Dat windmolens een bedreiging zijn voor (trek)vogels en vleermuizen, is al langer bekend. Dat de rotorbladen met een laagje aanslag vervuild raken en daardoor minder efficiënt ronddraaien is ook geen verrassing. Sinds een paar jaar beginnen we ook serieuze benaderingen te maken van de omvang van de insectensterfte door menselijke belangen, dankzij onder meer Duitse en Nederlandse inspanningen.

Het Deutsche Zentrum für Luft- und Raumfahrt (DLR) sloeg aan het rekenen op basis van modellen. De onderzoekers schatten dat er jaarlijks 24.000 ton aan insecten door het Duitse luchtruim migreert. Minstens 1.200 ton zou ten slachtoffer vallen aan de reuzen-'vliegenmeppers'. "Zorgwekkend," concludeert hoofdonderzoeker Franz Trieb. "Wat het effect van de botsingen is voor de voedselketen of voor soortenpopulaties, dát is tot nu toe genegeerd.” Tot nu toe is als verklaring voor de achteruitgang van insecten vooral gekeken naar landbouwgif, verstedelijking en broeikasgassen.

De studie roept vraagtekens en kritiek op
De studie roept vraagtekens en kritiek op. Zo zegt de Nederlandse bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit: "Ik vind het lastig in te schatten hoe ingrijpend die windmolens op het totaal zijn. Je moet dit wel in perspectief plaatsen.” Duitse insectologen wijzen erop dat lang niet alle insecten zich door de lucht verplaatsen en veelal dichter bij de grond blijven.

Er klinkt ook kritiek vanuit de Duitse energiesector, die er fijntjes op wijst dat windenergie alleen al in 2018 een CO2-uitstootbesparing van 172 miljoen ton realiseerde. "Windmolens zijn met het oog op de biodiversiteit van insecten een oplossing voor het probleem, geen oorzaak", schrijft het Duitse agrarisch blad TopAgrar.