Martijn Katan toont zich in zijn column een groot bewonderaar van Ancel Keys. Ik denk daarentegen dat Keys aan de basis heeft gestaan van vermoedelijk de grootste misser uit de geschiedenis van de voedingswetenschap.

De selectieve publicatie van de resultaten uit Keys' Zeven Landen Studie zou tegenwoordig frauduleus worden genoemd. De door zijn onderzoek gedemoniseerde consumptie van verzadigd vet, cholesterol en van 'voedingsvet' in het algemeen, heeft geleid tot voedingsaanbevelingen die de bevolking massaal op een ander voeding heeft laten overgaan. Zo werden vooral eieren en verzadigd vet voortaan vermeden en vervangen door linolzuur en koolhydraten. Die laatstgenoemde werden vooral 'snelle' koolhydraten, zoals in suiker en brood.
Vraag een willekeurige persoon naar de meest ongezonde voedingsgewoonte en de kans is groot dat je hoort: 'het eten van vet'
De gevolgen daarvan voor de volksgezondheid beginnen inmiddels duidelijk te worden. De verhoging van het aandeel snelle koolhydraten in het voedingspatroon zorgt voor dikkere en zieke mensen. Niet voor niets kwam de WHO in 2015 met zijn aanbevelingen om 'vrije suikers' te beperken. Dat is een belangrijke stap in de goede richting. De dominante consensus over vet in de voedingswetenschap is sinds Keys echter nog nauwelijks veranderd.

Dat is letterlijk dodelijk omdat het zorgt voor voortijdige overlijdens van vele mensen. Het vervangen van verzadigd vet is het grootste ongecontroleerde wetenschappelijke experiment met de volledige bevolking ooit geweest; en het duurt nog steeds voort. Vraag een willekeurige persoon naar de meest ongezonde voedingsgewoonte en de kans is groot dat je hoort: 'het eten van vet'. Nog steeds bestaat de aanbeveling om ruim koolhydraten te eten en nog steeds is de vermindering van de verzadigd vetconsumptie een speerpunt van de overheid. Dit ondanks de meta-analyse van gerandomiseerde interventiestudies die aantoont dat de vervanging van verzadigd vet door linolzuur een net niet significante hogere sterfte veroorzaakt. In dezelfde studie blijkt de verlaging van 'ons cholesterol' door middel van linolzuur geassocieerd met meer sterfte.

Dat zijn stevige uitspraken. Mogelijk proeft u er ook mijn irritatie en verontwaardiging in. Ik probeer uit te leggen waar die vandaan komen.

Ook de huidige flesvoeding staat sindsdien stijf van de linolzuur
Linolzuur
Vóór 2015 gold dat het verzadigd vet gehalte van de voeding onder de 10 energie procent moest worden gehouden. In de VS geldt nog steeds de aanbeveling om minder dan 7 energie procent verzadigd vet te eten. De American Heart Association lanceerde in 1961 de aanbeveling om 5-10 energie procent linolzuur te realiseren. Verzadigd vet moest vervangen worden door meervoudig onverzadigd plantaardig vet, lees: linolzuur. Dat heeft de bevolking deels gedaan. Het linolzuurgehalte van de moedermelk is sinds die tijd met een factor 2-3 gestegen. Ook de huidige flesvoeding staat sindsdien stijf van de linolzuur, want het aanbevolen linolzuur bereik voor flesvoeding is gebaseerd op de gehaltes die in moedermelk zijn waargenomen. Interessant is dat het vet in moedermelk ongeveer 50-60% van de totale energie weerspiegelt en dat daarvan 40-60% verzadigd vet is. Laatstgenoemde gehalte is nagenoeg niet te beïnvloeden door de voeding van de moeder. Dus op grond van de 7-10 energie procent verzadigd vet aanbeveling moet moedermelk eigenlijk worden verboden. Gedreven door de aanbeveling om verzadigd vet door meervoudig onverzadigd vet te vervangen 'verbeterde' de mens op deze manier de enige voeding die op evolutionaire manier tot stand is gekomen.

Frits Muskiet
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


De gemiddelde inname van verzadigd vet in Nederland lag in 2007-2010 in de orde van de 12-13 energie procent, Sinds 2003 is dit aandeel niet wezenlijk veranderd. Melk en melkproducten zijn in Nederland de veruit belangrijkste bronnen van verzadigd vet. Echter, meta-analyses van observationele studies tonen hooguit gunstige invloeden van melk en melkproducten op indices voor hart en vaatziekte en diabetes mellitus type 2. RCTs tonen geen potentieel schadelijke effecten op risicofactoren die samenhangen met circulerende vetten, bloeddruk, ontsteking, insuline resistentie en vasculaire functie. Het maakt niet uit of volvette of magere producten worden gebruikt. Een meta-analyse van 21 prospectieve studies met 347.747 personen liet ook geen relatie zien tussen de inname van het totaal aan verzadigd vet en cardiovasculaire ziektes. In een meer recente meta-analyse was er in gezonde personen geen relatie tussen de inname van verzadigd vet met: 1) sterfte aan alle oorzaken, 2) hart en vaatziekte, 3) sterfte aan hart en vaatziekte, 4) ischemische beroerte en 5) diabetes mellitus type 2.

Keys staat met zijn 'Zeven Landen studie' aan de basis van de 'cholesterol hypothese van hart en vaatziektes'. Kort gezegd: 'LDL-cholesterol is slecht en HDL-cholesterol is goed'. Het bewijs hiervan is nooit geleverd, maar voor vele wetenschappers is de situatie duidelijk en de discussie gesloten. Zo accepteerde de Gezondheidsraad ten behoeve van de 'Richtlijnen Goede Voeding 2015' het LDL-cholesterol als een bewezen oorzaak van hart en vaatziekten.

Aanwezigheid is geen oorzaak
Het is belangrijk om de redeneringen van de voorstanders van de cholesterol hypothese goed op hun waarde te schatten. Dat de instabiele atherosclerotische plaque cholesterolesters bevat betekent nog niet dat cholesterol de oorzaak is van atherosclerose. Een belangrijk argument is dat statines het LDL-cholesterol doen dalen en dat statines het risico op hart en vaatziektes verlagen. Beide waarnemingen zijn zonder enige twijfel overtuigend bewezen, maar dat maakt nog geen causaliteit tussen die LDL-cholesterol verlaging en dat lager risico. Want statines hebben zogenaamde pleiotropische effecten; ze doen meer dan LDL-cholesterol verlagen, al was dit wel de primaire reden om statines te onderzoeken. Zo onderdrukken statines ook ontsteking. Ze verlagen de CRP en zeg dan maar wat oorzaak is en wat gevolg. Reeds in de jaren 90 werd door Ross naar voren gebracht dat atherosclerose een inflammatoire ziekte is.

Small dense LDL komt onder andere samen met een verlaging van de 'good guy' genaamd HDL, dat zich onder deze omstandigheden gaat gedragen als 'bad guy'
De echte risicofactor
Argumenten tegen LDL-cholesterol als risicofactor worden meestal genegeerd. Een aantal voorbeelden. Hormoonsubstitutietherapie van postmenopauzale vrouwen verlaagt het LDL-cholesterol, maar het risico op hart- en vaatziekten (en andere ziektes) stijgt. Visolie doet het LDL-cholesterol stijgen maar heeft louter gunstige effecten op hart en vaatziekte. De nieuwe antidiabetica (de zogeheten SGLT2 remmers) verhogen het LDL-cholesterol, maar verlagen het cardiovasculaire risico. Er zijn meer tegenargumenten en uiteraard doen hormoonsubstitutie, visolie en SGLT2 remmers meer dan de beïnvloeding van het LDL-cholesterol. Het betreft hier zeer complexe systemen die zich louter laten begrijpen in de context van 'balans'. Er bestaat in de natuur namelijk geen 'goed' of 'slecht” en ook al geen 'gezond' en 'ongezond, al is het alleen maar vanwege het feit dat 'de dosis het gif maak , dat een enkel nutriënt/geneesmiddel meerdere werkzaamheden heeft en dat nutriënten interactie vertonen.

De uit Keys voortgekomen aanhangers van de LDL-cholesterol hypothese zijn verheugd dat de gunstige cardiovasculaire uitkomsten met een 'PCSK9 remmer' wat hen betreft definitief hebben bewezen dat LDL-cholesterol een risicofactor is. Ze zien echter over het hoofd dat ook PCSK9 remming pleiotropische effecten sorteert (zie bijvoorbeeld: 1, 2, 3, 4). PCSK9 reageert o.a. bij inflammatie. Weinigen lijken zich af te vragen waarom de evolutie ons heeft uitgerust met een eiwit, genaamd PCSK9, dat atherosclerose bevordert.

Tenzij we ervan uitgaan dat de natuur onlogisch is en onze evolutie niet is gebaseerd op het optimaliseren van ons lichaam in zijn context, kan de natuur niet de bedoeling hebben om ons hart- en vaatziekten te bezorgen
In werkelijkheid gaat het om een subfractie van het LDL, het zogenaamde 'small dense LDL'. Dat is de werkelijke risicofactor en zelfs die staat niet op zichzelf. Inderdaad, 'verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterol', maar dat is de halve waarheid. Want dit gegeven dient te worden gevolgd door het feit dat het hier gaat om een stijging van de grotere LDL-deeltjes die geen risico opleveren en dat ook het HDL-cholesterol stijgt. Small dense LDL komt onder andere samen met een verlaging van de 'good guy' genaamd HDL, dat zich onder deze omstandigheden gaat gedragen als 'bad guy'. De natuur conformeert zich namelijk niet aan datgene dat de mens als kwalificaties bedenkt om het voor hemzelf begrijpelijk te houden. Bovendien is het, evenals PCSK9, niet de bedoeling van het small dense LDL en het daarmee samengaande 'dysfunctionele' HDL, om ons hart en vaatziekte te bezorgen. Hun vorming wordt veroorzaakt door een verkeerde leefstijl, waarbij 'lage graad ontsteking' in het centrum staat.

Verstoorde blik
In wat eenvoudiger taal samengevat: de goed/fout-terminologie die wetenschappers hebben bedacht vanuit een theorie, verstoort de blik op deze mechanismen vanuit de biologie die ons beter in staat stelt het geheel te begrijpen. Tenzij we ervan uitgaan dat de natuur onlogisch is en onze evolutie niet is gebaseerd op het optimaliseren van ons lichaam in zijn context, kan de natuur niet de bedoeling hebben om ons hart- en vaatziekten te bezorgen. Hun vorming wordt veroorzaakt door een leefstijl waarvoor we niet zijn gemaakt. Wie de principes van de biologie niet overboord zet, moet constateren dat hart- en vaatziekten een volkomen normale reactie zijn op een door de mens gekozen omgeving/leefstijl die in de evolutie nooit heeft bestaan.

Wie de principes van de biologie niet overboord zet, moet constateren dat hart- en vaatziekten een volkomen normale reactie zijn op een door de mens gekozen omgeving/leefstijl die in de evolutie nooit heeft bestaan
Oproep tot bezinning
Bovenstaand commentaar op statines en PCSK9 remmers doet niets af aan de uitkomsten van de interventiestudies en hun belang voor de patiënten die met statines en PCSK9 remmers geholpen kunnen worden nadat ze eenmaal ziek zijn geworden. Wel roept het op tot bezinning.

Op grond van de gunstige uitkomsten van de PCSK9 remmers wordt momenteel in de literatuur een lans gebroken om de oude behandelingsdoelen voor het serum cholesterol te herintroduceren en mogelijk verder aan te scherpen. De gedachte 'hoe lager hoe beter' komt weer naar boven. Met de voortdurende vervanging van een ongezonde leefstijl door geneesmiddelen, waaronder statines en PCSK9 remmers, verspelen we het recht om te klagen over de 'kosten van de gezondheidszorg'. We glijden in ons denken over voeding steeds verder weg in het moeras dat Keys heeft opengelegd.

Bij het informeren van het publiek over de factoren en de gevaren van een ongezonde leefstijl is het belangrijk om voorlichting te geven over de invloed van verzadigd vet en ons serum (LDL)-cholesterol op basis van goede wetenschap. Terwijl Katan meent dat alleen 'internetbloggers' kritiek hebben op de missers van Keys en de school van denken die hij heeft nagelaten, zijn er inmiddels vele serieuze wetenschappers die het voortouw nemen omdat ze vanuit het complete systeem denken. Opvallend is bovendien dat artsen - mensen dus met een directe verantwoordelijkheid voor het leven van individuele patiënten - hun stem en invloed steeds luider laten horen. Die niet zomaar van tafel te vegen inzichten en hun bronnen liggen op staat, ook de informatie uit de reguliere peer-reviewed wetenschap.

Over de hardnekkige mythes rond verzadigd vet en cholesterol wordt in deze literatuur reeds vanaf het begin, en tegenwoordig steeds nadrukkelijker, geschreven. Wetenschappers uit de Keys-school negeren dit deel van de literatuur stelselmatig en houden vast aan een manier van onderzoeken die biologen hun wenkbrauwen moeten laten fronsen. In feite negeren binnen de Keys-hypothese werkende wetenschappers willens en wetens signalen dat ze mogelijk op een verkeerd spoor zitten.

Niet de waarheid, maar de gevolgen ervan waren Bellarmino's grootste zorg. Daarom moest de aarde plat blijven en moesten wetenschappers die hypothese blijven bevestigen
Dominante wetenschap
De vraag moet gesteld worden, waarom ze die signalen negeren. Waarschijnlijk is Thomas Kuhns inmiddels klassieke boek over de remmende rol van dominante wetenschap de beste leidraad. Hij liet zien dat gevestigde denkwijzen hardnekkig zijn omdat het ook voor wetenschappers makkelijker is om met de stroom mee te varen dan nieuwe paden op te gaan. Het bevestigen van theorieën is makkelijker dan de poging ze te falsificeren, zoals goede wetenschap eigenlijk behoort te doen op zoek naar betere kennis. Ook signaleert Kuhn steevast politieke en financiële belangen en gekrenkte wetenschappelijke ego’s. Zo'n situatie kan met name gelden voor de discussie over vetten. Daaromheen is sinds Keys een financieel belang ontstaan voor fabrikanten, onderzoekers (hun werk moet gefinancierd worden), winkeliers en de farmaceutische industrie.
Kuhn laat zien wat de Kerk vreesde als bekend zou worden dat Galileo's bewijs voor het feit dat de aarde rond in plaats van plat is, klopte. Kardinaal Bellarmino vroeg Galileo zijn mond te houden over zijn bewijs omdat anders 'de pleuris uit zou breken'. De autoriteit van de Kerk en de politieke orde die erop gebaseerd was, zouden ernstig in gevaar worden gebracht; niet de nieuwe waarheid, maar de gevolgen ervan waren Bellarmino's grootste zorg. Daarom moest de aarde plat blijven en moesten onderzoekers die hypothese blijven bevestigen.

Ik hoop duidelijk te hebben gemaakt dat de dominante wetenschappelijke consensus over vet een bijzonder grove vorm van 'cherry picking' hanteert door het robuuste principe van de biologie als een systeembenadering geheel buiten spel te plaatsen
Doe het vetexperiment
Beleef Bellarmino's zorg maar eens na door een experiment met vet te doen. Vraag mensen die nog altijd op vet letten, wat ze van de wetenschap vinden die zegt dat niet vet, maar (snelle) koolhydraten door de vetwetenschap het indringende probleem zijn geworden. Vertel hen erbij dat het echt zo is en dat biologen goede redenen hebben om dat aan te nemen. De reactie van die mensen is waarschijnlijk meteen een verklaring van het verlies aan wetenschappelijke autoriteit die vooral de voedingswetenschappen treft. Uit onderzoek van onder meer het Rathenau instituut is gebleken dat de wetenschap er als geheel helemaal niet zo slecht voor staat.

Hoeveel slachtoffers de Zeven Landen Studie van Keys tot nu toe heeft gemaakt is bij mijn weten nog niet berekend door de tegenstanders. Mochten er cijfers komen, dan zullen ze gebruikt gaan worden in de zich verder polariserende strijd rond cholesterol. Ze zullen afleiden van het feit dat er goede biologische grond is voor heel serieuze twijfel aan de juistheid van de cholesterol-hypothese. De tegenstanders wordt doorgaans cherry picking – selectief citeren van bronnen om het eigen gelijk te doen uitkomen - uit onderzoek verweten. Ook al zal dat ongetwijfeld weleens voorkomen, dan hoop ik niettemin hierboven duidelijk te hebben gemaakt dat de dominante wetenschappelijke consensus over vet een bijzonder grove vorm van cherry picking hanteert door het robuuste principe van de biologie als een systeembenadering geheel buiten spel te plaatsen. De tegenstanders hebben een aanmerkelijk sterkere case.

NB: De redactie Wetenschap van de NRC reageerde niet op het verzoek om mijn commentaar op de column van Prof. Katan (NRC Wetenschapsbijlage zaterdag 4 maart 2017, pagina W3) te plaatsen onder hun rubriek Ingezonden. Vandaar mijn verzoek aan Foodlog om mijn commentaar in uitgebreidere vorm te willen publiceren.

Referenties
Voor uitgebreidere achtergronden en literatuurreferenties zie o.a.:
1. Muskiet FAJ, Muskiet HHA, Kiuipers RS Het faillissement van de verzadigd vethypothese van cardiovasculaire ziektes Ned Tijdschr Klin Chem Labgeneesk 2012; 37: 192-211.
2. Muskiet FAJ. De LDL-cholesterol concentratie heeft zijn status als risicofactor verloren. Ned Tijdschr Klin Chem Labgeneesk 2016; 41: 253-265.
3. Ruiz-Núñez B, Dijck-Brouwer DA, Muskiet FA. The relation of saturated fatty acids with low-grade inflammation and cardiovascular disease.J Nutr Biochem. 2016.
Dit artikel afdrukken