Van kinderen die op een boerderij geboren worden is al wat langer bekend dat zij een hogere weerstand en minder astma hebben. Maar nu lijkt ook bij baby's die in de stad worden geboren een vergelijkbare kleinere kans op allergieën en astma te bestaan als er in huis ook dieren aanwezig zijn. En dan niet alleen de harige en knuffelbare soorten, zoals katten, maar ook ongedierte als kakkerlakken en muizen.

Amerikaanse onderzoekers waren op zoek naar de reden waarom kinderen in de arme binnensteden vaker en ernstiger astma ontwikkelen als ze iets ouder zijn. Ze keken daarvoor naar de blootstelling van 560 kinderen op jonge leeftijd aan allergenen in hun directe omgeving. Tot hun verrassing vonden ze dat niet alleen blootstelling aan allergenen waar ze dat van verwachten, zoals huidschilfers van katten (niet van honden overigens) tot minder astma leidden, maar ook dat blootstelling aan bacteriën uit de uitwerpselen van kakkerlakken en muizen - die zich in huisstof verzamelen - een gunstig effect hadden. Vooral bij kinderen jonger dan een jaar bleek vroege blootstelling later tot minder astma te leiden. Het onderzoek is verschenen in The Journal of Allergy and Clinical Immunology.

Volgens de onderzoekers is de uitkomst van het onderzoek geen reden om het huis niet meer te poetsen en allemaal een kat te nemen. Maar het is weer een bouwsteentje voor de hypothese dat allergieën in opmars zijn doordat kinderen in een relatief steriele omgeving opgroeien. Bij gebrek aan echt schadelijke bacteriën en indringers gaat hun immuunsysteem dan maar de strijd aan met onschadelijke pollen, stofmijten en huisdierhaarschilfers, schrijft USA Today.