Van het gas gaan is alleen duurzaam als de stroom die het vervangt, niet door verbranding van koolstof (fossiel of biomassa) of nucleair is opgewekt. Zo niet, dan is het juist minder duurzaam omdat gas de minst klimaatverstorende op koolstof gebaseerde brandstof is. Vandaar de voorkeur in energieverslindende landen als China en India voor gas, en niet olie, als vervanger van kolen.

Helaas is er vervelend nieuws; het jongste staaltje van duurzame stroomopwekking in Nederland gebeurt met hout. Dat gebeurt in de kolencentrales van RWE, via een tussenliggend bedrijf de eigenaar van elektra-producent Essent.

Er is maar één winst: op de plek waar je de energie gebruikt heb je geen uitstoot. Dat is handig op plekken waar die zich concentreert, zoals bijvoorbeeld in stedelijk gebied. Elders heb je echter meer uitstoot én meer fijnstof
En dat gebeurt nota bene met subsidie van de Nederlandse overheid. Doel is de kolen voor 80% door biomassa te vervangen. Uitgerekend die opwekking is natuurkundig de meest klimaatonvriendelijke vorm van energie beschikbaar maken voor gebruik uit het stopcontact. Dat is een gevolg van zowel de hogere CO2-uitstoot per eenheid Kcal-energie als van de netto beschikbare energie; die laatste ligt lager vanwege de energielekkage die optreedt als gevolg van verwerkingsverliezen. Gas wordt direct verbrand op de plek waar het moet dienen als warmtebron. Hout moet eerst verwerkt worden tot stroom; in dat proces gaat warmte verloren die niet nuttig gebruikt kan worden. Er is maar één winst: op de plek waar je de energie gebruikt heb je geen uitstoot. Dat is handig op plekken waar die zich concentreert, zoals bijvoorbeeld in stedelijk gebied. Elders heb je echter meer uitstoot én meer fijnstof.

Nederlands energie-ambitie: zuinige en schone nieuwe tech ontwikkelen
Nederland heeft een ambitieus elektrisch energieakkoord, een dito klimaatwet en een daarop als laatste in de rij aangesloten het net voor kerst 'in ontwerp' rondgekomen klimaatakkoord. Ons piepkleine land heeft op dit moment een Bruto Nationaal Product dat ons op de 17e plaats van de wereld zet, net na Turkije en ruim voor Saoedi-Arabië en Zwitserland.

Dat BNP wordt geproduceerd met fossiele brandstoffen. In 2030 moet Nederland volgens het ontwerpklimaatakkoord, bij een stijgende energiebehoefte, op 49% van zijn CO2-uitstoot in 1990 zien te komen. In 2050 wil ons land volgens het ontwerpakkoord geheel uitstootvrij zijn.

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Het beleid heeft een rotsvast vertrouwen in meer, maar zuiniger en schoner. Of we de stroom voor al dat meer wel zullen hebben, lijkt een vraag die beleidsmakers niet zo relevant vinden
Op dit moment mag slechts 6,6% van Nederlands energieverbruik duurzaam opgewekt heten, terwijl de uitstoot in 2017 ondanks een efficiënter gebruik van energie nog even hoog was als in 1990 als gevolg van het voortdurend stijgende gebruik van apparaten die energie nodig hebben.

Krachtens afspraken met de EU, moet ons land in 2020 een aandeel van 14% met hernieuwbare bronnen geproduceerde energie gerealiseerd hebben. Dat gebeurt onder met behulp van die gesubsidieerde houtstook, biomassa in vaktaal. Dat is een gotspe, vindt ook de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). Toch gebeurt het omdat we die 14% waarschijnlijk niet zo makkelijk gaan halen. Directeur Dr. T.B.P.M. Tjin-A-Tsoi van het CBS meldt in zijn rapport Hernieuwbare energie in Nederland het volgende: "Het verbruik van hernieuwbare energie in Nederland lag in 2017 11 procent hoger dan in 2016. Verreweg de grootste bron van hernieuwbare energie is biomassa."
Om via 49% reductie van CO2 over 11 jaar naar 100% te gaan, moet er nog heel wat gebeuren. Opvallend genoeg begint alles met het elektrificeren van de infrastructuur. Huizen en bedrijven moeten van het gas. Auto's, bussen en vrachtwagens moeten elektrisch worden. Van beperking van het gebruik van energie is geen sprake. Het beleid heeft een rotsvast vertrouwen in meer, maar zuiniger en schoner. Of we de stroom voor al dat meer wel zullen hebben, lijkt een vraag die beleidsmakers niet zo relevant vinden.

Het energieakkoord uit 2013 geeft dan ook geen antwoord op die vraag, terwijl je die je als weldenkend mens wel zou moeten stellen. Lees de belangrijkste afspraken van dat akkoord even mee:
1. de bouw van 1.000 extra windmolens
2. de sluiting van vijf oudere Nederlandse kolencentrales (die ecologisch gezien gek genoeg juist wat 'duurzamer' waren dan de houtstook waar nu voor is gekozen)
3. de genoemde 14% van alle energie die duurzaam moet worden opgewekt in 2020
4. idem maar dan 16% voor 2023
5. €400 miljoen subsidie voor de isolatie van huurwoningen
6. een werkgelegenheidsdoelstellingen: alle investeringen in duurzame energie en energiebesparing moeten samen 15.000 banen opleveren
7. een exportdoelstelling op het gebied van technologie: Nederland moet in 2030 in de top-10 staat van de Mondiale CleanTech ranking, een internationale ranglijst van landen die uitblinken in schone technologie
8. woningeigenaren en (ver)huurders die nog geen energielabel hebben, kregen vanaf 2015 een voorlopig energielabel; huiseigenaren moeten voordelig geld kunnen lenen voor energiebesparende maatregelen (er kwam een energiebesparingsfonds van €600 miljoen)
9. de EU moest maatregelen nemen om de handel in CO2-emissierechten te verbeteren. In 2050 moet dit leiden tot minstens 80% minder uitstoot.
10. iedereen die samen met anderen duurzaam elektriciteit opwekt, betaalt een lager energiebelastingtarief

Wat willen de mannen en vrouwen die beslissen over de toekomst van Nederland? Wie het goed leest, ziet de antwoorden staan in de punten 9 en 7. De uitstootreductie en uiteindelijke 0% CO- uitstoot zal vooral moeten komen uit emissierechten. Wij denken in Nederland een beetje energie op eigen bodem te kunnen opwekken en de rest te halen uit andere landen die we belonen voor uitstoot daar.
Het ontwikkelen van nieuwe technieken is beleid en daar is financiering voor; doemdenken zonder belofte krijgt natuurlijk geen geld. Toch is het een onverstandige vorm van wegkijken die bijvoorbeeld technisch mogelijke, maar praktische weinig zinvolle ideeën als vliegen op afgewerkt frituurvet als serieuze alternatieven voor de bestaande energievoorziening oplevert
Dat is een logische doelstelling. Nederland is klein en vol en heeft de ruimte niet voor de productie van biobrandstoffen, wind- en zonne-energie om zijn energiebehoefte te kunnen dekken. We zullen de energie dus van elders halen en willen zelf leidend worden in klimaatneutrale technologie voor zowel consumptief als producerend gebruik. Het is niet onmogelijk dat de kritiek ('kleuterschoolniveau') die het vernietigende oordeel van de KNAW over het gebruik van hout als energiebron kreeg van technologie-ontwikkelaren op het gebied van biomassa (niet gefossiliseerde koolstof, zoals hout en te telen gewassen) zijn oorsprong vindt in zulk denken. De critici houden zich niet zozeer bezig met het oplossen van het energievraagstuk (is er genoeg klimaatneutrale energie?) waar een fossielloze samenleving voor staat, als wel met het uitvinden van technieken om op nieuwe efficiënte manieren energie te maken. Het ontwikkelen van nieuwe technieken is beleid en daar is financiering voor; doemdenken zonder belofte krijgt natuurlijk geen geld. Toch is het een onverstandige vorm van wegkijken die bijvoorbeeld technisch mogelijke, maar praktische weinig zinvolle ideeën als vliegen op afgewerkt frituurvet als serieuze alternatieven voor de bestaande energievoorziening oplevert. Het verschil tussen serieus en Spielerei moet je willen kunnen onderscheiden.

Vuile energie via elektriciteitskabels
Op de valreep van 2018, afgelopen vrijdag, meldde supermarktbedrijf Lidl trots dat het bedrijf zijn afgelopen voorjaar gedane belofte heeft weten te realiseren: in december ging het laatste Nederlandse Lidl-filiaal (in Rotterdam) van het gas. Voortaan worden de winkels elektrisch verwarmd; ook betekent het dat die paar gaspitjes die er misschien ook nog waren, vervangen zijn door elektrische kookplaten.

Lidl installeerde elektrische warmtepompen. Dat kost serieus geld, duurde vier jaar en klinkt als een duurzame investering. Toch kan het de winkels eerder onduurzamer maken als de elektra niet duurzaam is opgewekt. En dat is niet onmogelijk als niet alle energie die het bedrijf voortaan gebruikt van zonnepanelen en wind komt. Het recente besluit om kolenstook te vervangen door houtstook laat dat zien. Door een administratief gaatje in de duurzaamheidsdefinities van de EU kan een grote hoeveelheid hout officieel 'duurzaam' worden opgestookt. Als iedereen die in Nederland van het gas gaat over zou kunnen stappen op elektra die niet met biomassa of fossiele bronnen is opgewekt, dan zou dat nieuws zijn. Nu blijft alles bij het oude en loopt de vuile energie in plaats van via leidingen via kabels de filialen in.

En dan is er nog iets: het maken van zonnepanelen vergt een berg energie waar je van schrikt. Veel van de onderdelen worden gemaakt in China met energie uit kolenstook. Het paneel mag dus uitstootloze energie leveren, maar om het te maken moet eerst de nodige energie worden gebruikt die nergens anders voor beschikbaar is. Dezelfde opmerking valt te maken voor windmolens. Daar komt bovendien bij dat windmolens en zonnepanelen een beperkte levensduur hebben, nog steeds in ontwikkeling zijn en dus steeds opnieuw vervangen zullen worden tegen hoge energiekosten; die zullen dan vanwege het opruimen en recyclen van de oude nog hoger zijn.

Klimaatneutrale energie-opwekking heeft dan ook iets bedrieglijks. Dat bedrog is uit te rekenen aan de hand van het begrip exergie, de hoeveelheid energie die netto overblijft in verhouding tot de hoeveelheid energie die nodig is om kracht voor menselijk gebruik beschikbaar te maken. Er zijn immers talloze verliesfactoren die te maken hebben met onder meer de energie die delving, transport, de bouw en het onderhoud van energiecentrales en warmteverlies kosten. In de krant lezen we dat er vooral genoeg zon en ook de nodige wind is om de aarde zonder gefossiliseerde energiebronnen van stroom te voorzien. Zulke berichten vergeten uit te rekenen hoeveel energie en oppervlakte nodig is om van zon en wind bruikbare energie te maken en op de plek waar die nodig is af te leveren en ook nog eens volop op het gewenste moment beschikbaar te hebben. Toch is de maat voor zulke sommen onder ingenieurs een weinig bijzonder gemeengoed: EROEI. Volgens gangbare tabellen doen zon en wind het niet slecht en neemt de energie-efficiëntie (het Nederlandse woord voor EROEI) van olie en gas af omdat hun winning meer moeite kost. Nieuwlichters maken echter completere sommen waarin ruimtebeslag, de effecten van de omgeving op de werking van de omzettingsapparatuur, transport en de energie die nodig is voor vervanging zijn meegenomen. Zij komen op ongunstiger sommen uit.

In de krant lezen we dat er vooral genoeg zon en ook de nodige wind is om de aarde zonder gefossiliseerde energiebronnen van stroom te voorzien. Zulke berichten vergeten uit te rekenen hoeveel energie en oppervlakte nodig is om van zon en wind bruikbare energie te maken en op de plek waar die nodig is af te leveren in de gewenste hoeveelheid
Waarom haantje de voorste?
Nu het Klimaatakkoord in zijn ontwerpversie een feit is, zwelt juist vanuit die rendementen van energie de kritiek aan op nieuws zoals Lidl dat blij bracht. Afgelopen weekend kwam niet alleen de inmiddels van Thierry Baudet-sympathieën verdachte De Telegraaf, maar ook het Financieele Dagblad met een tekst die niet aarzelde om grote vraagtekens te plaatsen bij de Nederlandse drang om haantje de voorste te spelen bij 'het halen van Parijs'.

De Telegraaf ontdekte een manifest van oude energiewetenschappers en maakte daar afgelopen weekend een artikel over. De portée: denk niet dat Nederland als geheel even snel over kan stappen op niet-fossiele brandstoffen, want het brengt ons aan de bedelstaf. Er is nog voor 200 jaar fossiel, zeggen ze. Die tijd moeten we goed gebruiken om daadwerkelijk werkende schone energiebronnen voor de komende eeuwen te ontwikkelen. Op een hol en draf in 10 jaar en daarna nog eens twintig gaat dat niet, waarschuwen ze. Gebruik liever zo schoon mogelijke verbrandingsenergie en wees daar zo zuinig mogelijk mee, adviseren ze.

Het Financieele Dagblad bood zijn redacteur Bert van Dijk ruim baan met een kritisch artikel over het Klimaatakkoord. Portée: echt goed isoleren scheelt bijvoorbeeld een enorme slok op een borrel, doet een pietsie minder voor het klimaat, maar op wereldschaal maalt niemand daar ook maar een seconde om. Waarom dan zoveel miljarden meer uitgeven voor meteen maar helemaal 'klimaatneutraal' wonen?

De Telegraaf baseert zich op voor rechts en reactionair versleten natuurkundigen en ingenieurs. Niet te ontkennen valt dat ze met hun sommen natuurkundig en als ingenieurs een hard punt hebben: 1) de exergie-eisen aan zogeheten duurzame energie mag je niet zomaar onder tafel poetsen en 2) nieuw techniek ontwikkelen voor een totale infrastructuur kost leer- en ontwikkeltijd. Dat laatste punt heeft een korte toelichting nodig. Onze steden - waar de belangrijkste inspanningen moeten worden geleverd - zijn het product van honderden jaren ontwikkeling. De steden heruitvinden is zo complex, dat het niet 'zomaar even' gedaan kan worden, temeer niet omdat ook anders zullen worden dan we ons nu kunnen voorstellen. Dat neemt niet weg dat consultingfirma's juist meer zijn gaan geloven in hernieuwbare energiebronnen.

Zodra je de oude, voor zwaar rechts en conservatief versleten ballen - em. prof. Kees de Lange (natuurkundige), klimaatscepticus, is één van hen - op hun inhoud gaat lezen, zie je hen met andere ogen. Hun argumenten lijken namelijk als twee druppels water op die van donkergroene milieuactivisten: 'doe zuinig aan en houd je verre van een zorgeloos meer'. Zonder energie of bij een al op voorhand verouderde infrastructuur staat al dat méér straks immers stil en wordt het waardeloos. Dan hebben we letterlijk in lucht geïnvesteerd.


Over de duim geschat, mag de omvang van die middengroepen worden geschat op ruim de helft van de samenleving. Het zijn de mensen die winkels laten draaien en de belastingen opbrengen en die straks ook een belangrijk deel van de honderden miljarden die het Klimaatakkoord echt gaat kosten in de komende drie decennia moeten ophoesten
Het Financieele Dagblad gaat serieus in op de kosten van het nieuwe elektrische Nederland die burgers vermoedelijk voor het grootste deel zullen moeten financieren; zoals in Frankrijk kan dat gele hesjes-gevoelens losmaken bij de middengroepen in de samenleving. Mensen uit de middengroepen zijn gezinnen en individuen die - net en soms alleen maar bijna - kunnen leven van hun salaris, maar geen geld overhouden om te sparen. Hogere kosten beperken dan ook hun vrij besteedbare inkomen. Omdat ze bovendien gedwongen worden de tering naar de nering te zetten, bedreigt dat hun manier van wonen en mobiliteit. Dat dringt binnen in hun persoonlijke vrij- en zekerheid en doet pijn. Alleen dat laatste al was in Frankrijk voldoende voor het overgrote deel van de bevolking om sympathie te voelen voor de motieven van de 'gele hesjes'. Zij protesteren tegen de legitimiteit van president Macrons regering omdat zijn plannen hen berooft van vrij- en zekerheden.

Door burger betaald industriebeleid
Over de duim geschat, mag de omvang van die middengroepen worden geschat op ruim de helft van de samenleving. Het zijn de mensen die winkels laten draaien en de belastingen opbrengen en die straks ook een belangrijk deel van de honderden miljarden die het Klimaatakkoord echt gaat kosten in de komende drie decennia moeten ophoesten. Die kosten zijn vooralsnog in de staatsbegroting gebudgetteerd voor een jaarlijks bedrag van tussen de €3 en 4 miljard vanaf 2030, zegt het Planbureau voor de Leefomgeving. De rest komt dus óf direct voor de rekening van burgers óf indirect via de doorberekening van de extra kosten die bedrijven moeten maken. Zonder voldoende belastingen neemt bovendien het budget van de overheid af en loopt die het risico op ontwrichte staatsfinanciën.

Beleidsmakers lijken de meerkosten die mensen moeten nemen, te zien als normale vervangingskosten in de consumptie-economie; ze dwingen burgers die te maken zoals het volgens onze elektrische, door burgers betaalde nationale industriebeleid moet. Dat is niet onverstandig en misschien zelfs wel een handige vorm van door burgers betaald industriebeleid, maar alleen op voorwaarde dat het bijdraagt aan hun levensvreugde en economisch uitkan.

Misschien is een voor een belangrijk deel door burgers betaald industriebeleid wel verstandig, maar alleen op voorwaarde dat het bijdraagt aan hun levensvreugde en economisch uitkan
Waar gaat de energie vandaan komen en is die uitstootvrij?
In 2017 bedroeg het totale energieverbruik in Nederland volgens het CBS 3.157 Petajoules. De belangrijkste energiebronnen waren aardgas met ruim 41% van het totaal, aardolie (bijna 39 procent) en steenkool (12%). Daarnaast is ruim 8% afkomstig van hernieuwbare bronnen plus kernenergie en afval. Aardgas is voornamelijk afkomstig van Nederlandse bodem en wordt gebruikt voor warmteproductie en elektriciteitsopwekking. Ruwe aardolie en aardolieproducten voert Nederland grotendeels in. Om in 2030 voor de helft fossielvrij te zijn in eigen land en in 2050 helemaal moet er flink worden geëlektrificeerd, vooral door bedrijven en in het vervoer. Huishoudens zijn thuis goed voor circa 13% van het totale energiegebruik. Wegvervoer gebruikt een kleine 19%; 8% daarvan komt voor rekening van personenauto's, waarvan een deel zakelijk gebruikt wordt. Grof gezegd, wordt zo'n 80% wordt gebruikt voor het maken van producten en diensten waarop de economie draait.


Omdat ons land te klein is, is het zeer onwaarschijnlijk dat onze oppervlakte geschikt is om zon- en windenergie te genereren die de bestaande consumptie en de productie, onze welvarende levensvreugde dus, in ons land in de benen houdt. We zijn bovendien een land dat op een postzegel in belangrijke mate produceert voor mensen in buitenlanden. Dat doen we door grondstoffen in te kopen en importeren, die te verwerken en dan weer te exporteren. Dat kost allemaal energie en draaide tot voor kort voor een belangrijk deel op eigen aardgas.

Omdat ons land te klein is, is het zeer onwaarschijnlijk dat onze oppervlakte geschikt is om zon- en windenergie te genereren die de bestaande consumptie en de productie, onze welvaart dus, in ons land in de benen houdt
Maar, los van ingekochte grondstoffen, is er straks geen gas en geen ingekochte olie-energie meer volgens de plannen van het Klimaatakkoord. We willen alles elektrisch en zetten in op een economie die geen CO2-uitstoot in eigen land meer veroorzaakt. Nog los van het feit dat dat 0% uitstoot uit economische activiteiten een wonderlijk streven is - ook wij en dieren stoten CO2 en CO2-equivalenten uit omdat we eten en drinken kopen en verteren en ademhalen - blijft de vraag hoe we aan de energie komen om al die duurzame apparatuur te maken en te laten functioneren.

Als we hier onze welvaart willen behouden, dan gaat dat niet zonder energie en grondstoffen te blijven importeren. Landen direct om ons heen die eveneens hun uitstoot willen reduceren, hebben net als wij niet genoeg zon- en windenergie om ons uit de brand te helpen. En als het uit fossiele energie moet komen - zoals gas uit de VS of Rusland - waarom zouden we dan niet direct aan het gas blijven? Dat is immers energetisch efficiënter dan elektra gebruiken die met fossiele brandstof of biomassa is opgewekt. De bestaande gas-infrastructuur ontkoppelen en verwijderen, is ecologisch onverstandig en economisch een vorm van kapitaalvernietiging betoogden hier de donkergroene ingenieurs Arie en Martin Croon.

Burger betaalt vermoedelijk erg veel
Nederland beleidsland lijkt zijn zinnen te hebben gezet op een klimaatgedreven vervangingseconomie en wil daarmee voorop lopen om de innovaties te kunnen exporteren. Krachtens het ontwerp Klimaatakkoord van Nijpels en minister van Wiebes van Klimaat en Economische Zaken zal de Nederlandse samenleving er in de komende decennia vele honderden miljarden in moeten investeren. Volgens de officiële cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving hoeft de overheid daar, zoals al genoemd, maximaal €3 miljard belastinggeld aan bij te dragen Alleen al zes miljoen huizen moet en worden aangepast; de gemiddelde minimale kosten daarvan bedragen gemakkelijk €20.000. Totale kosten dus: €120 miljard. Bouw- en installatiebedrijven juichen. Acht miljoen fossiele auto's moeten versneld worden vervangen door elektrische die in één klap de waarde van het fossiele wagenpark devalueren. Als we het benodigde extra investeringsbedrag per te vervangen auto op zo'n €15.000 zetten en verwachten dat een kwart van de auto's verdwijnt, dan hebben we het over €90 miljard. Dat zijn kosten die de burger anders ook zou maken en kunnen financieren bij het onderhouden van zijn huis en vervangen van zijn auto, redeneert de overheid. Maar dat is natuurlijk wel erg makkelijk geredeneerd.


Daarom zijn er wat subsidies. Maar RTL Z, luister naar het nieuwsitem van 27 december, ontdekte al dat het er lang niet genoeg zijn, terwijl die er wel voor bedrijven zijn. Daar komt bovendien bij dat al die auto's in het buitenland gemaakt gaan worden en noch bedrijven, noch werknemers in ons land er iets aan kunnen verdienen. Dat geldt ook voor een belangrijk deel van de te installeren apparatuur in onze huizen.
Of het uitkan en geaccepteerd zal worden, is dus ook al een vraag die niet lichtvaardig aan de kant kan worden geschoven
Onderwijl is het beslist niet onvoorstelbaar dat de middengroepen die de ruggengraat van de nationale economie vormen, hun bestedingen terug zullen moeten schroeven en daar boos op reageren. Of het uitkan en geaccepteerd zal worden, is dus ook al een vraag die niet lichtvaardig aan de kant kan worden geschoven.

Outsmarten?
Nederlandse beleidsmakers lijken te hebben gehoopt dat ze het ei van Columbus zouden kunnen vinden: een rijke samenleving die geen toegevoegde CO2-uitstoot op eigen bodem meer nodig heeft en toch nog rijker kan worden. Bij mijn weten heeft nog nooit iemand eens fatsoenlijk gerekend aan de randvoorwaarden voor die hoop. Toch gaan we er vol voor.

Misschien moet ik het zo zeggen: afgelopen zomer sprak ik een energiedeskundige die volop overtuigd is van het heil van hernieuwbare energiebronnen, maar me tegelijk bevestigde dat binnen de EU, landen hun hernieuwbare energie (zon, wind, water) niet graag met ons zullen delen omdat ze veelal op dezelfde cruciale momenten grote tekorten zullen ervaren. Nederland denkt, zo moet de logische conclusie wel luiden, kennelijk dat het zijn buurlanden kan outsmarten.

De opmerking van die deskundige is me erg bijgebleven. Dat kwam ook al door wat ik las in de eerste zinnen van de Nationale Energieverkenning van 2017 las. Daar schreven de directeuren van het Planbureau voor de Leefomgeving, het CBS en de COO van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN): "De Nationale Energieverkenning 2017 (NEV 2017) maakt nog meer dan vorig jaar duidelijk dat ontwikkelingen in de Nederlandse energiesector onlosmakelijk verbonden zijn met die in de ons omringende landen." Extra beleid helpt niet, schreven de mannen bovendien, wel extra overheidssubsidies. Daar staat misschien wel dat de overheid een echt ouderwets, voornamelijk Keynesiaans overheidsgefinancierd industriebeleid moet voeren als ze haar visies waar wil maken. Tegenwoordig zou je zeggen dat het beleid moet worden gevormd door de overheid als entrepreneurial state, het begrip dat de econome Mariana Mazzucato bekend maakte. Is dat wat nu in het ontwerp Klimaatakkoord staat? Laat ik kort zijn: nee.

Onderwijl wordt duidelijk waar beleidsmakers van dromen. Dit soort projecten verkopen:


Gezien de razendsnelle ontwikkeling van toegepaste nieuwe techniek is het zelfs waarschijnlijk dat we in de komende 10-20 jaar een forse achterstand zullen oplopen
Wij, burgers van Nederland, moeten op stel en sprong in een nog altijd niet half uitontwikkeld helemaal elektrisch huis met warmtepompen gaan wonen en in elektrische auto's gaan rijden waar we om de paar jaar om moeten lachen omdat de voorgaande versies nog zo hulpeloos waren. Waarom ons dat gaat helpen om zo'n Dubai-project binnen te halen en wie daar mee gediend is, weet eigenlijk niemand. Het is een geloof.

Er is nog een vraag. Waarom zijn ingenieurs in ons land zoveel knapper of succesvoller om zo'n Dubai-project slimmer te kunnen ontwikkelen dan toegepaste wetenschappers in vele buitenlanden? Die andere dames en heren zijn met meer en hebben vooral veel grotere markten waar ze nieuwe ontwikkelingen veel sneller in de praktijk kunnen testen dan wij op onze al volgebouwde postzegel aan de Noordzee. Bovendien zijn in de landen waar onze concurrenten wonen en werken, overheden natuurlijk ook dol op zulke klussen en technisch doen ze daar allang niet meer voor ons onder. Gezien de razendsnelle ontwikkeling van toegepaste nieuwe techniek is het zelfs waarschijnlijk dat we in de komende 10-20 jaar een forse achterstand zullen oplopen, c.q. dat onze kennis snel wordt gekopieerd en elders in omzet en winst wordt omgezet.







Update: 22:30, 10 januari 2019: in de Groene Amsterdammer probeert Jaap Tielbeke gehakt te maken van het manifest van de oude mannen dat De Telegraaf ontdekte. Hij noemt hen verwarde kwakzalvers en ziet hen als klimaatsceptici. Ik meen te hebben laten zien dat dat hen tekort doet. Ja, ze polariseren. En nee, dat zouden ze niet moeten doen als ze gehoord willen worden. Tegelijk blijken ze meer oog te hebben voor wat donkergroen gezien wenselijk is (minder, veel minder) dan Tielbeke zich op dit moment blijkt te kunnen voorstellen of zelfs willen.

Citaat van de laatste twee paragrafen van Tielbeke's tekst: Frustrerend genoeg is niet iedereen in staat de wannabe-Galileo’s te zien voor wat ze zijn. Voor CDA-europarlementariër Annie Schreijer-Pierik was het manifest in De Telegraaf reden om schriftelijke vragen te stellen aan de Europese Commissie. ‘Ik wil weten wat waar is en wat is niet waar (sic.)’, lichtte ze toe op Twitter. Daarmee trapt ze met open ogen in de val van de klimaatontkenners. Om hun doel te bereiken hoeven ze het publiek niet te overtuigen van hun gelijk, het verdacht maken van de wetenschappelijke consensus is al genoeg.
Terwijl: we weten al lang wat waar is en wat niet. Het valt allemaal te lezen in de IPCC-rapporten die met iedere update verontrustender klinken. Die rapporten zijn het resultaat van werkelijk sceptische wetenschapsbeoefening, het onophoudelijk toetsen van hypotheses en die waar nodig bijstellen en aanscherpen. Juist daarom is de consensus over klimaatverandering zo stevig: sinds de Britse fysicus John Tyndall in 1859 het broeikaseffect beschreef, zijn er talloze onderzoeken gedaan naar het effect van de menselijke activiteit en de uitstoot van CO2 op de temperatuur op aarde en hoewel de wetenschap nooit af is, staat één ding buiten kijf: als we de uitstoot van broeikasgassen niet rap terugdringen, zal het leven op aarde voor toekomstige generaties een stuk onaangenamer worden. Daar verandert een manifest van een stel verwarde kwakzalvers die zich moedige vrijdenkers wanen niets aan, net zo min als dat zwaartekracht zich laat afschaffen met een referendum. Om Galileo te parafraseren: eppur si scalda (en toch warmt het op).


Ik denk dat dat allemaal klopt. De vraag is hoe we er zinvol mee om kunnen gaan. Het lijkt alsof die niet gesteld mag worden.
Dit artikel afdrukken