image
D'Allaines, Henry, Plageoles en Navarre (vlnr)

Zoals beloofd, werk ik mijn visie op het soort wijn dat we over een jaar of 5-10 zullen drinken nog wat verder uit
Op de site van tastewine heb ik afgelopen vrijdag het een en ander geschreven over een heel nieuw type wijn: minder alcohol door gedeeltelijke desalcoholisering én meer fruit en frissigheid. Ik denk dat een dergelijk type wijnen het potentieel hebben om het massasegment te veranderen.

Hier wil ik stilstaan bij een heel ander fenomeen, waarvan ik denk dat het de top van de markt weleens sterk zou kunnen veranderen: het terughalen van 'rare druiven'. Er zijn niet alleen vergeten groenten, maar ook vergeten druiven en wijnen. Heel veel zelfs.

Nu nieuwe rijke markten zich openen (China, India en Japan dat zich in wijn nog steeds verder ontwikkeld) ontstaat daar een markt voor de 'grote oude namen'. Voor het gemak duid ik die maar even aan met de karikatuur van de drie grote B's: Bordeaux, Bourgogne en Barolo met daarbij de Spaanse V die een beetje B is, nl. de Vega Sicilia.

Voor onze liefhebbers beginnen die wijnen langzamerhand saai te worden. Ik proefde laatst in een illuster gezelschap Bordeaux en merkte daar al een 'retour' naar bijv. de 'echte' Moulis (= een Bordeaux-appellatie) van 50 jaar geleden. Laten zien dat je het echt weet en de verbinding in je eet- en drinkgewoonten met het verleden weet te maken is iets waar je je mee kunt onderscheiden. En even elitair als en boeiend: het is niet zomaar te koop, je moet er heel wat voor doen. Tenslotte zijn we allemaal …. net mensen.

Dick Veerman
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


Aan oude roots en identiteit hebben oude druivenrassen geen gebrek. Integendeel, want het gaat om de druiven die hun furore maakten in een ver verleden. Van de Gallo-Romeinse tijd, via de Middeleeuwen tot het midden van de 19e eeuw. Toen moesten ze het veld ruimen voor een industriële aanpak en druiven die vooral veel druiven opleverden. Met de gevolgen daarvan zitten we nog steeds

Afgelopen februari bezocht ik de Vinisud in Montpellier met het doel een aantal wijnmakers ineens te bezoeken. Niet zozeer om nieuwe wijnen te zoeken dus, maar om de nieuwste jaargang van wijnen die ik al doe of volg te proeven. Ik was van plan maar een paar mij nog onbekende wijnmakers te bezoeken. Mijn argument om niet veel meer te proeven: het zijn toch allemaal variaties op hetzelfde thema. Dat klinkt een beetje arrogant, maar is helaas ook wel waar. Iedereen doet hetzelfde en doet zijn best iets te maken dat de consument herkent.

Ga maar eens na. We drinken Syrah (Shiraz in het Engels), Cabernet Sauvignon (Keb Soohvv in het Engels), Merlot, Pinotage, Zinfandel, Chardonnay en Sauvignon Blanc. Sinds de film Sideways moet waarschijnlijk ook Pinot Noir (de druif waar rode Bourgogne van wordt gemaakt) aan dit rijtje worden toegevoegd. Misschien nog wat Elzas-druiven (Pinot Blanc, Riesling, Gewürztraminer en Pinot Gris) en dan hebben we het gehad.
Die wijnen zijn massa geworden en worden dat steeds meer door de toenemende wijnconsumptie en de daarmee tredhoudende industrialisatie van het wijn maken. Technologie staat het toe van iedere druif overal wel een acceptabel product te maken.

Maar wat moet je nou, als je zo gek bent om een 'echte' wijn te willen, dat wil zeggen een product dat een uitdrukking is van het samenspel tussen een plant, de zon- en hoogteligging, de ondergrond en de intelligentie van een boer die snapt hoe je die elementen het beste bij elkaar kunt brengen? De liefhebbers die smaak daaraan willen kunnen relateren kunnen hun hart ophalen aan de trend naar oude en vergeten druivenrassen.

Er zijn maar liefst 20.000 druivensoorten beschreven. Dat betekent dus dat we er op zijn minst 20.000 nog niet kennen. Met die 'ontdekking' begint mijn persoonlijke start in dit verhaal.

Jaren geleden kwam ik in contact met Thierry Navarre uit Roquebrun (zo'n 30 km van Béziers) die een mij onbekende wijn maakte, de Oeillades. Oeillades is de naam van een druivensoort. Achteraf bleek dat hij die druivensoort niet had gerooid, cq er een soort geuzendaad van had gemaakt om die onder zijn eigen naam uit te brengen. Navraag leerde me dat niemand meer aan Oeillades deed, maar dat er vroeger in ons dorp een verfijnde wijn van werd gemaakt ('un vin fin').

Thierry is inmiddels een goede vriend geworden, mede door de band die loopt via 'ons' dorpje en hetgeen zijn manier van met wijn omgaan in mij heeft losgemaakt.

Ik was op Vinisud op weg naar hem op zoek en liep vrijwel meteen in het gangpad tegen hem op. Hij bleek géén stand te hebben (hij is vorig jaar zo gehyped, dat hij sowieso uitverkocht is), maar op weg te zijn naar één van de parallel-conferenties tijdens de beurs: over vergeten druivensoorten. Ik moest maar mee want … het was toch allemaal maar meer van hetzelfde (had ik het dan toch van hem?).

Alsof het zo bedoeld was kwamen we bij de stand van Daniel Domergue (Clos Centeilles - een van de bekende voorvechters van de 'terroir-benadering' in de Minervois) Robert Plageolles tegen. Plageoles is een van de bekendste wijnmakers van en schrijvers over oude druivenrassen. Inmiddels hadden zich ook François Poirel (Château de Suronde), een bekende bio-dynamische wijnmaker in de kleine appelatie Quarts de Chaume uit de Loire en een Franse wijnhandelaar in 'rare druiven' aangesloten.

image
François Poirel, die overweegt
zich in de Languedoc te vestigen


Eén en ander was net voor de lunch en dús gingen we samen lunchen. Die was uitbundig en plezierig. De indrukwekkende snor van Poirel krulde er nog meer van. Ik hoorde er op van iets wat ik niet wist: wijnmaker Parcé - de bekendste wijnmaker uit de appelatie Banyuls - had uitstekende wijngaarden verkocht om daarvoor wijngaarden terug te kopen die in de vroege middeleeuwen door monniken beplant waren geweest en inmiddels alweer minstens 5 eeuwen woeste natuur waren. Waarom?

Tijdens de conferentie presenteerden 4 wijnmakers hun vergeten druivensoorten en lieten die proeven. De wijnmakers waren: Robert Plageolles (domaine des Très-Cantous , Robert et Bernard Plageoles, Gaillac), François Henry ( domaine Henry), Philippe d'Allaines (Abbaye de Valmagne) en Thierry Navarre (domaine Thierry Navarre).

Geproefd werden de mono-cépages (wijnen van één druivensoort) en de herschapen geassembleerde wijn (bestaande uit 7 druivensoorten) die in de 18e eeuw 'wereldberoemd' in heel Europa was en waarvan nu zelfs de naam bij vrijwel niemand meer bekend is: St Georges d'Orques.

Steeds kwam het verhaal terug op vier aspecten:
- de druivenrassen van vroeger hadden geen last van de droogte (de zomers in Zuid-Frankrijk worden steeds droger; er wordt al gezegd dat de huidige druivensoorten het er straks wellicht niet meer volhouden)
- de boeren en monniken hadden over een periode van vele honderden jaren geleerd waar op welke ondergrond, zonligging en hoogte welke soorten de beste resultaten leverden; die kennis is nog te vinden in archieven en blijkt een uitstekend recept voor succes
- ze hadden een veel betere zuurgraad (de balans tussen rijpheid en zuren maakt wijn spannend en doordrinkbaar; veel zuidelijke wijn mist dat frisse zuur)
- na de phyloxera-crisis (een ernstige ziekte als gevolg van een luis die de wortels van de wijnstok aantast en die in de 19e eeuw vrijwel de gehele Franse wijngaard heeft uitgeroeid) die vrijwel de gehele Franse wijngaard heeft uitgeroeid moesten ze het veld ruimen omdat ze onvoldoende hoge rendementen boden

Er is dus ooit een economisch motief geweest om druivenrassen van vroeger niet meer te herplanten, maar over te gaan tot nieuwe veelproduceerders. Dat is niet zo verwonderlijk: de phyloxera viel vrijwel samen met de grootste golf van de industriële revolutie. Er was sprake van een stjgende vraag, zeker in Frankrijk waar arbeiders in fabrieken als man 3 liter en als vrouw 2 liter wijn per dag van hun baas kregen. Dat was wettelijk geregeld. Bedenk wel dat het ging om wijn met een alcoholpercentage van 8-9% die vooral bedoeld was om arbeiders iets schoners te bieden dan vervuild drinkwater. Zo verdwenen dus druiven die onvoldoende rendement opleveren.

image
Robert Plageoles, de leidsman van de Gaillac

We proefden:
van Robert Plageoles (Domaine de Très-Cantous):
een natuurlijk zoete en een droge wijn van de Verdanel-druif. De Verdanel blijkt zelfs een druivensoort te zijn die nergens is beschreven, behalve dan door Plageoles zelf die een bekend schrijver is over 'zijn' vergeten druiven uit de Gaillac. Druivensoorten waar hij zijn leven aan heeft besteed:
De Gaillac is een van de alleroudste wijngebieden van Frankrijk: al ruim voor de Romeinen maakten de Galliërs er wijn! Juist daar is dus heel wat te herontdekken.
Ook al ziet hij er op deze foto's steeds streng uit, Plageoles is een van de meest vrolijke wijnmakers die ik ooit heb ontmoet. Met zijn 72 bovendien nog steeds een bruisend van humor en energie (als ik het goed heb, werd hij ooit Olympisch kampioen op de militaire versie van triadlon!).

van Philippe d'Allaines (Abbeye de Valmagne):
2 wijnen van de Morastel Noir (niet te verwarren met Monastrell, de Spaanse naam voor Mourvèdre - voor velen in ons land waarschijnlijk ook al een 'onbekende' - die in Australië Mataro wordt genoemd). De Morastrel is in Spanje, waar hij Graciano heet, niet zo'n onbekende. In vroeger tijden ging deze druif in de Rioja. Ook hier gold: door beperkte rendementen van de druif verdween hij. Volgens Jancis Robinson was dat het einde van de écht goede Rioja's. De Morastrel geeft een heel diep en donker kersig aroma, dat tegelijk rijp en fris is. De overwegend rijpe Rioja heeft dat nodig om zijn spanning te verbeteren.
Op aanwijzing van de bekende wijnhistoricus Jean Clavel heeft D'Allaines heeft de druiven weer aangeplant op exact dezelfde hellingen waarop de monniken die vroeger zijn abdij bewoonden ze tussen de 13e en 15e eeuw hadden geplant. In de loop der tijden - en ze hadden de tijd! - hadden die proefondervindelijk ontdekt onder welke ondergrond- en bezonningsomstandigheden ze het beste produceerden. Die kennis is technologisch en wetenschappelijk nog steeds niet te verslaan. Dat was exact de reden waarom Parcé een eindje verderop in de Roussillon ook had besloten zijn nieuwe wijngaarden te verruilen voor die van de monikken: wij hebben de tijd niet meer om hun pragmatische kennis in te halen! Je zou bijna zeggen: over slow landbouw gesproken …

image
Ribeyrenc: 2003, 2004 en 2005 (vlnr)

van Thierry Navarre (domaine Thierry Navarre):
drie jaargangen van de Ribeyrenc Noir. De Ribeyrenc is een lichte rode druif, die een dito wijn geeft. Uiterst plezierig drinkbaar. Ik vergeleek hem ooit met de Pinot Noir zoals die ook in de Champagne nog wel bekend is: de Bouzy Rouge, maar …. dan rijp! De productie van deze wijn is uiterst klein. Thierry hoopt binnen een jaar of 5 te kunnen voorzien in een redelijke productie van enkele duizenden flessen. Nu 'mogen' vrienden, bekenden en liefhebbers voor persoonlijk gebruik er, afhankelijk de grootte van de oogst, jaarlijks tussen de 12 en 30 flesjes van kopen.

van François Henry (domaine Henry):
een niet aangezoete rode dessertwijn (de 'Passerille') en de Maillol, dwz de wijn waarmee St Georges d'Orques ooit zo bekend werd als de Bordeaux met zijn allergrootste 'namen'. De Maillol is geen druif maar de naam van de wijn die is samengesteld uit 7 vergeten druiven (w.o. de Ribeyrenc en de Morastrel)
De Passerille is gemaakt volgens een proces waarbij de druiven voor ze geperst worden eerst te drogen worden gelegd, vergelijkbaar met de manier waarop in Italië Amarone wordt gemaakt)

Wat me opviel:
- het alcoholpercentage: lager dan wat we nu gebruikelijk vinden
- de zuurgraad: zorgde voor een lekkere frisheid en een hoge doordrink-factor in zowel rood als wit
- Navarre's 2003, in feite een verbrand jaar voor veel rood uit het Zuiden, was heel fris en aangenaam; het bleek zelfs de beste van de serie 2003, 2004 en 2005 die hij liet proeven
- de Verdanel, een witte druif en wijn, was te proeven met een lage (10%) en een hoge (16,5%) alcoholgraad; in beide gevallen waren ze uiterst fris ondanks de enorme rijpheid van de tweede
- Henry's Maillol - een zware, vlezige volle rode wijn - bleek met zijn 12,5% uiterst plezierig doordrinkbaar. Wat mij betreft behoort hij zonder twijfel tot de grote rode wijnen van de wereld
- de paarszwarte - nog heel jonge - 'doordrink' Morastrel van D'Allaines was helemaal niet hard, maar lekker kersig en fris (in de zomer licht gekoeld drinken!). Terwijl kersenaroma's in wijn heel vaak chemisch worden en gaan tegenstaan, was het hier een heel natuurlijk genot.
- de natuurlijke zoete wijnen (in rood van Henry, in wit van Plageoles): fris en niet plakkend (wijnen als de bekende muscat zijn aangezoet met een sterke likeur en niet het resultaat van een natuurlijk vergistingsproces), deze zijn dat wel en worden daardoor opvallend prettig drinkbaar

Wat moeten we nou met zulke wijnen? Want laten we eerlijk zijn, AH gaat ze niet op het schap zetten. De consument kent ze niet en zal ze dus niet kopen. Al helemaal niet tegen de prijzen, want het gaat hier om wijnen die hier stuk voor stuk tussen de € 8 en € 30 moeten kosten. Ter info: de gemiddelde .75 cl fles wijn in Nederland via de supermarkt kost rond de €2,50.

Voor liefhebbers uit de oude wereld zijn ze voor die prijzen de moeite meer dan waard en er vallen de nodige ontdekkingen te doen in aroma-typen die we zo niet kennen. Nog veel boeiender is het verhaal erachter: deze druiven zijn het resultaat van het echte samenspel tussen mensen en natuur zoals dat zich in vele honderden jaren heeft ontwikkeld. Om industriële redenen zijn we die de kennis die daarover was ontwikkeld, tussen de 19e en de 21e eeuw even vergeten. Nu pakken we die weer op.

We hebben het hier eigenlijk alleen maar over Z-Franse wijnen gehad (en deze posting is natuurlijk al weer veel te lang!). Maar wat te denken van de heerlijke lichte Duitse roden (denk bijv. aan de Trollinger), of de voor het grotere publiek nog vrijwel onbekende wijnen uit Oostenrijk (weleens gehoord van Rotgipfler of een Berenauslese van Zweigelt?).

Ik geloof erin voor het liefhebberssegment van de markt! De grote B's zullen hun weg vinden naar het ontluikende Oosten. Alledaags drinken we lekker verder en laten we wat meer technologie toe. Voor de bijzondere momenten knopen we weer aan bij oude kennis om met de natuur om te gaan en willen we proeven wat 'echt' ook al weer betekent.


Dit artikel afdrukken