Zet 8 onderzoekers met erkende expertise op het gebied van zuivel bij elkaar in een workshop en vraag ‘Welk bewijs is er dat zuivel invloed heeft op de ontwikkeling van diabetes type 2?’

Wat levert zo’n bijeenkomst op?

Het is een vraag die al lang speelt in de discussie over gezonde voeding. Diabetes type 2 is wereldwijd een ernstige volksziekte en zuivel is een heet hangijzer om allerlei redenen. Een belangrijke daarvan is dat het een zeer complex voedingsmiddel is, met veel nutriënten, en met minstens evenveel verschijningsvormen, van rauwe melk tot vele soorten kaas en nog veel meer typen toetjes. Het is heel lastig gebleken iets eenduidigs en zinnigs te zeggen als het gaat om effecten op de gezondheid. Er zijn meer meningen dan feiten.

Gastvrij
In november 2017 werd een workshop gehouden waarvan nu pas verslag wordt gedaan in het vakblad Advances in Nutrition. De bijeenkomst werd georganiseerd en gefinancierd door de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en FrieslandCampina. De deelnemers vonden gastvrij onderdak bij de als zuivelvriendelijk bekend staande WUR.

Wat is het eerste dat nu bij de kritische volger van de voedingskunde opkomt? “Zuivel zal wel heel goed zijn tegen diabetes”.

Huib Stam
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Maar nee dus, niet per se. Na weging van alle relevante onderzoeksliteratuur is dit de uitkomst: “De evidence, de epidemiologische gegevens en RCT’s maken het aannemelijk dat er een neutrale of bescheiden omgekeerde relatie is tussen zuivelconsumptie en het risico op diabetes type 2. Yoghurt in het bijzonder heeft een relatie met een lager risico op diabetes type 2.” Dat is in twee zinnen de uitkomst, zoals geformuleerd in de conclusie, die verder vooral nieuwe vragen voor weer nieuw onderzoek bevat.

Eminent rijtje
Het verslag van de workshop heeft 9 auteurs, waarvan de eerste, Jing Guo van de universiteit van Reading in het Verenigd Koninkrijk, de hoofdauteur is, maar zelf niet aanwezig was bij de workshop. Dat waren wel D. Ian Givens, Arne Astrup, Stephan J. L. Bakker, Gijs H. Goossens, Mario Kratz, André Marette, Hanno Pijl en Sabita S Soedamah‐Muthu. Een eminent rijtje, met een grote Nederlandse inbreng.

Het huiswerk van alle deelnemers voor de workshop was het voorbereiden van een presentatie van hun recente onderzoekswerk en de daaruit voortkomende bevindingen. De discussie, onder leiding van emeritus WUR-hoogleraar Frans Kok, zal levendig zijn geweest.

Een begrip waarmee het verslag van de workshop getypeerd kan worden, is heterogeniteit. Niet alleen roept de vraag wat allemaal onder ‘zuivel’ begrepen moet worden een veelheid van definities op, ook de grote hoeveelheid onderzoek naar zuivel en gezondheid levert een baaierd van verschillende onderzoeksvragen en -opzetten, resultaten, conclusies, interpretaties en aanbevelingen op. In twee woorden: appels en peren.

Groeiend bewijs
Diabetes type 2 is een ziekte die meerdere oorzaken heeft, twee daarvan zijn aanleg en overgewicht. Hoe kan de invloed van de consumptie van zuivel daarop geïsoleerd worden? Als een eetpatroon met zuivel helpt om niet dik te worden, is het dan de zuivel of het niet dik worden dat diabetes buiten de deur houdt?

En wat is het onderzoek waard?

“Groeiend bewijs van prospectieve cohortstudies geeft aan dat yoghurt het sterkste verband heeft met een lager risico op diabetes type 2, maar bewijs van RCT’s is schaars,” schrijven de auteurs. Maar randomized control trials zijn juist de gouden standaard voor onderzoek naar dit soort relaties. Het is het enige type studie dat een causaal verband kan aantonen van een interventie en daarmee het sterkste soort bewijs levert. De auteurs signaleren tal van dit soort dilemma’s waarmee het zuivelonderzoek opgezadeld zit.

Het verslag van de workshop gaat stap voor stap de verschillende soorten zuivel af: melk, yoghurt, kaas, boter, room en ijs. Een aparte paragraaf is gewijd aan verzadigd vet. Daarover hebben enkele van de auteurs zich een paar weken geleden uitgesproken in een ingezonden stuk in het BMJ. Dat kwam erop neer dat richtlijnen over het consumeren van verzadigd vet onderscheid moeten maken tussen de verschillende soorten verzadigd vet, hetgeen nu niet gebeurt. Dat is een inzicht dat inmiddels vrijwel geheel geaccepteerd is in de voedingskunde. Het rechtvaardigt volgens de auteurs een drastische herziening van de aanbevelingen van (in het bijzonder) de WHO over vet.

Voedselmatrix
In dat BMJ-stuk doen de auteurs een krasse uitspraak. De voedselmatrix, de chemische en fysische context waarin het vet zit, is van groter belang voor mogelijke effecten op de gezondheid dan de hoeveelheid verzadigd vet in de voeding. En als iets een complexe voedselmatrix heeft, is het zuivel wel. Dat maken zij nogmaals duidelijk in hun verslag.

Deze literatuurstudie ging alleen over zuivel en diabetes; de uitkomst is neutraal tot licht positief. Dat laatste geldt in het bijzonder voor yoghurt, gefermenteerde melk en kan dus ook nog een gunstig probiotisch effect hebben. Ook daarover is maar weinig echt bekend, zegt de zuivelworkshop. Wat zijn de onderliggende mechanismen die verklaren hoe yoghurt helpt tegen diabetes? Dat is één van de 3 vragen die aan het eind worden gesteld. De tweede vraag ligt in lijn met een van de nieuwe ontwikkelingen in de voedingskunde, de personalized nutrition. Het effect op de gezondheid van zuivelconsumptie is afhankelijk van individuele factoren, zoals leeftijd, sekse, gewicht, (metabole) gezondheid en de samenstelling van het darmmicrobioom, suggereren de auteurs.

Het gesprek geeft de voorlopige stand van zaken in een deelgebiedje van de voedingsleer. Er is verder nog onderzoek zat te doen naar zuivel en gezondheid.
Dit artikel afdrukken