Woensdag 7 juli was het toneel van een gesprek tussen oud-CEO Paul Polman van Unilever, Volkert Engelsman van Eosta en Daan Wensing van het Initiatief Duurzame Handel. In de mini-conferentie Pioneering the new normal ging het over de toekomst van voeding en ondernemerschap in het post-Corona tijdperk.

De pandemie heeft de internationale ontwikkelingsagenda 15 jaar teruggedraaid, zei Polman. Moedig leiderschap, prototypes en True Cost transparantie zijn nodig om door de blokkades heen te breken en te komen tot een economie met netto positieve bedrijven. "Ik geloof nog steeds in de fundamentele goedheid van mensen," zei Polman. "Dit is een goed moment in de geschiedenis om dat te testen."

Volgens Polman moet de wereld van 'minder slecht naar netto positief'. Polman blijkt bereid tegen de trend in te gaan en lijkt - net als Jos Hugense op Foodlog - te pleiten voor 'minder'. De oud-Unileverbaas die zich na zijn carrière in de levensmiddelen- en zeepindustrie verder wijdt aan het verbeteren van de wereld, vindt de wereldwijd opkomende middenklasse een uitdaging. Die laat de vraag naar consumptiegoederen, reizen en ander consumentisme sterk stijgen. Polman werkt samen met 68 kledingbedrijven om kleding te verduurzamen, maar de stijgende vraag doet veel van de duurzame inspanningen teniet, schrijft het bericht over de bijeenkomst. Dat is in veel industrieën het geval en daarom is "the trend is not our friend", aldus Polman.

Het zou een nieuw neo-Malthusiaans frame kunnen worden: minder mensen die meer willen, is uiteindelijk waar duurzaamheid om draait. Tot op heden golden technologie en andere landbouwproductiewijzen - gek genoeg oude - als oplossing.