Marjolein Poels, die donderdag 1 juni bij het UMC Utrecht promoveerde op dit onderzoek, concludeert in haar proefschrift dat vrouwen zo vroeg mogelijk moeten starten met het corrigeren van een ongezonde leefstijl. Zo kunnen complicaties bij moeder en kind voorkomen worden.

Gevolgen van ongezonde leefstijl
Een ongezonde leefstijl en het hebben van obesitas kunnen leiden tot allerlei problemen. Dat blijkt uit een studie die Poels heeft gedaan onder 3.684 vrouwen. Zo is bij vrouwen die voorafgaand aan de zwangerschap roken de kans dat het kindje te vroeg geboren wordt of een te laag geboortegewicht heeft twee keer groter dan bij vrouwen die niet roken. Een vrouw met obesitas heeft 6 keer meer kans op zwangerschapsdiabetes, 4 keer meer kans op hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap en 2 keer meer kans op zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie). Uit eerdere onderzoeken is ook bekend dat alcoholconsumptie, inactiviteit en slechte voeding kunnen leiden tot complicaties. "Van dit soort risico's zijn mensen zich amper bewust", zegt Poels.

Veel vrouwen weten niet van het bestaan van preconceptiezorg, willen de kinderwens geheim houden, hebben zorgen over de vruchtbaarheid en zijn bang voor medicalisering
Ook de leefstijl van de toekomstige vader is van belang. De kans op een bevruchting wordt kleiner als mannen roken of alcohol drinken.

Goede voorbereiding
Goede voorlichting vooraf kan vrouwen helpen om hun leefstijl te verbeteren. Dat kan door zelf informatie op te zoeken, of door een gesprek met een hulpverlener als de huisarts of verloskundige. Uit een vragenlijst onder 283 vrouwen blijkt dat zes op de tien vrouwen liever zelf informatie opzoeken. Eén op de vier vrouwen gaf de voorkeur aan een gesprek met een zorgverlener. Hoewel bij alle vrouwen de leefstijl verbetert, is het effect na een gesprek het grootst.

Belemmeringen
Er zijn nog behoorlijk wat belemmeringen om preconceptiezorg een gewoon onderdeel van de zwangerschap te maken. Veel vrouwen weten niet van het bestaan van preconceptiezorg, willen de kinderwens geheim houden, hebben zorgen over de vruchtbaarheid en zijn bang voor medicalisering. Veel vrouwen zien pas voor het eerst een zorgverlener als ze 8 tot 10 weken zwanger zijn.

Goed blijven voorlichten en informeren zou volgens Poels moeten helpen om mensen bekend te maken met deze vorm van zorg. Uit een pilotstudie in Zeist blijkt dat mensen dan eerder naar de huisarts of verloskundige gaan. Zij adviseert dat huisartsen, verloskundigen en andere zorgverleners goed samenwerken om de zorg voor de zwangerschap zo gewoon mogelijk te laten worden. "Dan is er voldoende tijd om te werken aan een topconditie van de toekomstige ouders", aldus Poels.
Dit artikel afdrukken