Volgens Tweede Kamerlid Jaco Geurts (CDA) is de zelfmoordproblematiek het gevolg van onterechte maatschappelijke druk op boeren.



Het werkelijke probleem lijkt eerder de te hoge kostprijs te zijn, cq. het onvermogen van de Nederlandse boerenstand om voldoende opbrengsten te genereren. Anders dan in Frankrijk, komt dat in ons land omdat ze het grootste deel van hun oogst en productie als grondstof naar het buitenland verkopen en ondanks hun intensieve teelt een te hoge kostprijs hebben. Het leeuwendeel van hun productie belandt in Europese landen. Daar krijgen hun producten echter geen bijzondere waarde omdat ze moeten concurreren met óf lokale grondstoffen (die een grotere emotionele waarde hebben voor consumenten) óf met even goede grondstoffen die goedkoper geproduceerd worden in derde landen. Ook vlees met twee en drie sterren van de Dierenbescherming kan aanmerkelijk goedkoper in andere landen gemaakt worden.

Zolang dat verleden blijft drukken, zal de emotionele last blijven bestaan.
Oude keuze past niet meer
De druk op boeren is te groot. Daar mag beslist niet lichtvaardig over geoordeeld worden. We moeten ons echter ook realiseren dat de belangrijkste oorzaak voor de emotionele problemen waarin boeren verkeren niet de maatschappelijke druk is. De maatschappelijke druk is het gevolg van opschalingen en landbouwpraktijken die op hun beurt weer het gevolg zijn van de markteconomie en de positie die Nederlandse boeren internationaal hebben weten te verwerven door hun keuze voor export in het verleden. Die keuze paste destijds bij de na-oorlogse markt in de eerste 30-35 jaar na WO II. Nu past die niet meer bij een groot deel van de boeren, maar zitten ze met bedrijven en een houding die er nog steeds voor ingericht zijn.

Zolang dat verleden blijft drukken, zal de emotionele last blijven bestaan. In dat opzicht moet Geurts zich afvragen of zijn tweet en de houding die daaruit spreekt, de boerenstand helpt in rustiger vaarwater te komen.

Eervol stoppen
Het zou beter zijn om eindelijk eens openlijk te beginnen met nadenken over de vraag hoe boeren die bedrijfseconomisch niet meer mee kunnen en die geen commercieel-economische vaardigheden hebben, geholpen kunnen worden om hun bedrijven eervol en zonder grote financiële lasten te beëindigen. Ook de minister van Landbouw vindt het belangrijk dat boeren door kunnen naar de toekomst. De werkelijkheid is wat prozaïscher: voor verreweg het merendeel van de bedrijven is in onze contreien geen plaats meer omdat de productiekosten voor agrarische grondstoffen die boerenondernemers geen meerwaarde weten mee te geven, domweg te hoog zijn. Geurts, de coalitie en de minister zouden er goed aan doen, hun kop voor die vervelende waarheid niet in het zand te steken als ze boeren van dienst willen zijn.