Bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen moet een onderscheid worden gemaakt tussen toegelaten werkzame stoffen en producten die dergelijke stoffen bevatten. De werkzame stof komt zelden of nooit op zichzelf op de markt, zodat de markttoelating de facto op productniveau plaatsvindt. Het gaat dan om merkartikelen - zoals bijvoorbeeld het bekende product RoundUp met de werkzame stof glyfosaat - zoals merkfabrikanten die samenstellen. Op de markt zijn doorgaans de nodige productvarianten op basis van dezelfde werkzame stof van verschillende fabrikanten verkrijgbaar. De werkzame stof heeft weliswaar een eigen goedkeuring, maar is niet beoordeeld op gebruik via de producten van verschillende fabrikanten achter elkaar.

Vanwege de identieke werkzame stof die ook door andere fabrikanten wordt toegepast, zijn er voldoende alternatieven met dezelfde werking. Daarom kunnen in de land- en tuinbouw middelen een beperking in het gebruik hebben, maar als werkzame stof toch gewoon worden doorgebruikt.

Voor dergelijk gebruik steekt het College toelating gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb), de in Ede gevestigde pesticidenautoriteit van Nederland, nu een stokje. Middelen met de werkzame stoffen abamectine, deltamethrin, esfenvaleraat of chlorantraniliprole krijgen een beperking tegen dergelijk 'gestapeld' gebruik. Deze maatregel wordt, schrijft de Autoriteit, "in eerste instantie voor deze 4 stoffen van kracht". Niet uitgesloten is dan ook dat nieuwe kunnen volgen. De vier stoffen zijn insecticiden.

De reden voor het besluit is dat de concentratie van de werkzame stoffen "relatief vaak en ver werd overschreden in het oppervlaktewater". Daarom wordt op het etiket van 14 merkproducten nu de zin toegevoegd: "Voor gewasbeschermingsmiddelen op basis van stof x in [bedekte/onbedekte] teelten geldt een totale dosering van maximaal [y] kg werkzame stof per hectare per 12 maanden".

Het Nederlandse ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het besluit en heeft de Europese Commissie verzocht de aanpak tegen het gestapeld gebruik van gewasbeschermingsmiddelen overal in de EU door te voeren.

Het begrip 'stapelen' verschilt van het recent weer in het nieuws gebrachte relletje over het relatief hoge aantal verschillende middelen dat op aardbeien 'gestapeld' wordt gebruikt. Het gaat in het geval van het besluit van het Ctgb nadrukkelijk over het gebruik van precies dezelfde werkzame stof.

UPDATE 18u30
Het Ctgb liet ons weten dat de oorspronkelijke kop van het artikel 'Ctgb verandert beleid' niet juist is. Technisch gezien klopt dat a priori. De organisatie adviseert, heeft de positie om onafhankelijk te besluiten over toelatingen maar ze maakt geen beleid. Het punt dat de autoriteit maakt, is echter het volgende: Het is nooit de bedoeling geweest dat telers verschillende middelen met dezelfde werkzame stof gebruiken, om zo frequentie of dosering te verhogen. Een teler kan één middel gebruiken en als dat nodig én toegelaten is, overstappen naar een ander middel met een andere stof en een ander werkingsmechanisme. Vergelijk: als je koorts hebt is het ook niet de bedoeling op één dag de maximale dosering ibuprofen én nerofen te nemen, want dat is gewoon twee keer de toegestane dosering en dat kan gevolgen hebben.
Tegen die achtergrond zegt het Ctgb niet het beleid te veranderen, maar "de mazen in het net voor de belangrijkste ‘probleemstoffen’ van dit moment" te dichten.
Reageer
  • Deel
Druk af