De knoken van 131 varkens hebben Britse archeologen geleerd dat hun oude landgenoten in het Neolithicum een flinke reis maakten voor een goed feest.

Dat er in die periode, tussen 2.800 en 2.400 voor Christus, grote rituele bijeenkomsten waren op mythische plaatsen als Stonehenge en Avebury, was al bekend. Veel is achterhaald over de intrigerende steencirkels, die tot het Werelderfgoed behoren, maar veel ook nog niet.

De archeoloog Richard Madgwick van Cardiff University leidde een onderzoeksgroep die meer duidelijkheid heeft gebracht in wat zich afspeelde op die mythische plekken. Uit de opgegraven botten van de varkens konden zij afleiden dat op deze en andere heilige plaatsen varkens en dus ook mensen aanwezig waren die van honderden kilometers ver kwamen.

De varkens waren offerdieren. “De onderzoekers denken dat het mogelijk belangrijk was voor de aanwezigen om dieren mee te nemen die bij hen thuis waren grootgebracht,” schrijft ScienceDaily. De varkensbotten werden onderworpen aan een isotopenanalyse, waardoor hun geografische oorsprong achterhaald kon worden. Ze kwamen uit Schotland, Noordoost Engeland en Wales en moeten dagen gereisd hebben.

Het onderzoek geeft een gedetailleerd beeld van de mobiliteit van de bevolking door heel Groot-Brittannië. De vraag die blijft is of de varkens zelf gelopen hebben (hetgeen onwaarschijnlijk is, varkens zijn niet echt wandelaars), levend vervoerd werden, bijvoorbeeld per boot, of al geslacht waren voor de reis.
ScienceDaily - Prehistoric Britons rack up food miles for feasts near Stonehenge: Landmark study reveals the monumental distances traveled for national mass gatherings
Reageer
  • Deel
Druk af