Terwijl Duitsland een vleestaks wil die naar de boer terugvloeit om hun stallen diervriendelijker te maken, wil de Partij van de Dieren geen vlees- maar een slachttaks. Als het wetsvoorstel van de PvdD het zou halen, wordt de taks straks niet geheven via winkelprijzen, maar direct op het boerenerf. Zodra een dier het erf verlaat - bij een varkensboer met een slachtblikje waarop het zogenoemde UBN nummer is vermeld - moet de boer afrekenen.

Volgens de boeren van LTO Nederland draait het idee de Nederlandse dierhouderij "de nek om". Als Nederlandse dieren zoveel duurder worden, worden ze te duur voor het buitenland waar verreweg de meeste worden opgegeten. Ook worden de nodige Nederlandse dieren in het buitenland geslacht.

LTO noemt de slachttaks een 'ordinair middel' om de door de PvdD gewenste veestapelkrimp van 75 procent te realiseren. Zo'n 20% van het Nederlandse vlees wordt in Nederland gegeten. De hogere tarieven kunnen ook de Nederlandse supermarkten en slagers ook doen besluiten om buitenlands vlees te importeren.

De tarieven voor grote dieren zijn tamelijk fors. Voor een rund moet €340,63 euro per dier aan slachttaks worden afgedragen, voor paardachtigen zelfs €455,80. Voor een varken €8,68 en voor gevogelte €0,12. Schapen (€16,32) zitten stukken prijsvriendelijker in de tabel dan geiten (€77,55 euro). De tarieven zijn door de PvdD berekend "gebaseerd op geaccepteerde kennis".


Bron: LTO - Slachttaks draait Nederlandse veehouderij nek om - LTO