Kinderen verdienen bescherming tegen de opdringerige reclame-uitingen in apps, sociale media en videoblogs. Doorgaans promoten ze eten dat alleen maar vet, zout en zoet is - 'junk food' dus. Ouders hebben te weinig in de gaten hoe hun kinderen gebombardeerd worden met deze advertenties.

Volgens de WHO blijven overheden achter bij de 'revolutie' in de manier waarop mensen media gebruiken en moeten ze hun verantwoordelijkheid nemen en voor regulering zorg dragen.

Rapport
De Europese afdeling van de WHO liet een onderzoek uitvoeren naar de digitale marketing van vette, zoute en suikerrijke producten naar kinderen. De resultaten zijn gepubliceerd in het rapport:// 'Tackling food marketing to children in a digital world: trans-disciplinary perspectives (2016)'. In het rapport komen trends in het mediagebruik door kinderen, marketingmethoden in het nieuwe digitale medialandschap en hoe kinderen daarop reageren aan de orde.

'Dubious cocktail'
Ouders onderschatten het probleem. De WHO laakt een aantal technieken waarmee producenten haarfijn de kwetsbare kinderdoelgroep weten te treffen, zoals geolocation (het op mobiele apparaten pushen van aanbiedingen als een kind in de buurt is), spelletjes zoals Pokemon Go (waarmee fast food ketens kinderen letterlijk binnenlokken), advergames van producenten en vlogging (waarbij leeftijdsgenoten of beïnvloeders met filmpjes boodschappen overbrengen buiten het zicht van ouders). Ook veroordeelt de WHO de manieren waarop adverteerders data (leeftijd, waar ze zich bevinden, wat ze liken en delen) binnenhalen om kinderen vervolgens op maat reclames te sturen als een "dubious cocktail".

De regelgeving loopt hopeloos achter op de digitale ontwikkelingen en veranderingen die in de media plaatsvinden
Al die al dan niet geniepige reclames dragen bij aan het ontstaan van de huidige 'obesogene omgeving' waarin junk food niet alleen ruimschoots gepromoot wordt, maar ook nog alomtegenwoordig en goedkoop is, meer nog dan gezonde opties. Voedselmarketing draagt, zegt de WHO, aantoonbaar bij aan de ontwikkeling van voorkeuren voor vet, zout en suikerrijk eten waardoor kinderen het risico lopen te zwaar of zelfs obees te worden.

Cécile Janssen
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Bestaande regelgeving loopt achter
Dr. Joao Breda, WHO-programmamanager voor voeding, bewegen en obesitas, zegt op de BBC: "De digitale ontwikkelingen gaan heel snel en we weten dat bestaande regulering vol kieren en gaten zit, waardoor de behoeften van onze kinderen niet gedekt worden". Sommige landen hebben weliswaar regelgeving ingevoerd, zoals Groot-Brittannië waar reclame voor junk food verboden is in kinderprogramma's op televisie, maar die regelgeving loopt hopeloos achter op de digitale ontwikkelingen en veranderingen die in de media plaatsvinden.

Daarmee agendeert de WHO een klassieke vraag: hoe kan de wetgever ontwikkelingen in de markt voorblijven?
De WHO heeft zichzelf ten doel gesteld de blootstelling van kinderen aan alle soorten marketing van junk food terug te dringen, dus ook via digitale media. Er moet een balans komen tussen de (sociale) voordelen van meedoen met online activiteiten enerzijds en het beschermen tegen gezondheidsschade, inbreuk op privacy en economische uitbuiting anderzijds. De WHO wijst Europese regeringen op hun plicht om kinderen te beschermen door wet- en regelgeving op te stellen die kinderen in de online omgeving dezelfde bescherming biedt als offline. Daarbij moeten de te beschermen leeftijdsgroep en de soorten marketing waar de regelgeving op doelt, eenduidig aangegeven worden.

Daarmee agendeert de WHO een klassieke vraag: hoe kan de wetgever ontwikkelingen in de markt voorblijven? Wetgeving volgt immers de praktijk die juist op het gebied van digitale marketing maandelijks zoniet wekelijks nieuwe wegen vindt om kinderen te verleiden.
Dit artikel afdrukken