Nederland heeft teveel varkens en te weinig mestrechten voor koeien. Zo wordt politiek gedacht. De varkensindustrie in Europa schuift immers geleidelijk weg uit westen van Europa naar het oosten. De melkveehouderij zou juist in Nederland - ondanks zijn hoge kostprijs - de toekomst hebben.

Daarom kan de uitstoot van varkensboeren worden opgevangen door hen te betalen voor rechten die straks sowieso minder waard worden, omdat het aantal varkens in Nederland gaat afnemen. Logisch dus om - zoals staatssecretaris Van Dam in ieder geval niet wil blokkeren - melkboeren te laten betalen voor het laten verdwijnen van varkensboeren. Daar komt het immers op neer; de banken en de overheid hoeven er dan niet aan bij te dragen.

Ik vroeg drie betrokkenen die met de mogelijke uitruil van poep tussen varkens- en koeienboeren te maken krijgen, wat ze ervan vinden.

Van Stralen: 'dure windhandel'
Allereerst sprak ik met Wiebren van Stralen, de mestspecialist van boerenkoepel LTO Nederland. Hij rekende me voor wat er gebeurt als varkensboeren hun varkensrechten verkopen.

Om een vleesvarkensrecht om te rekenen in een fosfaatrecht, geldt het volgende sommetje:
- 1 vleesvarkensrecht = 7,4 kg fosfaat.
- 1 normkoe fosfaat = 41,3 kg

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Om 1 koe extra te kunnen houden, heeft een melkkoeienboer dan ook (41,3/7,4 =) 5,5 varkensrechten nodig. Dat betekent dat wie 1 miljoen vleesvarkens uitkoopt, ruimte maakt voor circa 181.818 melkkoeien.

Het aantal koeien dat je in plaats van die varkens kunt inzetten, zorgt echter voor 21,1 miljoen kilo stikstof. Ruim de helft meer dus
Maar er gebeurt meer, legt Van Stralen me uit. Varkens produceren per kilo fosfaat ook nog eens 1,8 kilo stikstof. Een koe levert per kilo fosfaat daarentegen 2,85 kilo stikstof.
Een miljoen varkens brengen bij 7,4 miljoen kilo fosfaat 13,3 miljoen stikstof. Het aantal koeien dat je in plaats van die varkens kunt inzetten, zorgt echter voor 21,1 miljoen kilo stikstof. Ruim de helft meer dus.

Wie aan zulke praktijken begint, moet zich realiseren dat zulke sommen meteen laten zien dat niet alleen het zogeheten 'fosfaatplafond' dat Nederland en Brussel hebben afgesproken, wordt overschreden, maar dat ook het stikstofplafond met circa 4 miljoen kilo door het dak gaat. Zonder uitruil zou er alleen een overschrijding voor fosfaat zijn. Mét uitruil komt die voor stikstof er nog eens bij.

Het sommetje leert dus dat koeienboeren wel gek zouden wezen als ze varkensrechten kopen. Ze worden namelijk sowieso geconfronteerd met de fosfaatoverschrijding waar Nederland mee zit. Het overschrijven van rechten lost dat probleem niet op, zodat ze alle risico lopen gekort te worden. In dat geval investeren ze in niets. Bovendien krijgen ze er een extra probleem bij in de vorm van een stikstofvraagstuk. Daar is met name de uitvoering van de PAS-regelgeving van afhankelijk. Wie zo kijkt, realiseert zich dat varkensrechten de facto waardeloos zijn voor koeienboeren. Wie ze koopt, geeft geld uit aan gebakken lucht.

Koeienboeren hebben vast wel betere bestemmingen voor hun geld
Van Stralen zegt dan ook: "economisch en ecologisch schieten de kopers, koeienboeren, niets op met zo'n uitruil. Omdat koeien aanzienlijk meer stikstof uitstoten dan varkens, creëren de boeren weer nieuw probleem. Extra stikstof zet alles op slot en zal alweer een krimpronde betekenen. Mochten nu dus de prijzen van de varkensrechten al omhoog schieten, dan is het dure windhandel die hopelijk snel zal klappen. Koeienboeren hebben vast wel betere bestemmingen voor hun geld."

Het geld komt bovendien niet in de zak van de stoppende varkenshouders terecht, maar in de zak van de bank en andere schuldeisers
Ten Have: 'de bank profiteert'
Varkenshouder en oud-LTO-bestuurder Annechien Ten Have vroeg ik of de uitwisseling verstandig is. Ze antwoordde stellig: "Nee". Dat standpunt motiveert ze als volgt: "Er zijn fosfaatplafonds per sector afgesproken. Ooit wilde de varkenshouderij ook wel uitwisselen met pluimvee. Elke sector die wil gaan uitwisselen met een andere sector, voelt zich op dat moment sterker en denkt dus de rechten van de ander te kunnen gebruiken. Het argument van het verzachten van het tekort aan fosfaatrechten voor de melkveehouderij vind ik niet opportuun. Het creëren van een geldstroom voor de stoppers, vind ik ook niks. Voor de stoppers in de varkenshouderij is dit geld een druppel op de gloeiende plaat. Het komt bovendien niet in de zak van de stoppers maar in de zak van de bank en andere schuldeisers. Het uitwisselen van rechten verzwakt de positie van de varkenshouders die overblijven in Nederland doordat de varkensrechten duurder gaan worden. En ook doordat de concurrentiepositie op de mestmarkt van de varkenshouders verslechtert. Als sector ben je je eigen ondergang aan het organiseren, als je zo'n uitruil zou ondersteunen."

Het is dus maar zeer de vraag of fosfaat de meest handige 'rekeneenheid' is om de ecologische en sociale voetafdruk van de veehouderij in beeld te brengen
Spierings: eerst onderzoek naar wat duurzame veehouderij betekent
Anne-Marie Spierings is gedeputeerde voor D66 in de provincie Noord-Brabant. Ze is als het ware de 'minister van Landbouw' van onze meest dierrijke provincie. Ik stelde haar dezelfde vraag als aan Ten Have. Zij is er even duidelijk over. Als je niet weet waar je aan begint, moet je eerst goed nadenken.
Spierings verwoordt dat als volgt: "De gevolgen van tussen diersoorten verhandelbare fosfaatrechten zijn niet makkelijk in te schatten. Nog afgezien van het economisch effect op de sectoren geldt dat fosfaatrechten per diersoort in de praktijk veel meer regelen dan alleen het mestoverschot. Uitwisselbare fosfaatrechten zouden zo wel eens grote gevolgen voor natuur, milieu en omwonenden kunnen hebben. Want de verhouding tussen andere aspecten van de veehouderij (stikstof, geur, fijn stof etc.) en fosfaat loopt nogal uiteen tussen de diersoorten. En op het gebied van bijvoorbeeld geur en fijnstof volstaat de huidige wetgeving niet. Het is dus maar zeer de vraag of fosfaat de meest handige 'rekeneenheid' is om de ecologische en sociale voetafdruk van de veehouderij in beeld te brengen. Die is bepaald niet eenvoudig te bedenken. Zolang de voetafdrukken nog te groot zijn is het sowieso niet verstandig hier mee te gaan experimenteren zonder de gevolgen goed te kunnen overzien en is het beter tijd en onderzoek te investeren in het werken aan een transitie naar duurzame veehouderij."

Van Stralen geeft antwoord op een deel van de vragen van Spierings. Van Stralen en Ten Have maken met zoveel woorden duidelijk dat de uitruil van rechten financieel slechts verliezers kan opleveren. In de afgelopen weken werden alle mestoverleggen in de Tweede Kamer uitgesteld. Misschien helpt deze duidelijkheid een beetje.

Fotocredits: Mesthoop in de sneeuw, florisla
Dit artikel afdrukken