moet ik nu ineens aan CONO denken met hun Beemsterkaas?
Dan toch maar een eigen boerensuper erbij?
Its a mad, mad world!!!
Het zit superunie in de genen om leveranciers over de klink te jagen. Een hele rij is Cono voorgegaan. Hun functie is zo scherp mogelijk inkopen voor een melee aan ketens. Daar worden ze opafgerekend, de ketens zijn zelf verantwoordelijk voor het verdere formulebeleid. Maar in de kern is deze zaak wel waar het omdraait. Heeft Beemsterkaas al voldoende consumerfranchise om de consument naar een andere winkel te leiden? Is Cono sterk genoeg om de Superunie ‘een prettige dag verder’ toe te wensen? Staan Jumbo, Plus en Coop achter dit beleid van Superunie? Daat zitten bij mijn weten buitengewoon redelijke mensen.
Jan Peter, buitengewoon redelijke mensen zitten overal en zolang men niet voortdurend geknepen wordt zal iedereen toegeeflijk zijn.
Er wordt echter behoorlijk geknepen en dat heeft zijn weerslag. Producten die vergelijkbaar zijn en kwalitatief acceptabel ondermijnen je positie als leverancier van exclusief.
Alleen een tekortmarkt stelt producenten in een positie om meer geld te vragen.
Opmerkelijk hierbij is dan wel weer dat prijzen in de super eerder en harder stijgen dan bij de producent. Om vervolgens bij de omgekeerde situatie dat nog eens dunnetjes over te doen.
Paul, ik bedoelde dat in binnen Superunie ook formules zijn de oog voor kwaliteit hebben en misschien niet zo blij zijn met de opstelling van de inkooporganisatie.
Ik ben het met je eens dat over de hele linie behoorlijk geknepen wordt.
A-merken met een hoge consumerfranchise worden juist gebruikt om de consument met extreem lage prijzen naar de winkel te krijgen. Dat Beemsterkaas die positie heeft weten te bereiken is alle complimenten waard. Dit is een beetje de lakmoes proef en gaan we zien of vergelijkbare en kwalitatief acceptabele producten hun plaats (op langere termijn) gaan/kunnen innemen. Ik denk het niet.
Ik denk dat Beemsterkaas sterker uit de strijd komt, vooral omdat ze nu gedwongen worden het hele verhaal maar eens aan de consument te vertellen. Tot nu toe hebben ze dat gelaten.
Al ben ik bang dat velen de draad verloren zijn, dit is er eentje om jaloers op te wezen als je Distrifood, de Levensmiddelenkrant, het AGD, Adfo- of Molblog bent. Alle aspecten van het probleem - ipv deelvraagstukken die worden neergezet als het geheel - komen aan de orde:
- waarom er grootboeren is
- dat er er op macht en niet zozeer op winst gerichte imperia zijn en waarom
- waarom er in grootboeren wel veel geld omgaat, maar geen winst
- dat er in imperia veel geld, maar nog veel meer risico omgaat en alleen de grootste geld kunnen verdienen en dan ook meteen met sloten tegelijk
- dat boeren consumenten zelf moeten vertellen wat ze voor beters in de aanbieding hebt
- dat de super te machtig is, maar dat je dat op 2 manieren kunt aanpakken: communicatief of via een tegenimperium
En nu komen we in nog een nieuw aspect: hoe zit de bedrijfseconomie van een super in elkaar? Kan dat niet beter? Discounters bewijzen het en klanten zijn er hardstikke tevreden mee. De enige boerensuper in Nederland is een discounter. Misschien moet die heruitgevonden worden met producten waar mensen hartstikke tevreden over zijn. Zo tevreden dat ze die ook in hun AH en Jumbo willen. Niet met huismerk, maar onder hun eigen merk. Omdat ze weten dat het anders nep is.
Ik ben idd heel benieuwd hoe het gaat met Beemster. Ze zullen terugkeren op het schap voorspelde ik. Niet met de communicatieblik van Jan Peter, maar met een bedrijfseconomische: het kost te veel omzet, zodat de vaste kostencomponent in de kostprijs omhoog vliegt. Dat is voor kaasmakers even vervelend als voor een limonadefabriek als die van Vrumona.
Rond de Vrumona-case schreef ik echter iets bij dat in lijn ligt met Jan Peter’s manier van kijken: waarom de rit dan niet uitzitten en volhouden? De ex-bankier in me fluistert me het antwoord in: het risico is te groot. Dat denken ze. Hun lange termijn risico is alleen nog groter. Daar durven zelfs bankiers niet meer over na te deneken.
Hier heb ik een voorbeeld gevonden om de consument te bedienen met boerensuperkwaliteit.
We noemen het Dick Boer(en) mobiele super. Zou die van AH deze grap leuk vinden?
En nog een marktonderzoek over de favoriete vla, zodat dick weet welke er niet in de kar meemoeten!!!!!!!!
http://www.geenstijl.nl/poll/pollresult.php
