De avond is een initiatief van GGD Brabant-Zuidoost, gericht op inwoners van de onderzochte gemeenten. De zaal was goed gevuld met boeren, burgers en bestuurders uit de regio.

“Hebben veehouderijen effect op de gezondheid van mensen die in de omgeving wonen?” Onderzoeksleider Kitty Maassen (RIVM) herhaalt de centrale vraag nog maar eens. Ze belooft de aanwezigen duidelijkheid, maar daarvoor zullen ook het onderzoek zelf en de resultaten toegelicht moeten worden. Samen met Dick Heederik (Universiteit Utrecht) neemt ze de zaal mee in het onderzoek en wordt uitgelegd hoe de resultaten geïnterpreteerd moeten worden.
Elk vraagstuk dat onderzocht wordt, leidt onherroepelijk tot nieuwe vragen
De presentatie is feitelijk en vrij helder. Veel aandacht gaat uit naar luchtweg- en longklachten. (Het Longfonds is een van de subsidiënten.) Het antwoord op de centrale vraag is duidelijk “ja”. Maar de kanttekening die bij meerdere onderdelen van het onderzoek wordt herhaald: er is behoefte aan vervolgonderzoek. Want elk vraagstuk dat onderzocht wordt, leidt onherroepelijk tot nieuwe vragen.

Luchtvervuiling, 'veel mogelijkheden'
Bij de vragenronde is Pim Lamers van de GGD er duidelijk over, vervolgonderzoek is prima, maar geen reden om te wachten. We weten genoeg, tijd voor maatregelen. Er volgt applaus. Wat deze maatregelen moeten zijn blijft in het midden. Wel wordt scherper hoe de onderzoekers en de GGD de uitdaging samenvatten: luchtvervuiling. En dat is wat aangepakt moet worden, zoals dat al gebeurt bij andere industrieën en het verkeer. Hoe die aanpak eruit gaat zien is aan de politiek en aan de boer, niet aan de onderzoekers. “Er zijn veel mogelijkheden denkbaar,” stelt Kitty Maassen dan ook genuanceerd. Dick Heederik is duidelijker en ziet de oplossing in techniek, want “het gaat niet om beheersing van dieraantallen, maar om beheersing van emissie.”

Minder beesten in Brabant. Of dit onderzoek daartoe gaat leiden? Kleine kans.
Zoönosen? 'Vinger beter aan de pols'
Uit een statement op de site van GGD Brabant-Zuidoost blijkt dat zij de oplossing meer zien in gebiedsgerichte aanpak gericht op het aantal bedrijven. Al worden daar op deze avond geen verdere uitspraken over gedaan.

De risico’s van zoönosen zijn niet echt uitgediept, merkt een aanwezige op. Het is een lastig onderwerp. Uit het onderzoek dat hier gedaan is naar zoönosen zoals Q-koorts en vogelgriep kan de conclusie getrokken worden dat de risico’s laag zijn. Maar – stelt Kitty Maassen – je kunt niets uitsluiten, nooit. Om vervolgens de zaal gerust te stellen: “We hebben geleerd van de Q-koorts, we houden de vinger veel beter aan de pols.”

Aart Kuipers
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Gerustgesteld verlaat het publiek de zaal. Buiten spoort Burgerplatform Minder Beesten de uitgelopen bezoekers nog aan een petitie te tekenen. Minder beesten in Brabant. Of dit onderzoek daartoe gaat leiden? Kleine kans.
Dit artikel afdrukken