Er is hier fors gediscussieerd over de functie van universiteiten naar aanleiding van de financiering van een hoogleraarschap in de vleesvervangers door de PEAS foundation. Daar wil ik me niet in mengen. Wel wil ik iets zeggen over hoe ons bedrijf, sinds 2006 een van de koplopers in dit veld, aankijkt tegen het initiatief van de PEAS Foundation.

Ik beken dat ik onaangenaam verrast was door het nieuws van afgelopen week. Niet zozeer inhoudelijk, hoe meer onderzoek hoe beter, maar meer door de wijze waarop. Allereerst kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat deze actie de nodige voorbereidingen heeft gekost. Wij kennen, of werken samen met een deel van de betrokkenen. Niemand vond het nodig van gedachten te wisselen met ons of de andere MKB-pioniers die actief zijn op dit gebied en die met hoge investeringen, hoge risico’s en veel inspanning flinke vorderingen hebben gemaakt. In alle beslotenheid werd een nieuw vehikel ontwikkeld en gelanceerd. Dat is jammer en zet de toon. Het riekt naar eigen belang in plaats van algemeen belang. Die schijn kan uitstekend worden weggenomen door gehoor te geven aan de suggestie van Wouter de Heij. Geef gratis licenties uit aan alle Nederlandse bedrijven voor de patenten die voortvloeien uit dit onderzoek en deel kennis kosteloos. De ballotage die Niko Koffeman verordonneert (hij schreef hier: “TPF bepaalt naar wie de patenten gaan en op welke wijze en dat zal niet zijn naar iemand die zich alleen of vooral met dierlijke eiwitten bezig houdt”) past daar vanzelfsprekend niet in en geeft aan dat de organisatie niet onafhankelijk is.

Interim professor vleesvervangers Remko Boom wil o.a. "kleine stukjes gaan verwerken die je dan ergens in verwerkt". Wie Meatless wat beter kent weet dat wij dat idee hebben bedacht, als geen ander hebben ontwikkeld en reeds eerste marktervaringen opdoen. Dat geeft geen alleenrecht, maar van een maatschappelijk gefinancierd initiatief mag je m.i. eerder overleg verwachten dan de schijn wekken van concurrentie. Ook wij genieten steun in de vorm van maatschappelijke middelen en waar de overheid altijd uitermate zorgvuldig is in het niet verstoren van een level playing field voor bedrijven onderling, is mijn indruk dat in het geval van de financiering van kennisinstellingen vs bedrijven er minder zorgvuldigheid wordt betracht.

Veel van wat dit weekend in de commentaren is gezegd, betreft vrije keuzes van bedrijven, overheden, kennisinstellingen, wetenschappers en individuen. Maar de muziek zet de toon. Waar Ojah, die een fraaie nieuwe techniek ontwikkelt tot marktconcept, en Meatless het initiatief hebben genomen om een paar dozijn bedrijven in deze sector te organiseren en met elkaar in contact te brengen, kiest de WUR op aangeven van de PEAS foundation voor een solotraject.

De vraag is wat de gevolgen zijn. Terecht merkte Dick Veerman op dat het resultaat een verarming van innovatieve kracht is. Wie heeft in de afgelopen vijf jaren nu daadwerkelijk iets bereikt in eiwittransitie? Dat zijn MKB-bedrijven, denk aan Meatless en Ojah, maar ook aan nieuwe marktconcepten als de Vegetarische Slager. In het kielzog daarvan volgen grotere ondernemingen, die de ontwikkelingen nauwgezet volgen. De eerste kopieën van ons concept zijn inmiddels op de markt verschenen. Nieuwe applicaties, denkrichtingen, toepassing van bestaande technieken en combinatie van knowhow, het zijn allemaal zaken die niet vanuit kennisinstellingen tot bloei komen, maar veelal vanuit het bedrijfsleven en niet zonder moeite. Om dat te bereiken heb je een paar idioten nodig die tegen de stroom op zwemmen en bereid zijn om inspanning te leveren om dingen te veranderen. Idioterie is slecht financierbaar. Banken vinden dat niks. Venture capitalists zijn alleen geïnteresseerd als er hoge rendementen te halen zijn. Daarom hebben die koplopers steun nodig en kun je niet alles, zoals minister Verhagen onlangs ook opmerkte, aan de markt en durfkapitaal overlaten.
ex-minister Gerda Verburg (L), blij met de ontwikkelde vleesvervangers, op bezoek bij Jos Hugense (R)

Jos Hugense
Word lid

Fijn dat je Foodlog leest! Dit artikel is gratis. Wil je dat wij kunnen blijven bestaan? Steun ons dan en word lid. Dat kan al vanaf €5,- per maand.


In het geval van de samenwerking tussen PEAS en WUR wordt een flink budget aan een kennisinstelling ter hand gesteld, een kennisinstelling die zich naar mijn smaak met fundamenteler onderzoek bezig zou moeten houden, kweekvlees bijvoorbeeld (of is dat een te dierlijk eiwit Niko?) Dit creëert concurrentie voor de pioniers en het is de vraag of dat wenselijk is. Op die manier frustreer je het belangrijke mkb initiatief binnen je innovatiebeleid en verval je tot consolidering.

In diverse sectoren zie je in de laatste jaren dezelfde ontwikkeling. Innovatieve kleine bedrijven houden met moeite het hoofd boven water door de grote investeringen, o.a. in R&D, en blijven alleen overeind door de gedrevenheid van betrokkenen en financiële steun. Stimuleer en help je die bedrijven of steun je liever de kennisinstellingen met grote budgetten om niet samen met die bedrijven, maar separaat een zelfde traject op te zetten en zo te concurreren voor funding? Een euro kun je immers maar 1 keer uitgeven. Samenwerking lijkt dan een politiek veilig woord, maar ik zie in de praktijk steeds meer concurrentie om verkrijging van de budgetten, ordinair vechten om de centjes. Ja, natuurlijk mag iedereen zijn eigen club oprichten, ja natuurlijk mag iedereen onderzoeken starten of crowdfunding initiëren. Maar als je aan de ene kant de subsidies van FND ter discussie wilt stellen, moet de vraag worden gesteld of dit dan een effectievere manier is om innovatie met overheidsgeld te stimuleren.

De WUR haalt 3 miljoen budget op, waarvan 2,5 miljoen gemeenschapsgeld om datgene te gaan doen waar al die andere bedrijven, al dan niet met ondersteuning, ook al hard aan werken. Tot op heden is er geen initiatief vanuit de WUR om met deze bedrijven samen te willen werken, laat staan te delen in funding. En als je dingen graag voor jezelf wilt houden of voor een paar grote sponsors is dat je eigen keuze, maar word je niet minder dan een concurrent op de markt voor financiering van de ontwikkeling van alternatieve eiwitproducten. Ook niet erg, maar ik zou dan graag zien dat er eisen worden gesteld t.a.v. de formulering van de onderzoeksvragen, het delen van onderzoeksresultaten en vooral het formuleren van duidelijke prestatiedoelstellingen.

De wijze waarop de WUR dit initiatief heeft genomen of heeft geaccommodeerd, ervaar ik eerder als bedreigend dan ondersteunend. Dat kan niet de bedoeling zijn vanuit de onafhankelijke kennisinstelling die de WUR is of zou moeten zijn. Ik heb daarover ook andere vertegenwoordigers van bedrijven in dit veld gesproken en kon geen positieve reacties optekenen. We hebben er een concurrent van formaat bij gekregen waar het om funding van R&D gaat. Ik ben benieuwd naar de concrete resultaten op korte termijn en vertrouw erop dat het ministerie nauwkeurig controleert welke prestaties voor de forse budgetten worden geleverd en dat die reëel worden vergeleken met de resultaten van de investeringen die zij in het bedrijfsleven op gelijk vlak doet.

De redactie ontving bovenstaande tekst in reactie op de tekst 'Professor in de bonen'. Jos Hugense is directeur van Meatless uit Goes, een van de koplopers in de ontwikkeling van alternatieve eiwitten. De redactie acht dit commentaar dermate belangrijk dat zij besloot er een nieuwe draad mee te starten.
Dit artikel afdrukken