Eind volgend jaar stopt Ben & Jerry's, onderdeel van Unilever, met de verkoop van ijs in de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, inclusief in Oost-Jeruzalem. De licentieovereenkomst met de huidige licentiehouder, die het ijs ook verkoopt in de bezette gebieden, loopt dan af en wordt niet verlengd. Volgens Ben & Jerry's strookt de verkoop niet met de waarden die het bedrijf uit wil dragen. Het besluit roept heftige reacties op.

Ben & Jerry's komt tegemoet aan de oproep van Palestijnse campagnes aan bedrijven om te stoppen met zaken doen in de door Israël bezette gebieden. Tussen de 3 miljoen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever leven meer dan 440.000 Israëlische kolonisten. Volgens het internationale recht zijn de Israëlische nederzettingen illegaal, Israël betwist dat. De Israëlische premier Naftali Bennet verweet Ben & Jerry's maandag een 'moreel onjuist besluit' te nemen, schrijft Het Financieele Dagblad. Minister van Buitenlandse Zaken Yair Lapid sprak van een 'schandelijke capitulatie' voor antisemitisme.

Dinsdag belde premier Bennett met topman Alan Jope van Unilever, aldus VMT. Een boycot van Ben & Jerry's van de joodse nederzettingen in Palestijns gebied zal "ernstige gevolgen hebben", waarschuwde Bennett. Welke consequenties Israël zou willen verbinden aan de ijsboycot is niet duidelijk.

Palestijnse organisaties reageerden verheugd op het bericht, omdat daarmee een groot en internationaal bekend bedrijf aandacht vraagt voor de problematiek van de bezette gebieden. Het is overigens niet voor het eerst dat de Ben & Jerry's zich uitspreekt over maatschappelijke kwesties. Zo stelde de eigenzinnige ijsmaker onder meer al homohuwelijken en klimaatverandering aan de orde. Unilever, sinds 2000 eigenaar van Ben & Jerry's, liet in een verklaring weten "volledig toegewijd zullen blijven wat betreft hun aanwezigheid in Israël en dat ze de beslissingen die Ben & Jerry's over hun sociale missie nemen erkennen."