De Nederlandse verdiensten aan de export van goederen en diensten naar Groot-Brittannië bedroegen in 2019 €28,3 miljard, ofwel 3,5% van het Nederlandse bbp. Dat meldt het CBS. Groot-Brittannië is na Duitsland de belangrijkste exportbestemming van goederen en diensten samen. In 2019 verdiende Nederland €52 miljard aan de export naar Duitsland, de eerder genoemde €28,3 miljard aan het Verenigd Koninkrijk, €24,6 miljard aan België, €18.6 miljard aan Frankrijk en €17,3 miljard aan de Verenigde Staten.

Sinds 2015 is het aandeel van de exportverdiensten aan het Verenigd Koninkrijk licht gedaald; van 3,7% naar 3,5%. De totale exportverdiensten groeiden sinds 2015 met 14%, die naar Groot-Brittannië met 'maar' 11%. Ongetwijfeld heeft de brexit hier zijn schaduw vooruitgeworpen.

De bedrijfstak 'groothandel en handelsbemiddeling' verdiende in 2019 het meest aan de export naar Groot-Brittannië: €3,7 miljard. Voor 5 van de 10 bedrijfstakken die het meest aan de export naar de overzijde van het Kanaal verdienden, is de export van diensten het belangrijkst.

Voor landbouw (op plaats 6 in de top-10), chemische industrie en voedingsmiddelenindustrie draait het juist om geëxporteerde goederen (van Nederlandse makelij). "Naast €922 miljoen aan landbouwgoederen werd voor €1,7 miljoen aan wederuitvoer van landbouwproducten opgetekend en €4,6 miljoen aan agrarisch gerelateerde diensten," aldus Boerenbusiness. De Nederlandse landbouw was in 2019 voor 7,6% afhankelijk van de export naar Groot-Brittannië. De exportwaarde naar het Verenigd Koninkrijk bedroeg €8,7 miljard.
Bron: CBS - Export naar VK goed voor 3,5 procent bbp in 2019